Tags

, , , , , , , , , , , , , ,

9 oktober 1993. We slapen op een matras in mijn werkkamer. We hebben tijdelijk onze eigen slaapkamer ter beschikking gesteld aan een klasgenote van Catelijne. Zij heeft het even te moeilijk thuis. In samenspraak met Ome Leo – mentor en vertrouwenspersoon van het Gymnasium waar de dames naar school gaan – hebben we voor deze oplossing gekozen.

Waarom schrijf ik dit stukje hierboven? Omdat ik het me zo goed herinner want op diezelfde ochtend belt mijn vader. We zijn al wel wakker maar liggen nog in bed … matras dus. Het is nog vroeg en mijn vader is geen ‘beller’. Het trieste nieuws. Mijn broer is overleden. Niet helemaal onverwacht. 34 jaar is hij geworden. Hij was behoorlijk ziek. Kolere kl#te K. (Hotchkin of Non-Hotchkin) (*) En toch komt zo’n nieuws aan als een donderslag bij heldere hemel … nou ja … bewolkte hemel.  Zijn hart kon het niet meer bolwerken. Je zult begrijpen dat de dagen erna heel anders werden ingevuld dan we dachten. We helpen mijn schoonzusje zoveel we kunnen.

Ik schreef vorige week twee keer over vissen op Terschelling. En daar memoreerde ik al dat ik niet de visser van de familie was maar wel mijn broer. Ik was toen nog niet bezig dat het alweer vijfentwintig jaar geleden is dat hij is overleden. Misschien wel in het onderbewuste.

Koen heeft een broertje (23-11-1958)

Onze eerste foto samen. Een maand eerder blies ik twee kaarsjes uit. In de tien dagen dat mijn moeder met onze Bart in ’t ‘moederhuis‘ lag, verhuisden wij van de Frans Segersstraat naar de Welvaartstraat. Daar staat het huis van onze jeugd. Huize Tijl. Ik ben – op een korte tussentijd na – daar blijven wonen tot de zomer van 1979.

Onze Bart. Twee jaar jonger. Dat is tijdens je kinderjaren heel veel. Nou ja … op school dan toch. Thuis is dat anders. Wij deden heel veel samen. Ik moet wel bekennen dat ik bijna altijd de ‘baas’ was. We speelden Batman. Ik uiteraard de held en Bart was Robin. We bouwden kampen (hutten). Ik was de projectleider, mijn broer de uitvoerder. We richtten geheime genootschappen op. BaLuDiKo. Ik was de president, mijn broer de secretaris. De buurjongens waren ‘leden’. Ik vond bij de verhuizing onlangs ons logboek. In het reglement stond onder andere … “Koen is de baas. Als hij er niet is, is Bart de baas.” En nog veel meer uiteraard. Het document is door ons vieren ondertekend met een duimafdruk van bloed. Ik herinner me de ceremonie met naald en kaarsen op onze zolder.

Uiteraard bleef de rolverdeling niet zo. Toch was er altijd een verschil. Ik was eerder wat serieuzer en onze Bart de (onbezonnen) doener. Als vijfjarige knipte hij zijn eigen haar … coupe: diepe happen in het acajou-kleurige haar. Hij was handiger. Tekende graag en goed. We hebben ontzettend veel toneelstukjes en poppenkast-verhalen verzonnen. We typten de scenario’s op de oude typemachine van mijn moeder. Mijn broer maakte de decors. We richtten onze kelder in als Poppentheater KOBA. We vroegen 1 frank entree. We zijn er nooit rijk van geworden maar hadden een onbezorgde jeugd. We speelden met de coureurekes, deden de wielrenners na in onze buurt. We bouwden berglandschappen en speelden uren op de zolder met onze Märklin-treinen. We verzonnen gezelschapspelletjes. Lange zomervakanties – kampeervakanties – eerst in Koksijde, een jaar in Spanje, twee jaar op Texel en vanaf 1967 op Terschelling.

Later gingen we studeren. Ik in Antwerpen en Bart in Hoboken. We deden allebei een lerarenopleiding. Ik Nederlands/Geschiedenis en Bart werd technisch leraar Elektriciteit. Hij besteedde uren aan lesvoorbereidingen met prachtige maquettes. Later stapte hij over naar het bedrijfsleven. In huis moest hij zaken herstellen. Een loshangend deurtje van een kast, een rolluik. Kapotte lampen. Ik deed alsof ik twee linkerhanden had. Ik ‘profiteerde’ van zijn vakmanschap.

We waren allebei zeer actief in ‘De Kring – jeugdvereniging in Boechout. Hij was de gangmaker van jeugdatelier ‘Kakeldoe’ in Vremde. Speelde ‘Koning Tituto’ en werd ‘gehypnotiseerd’  in een van de eerste shows in het chiromeisjes-lokaal. Hij speelde de man in de ‘Ghenouchelicke clute van nu noch’. Ik regisseerde met Suus – de moeder van Bart Peeters – als theatercoach.

Ik werd afgekeurd voor legerdienst – dat ik ondertussen in Friesland woonde heeft zeker meegeholpen. Mijn broer vervulde zijn diensttijd in Duitsland en werd daar de animator / gangmaker van zijn legereenheid. Ik bezocht hem daar één keer samen met zijn verloofde. Later zijn vrouw. Ik was onder de indruk van zijn organisatie-talent. Zijn kameraden droegen hem op handen. Jarenlang heeft hij zich ingespannen voor de plaatselijke volleybalvereniging. Het clubblad, wedstrijdformulieren … ik hoorde het af en toe want ik was ondertussen ‘ver van huis’. Ik woonde in Friesland en had mijn eigen leven en gezin. Hij kocht het huis van onze grootouders en begon aan een heel grote verbouwing.

Hij was – zeker als kind – meer bij de hand dan ik. Ik herinner me Sinterklaas. In Vlaanderen wordt Sinterklaas gevierd met cadeautjes zolang er nog een kind in huis is dat gelooft. Onze Oma verraadde mij dat de facteur Sinterklaas is. Ik was een goedgelovige en erg ontgoocheld. Zowat hetzelfde jaar vertrouwde onze Bart mij toe dat hij wist dat Sinterklaas niet echt was. Maar hij zei dat hij er nog twee jaar in zou blijven geloven anders waren er geen cadeautjes meer – zeker omdat hij eind november jarig was. En hij heeft dat volgehouden.

Nog zo’n voorbeeld. Hij zei altijd ‘kelat’ in plaats van ‘chocolat’. Mijn vader – leraar Nederlands – was dat zo beu dat hij boos werd en mijn broer dwong om ‘chocolat’ te zeggen. Waarop Bart (4 of 5 jaar oud) met zijn mond vol zei: “Ik weet dat ik chocolat moet zeggen maar ik zeg … kelat.” Einde discussie.

Dit stukje is een beetje van de hak op de tak. Herinneringen komen boven. De fotoboeken staan thuis in de kast in Nederland. Hier in Mozambique moet ik het doen met flarden jeugdherinneringen. Onze jongere zus heeft heel andere herinneringen aan onze Bart en dat komt natuurlijk door het grote verschil in leeftijd. Respectievelijk twaalf en veertien jaar.

‘Typisch  Bart’ herken ik vooral in mijn eigen zoon. Jules lijkt fysiek op hem en ook veel van zijn interesses zijn hetzelfde. En hun grenzeloze inzet voor iets waar ze zich toe engageren. Volleybal / Brandweer.

Wat had ik hem graag Mozambique laten zien. En ons huis en tuin. En … zo gaat het in het leven. Niet eerlijk maar Ine zou zeggen … ‘karma’ … en daar laat ik het maar bij. Karma.

(*) Ik heb best een goed geheugen maar de medische en ziekenhuis details van zowel Bart als van Ine heb ik min of meer uitgewist. Controle Alt Delete.