Tags

, , , , , , , , , , , , , ,

In Antwerpen wordt voor de zoveelste keer de jaarlijkse boekenbeurs georganiseerd. Ik ben er een paar keer – in mijn jeugdjaren – met mijn ouders geweest. Maar veel vaker alleen en later met Ine. Het was één van de twee plaatsen waar ik ‘Hotdog met choucroute’ at. Het Antwerpse sportpaleis is de andere plaats. Maar daar wil ik het niet over hebben. Wel over lezen. Ik ben een gretige lezer. Altijd geweest. Het is me met de paplepel ingegoten. Mijn vader – leraar Nederlands – was zelf geen grote lezer. Mijn moeder wel. Op haar begrafenis wilde ik memoreren aan de duizenden boeken die ze heeft gelezen. Ik durfde te beweren dat als je al de boeken die ze heeft gelezen achter elkaar zou neerleggen in een lange rij dat je dan Sint-Amands – waar ze is opgegroeid met Boechout – waar ze vanaf haar huwelijk tot haar dood woonde – met elkaar kunt verbinden. Misschien een tikkeltje overdreven. Maar mijn moeder zien zonder boek was een uitzondering. Zij was mijn voorbeeld. Later draaiden we de rollen om en las zij onze boeken.

De school waar mijn vader lesgaf – Sint Gabriël-instituut in Boechout – had in de 60’er jaren geen eigen bibliotheek. Mijn vader – vooral mijn moeder – begon er dus zelf een. Bij ons thuis. Ik denk zo’n driehonderd jeugdboeken. Ik heb ze bijna allemaal gelezen. Van Eric, het kleine insectenboek (Godfried Bomans) tot Michel Strogoff (Jules Verne). Arendsoog, Biggles, de Hardy’s, de Witte, Floere het fluwijn. Maar ook Kaas (Willem Elschot), Wierook en Tranen, Pallieter, Pietje Bell en De Leeuw van Vlaanderen. Een veel te lange lijst om hier op te sommen.

En ik ging wekelijks naar de parochiale  ‘boekerij’ op de eerste verdieping van het Gildenhuis – achter de kerk. Ook daar heb ik alles wat los en vast zat gelezen. Met hoog in mijn jongens-top-tien-lijst de boeken van De Rode Ridder van Leopold Vermeiren (1).

De Rode Ridder (Leopold Vermeiren)

Ik heb tientallen van deze ‘Rode Ridder’ boeken verslonden. Ik ben op internet wat gaan snuffelen. Er zijn in totaal 64 boeken in deze reeks verschenen. Tot nummer 35 herken ik titels. Daarna niet meer.

De avonturen van de Rode Ridder waren reizen in mijn fantasie. Naar andere tijden – de Middeleeuwen – en naar andere landen. Het Midden Oosten. De meeste boeken spelen zich af tijdens de kruistochten. En als ik weer een hoofdstuk uithad speelden we buiten de belangrijkste scènes na. Of we maakten (krom)zwaarden van takken en stokken en gebruikten onze peignoirs als mantels. Schatten verstoppen of opgraven. Sluwe listen bedenken om de schurken te slim af te zijn. Denkbeeldige kampvuren opstoken om een zelf geschoten fazant of hert te roosteren. Heldhaftig geschaakte deernes verlossen uit de kerkers van de snoodaards.

Of ik dan zelf Johan – de Rode Ridder – was, betwijfel ik want mijn echte held was Koenraad. De beste vriend en helper van de Rode Ridder. Koenraad – zoals mijn doopnaam in mijn paspoort. En soms werd hij ook aangesproken als Koen. Ik groeide dan een paar centimeter.

Er kwam een moment dat ik mijn interesse verloor. Mogelijk omdat ik de Nederlandse boeken van Thea Beckman (2) en Tonke Dragt (3) veel mooier vond. En waarschijnlijk had ik onbewust door dat de Rode Ridder wel erg eendimensionaal was.

Willy Vandersteen – vooral bekend als de tekenaar van Suske en Wiske –  heeft met zijn opvolgers – honderden stripalbums uitgebracht over de Rode Ridder. Ook die las ik graag maar Koenraad werd ingeruild voor Merlijn, Arthur, Lancelot, Guinevere en de licht erotische Galaxa, fee van het licht en Bahaal, prins der duisternis.

In de serie: BOEKEN

Ps. Het (dikke) boek dat ik nu lees Reconquista bevat dezelfde Rode Ridder elementen maar uiteraard veel gelaagder. Bijzonder om te merken dat meer dan vijftig jaar na Johan en Koenraad ik nog steeds van dit soort boeken houd.

(1) Leopold Vermeiren was zijn hele leven onderwijsinspecteur. Hij schreef jeugdverhalen om de jeugd aan het lezen te krijgen. Voor Vermeiren moest de Rode Ridder een toonbeeld zijn van ridderlijkheid voor de jonge lezers een drager van deugden als edelmoedigheid, hulpvaardigheid, eerlijkheid. Een ideaalbeeld dus, een rolmodel. Hij vond dat de Rode Ridder de lezer diende te begeleiden naar de volwassenheid. Respect en karaktervastheid waren sleutelwoorden die Vermeiren de jeugd trachtte mee te geven via zijn ridderfiguur. Zijn diep katholiek geloof bracht hem ertoe dit te beschouwen als een opdracht, en deze taak volbracht hij via de wereld van de fantasie, waarin kinderen de soms akelige en teleurstellende werkelijkheid even kunnen vergeten. Bron: Schrijversgewijs

(2) Van Thea Beckman las ik oa Kruistocht in Spijkerbroek, de trilogie over de 100-jarige oorlog – Geef me de ruimte, Triomf van de verschroeide aarde, Het rad van fortuin, de Thule trilogie – Kinderen van moeder aarde, Het helse paradijs, Het gulden vlies van Thule en Hasse Simonsdochter en Stad in de storm.

(3) Van Tonke Dragt las ik oa De brief voor de koning, De zevensprong en Torens van februari.