Tags

, , , , , , , , , , ,

‘Oeroeg was mijn vriend.’ Zo begint het aangrijpende verhaal van de vriendschap tussen een Indonesische jongen en de zoon van een Nederlandse administrateur in het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog.

Eigenlijk is deze titel en korte inleiding een beetje misleidend. Ik ga nauwelijks iets schrijven over het debuut (1948) van Hella Hasse. Wil je meer over dit boek weten, klik dan HIER. Zoals de meeste volgers weten, zit ik de laatste tijd veel in de auto. Op en neer naar Maputo Baixa en dan door naar onze toekomstige woonplaats in Mozal, Matola. Gemiddeld tweemaal een uur in de auto. Ik luister afwisselend naar LM Radio, mijn iPod en af en toe naar een cd. En toen bedacht ik dat ik een aantal audioboeken in de computer heb staan. Ik kopieerde ‘Oeroeg’ naar mijn iPod en ik ben gisteren beginnen luisteren naar een van de meest gelezen Nederlandse boeken. Voorgelezen door de schrijfster zelf.

En nu moet ik iets bekennen. Ik heb het boek nooit gelezen. Ik denk dat veel Nederlandse leeftijdgenoten dat bijna niet kunnen geloven. Het was toch een min of meer verplicht boek voor de leeslijst? Ja, in Nederland. Ik ben opgegroeid in Vlaanderen en ging daar naar school. Zoiets als een leeslijst bestond niet echt bij ons. Net zo min als een landelijk eind-examen. Natuurlijk moesten ook wij boeken lezen die dan meestal klassikaal werden besproken. Of je moest een boekverslag schrijven en inleveren. Ik herinner me bijvoorbeeld ‘Ciske de Rat’, ‘Kaas’, ‘De komst van Joachim Stiller’, ‘De Metsiers’ en ‘Wierook en Tranen’. Dunne boekjes en daarom populair in de eerste jaren van de middelbare school. Ook ‘Saidjah en Adinda’ uit de Max Havelaar werd uitvoerig besproken. Maar van ‘Oeroeg’ had ik nog nooit gehoord. Ik heb trouwens de hele ‘Max Havelaar’ met veel plezier gelezen maar dat was later toen ik Nederlands studeerde (lerarenopleiding).

Goed, ik heb de eerste hoofdstukken met plezier beluisterd. Ik ben halverwege cd 2, dus nauwelijks op de helft. Het is mooi. Luisteren en auto rijden gaat prima samen. Zelfs in het chaotische verkeer van Mozambique. En ik heb zelfs tijd om associatief weg te dromen. Heel kort – maar toch. En door de kinderjaren-hoofdstukken van ‘Oeroeg’ dacht ik na over mijn eigen kindertijd en spelletjes. Wat speelden wij?

Binnen waren we heel druk met onze poppenkast. We schreven zelf teksten op de typemachine van mijn ouders. We repeteerden. We schilderen decors voor de poppenkast, knutselden rekwisieten en gaven voorstellingen in de voorste kelder-ruimte. Een tijdje was dat onze speelkelder. Of we speelden Batman (ik) en Robin (onze Bart) met onze peignoirs als cape. Buiten spelen deden we ofwel in onze tuin, op straat met buurtkinderen of op een veldje achter onze tuinen. De vele huizen in de buurt en in aanbouw waren een verboden – maar daarom zeer aantrekkelijk – speelterrein. Tijdens de meeste vakanties gingen we als gezin ergens heen. Meestal met de tent. Meestal zes tot bijna acht weken. In de zomer van 1962 en 1963 huurden mijn ouders een appartement in Koksijde. Aan de Belgische kust. Een maand lang aan zee. Ik was respectievelijk bijna zes en een jaar later bijna zeven jaar oud. Ik ben van eind oktober (1956). Ik heb nog heel wat eigen herinneringen aan die vakanties. Uiteraard lopen beide jaren door elkaar. Zo is een van die herinneringen (waarschijnlijk 1963) dat mijn vader dagelijks een krant ging kopen. De Gazet van Antwerpen. Waarschijnlijk deed hij dat ook om een sigaret te kunnen roken. Wij zaten dan samen met mijn moeder aan de keukentafel met ons ‘vakantie-jaarboek’.

Vakantieboek 1963

Vakantieboek 1963

Ik heb er een plaatje bij gezocht. Het komt me vaag bekend voor maar ik weet niet zeker of het dit boek was. Als ‘De Goede Pers’ (Uitgeverij Averbode) een vakantie-boek had, was dat waarschijnlijk het boek dat we gebruikten. Ik had – via de lagere school – een abonnement op ‘Zonnekind’ – later ‘Zonneland’ en later ook op ‘Okki’ en ‘Taptoe’. Wie herinnert zich ‘Rikske en Fikske’ nog?

Ik moest elke dag een paar bladzijden uit het vakantieboek ‘doen’. Ik gebruik met opzet het werkwoord ‘doen’. Een verhaaltje lezen – liefst luidop. Een paar vragen beantwoorden over dat verhaaltje. Dan waren er ook woord-spelletjes. Twee kolommen met bijvoeglijke naamwoorden en dan moest je de tegengestelden met een streepje verbinden. Bijvoorbeeld LICHT – DONKER of BLIJ – BOOS. En soortgelijke taalspelletjes. Maak een samenstelling en kies uit verschillende woorden. Dan koppelde je bijvoorbeeld BLOEM aan POT en BROEK aan ZAK of was het ZAK aan DOEK?

Er stonden kleurplaten in. Niet mijn meest geliefde activiteit. Soms met kleurpotloden, soms met waterverf. De tekeningen die verschenen als je alle getallen in de juiste volgorde met elkaar verbond (met een potlood), vond ik wel plezant. Van 1 naar 2 naar 3 naar vier en uiteindelijk had je een clown met ballonnen of een kerk of een eiland met palmboom bij nummer 75. Er stonden waarschijnlijk ook reken-oefeningen in zo’n vakantie-boek. Dat heb ik verdrongen. Een rode draad in mijn jonge – ik haat wiskunde – leven.

Nog een geliefde teken-activiteit waren de toverkras-bladen. Met een schuin-gehouden potlood – zachtjes krassen en zo kwam er een tekening tevoorschijn. Deed ik graag maar ik werd ongeduldig en boos als ik mijn broertje – twee jaar jonger – de blaadjes zag vernielden. Hij kraste met de punt. En we hielpen mijn moeder met stukjes crêpe-papier knippen. Zij maakten daar prachtige (papieren) bloemen van die wij ’s middags op het strand verkochten. Met schelpjes als betaalmiddel.

Elke week mochten we een go-cart huren. Een uurtje scheuren op de dijk. Een jaarlijks bezoek aan de Meli in Adinkerke, gaan kijken naar de grote paarden en garnalenvissers. Babbelutten eten. En als laatste herinner ik me de gruwelijke zwembroek die ik moest dragen. Flanellen badstof. Met een elastiek rond mijn buik – dat is nog vrij normaal maar ook een strakke elastiek aan de uiteinden van elk broekspijpje. Grrr. Ik voel het zand er nog tussen zitten. Schurend. Krassend. En erg ‘zwaar’ als we in ’t water waren geweest. We mochten enkel in de plassen spelen die ontstonden bij eb. In zee mochten we alleen onder begeleiding. Springen over de golven. Bij opkomend water hebben we dagelijks forten en zandkastelen gebouwd. Tot alles werd verwoest door de vloed. Een super activiteit. Op de terugweg naar het appartement sleepten we schrapend met onze scheppen over de trottoirs – tot grote ergernis van mijn vader. Hij droeg meestal de garnalen-schepnetten. Mijn moeder een tas met handdoeken en haar onvermijdelijke bibliotheek-boeken. In 1964 gingen we ruim zes weken naar het zuiden van Spanje. Een heel ander verhaal, voor een volgende keer. Zometeen weer terug naar … Batavia en de stem van Hella Haasse.

Advertenties