Tags

, , , , , , , , , , , , , ,

Ook vandaag een herinnering aan een Olympische stad. Barcelona. Ik ben er vaak geweest. Dit waar gebeurde verhaaltje speelt zich bijna twintig jaar geleden af. Februari 1997. Naar jaarlijks gebruik gaan we ‘met de mannen’ (Werner, Eric, Gie en Koen) naar een voetbalmatch kijken. Het ene jaar naar de Lierse (Lierse SK) en het volgende jaar ergens in Europa. Dat is dan eerder een city-trip met een middag of avondje voetballen kijken. In 1997 was onze keuze gevallen op Barcelona. In die tijd kon je nog niet via internet tickets kopen. Dat moest ter plekke. In het weekend van ons bezoek stond de derby RCD Espanyol – FC Barcelona op het programma van de Primera División. Schitterend affiche. In Sarrià, het stadion van Espanyol. Niet in het grote Camp Nou.

R.C.D. Espanyol de Barcelona

R.C.D. Espanyol de Barcelona (Foto: Eric Peeters)

Nadat we onze tassen in het hotel hebben achtergelaten, vertrekken we onmiddellijk naar het stadion. We hebben zo onze twijfels of het ons wel zal lukken om aan kaartjes te komen. Het is tenslotte dé stadsderby – in een relatief klein stadion. Een uurtje later schuif ik aan bij een loket, er zijn slechts twee wachtenden voor me. Gie houdt me gezelschap. Werner en Erik staan op een afstandje mee te kijken. Ik ben aan de beurt en in mijn beste Spaans – dat niet zo heel veel voorstelde, maar dat terzijde – vraag ik vier kaartjes. Dat kan. Ik kan zelfs nog kiezen voor welke tribune. Ik kies de hoofdtribune. De kaartjes worden geprint. Ik betaal met mijn Visa-Card. En ik sta al te juichen en te springen terwijl ik alles aan de Gie geef. Het is gelukt. Ook de anderen zijn duidelijk in hun nopjes. We lopen naar elkaar als er plots een cameraman en een interviewer op me afkomt. Ik krijg een microfoon onder mijn neus gedrukt. En de vraag waarom ik zo blij ben. Ik antwoord zo goed en zo kwaad als het kan. Ik leg uit dat we uit België komen – speciaal voor deze derby. Weten zij veel. En dat allemaal in mijn eigen brabbel-Spaans. En dan vraagt hij mij een pronostiek. Ik twijfel tussen 0 – 2 en 0 – 3. En zeg – lichtelijk overmoedig – “0 – 3, voor de grote broer … FC Barcelona”.

We vertrekken en bezoeken ‘Parc Guell’, de ‘Sagrada Familia’ en andere Gaudi bezienswaardigheden. De wedstrijd is pas zondagavond. In het hotel checken we op de televisie of we het interview ergens kunnen zien. Dat geven we gauw op want in alle euforie hebben we niet gevraagd welke omroep of televisiezender me die vragen stelde. “Het zal wel de lokale ziekenomroep zijn”, plagen mijn vrienden. De volgende dag op weg naar het stadion komen we er achter dat ik als enige supporter voor FC Barcelona. De drie anderen gaan voor Espanyol, de underdog. Dat is niet voor het eerst maar daarover een andere keer meer. We kiezen een verkeerde ingang waardoor we van de ene lange zijde naar de andere zijde moeten manoeuvreren / schuifelen. Ergens halverwege op de hoofdtribune. Ik loop voorop, de drie anderen volgen me. Een paar keer wordt er naar me geknikt en iets gemompeld. Ik denk dat dat door mijn opvallend kapsel komt. We vinden onze stoeltjes, een beetje tussen de middellijn en een van de doelen. Prima plaatsen. Het stadion is al behoorlijk gevuld. De wedstrijd begint. Ik noem een paar namen van het grote Barcelona: Vitor Baia op doel, Gheorghe Popescu, Laurent Blanc, Pep Guardiola, Luis Figo – hij krijgt rood in deze wedstrijd, Luis Enrique en Ronaldo – de Braziliaanse Ronaldo wel te verstaan. Johan Cruijf was een half jaar eerder ontslagen en Bobby Robson is de tussen-tijd coach, Louis van Gaal liep zich al warm aan de figuurlijke zijlijn.

In de veertiende minuut – om Cruijf te pesten? – verzilvert Florin Ráducioiu een penalty. Espanyol staat op 1 – 0. Tijdens de rust maak ik een praatje met mijn Spaanse buurman en vraag hem hoe het kan dat deze wedstrijd niet is uitverkocht. Ik zie aan de overkant veel lege tribune-plaatsen. Hij legt me uit dat er een grote rivaliteit (haat) is tussen de twee clubs. En dat gaat zover dat ze geen tickets willen kopen in het stadion van de ander. Ook hij gaat NOOIT naar Camp Nou als FC Barcelona thuis speelt. Rare jongens die Barcelonezen. De tweede helft begint. Al snel een tweede penalty en opnieuw scoort Florin Ráducioiu. 2 – 0. Sarrià ontploft. Het is ook de eindstand. 2 – 0 voor Espanyol.

Feest. Het grote Barcelona is verslagen. Vernederd.

Feest. Het grote Barcelona is verslagen. Vernederd. (Foto: Eric Peeters)

Het laatste fluitsignaal heeft geklonken. Supporters vallen elkaar in de armen en meteen draaien heel veel mannen zich naar me toe. Beginnen te wijzen, te lachen, te joelen: “0 – 3, hijo de puta, hahaha”. Duidelijk in mijn richting. Niet agressief, integendeel, uiterst kameraadschappelijk. Het bleek dat mijn interview prominent was gebruikt in een vooruitblik op deze wedstrijd. Wat een lol. Geweldig. En we kregen ook te horen dat deze wedstrijd de laatste derby was in het oude stadion. Vanaf het nieuwe seizoen 1997 / 1998 gaan ze in het Olympisch stadion spelen.

En zo is mijn verhaaltje weer rond. Ik ben terug bij de Olympische spelen. We bezochten Montjuïc de volgende dag. Fundació Joan Miró en het Olympisch stadion.

Olympisch stadion Barcelona (Foto: Eric Peeters)

Olympisch stadion Barcelona (Foto: Eric Peeters)

Vandaag checkte ik voor dit stukje een paar namen op internet en wat vond ik? Ongelooflijk. Op YouTube staat deze volledige wedstrijd. Vorig jaar op YouTube gezet. Voor Espanyol supporters werd dit een historische wedstrijd, een overwinning om nooit te vergeten. Ze werden vierde dat seizoen. Athlético Madrid werd kampioen van de Primera División 1996-1997

  • Último derbi en Sarrià, celebrado el 09 de febrero de 1997

In de serie: Olympische spelen

Advertenties