Tags

, , , , , ,

We wonen nu ruim zeven maanden in ons nieuwe huis dat we bijna een jaar geleden hebben gekocht. Tussen februari en april heb ik met enige regelmaat geschreven over de verbouwing. Sinds eind oktober zijn de bouwvakkers weer wat actiever. Zij zijn afhankelijk van het weer en de willekeur van de aannemer. Hij verdeelt de opdracht tussen verschillende onder-aannemers. Maar eind deze week of begin volgende week hopen we een streep te zetten onder weer een deelproject. De finish is in zicht.

Foto uit © Bahamontes (Wielertijdschrift)

Foto uit © Bahamontes (Wielertijdschrift)

Het blijft onvoorstelbaar hoe er geklungeld wordt. Je moet er echt bovenop blijven zitten. En telkens corrigerend optreden. Dan gaat het meestal goed. De afgelopen twee dagen was ik nauwelijks thuis en werd er gewerkt zonder kritische opdrachtgever. En wat gebeurt er dan … een meterkast wordt – scheef – op de verkeerde muur geplaatst. Dat moet dus opnieuw. Dure tegels die later voor een buitendouche bedoeld zijn, vind ik terug onder een geïnstalleerde – lekkende – pomp. Twee zakken cement liggen ongebruikt klaar. Grrr. Ergernis. Weghalen en opnieuw beginnen. En dan maar hopen dat ze niets – per ongeluk – breken …

Aannemer bellen. Eerst vriendelijk en dan boos worden.

  • HIJ: “Nee, U – de opdrachtgever heeft de pomp (nieuw) gekocht dus U bent verantwoordelijk.”
  • IK: “Nee dus – [enkele krachttermen] – ik kocht die specifieke pomp in die specifieke winkel op aanraden van U, meneer de aannemer. U was er zelf bij in de winkel en de factuur en garantiebewijs staan op uw naam. Dus ga zelf maar terug en ga het regelen. En hoe bestaat het dat uw technicus het werk verlaat als hij weet dat de pomp lek is?”

Mijn enige wapen is NIET BETALEN tot het in orde is. Dat heb ik al geleerd. Niet betalen of dreigen met niet betalen. O ja, nog zo iets. Er lag gisteren nog heel veel bouwafval – steen, restanten cement en beton-resten. IJzer, restanten van elektriciteitssnoeren. Ik wilde dat allemaal opgeruimd hebben. Ik kwam vanmiddag thuis en op het eerste zicht leek het min of meer schoon. Maar ik zag geen berg verzameld afval. Wat blijkt? Ze hebben er wat zand over gestrooid. Het zit gewoon iets minder dan vijf centimeter onder de grond. Niets opgeruimd. Grrr. Dus weer een boze telefoon en dan gaan de aannemer en onder-aannemer elkaar de schuld geven. De onderaannemer is boos omdat hij nog niet is betaald door de aannemer. En die op zijn beurt zegt dat Sr. Koen nog niet heeft betaald. Een soort catch 22. Maar niet heus. Ik hou mijn poot stijf en heb maar met één iemand te maken: de aannemer. Ik betaal niet tot het helemaal klaar is. Hij heeft trouwens al een tijd geleden 50% van het totale werkloon gekregen. En ik heb zelf alle materialen gekocht. Dus waar doet hij moeilijk over? Ik weet ook dat hij achteraf bij ‘mannetjes’ en bedrijven waar ik – op zijn voorspraak – de materialen koop, zijn ‘commissie’ (tipgeld) gaat ophalen. Vaak oplopend tot 20%. Zo gaat dat hier.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Als de ‘bazen’ vertrokken zijn, blijft het werkvolk achter voor wat laatste dingetjes van die dag. En dan moeten ze hun plan maar trekken. Dan begint het bedelen bij mij.

  • ZIJ: “Patrão, krijg ik wat geld voor eten, ik heb geen geld voor de bus. De baas betaalt me niet en mijn kinderen hebben honger. Enzovoort.” Ze proberen me uit wetende dat witte mensen gevoelig zijn voor dit soort zaken.
  • IK: “Jammer jongens maar ik kan jullie niet helpen. Het spijt me.”

Het zijn de laatste loodjes. Alweer een deelproject – bijna – afgerond. Even pauze en dan weer verder.