Tags

, , , , ,

Ik beloofde eerder om nog wat uitgebreider te schrijven over de ceremonie waar ik bij aanwezig was. De oude heer Sampaio overleed vorig jaar op 12 februari. Naar goed Mozambikaans gebruik wordt een jaar later opnieuw stilgestaan bij dit overlijden. Ook de eerste verjaardag van een kind is heel belangrijk, steevast gevierd met een groot feest en ik schreef vorig jaar al een keertje over onze eerste huwelijksverjaardag.

Zo’n ‘jaar-na-het-overlijden-ceremonie’ bestaat uit drie dagen. Ik weet eigenlijk niet hoe ze zoiets noemen. Zij spreken over ‘cerimônia’. De meeste onderdelen spelen zich af in het huis en op het erf van de overledene. Lucílio Cândido Sampaio (1932 – 2014) liet een weduwe achter, 19 kinderen, 51 kleinkinderen en 20 achterkleinkinderen. Hij woonde in Moatize in de provincie Tete, niet ver van de grens met Malawi. Opvallend in deze aantallen zijn natuurlijk het aantal kinderen. Ik ben er nog steeds niet achter hoeveel dames daarvoor gezorgd hebben. Ik weet dat de biologische moeder van mijn schoonvader gestorven is toen hij heel jong was. De vrouw die hij ‘Mai’ noemt is dus eigenlijk zijn stiefmoeder. Zij leeft nog, was gescheiden van opa Sampaio maar was wel aanwezig bij de driedaagse. Ook Isabel, zijn laatste vrouw – zij waren niet getrouwd – was aanwezig want zij woont nog steeds met een voor mij onbekend aantal kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen op het erf.

Moatize

Moatize

Dag één begint in de late namiddag. Familie uit heel Mozambique is aanwezig, ook familieleden die in Zimbabwe wonen komen opdagen. Ik begroet weduwe Isabel en herken verschillende ooms en tantes die aanwezig waren op onze bruiloft. Het erf stroomt vol en als het donker is worden de volwassenen naar binnen geroepen. Het is er stil en een beladen sfeer. Het is bloedheet in de woonkamer waar zo’n vijftigtal mensen zich ophouden. In de slaapkamer van de overledene wordt er contact gemaakt met zijn ‘spirit’. Een broer en een zus – ook oude mensen – en twee andere mensen leiden de ceremonie. Om de beurt gaat een familie-lid de kamer in. Ze werken een soort volgorde-lijst af. Eerst zijn de oudste kinderen en hun partners aan de beurt. De meeste vrouwen komen in tranen weer naar buiten. Daarna zijn het de jongere kinderen en dan is het tijd voor de kleinkinderen. Ik hoor thuis in dat rijtje. Mijn Isabel gaat me voor en dan is het mijn beurt. De vier oudjes zitten op rieten matten achter en naast een tafel met drank en eten. Het lievelingseten van Sr. Sampaio staat in pannen voor het tafeltje. Op de tafel zie ik verschillende borden en glazen. Ik word uitgenodigd om ‘contact’ te maken door ‘hem’ eten en drank te serveren. Ik schenk rode wijn in een glas en word daarna gemaand om het nogmaals te doen met mijn linkerhand. Waarom? Geen flauw idee. Ik schep bonen, vlees en xima op een bord. Ik bedank de oudere mensen en verlaat de kamer. Ik loop naar buiten en ben nat tot op mijn onderbroek. Ik word een beetje plagend aangekeken. Ze weten dat dit een abnormale setting is voor een ‘mulungo’. Ik vind algauw de weg naar een koud biertje. Als ik probeer wat meer te weten over het ‘hoe en waarom’ zie ik vooral vraagtekens. Zij weten het ook niet zo goed.

De sfeer op het erf verandert – zoals ook bij koffietafels na een Nederlandse of Belgische begrafenis – algauw in gemoedelijk herinneringen ophalen. Hier en daar wordt heftig gediscussieerd. Sampaio foetert de boel bij elkaar dat er te weinig hulp is. Er zijn nog te weinig stoelen en tafels voor de dag van morgen. Er is te weinig ijs enzovoort. Er is veel drank en eenvoudig  eten. Omdat mijn auto wordt geleend door familie, blijven we noodgedwongen tot bijna half twaalf. Dan is het nog een half uurtje terug naar onze B&B. Isabels moeder blijft achter om leiding te geven aan een grote groep vrouwen. Er moet gekookt worden voor ruim 150 mensen. Zij slapen op rieten matten op het erf. Dag 1 zit erop. Morgen volgt de rest.