Tags

, , , ,

Mogelijk is de titel van dit stukje misleidend. Het suggereert dat ik luister. Nee, het tegenovergestelde is waar: ik vertel. Laat ik het uitleggen. Zoals ik al vaker heb geschreven lees ik graag en bijna dagelijks. Ik doe daar met enige regelmaat verslag van op dit blog. Isabel is natuurlijk de persoon die mij het vaakst lezend aantreft. Soms kruip ik ’s avonds eerder in bed – met een boek – als zij nog naar een Braziliaanse soap kijkt. En ze vraagt me altijd wat ik lees. Ze vroeg dat voor het eerst lang voor we samenwoonde of getrouwd waren. Het was een ‘Harry Bosch thriller’ (Michael Connelly). Ik begon te vertellen en pas een uur of twee – en een fles wijn – later was ik klaar met vertellen. Ik kreeg een zoen en een mooi compliment. ‘Het is net alsof ik de afgelopen twee uur een film heb gezien!’ De lieverd – mooi compliment hé.

En wij zijn dit blijven doen. Isabel vraagt wat ik lees en dan vertel ik ‘iets’ over een boek. Veel boeken zijn niet geschikt om te vertellen omdat ze een te ingewikkelde structuur hebben. Ook romans vertel ik zelden. Wel vertel ik soms details van een non-fictie-boek. De beste boeken om te vertellen zijn thrillers die via een min-of-meer chronologische lijn verteld (geschreven) zijn.

En het vertelmoment is in de loop van de jaren ook veranderd. Wij hebben één auto – en dat wil ik graag zo houden. Ik breng Isabel (bijna) elke ochtend naar kantoor en ik haal haar ook weer op. Zo’n rit duurt gemiddeld drie kwartier. En dat zijn de momenten dat ik vertel. Omdat Isabel een meelevende luisteraar is, wordt mijn vertellen steeds meer ingeleefd. Stemmetjes, spanningsbogen, acteren. Ik gebruik het allemaal. En ik voeg er zo nu en dan wat aan toe – details of woorden die de auteur zelf niet bedacht heeft.

Predikant - Camila Läckberg

Predikant – Camilla Läckberg

Na de ‘IJsprinses’ lees en vertel ik nu ‘Predikant’ – het tweede boek van de Zweedse schrijfster Camilla Läckberg. Het begint er bijna op te lijken dat ‘Erica en Patrick’ vrienden van ons zijn. Nee, het zijn personages uit die boeken. Erica is schrijfster en Patrick is politie-inspecteur. Zij zijn een stel. In mijn persoonlijke ***sterren-ranking geef ik deze boeken hooguit een drie ***. Ze zijn leuk maar ook niet heel bijzonder. Er wordt erg veel tijd en woorden besteed aan privé-zaken die nauwelijks iets met het moord-onderzoek van doen hebben. En er wordt vanuit teveel personages verteld. Is dat typisch iets voor vrouwelijke misdaad-auteurs? Maar als ‘vertel-boek’ zijn ze goud waard. Het zijn juist die privé-dingen die deze boeken tot een soort soap maken. En Isabel ontpopt zich tijdens mijn vertel-sessies in de auto tot een jonge ‘Miss Marple’ of ‘Precious Ramotswe’ – om het meer Afrikaans te houden. Ze ontcijfert elk detail dat ik vertel omdat zij eerder dan de lokale politie de moord(en) wilt oplossen.

En om de spanning wat om te voeren, heb ik haar net tijdens de lunch een whatsapp gestuurd … “Erica’s cousin and his family are still there.” En ze antwoordde onmiddellijk: “O no, terrible people.”. Wordt vervolgd om kwart over vijf, op weg naar huis.