Tags

, , , ,

‘Mijn geheugen’ … hoe werkt dat eigenlijk? Of beter gezegd: waarom werkt het niet beter? Het is niet een acuut probleem maar ik word wel veel vaker geconfronteerd met mijn minder goed werkend geheugen. Er hoeven geen hulptroepen uit Europa naar Afrika gestuurd te worden om mij te redden van mogelijke ongelukken of ondoordachte daden. Nou ja, dat laatste misschien wel maar ik neem nog steeds alle beslissingen met mijn volle verstand. Nee, het gaat hier over mijn vergeetachtigheid – over het niet kunnen reproduceren van wat ik net heb geleerd. Ik heb het natuurlijk over mijn lessen Portugees. Hoe werkt dat eigelijk daarboven in die grijze massa?

Krakende geheugen-tandwieltjes

Krakende geheugen-tandwieltjes

Mensen die me wat beter kennen, kunnen bevestigen dat ik een goed geheugen heb. Ja, dat is zo. Ik presteer boven-gemiddeld als het gaat om algemene feiten-kennis. Ik heb geen moeite om feiten – die me interesseren – te herinneren. Ik ben goed in het onthouden van namen. Ik herinner me vaak namen van hoofdpersonages uit boeken. En ik weet nog precies waar ik een (bijzonder goed) boek heb gelezen. Dat deel van mijn geheugen werkt nog altijd goed.

Ine kende de teksten van wel duizend liedjes uit haar hoofd. Dat was een geweldige gave die ze gebruikte bij feesten en partijen – zeker rondom een kampvuurtje, al dan niet met een glas wijn of een borrel. Ik daarentegen ken nauwelijks liedjesteksten uit mijn hoofd. Een beetje meezingen gaat wel – soms ken ik de tekst van het refrein en van de eerste strofe. Niet meer. Maar de winnaars van wielerwedstrijden kan ik zo oplepelen. Ik herken renners vaak eerder dan de televisie-commentatoren.

Nog een voorbeeld. Ik herinner me (hahaha) dat Rob H voetballers herkent enkel aan hun manier van bewegen. Dat is voor mij abracadabra – pure magie. Ik herken ze aan hun positie op het veld of aan hun huidskleur of (afwijkende) haardracht. Hoe werkt ons geheugen? Ik heb het boek ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab op mijn e-reader maar heb het nog niet gelezen. Ik ga daar toch eens aan beginnen.

En dan kom ik terug op het begin. Waarom gaat het zo traag met mijn ‘Portugees’? Ik begrijp alles wat Cossa me uitlegt maar ik kan het (nog) niet toepassen. Eenvoudige woordjes (meestal werkwoorden) die ik de vorige weken heb geleerd, kan ik vandaag niet onmiddellijk oproepen – laat staan gebruiken. Raar maar waar. Enfin, ik ga mijn huiswerk maken want ik moet morgen een verhaaltje vertellen in de verleden tijd (PPS) over ‘kamperen’. Até amanhã.