Tags

, , , , ,

Ik wilde de titel van dit stukje met twee woorden schrijven. Toch maar niet gedaan. Ik schrijf niet zo vaak over mijn ergernissen, zeker niet als het om privé-zaken gaat. En ik heb geen zin om uit te zoeken hoe ik een blog kan verzegelen zodat je alleen na mijn toestemming mijn bijdrage kunt lezen.

Schreef ik eerder deze week nog enthousiast over Todinho – onze empregado – dan kan ik nu duidelijk maken dat hij een onderdeel is van mijn hoofdpijn. Eerlijk gezegd is Isabel de voornaamste reden waarom ik dit een ‘hoofdpijndossier’ noem. Zucht x 100.

Even een korte samenvatting. Het is hier – in Mozambique – zeer gebruikelijk dat je een aantal bediendes hebt. Het hoort bijna bij je status van ‘blanke’. Synoniem van ‘rijk’. Je bent haast (moreel) verplicht om iemand in dienst te nemen. Met frisse tegenzin accepteerde ik deze culturele realiteit. Sinds we in Jardim wonen – begin januari 2013 – is Todinho fulltime in dienst. Daarvoor werkte hij op afroep voor Isabel. Schoonmaken en strijken. Meestal twee ochtenden in de week. Nu woont hij bij ons. Weliswaar in een eigen huis op onze compound. Een huis(je) met een eigen slaapkamer, keuken, wc en douche. Hij betaalt daar geen huur voor. Dat is een onderdeel van zijn salaris. Verder kopen wij zijn basisvoedsel en alle sanitaire benodigdheden. Bovenop zijn salaris krijgt hij geld voor de aankoop van groenten, fruit, vlees, vis en brood. Hij moet daar zelf voor zorgen. Het is gebruikelijk dat een empregado zes dagen per week werkt cq aanwezig is. Zondag is hij vrij. Ook de officiële feestdagen is hij vrij om te doen wat hij wilt. En een paar keer per jaar krijgt hij een week vrij om zijn familie in Inhambane te bezoeken. In geval van ziekte betalen wij het bezoek aan de dokter en de noodzakelijke medicijnen.

Ik ben meestal tevreden over zijn werk. Isabel daarentegen heeft altijd iets aan te merken. En niet in erg vriendelijke bewoordingen. Gelukkig versta ik niet alles maar het is soms ‘bij de beesten af’. Als ik haar zeg dat ik haar toon niet waardeer zit het er bovenop. Ruzie in de tent. Ik krijg het verwijt dat ik hem altijd verdedig. Dat is niet zo. Maar ik ben wel vaak thuis en zie hem werken. Maar het is meestal niet goed genoeg voor ‘señora’. En dan krijg ik te horen dat je bediendes ‘kort moet houden’ want anders worden ze lui en nog erger: ze stelen, liegen en bedriegen. Een discussie opzetten dat wij een koppel zijn met een verschillende culturele achtergrond (waarden en normen) is wat dit onderwerp aangaat meestal zinloos. Ik leg er mij dan maar bij neer. Ik maak dan weer de afspraak dat ZIJ over de bedienden gaat en dat ze er MIJ niet moet op aanspreken. Maar dat werkt ook niet. Ik moet soms uren aanhoren wat HIJ weer niet of wel heeft gedaan.

Todinho

Todinho

Tijdens mijn verblijf in juni in Europa is hij weggelopen. Volgens hem werd hij weggestuurd. Zucht. Waarschijnlijk ligt de waarheid ergens in het midden. Het is mijn plicht (en dat vind ik prima) om te zeggen dat mijn vrouw gelijk heeft. In augustus kwam hij terug met hangende pootjes, een paar kilo magerder en met excuses. Hij vervolgde zijn dienstverband. Naar mijn tevredenheid. Ik wou dat ik dat ook kon zeggen over mijn geliefde. Niet dus.

En omdat we een nieuwe plek (huis en tuin) aan het inrichten zijn, is er nood aan een tweede empregado. For the time being. Opnieuw een man – Manuel, eind in de twintig – ook uit de provincie Inhambane. Afgelopen twee weken verbleven ze beiden bij ons. Manuel in een soort ‘proef-en-leer-periode’. Hij weet van alles over een eenvoudige tuin, nauwelijks iets over huishoudelijke taken. De stemming is er niet door verbeterd. Todinho voelt aan (al dan niet terecht) dat er mogelijk een plaatsvervanger voor hem is binnengedrongen. Isabel is alleen maar chagrijnig en kan het nauwelijks over iets anders hebben. En ze ervaart nauwelijks steun van mij. Dat begrijp ik. Heel veel uren moet ik haar klaagzang over hen aanhoren. Bah. Hoofdpijn. Niet echt, maar ik ben wel goed ‘ziek’ van dit oeverloze gezeik.

Elke afspraak met Isabel over dit onderwerp loopt toch weer spaak. Ik begrijp dat zij met mij haar frustraties moet kunnen bespreken. Akkoord. Maar als ik dan reageer, krijg ik meestal het verwijt dat ik ze verdedig en dat ze een loopje nemen met een patrao die te vriendelijk is. Het hele onderwerp komt mijn neus uit. Ik heb geen probleem om ze de deur te wijzen en een deel van hun werk zelf te doen. Maar dat kan niet, dat is vernederend voor onze status en daar heeft Isabel geen tijd voor. Dat ben ik met haar eens. En ik moet toegeven dat het fijn is dat iemand voor mij schoonmaakt, de badkamer poetst, de bedden verschoont, de was doet, strijkt, kleine boodschappen doet, afwast enzovoort. Ik hoop dat een weekje kerst-vakantie-buiten-de-deur wat rust brengt. Vooral in het hoofd van mijn geliefde Isabel. Op naar een nieuw jaar.

Ik schrijf later nog een tweede stukje over het fenomeen ‘empregado’ en alle consequenties die dat heeft of kan hebben.