Tags

, , , , , , , , ,

Kijken en/of zelf doen

Kijken en/of zelf doen

Door ons DSTV-abonnement heb ik keuzemogelijkheden zat. Zestien sport-zenders. De meeste daarvan ‘SuperSport’. Engelstalig, ook een paar in het Portugees. Ik kan dus uitgebreid kijken naar cricket, rugby, voetbal, tennis, golf, motorsport en wielrennen. (*) Om de belangrijkste (televisie)sporten te noemen. Volgers van mijn blog weten dat ik van wielrennen houd. Wielrennen is echter een ondergeschoven kindje bij SuperSport maar gelukkig maken ze voor de Ronde van Frankrijk een uitzondering. Mogelijk omdat Marc Cavendish voor een Zuid Afrikaanse ploeg rijdt.

Denk nu niet dat ik heler dagen op de bank voor de buis zit. Nee, integendeel. Natuurlijk volg(de) ik EURO 2016. Zolang de Rode Duivels meededen was ik erg betrokken. Sinds hun (verdiende) uitschakeling tegen Wales is de interesse ver terug gezakt. Ik kijk graag voetbal maar ervoor thuisblijven of ervoor wakker blijven, nou nee. En er is iets raars met dit toernooi. Portugal zit in de finale. Ik denk erg onverwacht, ze waren echt geen favoriet bij de bookmakers. Ze speelden drie keer gelijk in de groepsfase en gingen door het systeem van ‘beste derde’ toch door. Daarna winnen ze de penalty-loterij tegen Polen. Ook tegen Kroatië hebben ze een verlenging nodig. Pas in hun halve finale winnen ze binnen negentig minuten. Tja … een waardige finalist? Ik vind van niet maar zo zit het spelletje en de regels in elkaar. En voor Frankrijk gaat een beetje hetzelfde verhaal op. Zij wonnen wel, dat weet ik. En Duitsland was toch de betere ploeg in de halve finale? Ja toch? Maar Griezmann (klinkt wel Duits maar hij is een Fransman) maakte wel twee doelpunten en die Mannschaft niet. Voetbal, een eerlijke sport? Nou nee, niet echt. Meestal is het wel leuk dat er onverwachte winnaars opstaan. Neem bijvoorbeeld Leicester die de Premier League wint. Maar daar kun je wel van zeggen dat zij het een heel seizoen goed hebben gedaan. Genoeg over voetbal.

De Tour 2016. De tv staat aan en de laatste paar kilometers ga ik even kijken. Saaie, lange en voorspelbare ritten. Vijf uur fietsen en dan wordt het toch sprinten en hebben ze een foto nodig om te bepalen wie wint. Gauw afschaffen dat soort etappes. Of als het dan toch over het plezier van massa-sprinten gaat, grijp dat terug naar drie ritjes op een dag zoals dat lang geleden (1978) wel eens gebeurde. Dan heb je dat plezier drie keer op een dag. Ritjes van veertig of vijftig kilometer, vlammen maar. Drie keer kijken naar ‘treintjes’. Binnen een uur ‘thuis’. Waarschijnlijk commercieel niet interessant genoeg. En ik vrees dat ook de rest van de Tour saai wordt. Met een dominerende Sky-ploeg en Froome als winnaar.

Onder de tekening hierboven schrijf ik: kijken of zelf doen. De verhouding ligt op dit moment op 98% kijken en 2% zelf doen en dan beoordeel ik wandelen als sport, wat het natuurlijk niet is. Dat heet ‘bewegen’. Ik heb wel gesport. Meestal recreatief, als tiener een paar jaar op atletiek gezeten. Toen ook meegedaan aan (club)kampioenschappen en toernooien. Ik was vooral goed in de kortere loopnummers, tot maximaal 400 meter. En natuurlijk heb ik gesport op school. Dan probeer je van alles. Volleybal, handbal, basketbal, zaalvoetbal, badminton, soft/honkbal. Naast gymnastiek uiteraard, daar had ik wel een hekel aan. En (school)zwemmen. De klaskampioenschappen tijdens de lange middagpauzes waren mooie momenten. En af en toe trapte ik een balletje mee met wat voetbalwedstrijden. Nooit bij een club. En met de buurjongens heb ik veel uurtjes gepingpongd in hun garage. En ik heb één keer geskied. Tien dagen wel te verstaan. Als zestienjarige met de ‘ziekenkas CM’ in Glüringen, Zwitserland.

Met Ine heb ik een paar jaartjes in de zomer recreatief getennist. In de 80’tiger jaren – wij woonden in Friesland – heb ik leren schaatsen. De Evert-van-Benthum-Elfsteden-Winters. Veel kijken en veel zelf doen. Kijken inspireert tot zelf doen. (Toen toch.) Mooie toertochten geschaatst, onder andere het Elf-Steden-Parcours maar dan wel in drie etappes. We stapten voor de deur op het ijs, de Dokkumer EE, in minder dan tien minuten waren we in Bartlehiem. Daarna door naar Dokkum of buitenom naar Leeuwarden. Of naar Harlingen en Franeker. En elke lente- en zomerperiode heb ik gekaatst. Heerlijk. De ideale mix van sport en spel, met het hele dorp in parturen op het kaatsveld achter de school in Wyns. Ik had in die tijd ook een toerfiets (een wat zwaardere racefiets) en maakte in mijn eentje af en toe een tochtje. Honderdtwintig kilometer was wel de limiet. Met als persoonlijk ‘hoogtepunt’ het tochtje vanuit Laruns naar de top van de Col d’Aubisque (1709m) en weer terug naar beneden, naar de camping.

Gek eigenlijk dat sport pas echt interessant wordt als er iemand uitblinkt die je kent. Nou ja, kennen? Een landgenoot of zoiets. Max. Moet ik zijn familienaam vermelden? Vast niet. Ook Formule 1 wordt hier (op DSTV) uitvoerig gevolgd. Ik heb nog geen beelden gezien van het atletiek EK in Amsterdam. Jammer, atletiek zit in het ‘doping-verdom-hoekje’. Of moet ik zeggen: Rusland? En Kenya? SuperSport gaat wel veel van de Olympische Spelen in Rio uitzenden. Daar ga ik vast regelmatig naar kijken. Straks nog even de wandelschoenen aantrekken want ik zit weer veel te lang achter de laptop. (En dan ben ik op tijd terug voor de beklimming van de Col d’Aspin en de aankomst van de zevende etappe van de Tour 2016.)

(*) Is het je opgevallen? Geen wintersporten. Daar doen ze niet aan, hooguit tijdens de Olympische Winterspelen een kort overzicht van de hoogtepunten van de dag.

Advertenties