Tags

, , , ,

Wie weet nog wat hij precies vijftig jaar geleden deed? Op 6 augustus 1967. Waarschijnlijk zal (bijna) iedereen die deze vraag leest, ontkennend moeten antwoorden. Ik weet nog veel van die dag. Natuurlijk omdat dit een gedenkwaardige dag is in mijn leven. Ik vertel wat meer onder de foto.

Mijn familie – voorjaar 1962

Op de bovenste rij: Frans Schyvens, mijn vader. Lutgart De Smedt, mijn moeder. Emilia Claes, mijn bomma. Jules Schyvens, mijn bompa. En voorop Koen Schyvens, ikzelf hehe en Bart Schyvens, mijn broer.

Verdrietig maar waar is het feit dat ik de enige ben die nog in leven is. Jeetje. Zucht. Ik wil het vandaag hebben over mijn Bomma en die dag, precies vijftig jaar geleden.

Wij waren op zomervakantie op Terschelling. We zouden bijna twee maanden wegblijven. Mijn ouders zaten in het onderwijs – dus vakantie van 1 juli tot 1 september. Wij kampeerden op Camping Tante Doortje in Hoorn (Terschelling). Het was onze tweede vakantie op Terschelling. Ik herinner me onze bruine bungalowtent. Links en rechts een slaapcabine en achteraan een uitbouwtje dat als keuken dienst deed. Het was een zeer eenvoudige camping. Twee houten hokjes die dienst deden als toilet en volgens mij was er toen nog geen douche. Dat deden we onder een pomp met een kan water. We stonden tussen de families Obbens (uit Groningen), Wetsema (uit Groningen), Rodermond (uit Groningen), Dijkstra (uit Franeker) en Elzer (uit Sneek). Op het grote veld stonden de familie Postmus (uit Sneek) en twee families uit Amersfoort. Vaste gasten van de camping en onze zomer-vrienden voor heel veel jaren. Tante Doortje runde de camping. Een weduwe (de eigenaresse) die voor dag en dauw op de fiets naar de camping kwam om vuilnis op te halen en schoon te maken. Ze fietste wijdbeens en droeg altijd rubberlaarzen. Een aardige vrouw waar wij ontzag voor hadden. Onze dagen waren gevuld met spelen, speurtochten, wandelen, vliegeren, mossels plukken, fietsen, kaarten, garnalen vissen, naar het strand, zeekraal plukken, tochtjes met Piet Hek en zijn huifkar naar het Amelandergat. Een geweldige tijd. Tot de morgen van 6 augustus 1967. Tante Doortje kwam aanfietsen tot op het kleine veldje. Op een uur dat zeer ongebruikelijk voor haar was. Ik denk een uur of half tien ’s morgens’. “Schyvens moet meekomen” was haar simpele boodschap. “Er heeft iemand gebeld voor Schyvens en die persoon belt zometeen nog een keer.” Mijn vader ging met haar mee naar het huis van de weduwe Doeksen. Daar hoorde hij een bericht van zijn oudste broer. Hun moeder – mijn bomma – lag plots op sterven. Ze was al lang ziek en bedlegerig. Maar nu was het ernst. Mijn vader kwam terug, vertelde ons het trieste nieuws en we gingen meteen tot actie over. Alles opruimen en zo snel mogelijk inpakken. We kregen veel hulp van mede-kampeerders. De auto werd geladen. De hele camping zwaaide ons uit. Even later stonden we bij de boot op West. Natuurlijk zonder reservering. In die tijd konden amper twaalf tot vijftien auto’s mee met de boot.

Ik herinner me nog heel goed dat mijn vader de mannen van Doeksen (de rederij) om voorrang vroeg. Natuurlijk vertelde hij dat zijn moeder op sterven lag. Een plaats konden ze niet toezeggen. Het werd een uur angstig afwachten en duimen. En het allerlaatste moment mochten we aan boord. Overtocht geregeld. Oef. Daarna volgde de lange terugreis vanuit Harlingen naar Boechout. Er waren toen veel minder snelwegen dan vandaag. We kwamen in de avondschemering aan in de Frans Segherstraat. De auto stopte voor de deur van mijn grootouders. Nonkel Gust kwam naar buiten. Er werden een paar woorden gewisseld en wij (mijn broertje en ik) moesten in de auto blijven zitten. Het wachten duurde uren in mijn verbeelding. Mijn moeder stapte weer in en vertelde ons dat de Bomma was overleden. Een kwartiertje voordat we in Boechout aankwamen. We moesten heel stil zijn en een gebedje opzeggen. We mochten niet naar binnen. Dat mocht wel de volgende dag of twee dagen later. Ik vertel daar een andere keer nog over.

Een dag die gemarkeerd is in mijn kinderbrein en geheugen. Mijn opa (de vader van mijn moeder) stierf in 1964 toen ik bijna acht was. Ook dat herinner ik me maar niet zo helder als het overlijden van de Bomma en onze terugreis uit Terschelling. Vandaag precies 50 jaar geleden.

In de serie: KOEKJESTROMMEL

Advertenties