Tags

, , , , , , , , , , , ,

Op internet lees ik dat ‘De Koning van de klucht’ is overleden. John Lanting werd 88 jaar. Ik heb heel verschillende herinneringen aan deze acteur / regisseur. Ik heb ooit een regie-workshop / masterclass bij hem gevolgd. Een heel interessante driedaagse. Ik hing aan zijn lippen, net als de andere elf deelnemers. Heel boeiend om hem te horen vertellen over zijn grote passie – theater, meer specifiek: de klucht. En over zijn grote voorbeeld: Peter Sharoff. Een van oorsprong Russische regisseur die furore heeft gemaakt met zijn regies van Tsjechov. (Drie zusters. De Kersentuin. Platanof.) Ik kom zo nog even terug op die masterclass van John Lanting.

John Lanting (1930 – 2018) Foto © Kijkkastsignet

Ik hou helemaal niet van kluchten. Ik ga er bijna nooit heen. Ik heb ze zelf nooit geregisseerd. Wel Tsjechov en Shakespeare. Ik zag ze wel af en toe als beoordelaar / jurylid. De Tros heeft veel kluchten geadapteerd, zoals dat met een chique woord heet. Ik keek af en toe. De Mounties. Theater van de Lach. Jon van Eerd. Nee, niet mij genre.

John Lanting werd ook verguisd. Ik herinner me dat Ine door haar goede vriendin Atie werd gevraagd om mee te komen demonstreren in Utrecht tegen John Lanting en zijn Theater van de Lach. Ergens in de 80’er jaren. Ik was er niet bij maar het ging vast over het vermeende seksisme en lol-broekerij over homo’s en lesbo’s in zijn stukken. Het werd een pittige confrontatie met de politie (of ME). Ze kwam ’s nachts thuis met heel veel verfspatten op regenjas en jeansbroek. Of iets met een waterkanon …

Terug naar de masteclass. John Lanting was een heel serieuze man en hij benaderde een klucht al even serieus. Ik herinner me een aantal van zijn uitgangspunten. Regels – zou je kunnen zeggen. Hij had een heel eigen methode ontwikkeld. Eerst was er heel veel aandacht voor de tekst. “Waarom zegt dit personage deze tekst?” Tekstanalyse alsof het een drama – een tragedie is. “Klucht is drama” herhaalde hij voortdurend. De personages vinden zichzelf absoluut niet grappig. Zij zijn bloedserieus. Het effect op het publiek is uiteraard heel anders. Het moeten volkomen geloofwaardige personages (mensen) zijn die in totaal ongeloofwaardige situaties terecht komen. En dat maakt het grappig. Hij was daar zeer uitgesproken in. Hij repeteert eerst tekst en dan nog eens tekst. Vaak rondom de tafel. En pas als alles duidelijk is, gaat hij de vloer op. En dan gaat het natuurlijk vooral over ritme, timing, enscenering en techniek.

Wij hadden als cursisten twee weken voor aanvang een scene per post ontvangen. Twee A’4tjes. Ik denk uit “Een trouwring mag niet knellen” maar dat weet ik niet meer zeker. En er zat de opdracht bij om deze tekst thuis 10 x luidop voor te lezen als voorbereiding. En een van de twee rollen min of meer van buiten te kennen. Ik leerde de tekst maar las dat hooguit een keer of drie luidop. Hij haalde ons – degenen die dat dus geen 10x hadden gedaan, zoals hij had gevraagd – er feilloos uit. In vier groepjes van drie werkten we aan die scene. Ik zat op de regisseurs-stoel met twee enthousiaste spelers. En John coachte zowel mij als de acteurs. Heel fijn om van een vakman met zoveel ervaring feedback te krijgen. Ik ging heel anders naar zijn werk kijken. Dacht ik …

Op de tweede avond keken we met z’n allen naar de video-registratie van hetzelfde stuk. Ik vond het opnieuw … helemaal niks. Erg ontgoocheld ging ik naar bed. Nee, klucht is niet mijn ding. Ik probeer het woord ‘onderbroekenlol’ te vermijden … maar toch. Zijn werkwijze vond ik top. Het materiaal spreekt me niet aan.

In de loop van de jaren volgde ik ook cursussen en masterclasses bij andere regisseurs. Aram Adriaanse, Dora van der Groen, Dirk Tanghe, Aus Greidanus Sr, Laurens Spoor en anderen. En van allemaal stak ik het nodige op. Heel fijne herinneringen – ook aan John Lanting.