Tags

, , , , , , , , , , , , ,

Of ik ooit alle 1000 vragen zal beantwoorden, betwijfel ik. Voor nu, het antwoord op de volgende veertien vragen. En daarna zien we wel weer verder. Ja toch?

71. Van welk woord krijg je de kriebels?

Van het woord ‘kanker’. En dat hoef ik niet uit leggen, lijkt me. Waarschijnlijk was deze vraag niet zo bedoeld maar ik kan niet iets anders antwoorden.

72. Ben je ooit op tv geweest?

Ja, met enige regelmaat. Dat heeft dan meestal met mijn werk te maken. In Oeganda, Zimbabwe en Mozambique hadden we een jarenlang, wekelijks programma op de nationale televisie en dan wordt de artistiek leider heel vaak om commentaar gevraagd. In Nederland was ik jaren geleden het hoofdonderwerp van ‘Het Klokhuis’ (NTR). Zij noemden die aflevering: ‘De Testacteur’. Het beroep ‘rollenspel-acteur’ stond centraal in die uitzending. De eerste keer dat ik op televisie kwam was waarschijnlijk in een BRT-programma: ‘Vergrootglas op de postzegel’. Mijn vader was centrale gast en er waren beelden te zien van onze postzegelclub op het Sint Gabriëlinstituut in Boechout. Ik denk dat het in 1969 was.

73. Wanneer was je voor het laatst zenuwachtig?

Vanochtend. Ik had een afspraak met een plaatselijke aannemer over een offerte. De goede man spreekt geen Engels en als het over getallen gaat in het Portugees, moet ik heel erg goed opletten. Ik kan me zomaar vergissen. Zegt hij zes of zeven? Of zesduizend of zestigduizend? Zeker als ze dan ook nog gaan goochelen tussen Meticais en Dollars. Gelukkig helpt dan het opschrijven van getallen. Dan is er geen onduidelijkheid.

74. Wat maakt thuis thuis voor jou?

Dat is een mooie vraag zeker als je weet dat ik al jaren vertel dat ik twee thuizen heb. In Bergen op Zoom en in Djonase (Mozambique). Het grote verschil tussen de twee is de hoeveelheid spullen. Ik wilde ‘rommel’ opschrijven maar dat is het niet alleen. In Bergen op Zoom ligt bijna zevenentwintig jaar geschiedenis. Deels in spullen, deels in herinneringen. En daar zijn de buren belangrijk, zij zorgen ervoor dat ik echt weer thuis kom. En de kinderen en kleinkinderen die daar op bezoek komen. En hetzelfde kan ik zeggen over mijn andere thuis. Daar maakt Isabel het tot een thuis.

75. Waar haal je je nieuws vandaan?

Via internet, zeker als ik in Afrika ben. Dan klik ik dagelijks nu.nl aan en ook via de Nederlandse en Vlaamse kranten- web-sites blijf ik op de hoogte. Ik koop artikelen via Blendle als ik wat meer wil lezen dan alleen maar de koppen. En soms een bijdrage van De Correspondent. Ik kijk afwisselend naar BBC-World en CNN. Ook de Engelstalige Al Jazeera heeft goede reportages. Ik lees een  Engelstalig Mozambikaanse web-krant. In Nederland koop ik met grote regelmaat Vrij Nederland, HP-DeTijd en de Volkskrant. Ik kijk naar Nieuwsuur als ik thuis ben – en zin heb – en heel af en toe naar Pauw.

76. Wat is je favoriete sprookje?

Ik vind dit een leuke vraag maar ik heb niet onmiddellijk een antwoord. Ik denk: Aladdin en de wonderlamp. En Ali Baba en de veertig rovers. Iets exotischer dan Roodkapje, Vrouw Holle, Hans en Grietje, Klein Duimpje of Het Meisje met de zwavelstokjes. Dat is teveel bos en te grauw. En ik ben niet zo van de prinsessen. Ik wil de zon voelen en de wereld zien. Dus ook Peter Pan komt al wat meer in de buurt. Ik hou het op Aladdin.

Aladdin

Aladdin

En dat ik Jasmine de leukste Disney-prinses vind, is vast geen toeval.

Ik heb mooie herinneringen aan ‘De Rattenvanger van Hamelen’ en ‘Boer Gilles van Ham’ (Tolkien). Deze twee sprookjes heb ik samen met anderen vele malen uitgevoerd in een vrije theaterbewerking. Op scholen, op festivals, in theaters.

77. Wat is jouw humor?

Volgens mij heb ik daar al eens eerder – niet zo heel lang geleden – iets over geschreven. Ik hou meer van woordgrappen, taal-spitsvondigheden. Eerder wat droge humor. Doordenkers. Er mag best een boodschap in humor verscholen zitten. Maar ook de idiote humor van Bert Visscher kan me bekoren.

78. Hoe vaak sport je?

Dat had je nou niet moeten vragen. Een duidelijk antwoord: te weinig.

79. Ben jij onvergetelijk?

Wat moet ik daar nu op antwoorden? Nee, natuurlijk niet. Het is fijn dat mensen zich nog iets van me herinneren. Maar ik heb niet de illusie dat ik daarmee onvergetelijk ben.

80. Welke twee dingen kun je niet missen?

Ik denk dat je uiteindelijk alles kunt missen. Aanpassen luidt dan de boodschap en doorgaan. Roeien met de riemen die je dan hebt. Als ik dan toch iets moet antwoorden – en dan laat ik mijn geliefden buiten beschouwing – dan is het mijn laptop, of beter gezegd … een laptop of computer met internet. En geld natuurlijk. Voor eerste levensbehoeften als voedsel en onderdak.

81. Wat zou je doen als je vijf jaar in de gevangenis zat?

Goeie vraag. Ik hoop dat me dat nooit overkomt. Ik zou eerst voorzichtig proberen mijn plek te vinden in de gevangenis-gemeenschap. En dan zal ik proberen om het ‘leven’ daar te veraangenamen door eens iets te organiseren voor- en met mede-gevangenen. Dat is het romantische beeld dat ik erbij heb. Ik weet het. De werkelijkheid zal eerder zijn: overleven en je zo weinig mogelijk bemoeien met anderen. Op cel hoop ik dat ik me kan concentreren op een studie. Via de Open Universiteit of iets dergelijks. Kunstgeschiedenis. Portugees voor gevorderden. En veel lezen.

82. Waar werd je vroeger blij van?

Vroeger. Wat is vroeger? Als kind werd ik blij als we in Antwerpen mosselen gingen eten en daarna naar de film gingen. Of naar het (jeugd)theater. Ik denk dat ik meestal wel blij was met hoe het eraan toeging bij ons thuis. Veel uitstapjes en veel op vakantie. En ik werd blij wanneer ik een spel of een quiz won. Of een kaartwedstrijd, een speurtocht of een autorally.

83. In welke outfit voel je je mooi?

Als het Isabels goedkeuring heeft gekregen. Ik geef niet zo heel veel om ‘outfits’ en mooi zijn. Ik draag met enige regelmaat Afrikaanse hemden. Meestal van ‘Presidentieel Shirt‘. Dat is mooi. Ik draag heel zelden pakken, overhemden, stropdassen, chique schoenen maar als ik ze draag dan krijg ik vaak complimenten. En natuurlijk voel ik me dan goed. Mooi gaat me wat ver …

84. Wat ligt er op je nachtkastje?

Een lamp. Een doosje met pilletjes voor bloeddruk en cholesterol met een glas water. Mijn e-reader en smartphone draag ik meestal met me mee en liggen dus op mijn nachtkastje als ik naar bed ga en slaap.