Tags

, , , , , , , , , , ,

Alweer bijna tien dagen geleden dat ik iets schreef op mijn weblog. Heb ik geen inspiratie? Heb ik niets te vertellen? Nou nee. Het komt er gewoon niet van. In Mozambique krijg ik meerdere malen per dag een ‘klik’ in mijn hoofd … klik – alweer een mogelijk onderwerp. In Nederland gebeurt dat wat minder. Omdat ik me er minder voor openstel of omdat ik wat minder verwonderd ben om bijzondere zaken te zien. En wie zit nu te wachten op mijn bespiegelingen op het dagelijkse leven in de Lage Landen? Iets over de kabinetsformatie? Over kleindochter Carmen die vandaag vijf jaar wordt? Ik zou iets kunnen schrijven over voetbal. Over mijn bijna voetbal-desinteresse de laatste weken. Of over Tom Dumoulin? Prachtige overwinning trouwens in een spectaculaire Giro. Moet ik meer schrijven over de theaterproducties waar ik bij betrokken ben? Dat komt nog wel.

Laat ik maar aan een nieuw thema beginnen. Vervoer. Dat klinkt saai maar ik ga wat stukjes schrijven over: de trein, de fiets, de auto, het vliegtuig. Niet noodzakelijk in deze volgorde en niet dagelijks. Vandaag over de trein. Ik en de trein. Laat ik eerst vertellen waar deze ‘klik’ vandaan komt. Met enige regelmaat plof ik thuis neer op de bank. Televisie gaat aan en ik zap en ik zap en ik zap nog meer. En dan beland ik soms bij de EO. Deze omroep brengt al jaren de serie ‘Rail Away’. Over treinen en mooie treinroutes. En dan blijf ik altijd hangen. Een beetje meereizen met de trein vanop de bank. Wegdromen naar mooie bestemmingen op het ritme van het spoor. De liefde voor treinen is er met de paplepel ingegoten. Mijn grootvader (Den Bompa) werkte zijn hele leven bij ‘Den IJzeren Weg’. Elk jaar bracht Sinterklaas nieuwe onderdelen – locomotieven, wagons, sporen, wissels – voor onze Märklin treinen.

Ik heb – op een korte periode na – nooit dagelijks met de trein gereisd. Toch zit ik best vaak in de trein. Op weg naar een werkafspraak. Of op weg naar een voorstelling of een museum. Een boek en de krant gaan mee. Een beetje lezen en dan wegdoezelen. Af en toe een praatje maken met een toevallige medereiziger en tegenwoordig kan ik online gaan met free wifi in de trein. Ik heb een aantal grotere treinreizen gemaakt. Niet heel veel. Ik zou er best meer willen maken. De eerste internationale treinreizen waren van Boechout (in Vlaanderen) naar Harlingen Haven (Nederland).

Trein naar Harlingen Haven

Op weg naar Terschelling. Die reis heb ik vaak gemaakt. In beide richtingen. In de 70’er jaren moest de machinist nog uitstappen bij de overweg tussen het station van Harlingen en het station van de haven. Hij bediende dan handmatig de slagbomen. Ook herinner ik me de trein-reizen met de Ziekenkas (CM). Van Antwerpen Oost naar Zwitserland. Melchtal (met de 14-jarigen – ik was 13) en naar Glüringen. Met speciale treinen vol kinderen. Vertrek in de namiddag en de volgende morgen wakker worden in Zwitserland. Heel speciaal.

Later volgde de eerste rit door de Kanaaltunnel met de Eurostar. En de eerste keer met de Thalys naar Parijs. Een treinreis naar Milaan met de (voetbal)vrienden. Treinen in Wales en Engeland. Met de trein naar Keulen. Met de trein in ruim acht uur van Bangkok naar Sisaket in Thailand. Van New York naar Philadelphia. Met de trein naar Pisa en Firenze. En in 2009 de hoogmis van het treinen: De Trans Siberië Express.

Zomer 2009

Ik heb er al vaker over geschreven. In vijf dagen (en nachten) van Moskou naar Irkoetsk in Siberië. Daarna overstappen op de Trans Mongolië Express. Van Irkoetsk naar Ulan Bator. En tenslotte de Trans Mantsjoerije Express van Ulan Bator naar Beijing. Een schitterende reis. Ik vond het heerlijk. En tegelijkertijd ook saai want de eerste drie – bijna vier dagen – zie je niets behalve bomen. Geen weidse vergezichten. Geen spectaculaire bruggen over kronkelende rivieren. Nee, de bomen beletten alle uitzicht. Het doorkruisen van het Oeralgebergte gebeurde jammer genoeg in de nacht. En toch vond ik deze treinreis geweldig. Het eindeloze ritme van kedeng kedeng kedeng brengt je in een andere gemoed-toestand. Ik deelde mijn coupe met een Russische moeder en haar dochtertje en een Nederlandse vrouw. Ik vergelijk deze treinreis als het verblijf op een camping. De eerste dag verken je enkel je eigen camping-veldje. Een wandeling naar de wc / douche of naar de samowar. Een praatje met je buren. Dat is genoeg. De volgende dag maak je een grotere wandeling. Je ontdekt de andere veldjes (wagons) en de restauratiewagen. En elke drie of vier uur maakt de trein een stop op een groot, tussengelegen station. Op de informatieborden kun je lezen hoe lang de trein halt houdt. Meestal tussen de 8 en 15 minuten. Ik haastte me dan meestal naar het plein voor het station. Even iets opsnuiven van de stad. En dan weer terug naar het perron. Wat fruit kopen of een pak koekjes. De plaatselijke bevolking staat bij aankomst al klaar op het perron met handkarren vol lekkers.

Verkoop op de perrons

En daar gaan we weer. Op weg naar het oosten. Elke dag een tijdszone verder. Elke dag heeft daardoor maar 23 uur.

Ik vond het heerlijk. Mooie en bijzondere ontmoetingen met medereizigers. Veel gelezen. Me overgeven aan het ritme van de trein. Het is zoveel meer dan de simpele verplaatsing van A naar B zoals je dat met een vliegtuig wel doet. En terwijl ik dit zit te schrijven, krijg ik zin om weer een (grote) treinreis te maken. Iets voor volgend jaar … In Mozambique zijn de mogelijkheden beperkt. Je kunt met de trein van Maputo of Komatipoort naar Kaapstad. Of van Livingstone (Zambia) naar Dar es Salaam (Tanzania) …

Trein routes zuidelijk Afrika

In de serie: VERVOER

Advertenties