Tags

, , ,

Het is maandagochtend. De ijskast is bijna leeg. Onverwacht bezoek op zondagmiddag heeft een flink gat geslagen in onze voorraad eten en drinken. Het was gezellig, het werd laat en misschien had ik die fles gin beter niet open kunnen maken. Ach ja, pluk de dag … blijf ik mezelf voorhouden. Met een licht hoofd – de roes is nog niet helemaal over – rij ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Ik ken de weg. Ik weet precies waar ik de boodschappen die ik nodig heb kan vinden. Ik begin bij de groenten en het fruit. Daarna schuif ik aan bij het brood. Kaas, vlees en een pakje ham. Het eerste deel van mijn boodschappen-ritueel zit erop. Ik draai het lange gangpad op met mijn winkelwagentje en begin aan het tweede deel. Ik rij door alle gangpaden – behalve de gang met dierenvoeding en luiers – en vul mijn karretje. Eieren, een fles olijfolie, boter, yoghurt, slagroom, een paar pakken melk. Op naar de volgende gang. Daar staan drie jonge vrouwen wetenswaardigheden van het afgelopen weekend uit te wisselen. Twee van hen zijn duidelijk vakkenvullers. Ik let nauwelijks op hen of op de kartonnen dozen die het gangpad volledig blokkeren. Ik heb enkel oog voor de derde vrouw. Een schoonheid. Een Afrikaanse droom in strakke spijkerbroek en een paars truitje. En ze is groot – iets wat je hier in Mozambique niet heel vaak ziet. Lange benen, half hoge laarsjes met een hakje, lang haar met vlechtjes en licht opgemaakt. Ik sta minstens vijftien seconden met open mond te staren. Onwillekeurig probeer ik mijn buik in te houden. Ik loop er bij als een toerist in korte broek, een poloshirt en slippers. Ik wou dat ik een strakke broek, een hemd en trendy schoenen aan had. Ze kijkt mijn kant op. Een glimlach op haar gelaat. Heeft ze mijn staren soms bemerkt? Ik probeer me een houding te geven door mijn boodschappen wat anders te ordenen in het winkelwagentje. Nergens voor nodig maar ik probeer me een houding te geven die geen vragen oproept. Ik voel dat ik een kleur krijg. Of is het de drank van gisteren die nog niet helemaal is uitgewerkt?

Uitleg overbodig - lijkt me

Uitleg overbodig – lijkt me

Omdat de dames de weg versperren, moet ik mijn karretje omdraaien. Eén van de kleine zwenk-wieltjes weigert dienst. Ik sta te stuntelen en voel drie paar ogen branden in mijn rug. Shit, was het maar niet maandagochtend in een supermarkt maar vrijdagmiddag op een terras op een van de boulevards. Dan kon ik vast wel iets bedenken om haar aandacht te trekken. Ik loop naar de drank-afdeling. Ik sta langer dan gebruikelijk naar de flessen wijn te kijken. Mijn gedachten zijn helemaal niet bij de flessen Chardonnay, Merlot of Sirah maar bij haar. Razendsnel en ongestructureerd maak ik een plan in mijn hoofd om haar nog een keer te zien maar dan vanaf de andere kant van hetzelfde gangpad. Ik rij door de andere gangpaden. Niet te snel, niet te traag. Ik geef mezelf nog twee minuten om dan zo onschuldig mogelijk het gangpad van de dames in te draaien. Maar dan zie ik haar weer, op een plaats waar ik haar niet verwacht. Ze is alleen dit keer. Ze kijkt naar de verschillende pakken cornflakes en drukt twee of drie blikjes Red Bull met haar onderarm tegen haar lijf – de onderkant van haar borsten. Haar kroonjuwelen – dat had ik daarnet nog niet opgemerkt. Vooral haar lengte en uitstraling deden de man in mij ontwaken. Nu wou ik dat ik één van die blikjes was. Herkent ze me van een paar minuten geleden? Ze schenkt me dezelfde, zwoele glimlach als daarnet. Ik lach terug en kan geen openingszin bedenken. Ik passeer haar en ruik haar aangenaam parfum. Een mix van zoet en kruidig. Ik rook het eerder maar ik kan niet op de naam komen. Dat schiet me vast vandaag wel te binnen. Als ik het gangpad verlaat draai ik me nog eenmaal om. Ze is er niet meer. Opgelost en op weg naar haar Walhalla. Ik vergeet dat ik zelf ook cornflakes wilde kopen.

Ik loop terug en ga daarna naar de gang met frisdrank. Ik kom weer bij mijn positieven en verlaat de roze wolk waar ik een paar minuten op verbleef. Of moet ik zeggen: een donker-chocola-kleurige wolk? Ik werk mijn lijstje af. Mijn karretje is behoorlijk gevuld. Ik rij naar de kassa’s. Het is rustig, een paar caissières hebben zelfs helemaal geen klanten. Ik draai mijn winkelwagen in het gangetje van kassa 7 en ik mompel “Bom dia, como está?”. Ik word getrakteerd op een stralende glimlach en ze antwoordt een beetje hees: “Bem, obrigada”. Mijn Afrikaanse amazone, de reïncarnatie van the Queen of Sheba is mijn caissière. Het paarse truitje is de verplichte winkel-outfit. Zittend lijkt ze niet zo lang. Ik bedenk nieuwe openingszinnen maar kom niet verder dan woorden om haar schoonheid of opvallende lengte te beschrijven. Ik wil koffie met haar gaan drinken of een cocktail. Ik wil … Ik concentreer me op de boodschappen. Ik zeg niets. Ik spreek mijn verlangen niet uit. Bang om iets fout te zeggen. Slecht Portugees of om beschuldigd te worden van intimidatie of seksisme. Ze moesten eens weten … Wie intimideert wie? Ik ben behoorlijk van slag door deze ‘Pearl of the Indian Ocean‘. En dat vind ik helemaal niet erg. Een tweede meisje helpt om alle boodschappen in plastic tasjes te stoppen. Er valt een pak sap – exotic frute mix. Het tweede meisje haast zich – half onder de kassa om alles op te ruimen. Mijn prinses rolt haar stoel zo ver mogelijk naar achter, rommelt met een doekje en wat papiertjes en helpt een beetje en wacht daarna af. De dames zeggen iets onverstaanbaars tegen elkaar. Ik geef mijn credit-card en ik verbeeld me dat ze die net iets te lang vasthoudt en naar me glimlacht alvorens ze de kaart in de gleuf van het pin-apparaat stopt. Verbeeld ik het me dat ze het puntje van haar tong uitstak en haar bovenlip een beetje bevochtigde? Ik wens de dames een prettige werkdag. Het drukke verkeer brengt me weer terug in de realiteit.

Een kwartiertje later ben ik thuis. Ik breng alle boodschappen naar de keuken en reorganiseer de ijskast. Twaalf plastic zakjes rijker. In het laatste zakje zit een tros bananen. Die leg ik op een andere plank en dan valt mijn oog op een papiertje in het plastic zakje. Dik papier, bijna karton. De grootte van een business-kaartje. “Promessa 82 251 0195 bju”. Een mooi vrouwelijk handschrift.

En nu is het vrijdagmorgen. Het kaartje met haar naam, telefoonnummer en het kusje ligt in de bovenste la van mijn bureau. Haar nummer heb ik toegevoegd aan mijn contacten. Ik heb al allerlei berichtjes bedacht maar nog niks verzonden. Wat een gek woord: ‘verzonden’ … zonde … daar ga ik dit weekend eens over nadenken. “Is het niet zonde dat …?”

Eenmalig nawoord

Het is de goed oplettende lezer mogelijk opgevallen dat dit bericht is toegevoegd aan de categorie: fictie. Dat is bovenstaand stukje – fictie. Ik ga op mijn blog zo nu en dan gefantaseerde verhaaltjes plaatsen. Dit omwille van de afwisseling voor mezelf en voor de lezer. Isabel zegt zo vaak: “Koen, je moet een boek schrijven.” Die ambitie heb ik niet. Nog niet. Dus voor alle duidelijkheid, check de categorie als je wilt weten of ik iets uit mijn grote duim zuig of niet. Ik laat me inspireren door kleine zaken. Iemand die ik zie, iets wat ik lees, iets wat ik heb meegemaakt. En de foto’s die ik plaats bij de fictie-stukjes pluk ik van het internet.