Tags

, , , , , , , ,

Collega blogger Sandra – Genieten in Stijl – schrijft heel regelmatig over haar restaurant-bezoekjes. Korte (smakelijke) recensies. Vandaag schrijft ze over haar bezoek aan Chez Fred in Antwerpen. Ze bestelde steak tartaar en dat bracht mij terug bij heel wat aangename, culinaire momenten. Smakelijke herinneringen. Ik hou erg van steak tartaar. Je vindt het jammer genoeg zelden op een menukaart. Zeker niet in Afrika. Maar er was een tijd … ik vertel.

Gedurende twaalf jaar (2003 – 2014) bezocht ik voor mijn werk Zimbabwe. Twee, drie keer per jaar streek ik een paar dagen (soms weken) neer in Harare, de hoofdstad. Ook tijdens de grote crisisjaren. Ik bezocht en organiseerde met onze plaatselijke partners audities, concerten, festivals. We werkten mee aan televisieprogramma’s, we maakten shows en af en toe draafden we op bij een congres of een lezing. Het werd al gauw een traditie dat we met ons Zimbabwaanse team één keer per bezoek lekker uit eten gingen in het Meikles Hotel. Een luxe hotel met een lang (koloniaal) verleden. Vergane glorie maar het bestaat nog steeds. Versleten pluche. Veel rode lopers. Goud ornamenten. Op elke hoek een piccolo (m/v). Een restaurant met een pianist. En obers met witte handschoenen. En in het restaurant een uitgebreide kaart. In de ergste crisisjaren kreeg je vaak het vriendelijke antwoord dat iets net was uitverkocht. Maar nu komt het … er stond ook altijd ‘Steak Tartare‘ op de kaart.

Steak Tartaar

Dat bestelde ik bijna altijd. De eerste jaren leverde dat heel veel vragen op en nog meer gegruwel van Afrikaanse collega’s. Wat is dat? Eet jij rauw vlees? Grrr, griezel … en soortgelijke – vaak onderdrukte – reacties. Ik liet het allemaal van me afglijden want ik kreeg persoonlijk een chef aan de tafel. Hij komt aanrijden met een trolley met daarop – onder een cloche – mijn gehakte biefstuk met 12 kleine schaaltjes. Fijngehakte peterselie, fijngehakte uitjes, fijngehakte cornichons, fijngehakte sjalotjes,  fijngehakt bieslook, kappertjes, mosterd, worcester-saus, ketchup, tabasco, olijfolie, een eigeel, zout en de pepermolen. De ober mixt aan de tafel alle ingrediënten met het gemalen vlees. Ik krijg er frietjes en twee kleine broodjes bij geserveerd. Wat een verrukking. Heerlijk. Mmm.

Enfin, dit tafereel en deze poppenkast herhaalde zich twee, drie keer per jaar. Hahaha. Het werd mijn / onze Zimbabwaanse Grounddog Day. Koen bestelt – als een soort kannibaal – zijn steak tartaar in Meikles Hotel. En eerlijk gezegd at ik hooguit nog één of twee keer per jaar ergens anders dit gerecht. Meestal thuis. Of een keer op het vliegveld in Zaventem. Je moet ook niet overdrijven met iets dat je lekker vind.

Maar nu komt het. Ik denk dat het in 2011 was. Opnieuw met de collega’s in Harare uit eten. En wat zie ik? Of beter gezegd wat zie ik NIET? Steak Tartare staat niet meer op de kaart. Ik roep een ober en hij haalt er de Chef d’Hotel (of zoiets) bij. Hij herkent ons van onze regelmatige bezoeken en van ons televisieprogramma op de Zimbabwaanse televisie. Ik vraag naar de Steak Tartare. Die hebben ze van de kaart gehaald. Bij een jaarlijkse herziening van de gerechten ontdekten ze dat Steak Tartare gemiddeld (maar) zeven keer per jaar werd besteld. Daar nam ik er twee of drie van voor mijn rekening. De ober lacht wat nerveus maar bevestigt bij zijn baas dat ik zo’n rauw-vlees-etende klant bent. Er volgen excuses en ik krijg gratis de lekkerste biefstuk van het huis. Uiteraard gebakken – iets tussen blue en saignant in.

Tijdens onze vakantie onlangs in Thailand zijn we één keer in een Franse bistro gaan eten. En je raadt het al … ik bestelde Steak Tartaar. Als rechtvaardig jurylid moet  ik deze niet bestaande wedstrijd beslissen: 1 – 0 voor Zimbabwe. In Bangkok was mijn gerecht al in de keuken gemixt. Jammer. Leve de vergane glorie van Meikles.