Tags

, , , , , , , ,

Een titel die mogelijk een aantal extra hits zal opleveren. Maar waarschijnlijk zijn toevallige bezoekers op zoek naar informatie over de woelige studentenprotesten in Europa. Hen moet ik teleurstellen. Sorry. Dit gaat over mijn Mei 1968. Terwijl jongens en meisjes – die gemiddeld zo’n zes tot tien jaar ouder zijn dan ik opkwamen voor meer democratische rechten – volgde ik met mijn leeftijdgenoten de tweejarige ‘catechismus-lessen’. Het eerste jaar bij juffrouw Janbroers en het tweede jaar bij onderpastoor Willems. Er werd toegewerkt naar het grote moment: de Plechtige Communie en het Vormsel. Een hoogtepunt als je in het zesde leerjaar zit. Ik was een jonge leerling – geboren eind oktober – ik was dus elf toen ik werd gevormd tot ‘Soldaat van Jesus’.

Soldaat van Jesus

Waarschijnlijk denk je nu ‘Koen overdrijft, wie noemt zichzelf nu Soldaat van Jesus’? Brrr. Grrr. En toch hebben mijn ouders deze term gebruikt op het traditionele communie-prentje. En waarschijnlijk vond ik dat helemaal goed. Ik ben katholiek opgevoed, zoals de overgrote meerderheid bij ons op het dorp. Niet fanatiek, geen pilarenbijters. Gewoon in de traditie van ouders, grootouders enzovoort. Het tweede Vaticaans Concilie had de kerk ook veel toegankelijker gemaakt. Andere plaats van het altaar, alles in het Nederlands. Ik werd een enthousiaste misdienaar. Ik schreef er al eerder over … ik heb altijd al graag op een podium gestaan. En daar horen verkleedkleren bij.

Goed, ik wilde niet schrijven over mijn kerkelijk verleden maar over de term ‘Soldaat van Jesus’. Blijkbaar was dat volstrekt aanvaard taalgebruik in die dagen. Nu klinkt het erg ‘krijgslustig’. Een volgeling van een religie vergelijken met een soldaat. Zijn het niet exact dezelfde termen die jihadistische strijders gebruiken? Weliswaar niet van Jesus maar wel in naam van hun God. Brrr. Grrr.

‘Taal’ … soms gebruikt als wapen, gebruikt om te indoctrineren. Ik blijf taal gebruiken om te vertellen, soms om te troosten, om te inspireren. Achtenveertig jaar geleden ging ik op mijn knieën voor de bisschop van Antwerpen en werd ik gevormd. Ik herinner dat hij me een kruisje gaf en een klap met twee vingers op mijn rechterwang.

In dezelfde beeldspraak ben ik al heel lang ‘een deserteur’. Het fijne van opruimen is dat je zaken die je (bijna) vergeten bent weer tegenkomt. Zoals mijn kaartje / prentje uit mei 1968. En dat levert dan weer een stukje op voor mijn weblog.