Tags

, , , , , ,

Er moeten nieuwe bronnen aangeboord worden. Of ik wilde meewerken aan een ‘bedel-avond’ voor kandidaat sponsoren? ‘Fundraising’ heet zoiets met een chique Engels woord. Fondsenwerving, geldinzameling. Als het beestje maar een naam heeft. In het Portugees spreken ze van een avondje ‘Captação de recursos’. Ik heb het nooit eerder gedaan maar ik word gerust gesteld. Ik hoef enkel de entertainment-kant van zo’n event voor mijn rekening te nemen. Een naaste medewerker van een kandidaat sponsor – ik noem hier geen bedrijfsnamen – heeft een ruime ervaring op dit gebied. We hebben tien dagen de tijd om alles te organiseren. We spreken af voor de volgende dag. Een kennismakings-gesprek op het hoofdkantoor van het hier eerder genoemde bedrijf. Ik trek een strakke spijkerbroek aan, mijn nieuwe schoenen die ik een tijd geleden in Durban heb gekocht en een overhemd van Ralph Lauren. Een verjaardagscadeautje van vorig jaar dat ik nog nooit had gedragen. Ik moet met mezelf lachen, zeker als ik iets te kwistig ben met eau de toilette. Ik ben tien minuten te vroeg en meld me bij de receptie. Ik verwacht dat ik nog een hele tijd zal zitten wachten maar nee – ik kan meteen door naar de bovenste verdieping. Ik sta in mijn eentje in de lift. Ik kijk naar mezelf in de spiegels – dat is moeilijk te vermijden in deze lift – en druk op knopje 24. Best hoog. Ik weet dat er maar één gebouw hoger is – het nieuwe kantoorgebouw van de nationale bank. We stoppen een paar keer op tussenliggende verdiepingen en dan stap ik uit. Een adembenemend zicht op de baai beneden me en de stranden aan de andere zijde. Wouw.

“Senhor Artista …” Het duurt even voor ik door heb dat ze het tegen mij heeft. Ik lach vriendelijk en brabbel de mij bekende beleefdheidsgroeten in het Portugees. Ze gaat me voor naar een groot kantoor dat ik eerder ken van films dan dat ik daar vaak op bezoek kom. Ik word voorgesteld aan de CEO van het bedrijf. Een man van mijn eigen leeftijd, een mooie Afrikaanse man maar veel grijzer en veel slanker. Ik kan zien dat hij het wel gewend is om pakken met stropdassen te  dragen. Ik heb eerder een ‘toneel outfit’ aan, althans zo voel ik me. Hij spreekt een paar woorden Nederlands. Hij werkte vijftien jaar geleden korte tijd in Amsterdam maar voelde zich meer thuis in Rotterdam. “Blaak loft” zei hij een paar keer na mekaar. Het duurt even voor ik begreep dat hij toen een loft huurde in Rotterdam Blaak. Zijn medewerkster had ondertussen een kop koffie geregeld en een flesje bruiswater. “Spa rood, Spa blauw” lachte mijn gastheer. Merkwaardig wat mensen zich herinneren van een taal en een land, maar dat terzijde. Om een lang verhaal wat in te dikken. Ik moest verder alles regelen met Bliss, zijn special event medewerkster. Hij zou me op de bewuste fundraising-avond terugzien als hij tenminste een afspraak in Macau kan verplaatsen. Anders zou zijn tweede man aanwezig zijn. Ik voel mezelf meespelen in een James Bond film maar probeer dat niet te laten blijken. Er is nog een klein onderonsje tussen de baas en Bliss. Erg amicaal allemaal en zelfs een beetje fysiek. Was dat om mij te imponeren of slaat mijn fantasie op hol?

De dame in kwestie is een schoonheid. Dat zijn er wel meer hier maar deze – “Call me Bliss” – komt dicht in de buurt van een ‘tien’. Ik zou haar later zelfs een ‘twaalf’ durven noemen, maar dat wist ik toen nog niet.

Bliss Rentes de Carvalho

Bliss Rentes de Carvalho (op de avond van de fundraising)

Haar kantoor is op de elfde verdieping. In de lift valt het me op dat er geen dertiende verdieping was. Ik probeer – zeker die eerste keer – niet de hele tijd via de spiegel naar haar te kijken. We nemen de eerste ideeën door en zij had alvast een lijst van kandidaat sponsoren uitgeprint. Zij zou daarmee aan de slag gaan zodra ik het programma van die avond voor 80% rond had. Een paar verrassingen mochten die avond toegevoegd worden, zei ze met een veelbetekenende glimlach. Later, onderweg naar huis, wist ik niet precies wat ze bedoelde met die glimlach en haar compliment voor mijn grappig Engels. Ik moest meteen aan de slag. Bevriende artiesten bellen, circusacts regelen enfin … twee dagen later heb ik het programma grotendeels klaar. Vliegtickets zijn geboekt. De Africa-lounge in Radisson Blu besproken, Mestre João (catering) vastgelegd en foto’s van onze eerdere shows staan op een USB stick. Bliss zou behalve voor een full color bidbook ook voor een vernieuwde website zorgen. We namen het hele programma cq draaiboek voor de avond door. Ik heb zelden zo’n nauwkeurige overzichten gemaakt in mijn twaalf jaren in Afrika. Dit voelt anders – serieuzer. En dat heeft natuurlijk te maken dat ik een groentje ben in deze opgeklopte financiële wereld.

Bliss stelt me gerust. Haar baas zal – zogenaamd spontaan – die avond als eerste zijn checkboek trekken en een som van 40.000 usd uitschrijven. Zijn vriendjes cq collega ceo’s kunnen dan niet achterblijven. Zij schat de totaal toegezegde gelden op zo’n twee en een halve ton. En dat zou maar het begin zijn. Als er volgend jaar … enzovoort enzovoort. ‘Eerst zien en dan geloven’ is wat ik denk maar niet zeg. Ze plaagt me met mijn onzekerheid. Is dat zo duidelijk van mijn gezicht af te lezen?

En dan wordt het vrijdagavond. De avond van de fundraising. De doorloop ’s middags verloopt stroef. Twee niet uitgenodigde vrouwelijke agenten van zangers (bitches – excusez le mot) zijn toch meegekomen en willen meer geld voor hun artiest nu ze zien hoe chique alles eruit ziet. Bliss – die er ook geweldig uitziet die avond – neemt ze mee naar de hotelkamer die we speciaal voor vandaag hebben gereserveerd als kantoor. Een kwartiertje later is ze terug en fluistert in mijn oor dat ze het geregeld heeft. Onze geluidsman en zijn twee assistenten knipogen naar me na dit schijnbare intieme moment tussen Bliss en mij. Ik ben ondertussen al tien dagen gewend aan haar amicale manier van doen.

Haar baas – ik hoorde pas die avond dat hij ook haar vader is – moest toch acte de présence geven in Macau. Hij werd vervangen door zijn financiële directeur, een blanke Zuid Afrikaan. Hij speelde hetzelfde afgesproken spel maar het maakte toch niet heel veel indruk op de anderen. Er kwamen halfbakken toezeggingen; er moest nog overlegd worden met het hoofdkantoor in Lissabon, enzovoort blablabla. Ik ben tevreden over mijn aandeel in de avond maar voelde de teleurstelling over het resultaat. Bliss zei dat we geduld moeten hebben. Dit heeft tijd nodig. Een paar telefoontjes volgende week van haar vader zouden veel opleveren. En het toezegde boottochtje eind deze maand – inclusief een etentje – helpt ook. “Relax baby, relax.” Dat probeer ik wel maar zo voel ik me niet. Ik neem nog een glas whiskey – mijn derde black label. Ondertussen zijn de meeste aanwezigen al lang vertrokken. Ik help met de laatste statieven naar de dienstlift te brengen. Had ik al gezegd dat ik dat weekend een paar dagen alleen thuis was? Dat is wel belangrijk om dit stukje te begrijpen. Bliss zegt dat ze nog even wilt napraten in het kantoor. Als ze de vraagtekens in mijn ogen ziet verduidelijkt ze: “Niet ons kantoor in de stad maar de hotelkamer hierboven.”

En voor ik het weet sta ik in de lift van Radisson Blu temidden van half dronken bruiloftsgasten van een feest in een andere zaal. Er komen steeds meer mensen bij. De lift is overvol en er wordt op alle knoppen gedrukt. Zatte-mans lol. We stoppen op elke verdieping. Veel dronkenmans-plezier. Ik sta ik het verste hoekje van de lift met mijn rug naar de spiegels en Bliss met haar billen tegen me aangedrukt. Ik voel meteen leven ontstaan op een plek waar ik dat nu beter niet kan voelen. En zij heeft het in de gaten. Ze checkt het voor de zekerheid met een hand op haar rug. Nou nee, niet op haar rug … aan mijn versnellingspook zal ik maar zeggen. En ze blijft zo staan. Het duurt tot de achtste verdieping. Ik ben overmand door tegenstrijdige gevoelens. “Stop. Ga door. Nee, niet hier. Wacht.” Ik zeg het niet maar denk het wel. En voor ik het weet staan we in de kamer en suite die we als kantoor in gebruik hebben. Haar handen graaien naar mijn broekriem, mijn handen verdwijnen onder haar strak truitje. En no time heeft ze enkel nog een heel klein stringetje aan, hoge hakken en haar gouden halsband. Ik sta piemelnaakt te dansen op één been want ik wil niet bloot gezien worden enkel met sokken. Ze raapt mijn sjaal van de grond en slaat die als een soort halsketting rond mijn nek en ze dirigeert me naar het grote bed. Ze duwt me in de kussens. Ik krabbel overeind en zie hoe ze naar zichzelf kijkt in de spiegeling van de grote ramen. Ze trekt zwoel de gordijnen dicht. Verbeeld ik me dat ze verdomde goed weet dat ze zichtbaar is vanuit het naastgelegen appartementen-complex?

Doet er ook niet toe. Het volgende anderhalf uur heb ik gymnastiekoefeningen gedaan die ik zelfs veertig jaar geleden – toen ik nog jeugdig jong en flexibel was – niet voor mogelijk had gehouden. Ik ken de Kamasutra niet zo goed maar volgens mij hebben wij een paar nieuwe hoofdstukken toegevoegd aan dat boekwerkje. Vuurwerk, van het begin tot het eind. Alhoewel ik me dat einde niet herinner. Ik weet dat er ook fruit aan te pas kwam maar wat en hoe … al sla je me dood, ik weet het niet meer. Ik word wakker als de schoonmaakster van het hotel op mijn deur klopt. Ik sla een handdoek om me heen en zeg dat ik nog een half uur nodig heb en dan vertrek. Ik vind geen enkel tastbaar bewijs dat Bliss in deze kamer is geweest. Helemaal niets. Zelfs geen kartonnen doos met overgebleven flyers. Was het de whiskey? Was het de ontgoocheling van een financieel mislukte avond? Zijn het mijn … ik weet het niet. Ik rij naar huis en neem me voor om morgen minstens een uur fanatiek te sporten. Dan weet ik tenminste waarom ik overal spierpijn heb.