Tags

, , , , ,

Mijn moeder, mijn oma, mijn tante Lief en mijn opa (1939)

Het huis waar ik ooit woonde (Deel 2)

De zolder met zijn met verborgen hoekjes was een geliefde plaats voor mij en mijn vriendinnetjes. Het was er schemerdonker, griezelig en geheimzinnig. Er was altijd iets te ontdekken. Het licht viel spaarzaam door kleine dakramen. Het hele jaar hing er een geur van stof, mottenbollen en en van een niet geluchte ruimte. Alleen in herfst en winter kwam een vleugje appelgeur de zolder binnenzweven bij het openen van de deur van de mansardekamer waar het fruit bewaard werd.

Aan het huis zelf waren nog verschillende bijgebouwtjes die wij ‘stallen’ noemden. Zo was er de kolenstal. Voor deze plaats was ik écht bang. Het was er aardedonker. Er was alleen licht wanneer de deur openging. Het was ook mijn ‘strafplek’. Als ik stout was, werd ik voor een klein vergrijp in de hoek gezet. Als de zaak ernstiger was, moest ik in de stal. De keren dat dit gebeurde zijn gemakkelijk op één hand te tellen. Ik denk dat ik er nooit langer dan vijf minuten zal verbleven hebben, want ik schreeuwde moord en brand en beloofde alles wat mijn vader mij vroeg. Een verwijzing naar die plek was al voldoende om mij opnieuw in het gareel te krijgen.

Het beeld van onze tuin staat onuitwisbaar in mijn hart en in mijn geheugen. Het was een heel grote tuin, feitelijk een klein park. Er was een druivenserre, een groententuin en er stonden veel bomen en bessenstruiken. Maar het grootste gedeelte was siertuin. Mijn ouders hielden heel veel van bloemen. Een kleurenweelde streelde het oog het ganse jaar door. In het achterste deel zag je een vijvertje met bruggetje, een Lourdesgrot en een groot terras met treurwilg die schaduw gaf. In de tuin waren veel prieeltjes en zithoeken zodat bij het ‘moeder-en-vaderja-spelen’ met mijn vriendinnetjes ieder een eigen ‘woonst’ kon hebben.

Ik heb in mijn geboortehuis gewoond tot ik getrouwd ben. De herinneringen eraan zijn me heel dierbaar. De vele foto’s zijn een tastbaar souvenir. Ik bezoek nog regelmatig mijn geboortedorp omdat er nog familie woont. Maar met pijn in mijn hart zie ik, hoe niet alleen het huis en de tuin, maar het ganse dorp is meegesleurd in de maalstroom van de veranderende moderne tijden.

Tekst is geschreven op 12 september 2000 door Lutgart De Smedt (1930 – 2015)

In de serie: KOEKJESTROMMEL

Advertenties