Tags

, , , , , , , ,

Zomer 2002. We hebben heel lang getwijfeld en geaarzeld of we wel op vakantie zouden gaan. We hadden een bijzonder jaar achter de rug. Een jaar eerder was er ontdekt dat Ine borstkanker heeft. Dat verhaal ga ik hier niet uit de doeken doen. In mei was ze weer terug aan het werk en leek de toekomst weer rooskleurig. Ik kocht het laatste moment twee vliegtickets naar Atlanta. En via internet reserveerde ik een auto. De rest zoeken we wel uit als we daar zijn. We waren eerder samen in de Usa geweest.

Onze vakantie met Hilde en Jules was al weer een paar jaar geleden. Aan de westkust huurden we toen een camper. Prachtige reis maar andere mensen ontmoeten was niet zo vanzelfsprekend en eenvoudig. Ook op campings niet. Iedereen sluit zich (figuurlijk) op in zijn eigen rijdend huis. Airco aan, schotel-antenne in de juiste richting gedraaid, televisie op de favoriete zender. Niks geen ontmoetingen bij de toiletten of douches. Nauwelijks contact met anderen. Dat viel me erg tegen. Ik wilde dus geen camper meer maar een auto en slapen in ‘motels’ en eten in ‘diners’. On the road …

Atlanta

Atlanta (2002)

Deze reis door ‘Het Diepe Zuiden’ van de Usa begon en eindigde in de hoofdstad van Georgia‘Empire State of the South’. Ook wel de ‘The Peach State’ genoemd. Atlanta. Wat wist ik over deze stad? Niet zo heel veel. Ja, Coca Cola, Delta Airlines en CNN hebben hun hoofdkantoren in Atlanta. Martin Luther King kwam uit Atlanta. Net als Ted Turner en de Atlanta Braves. Maar natuurlijk is Atlanta het meest bekend als gaststad van de Olympische Spelen in 1996. Met als triest detail een bomaanslag in een park.

We gebruiken het openbaar vervoer en hebben een tour achter de schermen van CNN.

CNN (Atlanta 2002)

CNN (Atlanta 2002)

Ik presenteerde als een echte Peter Timofeeff het wereld-weerbericht. Een grappig detail van deze rondleiding. Het was natuurlijk enkel te zien in- en rondom deze toeristen-televisie-studio.

En we zouden een honkbalwedstrijd bezoeken. Een jongensdroom. Ik had het in de krant opgezocht. Atlanta Braves – San Diego Padres. We togen naar het stadion. Het was er opvallend rustig. Leeg is een betere omschrijving. Nauwelijks een auto op het grote parkeerterrein. Ik was verbaasd. Er was enkel een kassa open die kaartjes voor een rondleiding verkocht. Ik vraag waar ik kaartjes voor de wedstrijd kan kopen. “Welke wedstrijd?” “Tegen San Diego.” “Die wedstrijd is in California meneer.” “Hoezo, in de krant staat: Atlanta Braves – San Diego Padres. “Juist, in San Diego dus.” Wat blijkt? Ik ging uit van voetbal. Daar staat de thuisclub altijd als eerste vermeld. Bij honkbal staat de club die thuis speelt als laatste vermeld omdat zij de laatste inning mogen spelen. Wat een ontgoocheling. Wat suf van mij. Terug naar ons motel.

Even afkoelen

Even afkoelen

Een bijna dagelijkse activiteit. Soms ’s morgens, soms ’s middags. Een uurtje bij het motel-zwembad. Lezen en af en toe een verfrissende duik. Dat als compensatie van lange autoritten, musea-bezoek en stadswandelingen. Bij ons motel in Atlanta zijn er vier mensen in (of rondom) het zwembad. Ine die op een ligbed leest. Ik met mijn boek op een stoel ernaast en twee jongetjes in het zwembad. Ik schat ze een jaar of elf, twaalf. Eerst houden ze afstand en spelen in een ander hoekje. Maar na een tijdje worden ze wat baldadiger. Rennen, springen, joelen. Niks aan de hand. Kinderpret. Maar dan beginnen ze ‘bommetjes’ te springen. Steeds meer in onze richting. Uiteindelijk een flinke plons water over Ine en haar boek. Ik maak duidelijk dat we dit niet waarderen. Ik hoor iemand uit een motelkamer roepen. Eén van de jongetjes roept iets terug en vertrekt. De andere knul blijft achter. Het wordt me duidelijk dat ze niet bij elkaar horen. Gewoon een toevallige ontmoeting. Hij kijkt wat rond. Hij verveelt zich en blijft in onze richting kijken.

Ik leg mijn boek weg en vraag hoe hij heet. En waar hij woont. Zijn naam herinner ik me niet meer maar hij woont met zijn opa in dit motel. Ik ben verbaasd. Wonen in een motel? Hij is hier al een paar weken. Zijn opa wacht op een nieuwe job. Ik vraag iets over naar school gaan. Hij ontwijkt mijn vraag. Is het vakantie of niet? Waarschijnlijk wel. En dan vraagt hij wat wij doen. “Wij zijn op rondreis, op vakantie.” Maar dat bedoelde hij niet. Hij wijst naar Ine en naar mijn boek. “Lezen” antwoord ik. Ik zie grote vraagtekens op zijn gezicht. “Why?” “Omdat lezen leuk is. Het is een mooi boek. En soms lezen we een spannend boek.” Nog veel grotere vraagtekens. “Van wie moet dat?” “Van niemand” is uiteraard mijn reactie. En dan vraag ik of hij leest. “Nee”. “En je opa?” “Nee, soms een krant die hij vindt.” Ons gesprek gaat nog even door. Hij heeft nog NOOIT iemand gezien die leest als tijdverdrijf. Zelfs de gedachte dat zo iemand bestaat is hem volkomen vreemd. En dan loopt hij weg. Ik zie hem een kamer ingaan. Waarschijnlijk om zijn opa te vertellen wat voor rare wezens hij net heeft ontmoet …

In de serie: Olympische Spelen (steden)

Ps. Ook tijdens deze trip in de Usa viel het me tegen hoe moeilijk het is om anderen te spreken – echt te ontmoeten. Net als eerder toen we met een camper rondtrokken, zijn andere gasten in motels erg op zichzelf. En ook hier hetzelfde fenomeen … terugtrekken op de eigen kamer met airco en televisie. Dat zal nu (2016) niet veel anders zijn. Behalve dat wifi, internet en de smartphone zijn verschenen in ons dagelijks leven. Altijd en overal. En iedereen nog meer op zichzelf is …