Tags

, , , ,

Twee weken geleden schreef ik dat mijn D.I.R.E. weer voor een jaar geregeld is. Joepie. Die dag kreeg ik alvast een betaalbewijs mee. Na twee weken mag je dan het echte kaartje – de grootte van een rijbewijs – komen ophalen.

Ik schuif aan bij loket 1. “Nee, uw verblijfsvergunning is nog niet bij ons bezorgd. Kom volgende week nog even terug.” “Ja maar ik ga dit weekend even naar Zuid Afrika en dan heb ik dat document nodig.” “Dan kunt U een voorlopig uitreisdocument aanvragen.” “Waar?” “Bij de kassa van ‘documenten’.”

Ik vind loket 2. Een medewerker van de emigratiedienst zit met zijn volle aandacht – achter de balie – een spelletje te spelen op zijn iPhone. “Boa tarde”. Geen reactie. “Hallo, goede middag, sorry dat ik u stoor in uw … werk.” “Ja, wat wilt U?” “Ik wil graag een voorlopig uitreisdocument want mijn D.I.R.E. is nog niet geleverd.” “Okee, dat kost 50 meticais.” Ik betaal. “Mag ik uw pen even lenen?” Dat mag, hij zit alweer met volle aandacht in zijn spelletje.

Ik vul het formulier in en ben verbaasd over het aantal vragen. Waarom moet ik bijvoorbeeld de namen opgeven van mijn beide ouders? Mijn lengte? De kleur van mijn haar, de kleur van mijn ogen? Het adres van mijn werkgever? Ik vul alles keurig in. Ik loop terug naar loket 2. Ik lever het ingevulde formulier in. “Waar is de kopie van het betaalbewijs?” “Euh, pardon?”.

Ik loop naar buiten op zoek naar een copyshop. En schuif even later opnieuw aan bij loket 2. Ze kijken naar de papieren inclusief kopie. Er wordt een stempel gezet. Nu moet ik gaan betalen, wordt er gezegd. “Waarvoor moet ik nu weer betalen?” “Voor het voorlopige uitreisdocument.” “Ja maar dat heb ik toch daarnet al betaald.” “Nee, dat was het aanvraagformulier.” Betalen moet bij loket 3.

Bij welk loket kan ik terecht? Bron: ecris.nl

Bij welk loket kan ik terecht? Bron: ecris.nl

Ik schuif aan bij loket 3. Goede middag.” “Goede middag.” “Ik moet hier betalen voor iets dat ik niet begrijp.” “Wat begrijpt U niet?” “Ik heb twee weken geleden mijn D.I.R.E. geregeld en betaald. 19.200 meticais. Dat is veel geld nietwaar.” Geen reactie. “Uw dienst heeft mijn kaart nog niet klaar en ik wil dit weekend even weg.” “Ja, dan kunt U een voorlopig reisdocument aanvragen.” “Ja, dat weet ik. Ik betaalde daarnet 50 meticais voor een aanvraagformulier en nu moet ik bij U weer 126 meticais betalen voor dat document.” “Dat klopt, dus U weet hoe het in zijn werk gaat.” “Ja, dat weet ik maar ik begrijp niet waarom IK moet betalen voor iets dat U nog niet in orde heeft gebracht.” “Tja, zo zijn de regels.” Ik lach en zucht in één adem. Ik betaal en loop met mijn kassabon opnieuw naar loket 2.

De gamende medewerker is vertrokken. Ik schuif aan bij een collega. Ik lever de papieren in. Er wordt vluchtig naar gekeken. Ik moet mijn telefoonnummer noteren op de achterkant. “Waarom?” “Dan kunnen we U bellen.” “Ja, maar waarover?” “Dat weet ik niet.” “Als U dat niet weet waarom moet ik dan mijn telefoonnummer geven, U heeft al de namen van mijn overleden ouders, de kleur van mijn ogen …” Nu wordt er aan de andere kant gezucht. Ik schrijf een willekeurig nummer op. Ik krijg de kassabon met een nieuwe stempel. “Morgen kunt U terugkomen om het voorlopige uitreisdocument op te halen.” “Hoe laat?” “Vanaf half acht.” “Is het document er zeker om half acht?” “Nee.” “Wanneer dan wel?” “Morgen vanaf half acht.”

Ik loop weg. Alweer geïnspireerd voor mijn bijna dagelijks stukje. En als je denkt dat zoiets alleen maar in Mozambique gebeurt dan kan ik je geruststellen (of teleurstellen). Het kan nog veel en veel erger. Ik las een paar dagen geleden het blog van Anna. Een Vlaamse collega-blogger. Lees maar eens hoe Kafka ook in Vlaanderen ronddwaalt … Kafkaiaans. Bij haar vergeleken stelt mijn half uurtje helemaal NIETS voor.