Tags

, , , , , ,

Via het ene blog kom ik nog wel eens terecht op een ander blog. Zo ontdekte ik het persoonlijke blog van Renske, Montévie. Zij heeft op woensdag een vaste rubriek. 1000 vragen aan jezelf. Het is een boekje dat ze ooit bij een tijdschrift (Flow) cadeau kreeg. Ik beantwoord vandaag de eerste veertien vragen. Ik ga zo nu en dan vervolgen breien aan deze vragen. Het wordt dus een rubriek. Niet op vaste dagen, gewoon onregelmatig. Ik zie wel hoever ik kom. Duizend is wel heel erg veel.

Vandaag vraag 1 tot en met 14

Vandaag vraag 1 tot en met 14

1 Met wie kun je het beste opschieten?

Niet de meest interessante vraag om mee te beginnen. Maar kom, natuurlijk moet ik hier Isabel antwoorden. Niet omdat het moet maar omdat het zo is. Hebben we dan nooit woorden of spanningen? Hehe, of course we have. Had ik dan niet beter Jules en/of Catelijne moeten antwoorden? Ja, dat had ook gekund. In ons geval (ouder – kind) hebben we een prima band en kunnen we het heel goed met elkaar vinden. En dat is niet altijd evident.

2 Waar besteed je veel tijd aan?

Lezen. Koken, alhoewel dat ook vaak ‘eten klaarmaken’ is en om dat altijd ‘koken’ te noemen is overdreven. En internet. En dat zou ik beter wat minderen. Dit blog vraagt tijd, gemiddeld tussen 20 en 30 minuten per stukje. Als ik beroepsmatig schrijf, zoek ik met grote regelmaat iets op. Meestal op internet en dan wil ik nog wel eens afdwalen – verdwalen op de digitale snelweg. Me verliezen op allerlei zijweggetjes. En in de weken (maanden) van een nieuwe productie (of kamp) ben ik natuurlijk daar volop mee bezig en beperkt het lezen zich tot een kwartiertje voor dat ik in slaap val.

3 Om welke grappen kun je heel hard lachen?

Woordgrappen. Spelen met taal. Ik lach graag maar echt schateren … nou nee, niet vaak. Hard lachen is ook iets dat je opbouwt, met vrienden. De ene vertelt iets, de andere gaat daar overheen en de derde komt nog gevatter of lolliger uit de hoek. En voor je het weet lig je slap van het lachen. Waarover? Dat doet er niet toe. En ik hou van cabaret. Met Bert Visser bijvoorbeeld kan ik hard lachen. Maar ook met de taal-imitaties van Trevor Noah. Of de subtiele taalgrappen van Kees Torn. Humor in een andere taal is niet eenvoudig. Ik ben er nu aangewend maar dat leverde nog wel eens irritatie op als ik niet begrepen werd. ‘Ironie’ is een moeilijk begrip in het begin van een relatie – andere cultuur, andere taal.

4. Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?

Leuke vraag. Even denken … zelf met een sportauto rijden. Mijn vaste volgers weten dat ik ‘niets’ heb met auto’s. Rijden met de nieuwe auto van Isabel, een Audi TT. Ik moet me helemaal dubbel-plooien om er überhaupt in te komen. Hahaha.

5 Huil je gemakkelijk in het bijzijn van anderen?

Als ik huil – en dat gebeurt niet heel vaak – maakt het me niet uit als anderen dat zien. 

6 Waar bestaat je ontbijt uit?

Op weekenddagen en vrije dagen ziet mijn (ons) ontbijt er best indrukwekkend uit. Het is dan meestal een vroege brunch. Met muesli of cornflakes, broodjes, een gekookt of gebakken ei, bacon, een tomaat, kaas, yoghurt, fruit, jam. Beginnen met een kop thee en daarna een vers sapje en koffie. Op door-de-weekse-dagen is het: snel twee koppen thee, een cracker of een geroosterde snee brood – liefst met kaas. Af en toe een banaan of mango (uit eigen tuin), al dan niet met yoghurt.

7 Wie heb je voor het laatst een kus gegeven?

Isabel, een half uur geleden toen ze naar haar werk vertrok.

8 Waarin lijk je op je moeder?

Opnieuw een mooie vraag. Lezen. Interesse voor geschiedenis. Vriendelijk zijn tegen anderen. Anderen bedanken. Dienstbaar kunnen zijn – dat heb ik trouwens van allebei mijn ouders. En als deze vraag over uiterlijk gaat is dat wat moeilijker. Laat ik het houden op ‘gemakkelijk haar’. Donker en krullen. Ik heb meer krullen dan mijn moeder maar ook zij had ‘haar met een flinke slag’.

9 Wat doe je ’s morgens als eerste?

Isabel zoenen en “Bom dia” tegen haar zeggen. Plassen. Licht aanmaken. Thee zetten. Belinha’s lunch klaar maken. Als ik alleen (in Bergen op Zoom) ben begin ik het liefst met De Volkskrant.

10 Ben je een goede voorlezer?

Dat denk ik wel. Liefst met verschillende stemmetjes. Toen onze kinderen klein waren heb ik ze af en toe voorgelezen, meestal deed Ine dat. Zij deed dat geweldig. Ik ben eerder de verteller dan de voorlezer. Nu de kleinkinderen al iets groter worden, lees ik ze wel eens voor. Kikker en Pad. En andere boekjes. Prima vraag, werkt als een reminder en iets om naar uit te kijken. Bompa Afrika leest voor …

11 Tot welke leeftijd geloofde je in Sinterklaas?

Ik denk dat ik net tien was. Mijn grootmoeder zei het zomaar, plompverloren. “Sinterklaas, dat is de facteur. Met een opgeplakte baard.” Ik had geen flauw vermoeden. Ik herinner dat vooral mijn vader heel boos was op zijn schoonmoeder, dat ze me dat had verteld.

12 Wat wil je graag nog kopen?

Voor mezelf? Dat weet ik niet zo één twee drie. Ik ben nauwelijks materialistisch en dat wat ik graag wil hebben, heb ik al, denk ik. En als ik de vraag beantwoord over iets ‘groots’ dan is het antwoord: ‘een zwembad in de tuin’.

13 Welke karaktereigenschap zou je graag willen hebben?

Het tegenovergestelde van ‘uitstellen’. Hoe zeg je dat? En iets meer ‘social talk’ plezier. Ik vind het al gauw slap gelul en verlies snel mijn interesse in verjaardags-kroeg-geouwehoer.

14 Wat is je favoriete tv-programma?

Dat heb ik niet. Daar ben ik veel te weinig voor in Nederland. We kijken wel graag en veel naar tv-series. Die zijn dan natuurlijk al op de televisie geweest. Game of Thrones, Sopranos, The Black List, Overspel, Orange is the new black, Luther, Marco Polo, Outlander. In mijn eentje kijk ik graag sport en kookprogramma’s. Master Chef Australië als absolute favoriet. Ik kijk naar het journaal (BBC World) maar om dat ‘favoriet’ te noemen. Nou nee. Teveel ellende in de wereld.