Tags

, , , , , , , ,

In iets minder dan twee weken heb ik deze grandioze roman gelezen. Niet verslonden maar gelezen. Met aandacht – ook voor de vele citaten. Bijna 1250 bladzijdes. Het had best sneller gekund maar er was zoveel moois om over na te denken. En te genieten. In totaal acht boeken. Hoofdstukken zou je kunnen zeggen. En heel geregeld raadpleegde ik Wikipedia om wat meer te lezen over de historische achtergrond.

Het achtste leven (voor Brilka)

Het achtste leven (voor Brilka)

De uitgever schrijft:

Een monumentaal, Tolstojesk familie-epos dat zes generaties omspant tussen 1900 en nu. Acht levens van één Georgische familie, beginnend in een kleine stad tussen Georgië en Azerbaidzjan, waar een getalenteerde chocolatier zijn dochters grootbrengt en en passant een recept bedenkt voor een verrukkelijke chocoladedrank met gevaarlijke krachten. Het brengt hem rijkdom en aanzien, maar dat betekent in die tijd ook al spoedig een gevaar. Niza is de achterkleindochter van Stasia, een van de dochters van de chocolatier. Zij woont in Berlijn en vertelt op eeslepende wijze, maar ook met veel ironie en humor, de dramatische geschiedenis van haar familie en die van de ‘rode’ twintigste eeuw – een cruciale periode in de Europese geschiedenis – met de opkomst en ondergang van de Sovjet-Unie, het wegvallen van het IJzeren Gordijn en de perestrojka.

Ik citeer Nitsja – de ik-persoon, de (alwetende en terugblikkende) verteller:

‘Ik heb deze regels te danken aan een eeuw die iedereen heeft bedrogen en misleid, iedereen die hoop koesterde. Ik heb deze regels te danken aan oneindig veel vergoten tranen, ik heb deze regels te danken aan mijzelf, omdat ik mijn vaderland verliet om mijzelf te vinden en mezelf toch meer verloor, maar ik heb deze regels vooral te danken aan jou, Brilka. Wat ons verbindt is een eeuw. Een rode eeuw.’ 

Het boek begint en eindigt met Nitsja Jasji en haar jonge nichtje Brilka. De meer dan duizend pagina’s daar tussenin vertelt de familie-geschiedenis van de Georgische familie Jasji. Geschreven in het begin van de eenentwintigste eeuw als een soort brief aan de jonge Brilka. De geschiedenis start eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw. De geschiedenis van Georgië – lange tijd een land in de Sovjet Unie. Natuurlijk over de Russische Revolutie (1917), over Stalin en Beria – beide Georgiërs en verantwoordelijk voor miljoenen doden. Over de perestrojka, de onafhankelijkheid en de burgeroorlog(en) in Georgië. Maar het verhaal speelt zich ook af in Moskou, Sint Petersburg, Tbilisi, Wenen, Praag, Londen, Berlijn en af en toe even in Amsterdam.

Zeven generaties – voornamelijk vrouwen. Stasia – de overgrootmoeder van de vertelster – loopt als een rode draad door het boek. Bijna op Gabriel Garcia Marquez achtige wijze. Haar vader – een plaatselijk beroemd chocolatier – onthult haar op eind van zijn leven het geheime recept van een donkerbruine chocolade-drank. “Te veel van het goede kan veel slechts teweegbrengen,” zei de oude chocolatier ooit tegen zijn dochters. “Ik heb nog nooit iemand gezien die deze chocola proefde en daarna niet verlangde naar meer, zelfs begerig was naar meer. Maar begerigheid in combinatie met genot kan een mens noodlottig worden.” En dat noodlottige gebeurt dan ook meerdere malen. Niet alleen in de familie Jasji maar ook met Georgië als land, als ontwrichte samenleving.

Ik eindig nogmaals met een citaat uit het boek dat ik een ****1/2 geef. Ik vind het boek absoluut een aanrader.

“De verhalen overlappen elkaar, lopen in elkaar over, vergroeien met elkaar – ik probeer dat kluwen te ontwarren, omdat je de dingen na elkaar moet vertellen, omdat de gelijktijdigheid van de wereld niet in woorden te vangen is.”

In de serie: BOEKEN