Tags

, , , , , , ,

Van het ene komt het andere. Gisteren schreef ik over de trein. Daar is veel meer over te schrijven dan dat ene stukje. In de trein lees ik. Ik denk dat veel mensen dat doen. Zeker in de ochtenduren wordt de gratis metro-krant door velen gelezen. Een nieuwe activiteit op de trein is ingegeven door de smartphone. Spelletje spelen, berichtjes sturen, filmpje kijken. Ik heb het idee dat het lang en luidruchtig met elkaar bellen wat is afgenomen.

Als ik iets wil schrijven over ‘lezen in de trein’ moet ik natuurlijk beginnen met het verhaal van mijn ouders (zaliger). Zij hebben elkaar ontmoet op de trein. Zittend in hetzelfde coupe en je raadt het al … lezend. In hetzelfde boek. ‘Bartje’ van Anne de Vries. Ze raakten aan de praat en meer dan zestig jaar later schrijft hun oudste zoon dit stukje.

De eerste jaren nadat we vanuit Friesland in West Brabant zijn gaan wonen, ben ik nog heel vaak op en neer gependeld tussen Leeuwarden en Bergen op Zoom. Met de trein. Op een van deze reizen ontmoette ik twee medereizigers die zaten te lezen. Meestal werp ik een stiekeme blik op hun boek. Heel soms begin ik dan een gesprekje. Ook die dag sprak ik mijn lezende mede-reiziger aan. De eerste was een blinde man. Hij kwam tegenover me zitten en haalde een braille-tijdschrift uit zijn tas. En begon te lezen. Uiteraard met zijn vingers. Ik keek gefascineerd toe.

Braille tijdschrift

Ik kon het niet laten en sprak hem aan. Ik zei dat ik niet wist dat er ook braille tijdschriften bestaan. Boeken dat wist ik wel. We hadden een kort gesprek, volgens mij stapte hij uit in Zwolle. Het laatste moment gaf hij mij dat tijdschrift. Hij had het uit. Ik heb het jaren bewaard en waarschijnlijk ligt het nog wel ergens achter op een plank.

Geen uur later komt er een andere man naast me zitten en hij haalt ook een boek uit zijn koffertje. En hij begint te lezen. In een dik boek met noten. Het boek van een dirigent.

Partituur van een dirigent

En opnieuw kijk ik met open mond naar deze lezende man. Voor de tweede keer op dezelfde trein, op dezelfde dag zit ik naast een lezende man maar ik kan hun boeken niet lezen. Geen woord, geen letter. En ook deze man wordt door mij aangesproken. Wat dacht je anders? “Hoort U wat U leest?” is mijn eerste, voorzichtige vraag. “Ja”. Ik schud mijn hoofd en zeg dat ik het fascinerend vind en dat ik enigszins jaloers ben. En ik vertel hem over de ontmoeting met de blinde man. Wat ik kan bewijzen met het braille-tijdschrift. We hebben een praatje gemaakt dat ik me niet meer herinner. Even later stapt ook hij uit.

Wat ik zelf zat te lezen die dag weet ik niet meer. Van sommige boeken weet ik nog wel waar ik ze heb gelezen. Herinneringen aan een boek gekoppeld aan een vakantie-plek. Zo herinner ik me dat ik ‘Zout op mijn huid’ (Benoite Groult) en ‘Ver heen’ (Piet Kuiper) heb gelezen op de trein van Leeuwarden naar Boechout. En beide keren was het boek uit op mijn eindbestemming. ‘De Schaduw van de Wind’ (Carlos Ruiz Zafón) las ik op de Transsiberië Express.

In de serie LEZEN en VERVOER

Advertenties