Tags

, , , , , , , , ,

Een rustdag in de Ronde van Frankrijk. Daar valt niet veel over te schrijven. Een doordeweekse dag in Matola en Isabel heeft de auto mee naar haar werk. Veel uurtjes aan huis gekluisterd. Dat klinkt zielig maar dat is het absoluut niet. Dus waarom niet de volgende veertien vragen beantwoorden? Een rubriek die ik gisteren begon.

15 Wanneer ben je voor het laatst in een pretpark geweest?

1 jaar en 1 dag geleden. De Efteling.

Efteling 2015

Met de hele familie. Uit Nederland, uit Mozambique en uit Vlaanderen. Een Fata Morgana boot met z’n allen. Een mooie dag. De Efteling is een pretpark maar je zult mij niet gauw vinden in achtbanen en schommelschepen. De Vogel Rok kan ik nog net aan maar samen met Ender (toen bijna drie) een ritje maken boven Het Land van Laaf is minstens zo prettig. En met mijn eigen lief in De Droomvlucht, romantisch … vind je niet?

16 Hoe oud hoop je te worden?

Mijn moeder werd net geen 85. Haar moeder (mijn oma) 90. Mijn vader 81 en zijn vader (mijn bompa) 86. Dus als ik hun genen heb geërfd kan ik zomaar de 85 passeren. Lijkt me een mooie leeftijd. Dat zijn nog vijftig verjaardagstaarten (25 van Isabel en 25 van mezelf), nog vijfentwintig keer de Tour de France, nog zeven olympische zomerspelen, nog … nee, alle gekheid op een stokje. Net als iedereen wil ik graag een toekomst zonder teveel problemen, ziektes of andere erge dingen. Gelukkig zijn. Gezond zijn. Mijn kleinkinderen zien opgroeien. Zolang ik kan blijven zeggen “Carpe Diem” en daar naar kan leven, vind ik het goed. Ook als het minder lang zou duren …

17 Aan welke vakantie denk je met weemoed terug?

Met weemoed? Tja … dat moet een vakantie met Ine zijn. Dan komt de weemoed al gauw om het hoekje kijken. Zomer 1984. Jules is bijna veertien maanden. Catelijne is een paar weken uit logeren. Wij brengen Jules naar Terschelling waar mijn ouders, mijn zusje, mijn broer en zijn vrouw op vakantie zijn. Na een dagje gaan we terug naar Harlingen en vertrekken naar Griekenland. Met onze Renault 4. Uit en thuis in twee weken. We rijden twee-en-een-halve dag door Nederland – Duitsland – Oostenrijk – Joegoslavië – Griekenland. We gaan naar Sithonia op Chalkidiki. Een kleine camping aan het strand. We blijven er acht volle dagen. We lezen, we praten, we snorkelen, we vrijen, we wandelen, we gaan uit eten, we zwemmen, we maken kleine uitstapjes, we tellen onze drachmes, we eten souvlaki’s, tsaziki, moussaka, baklava, we drinken retsina en ouzo en elke dag worden we bruiner en bruiner. En we rijden in drie dagen weer terug naar Harlingen en halen de middagboot. We worden opgehaald op ‘West’ en Jules kruipt verlegen weg achter mijn zus, hij herkent ons niet (meer). Het moederhart bloedt (eventjes). Het vaderhart ook hoor. Het was Ine’s eerste kennismaking met Griekenland, ik was er al twee keer eerder geweest. Het begin van een lange familie-traditie.

18 Hoe voelt liefdesverdriet voor jou?

Een heel groot gat in mijn hart. Een amputatie. Iets dat weggesneden is en wonden achterlaat. Dat zijn natuurlijk ‘grote’ woorden. Mijn eerste, grote jeugdliefde maakte het uit na ruim acht maanden verkering. Ik ging ‘kapot’. Ik was niet te troosten. Ik sloot mezelf op in mijn kamer, ik huilde, ik at nauwelijks, ik wilde niet praten en ik huilde. Vier of vijf dagen aan een stuk. Ik viel zes kilo af. Ook toen al had ik ‘gevoel voor drama’. En mijn kinderen maar denken dat ze dat van hun moeder hebben …

19 Had je liever anders willen heten?

Nee. Ik vind ‘Koen’ prima. Officieel heet ik trouwens ‘Koenraad‘, zo staat het in mijn paspoort. In een kennismakingsrondje zeg ik vaak: “Ik heet Koen, dat betekent dapper.” Ook als kind las ik graag en veel. ‘De Rode Ridder’ (Leopold Vermeire) was mijn lievelingsreeks. Johan (de Rode Ridder) zijn beste vriend heet Koen (Koenraad). De vereenzelviging met zo’n figuur ging als vanzelf … Als ik een meisje was geworden, hadden mijn ouders de naam ‘Beatrijs’ in gedachte.

20 Waarin heb je aan jezelf getwijfeld?

Moeilijke vraag. Het woord ‘waarin’ kan ik moeilijk duiden. Of ik wel eens twijfel? Ja, natuurlijk. Daarom dat ik dingen uitstel, nog even wacht om iets te beslissen. Ik kom niet over als iemand die twijfelt. In tegendeel. Mijn twijfel heden ten dage is meestal ingegeven door afwegingen van financiële aard. Zal ik dit kopen? Zullen we daar nu naar toe gaan of later? Kunnen we niet beter …

21 Maakt het veel uit wat anderen van je zeggen?

Een gewetensvraag. Nee, het maakt me niet veel uit. Ja, het maakt me wel degelijk iets uit. Natuurlijk hangt dat af van wie iets zegt en vindt en waarover. Ik ben niet ongevoelig voor waardering en aandacht. Ik krijg graag complimenten en sta meestal open voor suggesties om het anders of beter te doen.

22 Wat is je favoriete dagdeel?

De ochtend.

23 Kun je goed koken?

Ik schreef gisteren al iets over koken. Ja, ik kan goed koken. Absoluut geen michelin-ster niveau of dito ambitie. Maar ik doe het graag. Wat is op tafel zet is lekker en ik hou van variatie. Ik durf nieuwe zaken uit te proberen. Een kookboek of een recept gebruik ik eerder als inspiratie dan als slaafs-te-volgen richtlijnen. Als ik kookwedstrijden op tv zie dan besef ik dat ik nauwelijks ‘techniek‘ heb. Zeker geen snijtechniek. Ik doe maar wat. Er wordt me wel eens gevraagd waarom ik geen restaurant(je) begin. Nee, ik wil niet koken voor gasten (klanten) die zeuren, klagen en de helft niet opeten. Ik wil enkel koken voor vrienden en bekenden. Voor mijn plezier, niet voor inkomsten.

24 Op welk seizoen lijk jij het meest?

Een intuïtief antwoord. De herfst. Maar dan als ‘Indian summer‘. Niet dat miezerige, kille, grijze, nietige druilweer. Niet het vallen van de bladeren maar wel het besef dat de zomer voorbij is. Rustig loslaten. Er komen nog aangename dagen aan maar het is niet meer eindeloos fris en groen en zomers warm.

25 Wanneer heb je voor het laatst een dag helemaal niets gedaan?

Niets doen is natuurlijk niet mogelijk. Je doet altijd iets. Al is het in bed blijven of op de bank hangen. ‘Helemaal niets doen’ interpreteer ik dat ik niets van een (denkbeeldig) to do lijstje heb uitgevoerd. Dat gebeurt met enige regelmaat. Lees er mijn blogs maar op na.

26 Was je een gelukkig kind?

Ja, zonder meer. Een mooie tijd. Samen opgroeien met een broer die twee jaar jonger is. In een nieuwbouwwijk aan de rand van een dorp. Boechout. In zekere mate van luxe. Op loopafstand van school. Mooie rapporten op de lagere school. Op zondag naar de scouts. Lange vakanties (mijn ouders zaten in het onderwijs). Kamperen, naar Spanje, Texel en Terschelling. Speurtochten, toneel spelen, naar de film. Meestal buiten spelen met buurkinderen. Veel mooie zaken die niet vanzelfsprekend waren, dat werd al gauw duidelijk doordat mijn ouders ons huis (en hun hart) openenden voor anderen. Jongeren die het minder goed hadden.

27 Koop je vaak bloemen?

Ja en Nee. Dat vraagt om uitleg. Sinds Ine overleed in 2005 staat er altijd een vaas met witte rozen – avalanches – in de kamer. In de winkel (Berry’s Bloemen) noemen ze me dan ook ‘Mijnheer Avalanche’. Voor haar overlijden kocht ik (wij) gemiddeld maandelijks een mooie bos bloemen. In Mozambique koop ik heel af en toe bloemen. Volgens Isabel veel te weinig. Bloemen zijn in Maputo duur, niet mooi en saai. Op een aantal kruispunten en bij duurdere restaurants hangen jongens rond die bloemen verkopen. Ik laat ze meestal links liggen. Wel voor een bijzondere dag en heel af en toe een bosje zonnebloemen.

28 Wat is je droom?

Letterlijk? Ik droom veel en vertel die met regelmaat aan Isabel. Figuurlijk? Dat al dat vreselijke geweld in naam van een godsdienst onmiddellijk verleden tijd is. Dat het verschil tussen arm en rijk vermindert. Persoonlijk? Afgezien van een groot geldbedrag winnen met een loterij? Gezond en energiek doorgaan met hoe mijn leven er nu uit ziet. Carpe Diem.

Benieuwd naar het eerste deel? Klik HIER.