Tags

, , , , , , ,

Ik ga weer even verder met een serie die nog heel lang kan doorgaan. 1000 vragen aan mezelf. Ze komen uit een boekje dat ooit een cadeautje was bij een tijdschrift. Vandaag vraag en antwoord 43 tot en met 56.

43. Hoelang sta je gemiddeld onder de douche?

Kort. Dat wilt zeggen zo’n drie, maximaal vier minuten. Als ik mijn haar was duurt het natuurlijk wat langer. Het aantal keren per dag dat ik onder de douche staat wordt sterk beïnvloed door het weer. Gisteren was het heet (in Mozambique). Dat werden dus drie momenten onder de douche. ’s Ochtends vroeg, in het begin van de middag nadat ik een flinke wandeling had gemaakt en nog een keer voordat ik naar bed ging.

44. Denk je dat er buitenaards leven bestaat?

Nee. Niet in de zin zoals wij hier op aarde ‘leven’ beschrijven. Dat er mogelijk ‘intelligentie’ of ‘natuur’ bestaat ergens ver weg, valt niet uit te sluiten. Hoe en wat en in welke vorm? Geen idee.

45. Hoe laat sta je meestal op?

Ook vanochtend liep de wekker om 5.15 af. Net als op de meeste werkdagen in Mozambique. En ook vandaag lag ik al een kwartiertje wakker in bed. Ik sta meestal direct op. In Bergen op Zoom is het meestal twee uurtjes later. Wekker op 7.15 maar vaak al vroeger wakker.

46. Vier je altijd uitgebreid je verjaardag?

Liever niet. Mijn verjaardag viel heel veel jaren tijdens het Umoja-Festival weekend. Dan had ik ook geen tijd om er uitgebreid bij stil te staan. Een taart hoort er in Mozambique nog meer bij dan in Vlaanderen en Nederland. M’n veertigste verjaardag vierde ik met Ine, Catelijne en Jules in Rome. Een paar dagen er tussenuit. Mijn vijftigste verjaardag vierde ik in Bergen op Zoom – traditioneel – met de buren en een paar familieleden. Vorig jaar nodigde ik mijn schoonfamilie uit naar een van de betere (duurdere) restaurants in Maputo. Dit jaar … nog maar even niet aan denken. Het komt vanzelf dichterbij. Liefs er even tussenuit knijpen …

47. Hoe vaak per dag kijk je op Facebook?

Heel wisselend. Wel dagelijks. Omdat ik geen dataverbinding op mijn smartphone wil, ben ik enkel online als ik thuis wifi heb. En dan kijk ik twee a drie keer per dag op Facebook. Als ik niet thuis ben, beperkt zich dat uiteraard.

48. Wat is je favoriete ruimte in huis?

We verhuisden een paar maanden geleden, dus ik moet mijn favoriete ruimte nog ontdekken. Ik denk onze nieuwe veranda.

Onze veranda in Djonase

Onze veranda in Djonase

Alhoewel ik meer tijd doorbreng in mijn ‘escritório’ (werkkamer).

49. Wanneer heb je voor het laatst een hond (of ander dier) geaaid?

Gisteren. ‘Grace’, het hondje van de familie Sampaio. Ze kent me ondertussen heel goed en wacht altijd op mijn geknuffel en gestreel. Een echte dame. Maar eerlijk gezegd ben ik niet zo’n grote dieren-aaier. Mij doe je geen groot plezier met een huisdier. Ik heb er ook geen hekel aan. En als ik zou moeten kiezen, dan wordt het eerder een hond dan een kat.

50. Wanneer ben je op je best?

Als ik aan het werk ben met andere mensen. In m’n eentje verlummel ik veel teveel tijd. En het beste moment van de dag blijft toch de ochtend. Als er een deadline aankomt (of is gepasseerd) kan ik ook ’s morgens heel vroeg – bijna nog ’s nachts – bijzonder productief zijn.

51. Met wie zoende je voor het eerst?

Ik zit even na te denken. Zoenen? Echt zoenen? Hilda. Een meisje uit Franeker. Mijn vakantieliefje, twee of drie zomers lang. Op Terschelling. Camping Tante Doortje, het kleine veldje. Elk jaar dezelfde families. Drie families Ottens, familie Wetsema, familie Elzinga, familie Postumus, familie Schyvens en de familie Dykstra uit Franeker. Zij huurden ‘de Kokkel’, een soort woonwagen. De rest kampeerde de eerste jaren in tenten, later in caravan’s. Wij waren er altijd het langst. Bijna twee maanden – juli en augustus. Met Hilda had ik ‘verkering’. Een Hollandse uitdrukking die ik als jonge Vlaming overnam. En in de praktijk bracht. Na elke zomer schreven we elkaar tot ergens in oktober, begin november. En we stuurden elkaar ingesproken cassettebandjes met onze lievelingsmuziek. Daarna verwaterde de correspondentie. In juli pakten we de draad weer op. Ik ben Hilda nog twee keer tegen gekomen toen ik jaren later in Leeuwarden studeerde. Een kort, wat verlegen praatje.

52. Welk boek heeft veel indruk op je gemaakt?

Kijk eens naar mijn favoriete boekenlijst. Uit dat lijstje kies ik ‘Mijn naam is Asher Lev’ van Chaim Potok. En ook ‘Het heilige bloed en de heilige graal’ van Henry Lincoln, Michael Baigent, Richard Leigh en ‘In Europa’ van Geert Mak voldoen ruimschoots aan dit criterium: ‘Indruk op me gemaakt’.

53. Hoe ziet je ideale trouwjurk eruit?

Duidelijk een vraag uit een dames-magazine. Ik was zelf blij dat ik een sjaaltje droeg bij m’n trouwpak en geen strik of das. Uiterst ongebruikelijk in Mozambique.

54. Ben je bang in het donker?

Nee. Wel ongemakkelijk. In het donker ben ik onthand, verlies de vanzelfsprekende controle. Het duurt even voor ik op mijn gemak ben. Ik schuifel dan voetje voor voetje, bang om te vallen of te struikelen. Of de laatste trede van de trap te missen. Maar bang in de betekenis van ‘enge zaken – mens of dier’, nee daar ben ik niet bang voor. En het is verbluffend hoeveel je toch kunt zien als je ogen aan het duister gewend zijn.

55. Welke sieraden draag je dagelijks?

Aan mijn linker ringvinger draag ik mijn trouwring – twee kleuren goud. Aan mijn linker arm (pols) twee zilveren armbanden. Verder een dunne, zilveren halsketting met daaraan kleine zilveren bedeltjes. Ik denk dat dat het juiste woord is. Herinneringen, cadeautjes die bij een theaterproductie horen. Shakespeare Verliefd, Anne Frank, Ubuntu, A58, Lucia de Moucheron, Anatevka, Umoja en nog een paar dierbare herinneringen. En in mijn rechteroor een zilveren ringetje.

56. Vinden kinderen jou leuk?

Ja, dat denk ik wel. Eerst moeten ze wel even aan mijn ‘donkere uitstraling’ wennen. Ik heb jarenlang een grote bos donker krullend haar gehad. Dat schrikte kinderen nog wel eens af. Ik herinner me een meisje van een jaar of drie, vier in een grote lift. Ze keek me met grote ogen aan en ze zei: “Een leeuw”. Niet bang, hooguit verbaasd. Haar ouders geneerden zich dood. Ik vond het geweldig. En als kinderen in de gaten krijgen dat ik graag verhaaltjes vertel dan denk ik wel dat zij mij ‘leuk’ vinden. In Mozambique blijven jonge kinderen wel op grotere afstand van me … zo’n grote WITTE man. Wel een beetje eng en dat is vast niet ‘leuk’ in hun ogen.

Meer lezen in deze 1000 vragen serie? Klik HIER.