Tags

, , , , , , ,

Het wordt een triest overzicht. Beroerde cijfers voor Mozambique. De realiteit achter de cijfers is natuurlijk het meest verdrietige nieuws want dat gaat over mensen. Mijn buren, mijn (schoon) familie. Dit stukje – uit Lusa en Club of Mozambique – gaat over “De menselijke ontwikkelingsindex”. Misschien een beetje een abstract begrip. De cijfers en een woordje uitleg maken het wat begrijpelijker.

Op het strand bij laag water

Mozambique is het negende land onderaan de lijst op de Human Development Index (HDI) – de menselijke ontwikkelingsindex. Nummer 180 van de 189 landen die zijn onderzocht in een wereldwijd rapport van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP).

Lokaal transport

Het rapport kijkt naar de gegevens over 2017. Het werd afgelopen week gepresenteerd in New York. Er wordt een waarde toegekend aan Mozambique van 0,437 HDI wat aanzienlijk hoger is dan bij de vorige meting (0.418 HDI). (*)

Nog steeds staat Mozambique (27 miljoen inwoners / 20 keer groter in oppervlakte dan Nederland) daarmee in de lijst van 38 landen in de categorie “lage ontwikkeling” .

Deze index is gebaseerd op factoren zoals de gemiddelde levensverwachting, die in Mozambique 58,9 jaar is. Jaren van scholing – gemiddeld slechts 3,5 jaar, één van de laagste cijfers ter wereld. Mozambique vertoont hierbij een opvallende ongelijkheid tussen mannen (4,5 jaar scholing) en vrouwen (2,5 jaar scholing).

Ter vergelijking, Noorwegen – het meest ontwikkelde land ter wereld – heeft een HDI van 0,953 en 12,6 jaar effectieve scholing. In de basisscholen in Mozambique heeft elke leraar gemiddeld 55 leerlingen, terwijl in Noorwegen elke leraar maar negen kinderen onderwijst.

De toekomst

Het geboortecijfer geeft gemiddeld vijf kinderen per vrouw in de vruchtbare leeftijd aan.

Mozambique is het vijfde slechtste land voor tuberculose, dat gemiddeld ongeveer 140 mensen per 100.000 in de wereld aanvalt, maar in Mozambique treft het 551 mensen per 100.000 mensen.

Met ongeveer 84,6% van de werknemers in onzekere banen, is het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking, berekend volgens koopkracht-pariteitseenheden, $ 1,136 USD. Het wereldgemiddelde is $ 15.339 USD

Het land met de slechtste / laagste score ter wereld is Niger, met een score van slechts 0,354 HDI.

Ik hoor jullie denken bij het lezen van dit stukje ‘Hoe houdt Koen (en Isabel) het vol in zo’n arm land?’ Een goede vraag, een terechte vraag. Het antwoord is uiteraard veel minder gemakkelijk te geven. Zie ik deze armoede, de lage ontwikkeling van velen, de vele zieken enzovoort? Ja en nee. Wij wonen in de nabijheid van de hoofdstad, min of meer in een groene buitenwijk. Ons huis en tuin zijn in de onmiddellijke omgeving bovengemiddeld van kwaliteit en grootte. We zijn aangesloten op water en elektriciteit. Zonder leverings-garantie moet ik erbij vertellen. We wonen aan een zandpad met diepe kuilen – problematisch na veel regen – zo’n 400 meter van een doorgaande asfaltweg. Niet heel ver van Zuid Afrika. We hebben links en rechts veel arme buren die hun geld verdienen als bediende, timmerman, metselaar of wasvrouw. En dat zijn dan de ‘gelukkigen’ want velen hebben geen betaalde baan. Zij verkopen in geïmproviseerde stalletjes tomaten, uien en fruit van het seizoen. Of ze hebben een verkooppunt aan huis van bier, cola, brood, telefoonkaartjes en zakjes snoep. Of ze verdienen wat bij met nagels lakken of haren vlechten van senhoras die zich dat kunnen veroorloven. De meesten hebben een stukje grond in de buurt dat ze bewerken. Maïs, maniok en aardnoten zijn de belangrijkste producten die ze verbouwen voor dagelijks gebruik. Er scharrelen kippen rond op het zandpad waarvan ik niet weet van wie ze zijn. Er staan ook veel chiquere villa’s op loopafstand van ons huis – ook van mensen die tijdens de week op een flat in de binnenstad van Maputo verblijven.

Dus ja … ik zie de armoede om me heen. De bovenstaande cijfers gaan ook op voor de hoofdstad maar in iets mindere mate dan op het immense platteland. Er zijn scholen en ziekenhuizen. Er zijn winkels in de buurt. Er is openbaar vervoer naar de stad voor redelijke prijzen. Wij hebben het goed – zeker in vergelijking met het overgrote deel van de bevolking. We proberen hier en daar een beetje te helpen. Ik wil daar niet over uitweiden want dat wordt algauw misplaatste borstklopperij.

Als ik vorige week enigszins idyllisch en lyrisch schrijf over de fruit- en groenten-stalletjes langs de kant van de weg, vergeet ik te vermelden dat de verkopers op schrale zandgronden (duingebied) wonen en leven. Kleine huisjes – vaak onbeschermd voor de zomerse zon. Dat ze soms kilometers moeten lopen om water te halen in jerrycans. Dat ze koken op houtskool en nauwelijks gevarieerd eten. Dat hun enige inkomsten het fruit is dat ze verkopen aan ‘rijke toeristen’ op weg naar de paradijselijke (bounty) stranden. En dat de kinderen al vroeg moeten helpen met water sjouwen, fruit verkopen of de akkers bewerken. School is vaak te ver weg of er is geen geld om de meester wat extra te geven zodat ook hun kind wat aandacht krijgt.

Ik schreef eerder over de begrafenissen van familieleden. Meestal veel te jong gestorven. Het zijn bijna altijd arme mensen, wonend in kleine huisjes met golfplaten op het dak. Ze slapen op rieten matten die ze ’s avonds uitrollen. Hun tuin is de voorraadschuur – nu gebruik ik een veel te mooi woord – voor de keuken. Het meest voorkomende beroep in Mozambique is ‘empregada’. Huisbediende, meid.

Een zonnige zondag – strand bij Costa do Sol (Maputo) – Bron: Folha de Maputo

(*) Volgens de auteurs van het rapport komt de evaluatie van Mozambique mogelijk niet helemaal overeen met de werkelijkheid, omdat ze niet alle door de UNDP op tijd gevraagde gegevens heeft verzameld en gepresenteerd.

Advertenties