Tags

, , , , , , , , , , , , ,

Ik kreeg best veel reacties op mijn eerste stukje over ‘Vissen op Terschelling (1)’. Dank daarvoor. Nogal wat van die reacties verschenen op de Facebook-pagina van Terschelling-fans. Zo schreef iemand dat zo’n lange lijn met haken een ‘botwant’ wordt genoemd. Ook wel ‘Hoekwant’. Ik was dat woord vergeten. En er waren al heel wat herinneringen van anderen over ‘botje trappen’. Ja, daar ga ik zo wat meer over vertellen.

Eerst wil ik nog even zeggen dat niemand mij kent als visser. Nee, dat was ik niet. Dat was mijn jongere broer wel. Ik vond zo’n activiteit met fuik en botwant leuk voor een paar keer maar ik ben nooit een visser geworden. De drie vismethodes die ik vandaag beschrijf heb ik met plezier uitgeprobeerd en meegedaan.

Vissen vanop het strand Dit is de meest gangbare manier van vissen en waarschijnlijk de enige wijze waarop er nu mag gevist worden op Terschelling.

Vissen vanop het strand

En waarschijnlijk moet je dan ook nog een visvergunning hebben. Ik ga hier niet lang bij stilstaan want ik heb zelf nooit een werphengel gehad. Ik ging wel eens mee met mijn broer (onze Bart). Hij liet me dan wel eens ‘proberen’ om met zijn ‘lancee’ het lood zover mogelijk weg te gooien. Mijn woordenschat schiet gruwelijk te kort. Ik beheers het visserslatijn nauwelijks. Mijn onhandigheid was zeker geen vis-succes. Hij ging geregeld naar het strand en af en toe ging hij met vis-maten van de camping een dagje mee met een boot. Sportvissen is dan het woord dat ik dien te gebruiken. Sportvissen als zelfstandig naamwoord en als werkwoord.

Botje trappen Dat heb ik een paar keer gedaan. Maar één keer kan ik me heel goed herinneren en dat komt door een incident. Ik vertel. We gingen mee met de ‘Aike van Piet’. Een late namiddag. Ik denk tamelijk informeel en exclusief. We waren met een klein clubje. Ik denk met z’n vieren.

TS 8 Aike van Piet

Ik heb de bovenstaande foto op internet gevonden. Met deze boot – die in gebruik was als schip voor dagjes ‘sportvissen’ – was onze bestemming de zandbanken tussen Terschelling en tamelijk dicht bij Vlieland. Ik denk ‘De Richel’ maar daar ben ik niet helemaal zeker van. In de 70’er jaren lagen er niet altijd zeehonden op de Richel. Dat was maar heel af en toe. Goed, we voeren naar die zandbank en krijgen een les ‘Botje trappen’ van de schipper. De ‘Aike van Piet’ ging voor anker en wij gaan van boord – op blote voeten – met een leefnet. We lopen via een geul naar de zandbank met onze voeten in ’t water. Enkels in het water – zo’n 25 cm denk ik – en rustig stappen. Niet teveel zand omwoelen is het devies. Na een paar minuten heeft de schipper beet. Hij bleef even stilstaan, stak zijn hand in het water en haalde de eerste vis van onder zijn voet vandaan.

Bot in het wadden-zand

We begrepen het systeem. Even later stap ik ook op een platvis maar ik schrik heftig en in plaats van mijn voet stevig neer te zetten, trek ik mijn been op. Weg vis. Of ik vloekte herinner ik me niet. We liepen verder en verdomd het lukte me. Beet. Een kleintje maar. Ik moest hem bij de staart uit het water halen anders zou die uit mijn handen glibberen. Ook de anderen en de schipper hadden er lol in. We ‘trapten’ er al gauw een tiental bij elkaar. En langzaam kwam het tij op en met de vloed ook de vissen … hoopten we. We liepen gestaag door. De zandbank werd steeds kleiner en plots vloekt de schipper om iets heel anders. Zijn schip dobbert rond. Hij spurt als een gek naar zijn boot. Wij staan er een beetje beduusd naar te kijken maar begrijpen nog niet wat er aan de hand is. Dat we onmiddellijk aan boord moeten komen is duidelijk. Het laatste stukje moeten we zwemmen.

Wat is er gebeurd? De ankerketting stond niet op de ‘rem’ … dat is vast ook een foute term – en was – door de stroming – helemaal over boord gegleden. De Aike van Piet lag niet meer voor anker maar dobberde vrij rond bij opkomend tij. De schipper brieste en brulde – niet op ons maar op zichzelf. Hij is zijn anker kwijt. Een doodzonde in zijn wereld. Hij geneerde zich verschrikkelijk en vroeg onmiddellijk onze medewerking. Ten eerste om op de wal (en het eiland) hier niet over te praten en ten tweede om aan boord te blijven slapen en de volgende morgen – bij eb – hem te helpen zijn anker en ketting terug te vinden. Zo gezegd zo gedaan. Het was nauwelijks licht ’s morgens of we voeren weer vanuit West richting Vlieland. Het reserve-anker werd gebruikt en in plaats van botjes te trappen was het ‘ketting trappen’. Ik weet niet meer wie van ons als eerste de ketting voelde. Maar we hebben hem gevonden. Een half uur later waren we weer in de haven en kon de schipper aan een nieuwe dag beginnen, met nieuwe sportvissers. (1)

Harders in de Eerste Slenk

De eerste slenk  © Henk Postma – wad-mooi.nl (2)

Een heel bijzondere dag. Ik denk in 1973. Het kan ook een jaar eerder of later zijn geweest. Mijn vader was goed bevriend met Piet Hek. Hij woonde in die tijd op de laatste, meest oostelijke boerderij van het eiland. Nog voorbij de Wierschuur. Piet Hek had een huifkar-bedrijf. Een geweldige verteller en zijn tochten naar het Amerlandergat zijn legendarisch. En wat velen niet weten, hij was ook een enthousiast amateur-toneelspeler. Hij heeft jarenlang Sil de Strandjutter gespeeld in een toneeluitvoering van het beroemde boek van Cor Bruijn. Ik ben verschillende keren gaan kijken. Ik denk zowel in Hoorn als in Midsland. Maar dat terzijde. Piet Hek nodigde ons uit om een dag mee te helpen met een bijzondere visvangst. Harders vangen met een groot net in de Eerste Slenk. Wat ik me herinner? Jeeps langs beide kanten van de slenk. Veel mannen die een groot net spanden over de gehele breedte van de slenk. Bij opkomend water werd er vervolgens door velen van ons met takken op het water geklopt. Niet de diepte in maar op het wateroppervlak. De harders zwommen in het net. Het net werd gesloten en op het droge getrokken. Ik denk tussen de drie- en vierhonderd vissen.

Harders in de rookton (3)

Nee Kniertje … de vis werd die dag ‘niet duur betaald’. Alles werd verdeeld en meegenomen. Eilanders van om Aest en een paar badgasten. Op naar Tante Doortje (Hoorn) – naar de camping. Daar was alles al in gereedheid gebracht om de vis te roken.

Harders zijn stevige vissen. Best groot.

Grote (lege) olievaten – waar onderin een stuk was uitgefreesd – dienden als rookton. Houtschilfers en zaagsel lagen al te smeulen onderin de tonnen. De vissen werden aan grote pennen geregen en bovenin de ton gehangen. Af en toe een natte jutezak als deksel op de ton.

Er mocht geen open vuur ontstaan, enkel rook. Ik denk al bij een uur of drie. Misschien wel vier.

Gerookte harder. Mmm. Een beetje te vergelijken met gerookte makreel maar veel steviger vlees. En je kunt de vis op deze manier best lang bewaren. De hele camping at mee. Op internet lees ik dat er nu veel minder harders rondzwemmen in de Waddenzee dan vroeger. En ook deze methode is vast al lang verboden. Zeker voor toeristen / badgasten. Wat eilanders doen is mogelijk een heel ander verhaal.

Ik vond het avontuurlijk. Niet dat ik daadwerkelijk veel heb uitgevoerd die dag. Met een stok op het water staan kloppen, mee aan het net zeulen en later de rooktonnen in de gaten houden. Dat was het wel zo’n beetje. Maar wel een mooi verhaal uit mijn jongensboek. Ik moet tussen de duizenden dia’s van mijn ouders vast beeldmateriaal kunnen vinden van die dag. Help … waar begin ik aan?


Verantwoording en nawoord

(1) Ik heb dit verhaal heel zelden verteld – zoals de schipper ons had gevraagd. Mijn broer (zaliger) is via hem en/of via Gossen of via Jort (van Gossen) een week meegeweest als visser (knecht/matroos) met de beroepsvaart. Ik denk een Urker-visser. Een hele zware week weet ik uit zijn verhalen. Ergens eind jaren 70 of vroeg jaren 80. Dag- en nachtdiensten – altijd op volle zee. Een heel zwaar beroep. Voor hem … een mooie week maar wel maar voor één keer. Niet iets om vaker te doen.

(2) Ik heb deze foto van internet geplukt en Henk Postma een bericht gestuurd waarin ik toestemming vraag om deze foto te mogen gebruiken. Ik heb nog geen antwoord gekregen. Mocht hij dat toch niet toestaan, zal ik deze foto onmiddellijk verwijderen. Kijk eens op zijn site … mooie foto’s. Dank voor het gebruik.

(3) Amerlander Harmen Wijnberg – Wijnberg Wadexcursies – deelt veel informatie over zijn activiteiten. Best de moeite waard om eens te bekijken. Van hem is de foto van de harders in een rookton. Dank.

Advertenties