Tags

, , , , , , , ,

11 november 1918 om 11.11u … het officieel einde van de Eerste Wereldoorlog. Vandaag precies honderd jaar geleden. De Vlaamse kranten berichten al dagen over de laatste dagen van WO I. Ik klikte niet elk bericht aan. Enkel zo nu en dan. Mijn gedachten gaan daardoor wel wat vaker dan gebruikelijk naar overleden familieleden.

The last post

Uiteraard ben ik veel te jong – deze zin lees ik met plezier nog een paar keer – om iets uit eerste hand te weten over de Grote Oorlog. Wel uit tweede hand. Ik weet niet of deze uitdrukking bestaat maar je begrijpt vast wat ik bedoel. Mijn grootvader (Bompa Schyvens) was vier jaar frontsoldaat aan het IJzerfront. En ook Nonkel Pater was als dienstplichtige vier jaar betrokken bij al die verschrikkingen. Beide mannen hebben de oorlog overleefd en zijn pas overleden toen ik zelf al kinderen had.

Ik heb me nooit echt verdiept in hun prestaties. Laat staan dat ik iets weet over hun legeronderdelen. Ik weet enkel wat details. Herinneringen van een kind. En toch was de Eerste Wereldoorlog nooit ver weg in de verhalen uit mijn jeugd. De term ‘Groote Oorlog’ gebruikten we niet; dat is pas iets van de laatste twintig, dertig jaar. Denk ik.

Al van jongs af aan wist ik dat den Bompa een oud-strijder is. Een term die ik eerst meer associeerde met ridders en kastelen. Elk jaar werd de wapenstilstand gevierd / herdacht op elf november. Ik schreef al eerder over. Klik HIER. Op school leerden we een heel klein beetje meer over de oorlog. Mijn grootvader was erg jong toen de oorlog uitbrak. Hij was net niet dienstplichtig maar er werd sterke druk uitgeoefend dat hij – en zijn leeftijdgenoten – toch soldaat werden in het Belgisch leger. Als argument werd aangevoerd dat hij na de mogelijke bezetting door Duitsland, hij waarschijnlijk Duits soldaat moest worden en dan zijn oudere broers – aan Belgische zijde – zou moeten doodschieten. Dus de jonge Jules Schyvens vertrok naar het front in de Westhoek. Veel meer weet ik niet. Wel weet ik dat hij zeker één keer zodanig verwond is geraakt dat hij in Engeland werd verzorgd. Daarna volgde een overplaatsing naar (Noord) Frankrijk waar hij werd opgeleid tot telegrafist. Dat is hij gebleven tot het eind van de oorlog.

Drie termen herinner ik me uit mijn kinderjaren. Oud-strijder. Vos. En Telegrafist. V.O.S. staat voor Vlaamse Oud Strijder. Bompa nam me een aantal jaren mee naar de IJzerbedevaart in Diksmuide. We gingen altijd met de trein. Later ging ik zonder hem. Hij zat vooraan op gereserveerde plaatsen bij de oud-strijders of bij de Vossen. Ik denk dat hij dat een beetje afwisselde. Hij was Vlaming maar ook Belg. Ik herinner me ook dat we een extra rondje Westhoek deden. Dan vertelde hij over Poelkapelle, Mont Cassel (Franse Westhoek) en Marechal Ferdinand Foch. Eén keertje liepen we samen over een oorlogsbegraafplaats. Hij was dan erg stil en liep veel stijver en meer rechtop dat gebruikelijk. Ik denk dat hij bij die gelegenheid ook een paar medailles droeg maar daar liep hij zeker niet mee te koop. Een verhaal dat ik me herinner was dat de bevelen meestal in het Frans werden gegeven maar dat veel Vlaamse jongens dat niet verstonden. Wat heeft geleid tot veel onnodig leed.

Nonkel Pater – broer van mijn opa aan moeders zijde – was ook vier jaar soldaat. Als seminarist – opleiding tot priester – was hij vrijgesteld van wapens. Hij moest wel in dienst als brancardier. Hij moest rennen om gewonden terug te brengen in de loopgraven. Je kunt je wel voorstellen hoe ik daarover kon fantaseren als jong ventje. Op familiefeesten waar den Bompa (langs vaders zijde) en Nonkel Pater (langs moeders zijde) beiden aanwezig waren, zaten ze vaak naast elkaar en haalden ze herinneringen op. Dat was niet voor onze kinderoren bestemd.

Een familielid dat ik nooit heb gekend, is nonkel Rudolf (uit Dentergem). Broer van mijn Oma. Hij is gesneuveld in de oorlog. Het ging heel vaak over hem. In alle (familie) gebeden werd hij steeds genoemd. Hij was één jaar ouder dan mijn oma. Toen er eind zestiger jaren bij mijn oma werd ingebroken en haar handtas werd gestolen was het grootste verlies voor haar een foto en het bidprentje van Nonkel Rudolf. Dat heeft ze de dieven nooit kunnen vergeven. Voor hen een stukje waardeloos papier, voor haar een tastbare herinnering aan haar lievelingsbroer.

Morgen schrijf ik verder / herinner ik verder

Ik eindig met een citaat van een Engelse frontsoldaat, gesneuveld op 25jarige leeftijd.

“Kromgebogen, als oude bedelaars onder hun knapzak, vloekten we ons, hoestend als oude wijven, met knikkende knieën een weg door het slijk.”

Hoe verschrikkelijk het is geweest, besefte ik als kind niet. Dat kwam pas met de ‘jaren van verstand’ en dan nog twijfel ik of we dat ook echt kunnen invoelen.

In de serie: FAMILIEGESCHIEDENIS