Tags

, , , , , , , , , , , , , ,

Waarschijnlijk is de titel van dit stukje niet meteen duidelijk voor de meeste volgers. Dat geeft niet. Ik vertel vandaag een verhaaltje van precies veertig jaar geleden. Dinsdag 25 september 1979. Ik zit ik de ‘tweede fase’. Het ‘Waarden- en Normenonderzoek’. Termen die alleen oud-studenten van de ‘Akademie voor Ekspressie en Kommunikatie’ (AVEK) begrijpen. Ja, de spelling is correct. Zo heette onze school in Leeuwarden. Moderne spelling. Een HBO-opleiding. Het einddiploma was ‘Docent Ekspressie en Kommunikatie’. Meer gangbaar waren de termen ‘Docent Drama’ of ‘Docent Expressie door Woord en Gebaar’. Dit was mijn tweede HBO-opleiding. Ik was al eerder afgestudeerd als docent Nederlands en Geschiedenis.

Goed. Ik ga terug naar die septemberdagen in 1979. Ik krijg (onverwacht) bezoek uit Vlaanderen. Annelies komt een paar dagen op bezoek. Erg leuk. We gaan samen een weekendje naar Terschelling. Ik boek een kamer in Oosterend. We wandelen en fietsen en kletsen tot de vroege uurtjes. Ook op zondag- en maandagavond blijft ze logeren in Leeuwarden. Ik woon tijdelijk op kamers (op kot) op De Hooidollen – bij vrienden van mijn ouders. Zij zijn zo aardig om een extra logeerbedje neer te zetten. Ik beloof om alles na haar vertrek weer op te ruimen. Op de bewuste dinsdagavond hebben we les. ‘Spel en Improvisatie’ van 19u tot 22u. In lokaal Drie Vier. Annelies is weer terug naar Boechout vertrokken.

Op het Schavernek (2017)

Ine, onze speldocente, wacht tien minuten. We zijn maar met z’n tienen. Acht mede-studenten zijn niet komen opdagen. Er was al enig gemor over een avond-cursus. Op de televisie werd een nieuwe aflevering van de mini-serie Scènes uit een Huwelijksleven’ (Ingmar Bergman) uitgezonden. Ik had geen interesse in televisie. Ik was present op school … ook omdat ik de docente en haar vorige lessen leuk vond. De eerste opdracht luidt: “Bedenk een rol (personage) en (ver)kleed je in ‘Het Bels’, passende bij die rol. Bedenk een naam, een beroep, leeftijd en meer van dat soort zaken.” Om half acht krijgen we de volgende (spel)opdracht. “Je bent in een grote stad. Op straat. Pleintjes, straten, stegen, parken. Niet binnen in huizen. Het spel start over vijf minuten. Het spel stopt wanneer ik (de docente) het stop zet. Als je de deur van Drie Vier uitgaat, verlaat je het spel.” Met andere woorden: een lang improvisatie-spel.

Het duurt dan altijd enige tijd voordat de ‘bedenk-knop’ in mijn hoofd is omgezet. Het is wachten op de ‘flow’. Die komt wel. Een week eerder was ik in lokaal 7 (ook in Ine’s les) een dood-gevallen pinguïn in de Amazone. Ook deze september-avond ga ik mee in- en op de stroom van anderen. Wat er op dat moment gebeurt? Ik herinner me een grommende Jos. Zoals altijd was Geurten erg hyper. Uitdagend maar ook snel afgeleid.  Rifka en Trix hadden duidelijk een zelfde soort rol in gedachte. Straatmadelieven. Ik herinner me niet wat ik bedacht had maar algauw hingen Trix en Rifka aan mijn arm. We hingen wat rond in (denkbeeldige) portieken. Becommentarieerden andere zwervers en voorbijgangers. Geurten had wel interesse in de dames maar hij ving bot. Vanzelfsprekend gleed ik in een soort pooier-rol. Geurten verlegde zijn gespeelde aandacht naar de docente. Zij was daar niet van gediend want zij hoorde niet tot de denkbeeldige (spel)wereld. Zij was toeschouwer, observant. Na een half uurtje verlaten twee medestudenten het lokaal en dus het spel. Een kwartier later zet onze docente en spelbegeleider (Ine) het spel stop. Eerder dan ik had verwacht. Ik herinner me niet of we onmiddellijk een spel-nabespreking hadden of niet. Iets na negenen was de les afgelopen en de meesten van ons doken ‘De Piraat’ in. De nabijgelegen kroeg. Noem het gerust onze stamkroeg. Wat golfers ‘Hole 19’ noemen.

Ik had nog geen zin om naar mijn eenzame studentenkamertje te gaan. Het was – as always – reuzegezellig in De Piraat. Een biertje, een borrel. Ik zat gezellig met Julia (van de Twavek) te ouwehoeren over onze eerste weken op school. Rifka en Ine kwamen erbij zitten. We gaven af op alle afwezige mede-studenten. “Hoe kunnen ze? Stelletje minkukels, amateurs.” Ook onze docente had het – zo te zien – naar de zin. Vanuit een ooghoek zag ik dat Geurten – nog half in zijn rol van even daarvoor – haar probeerde te versieren. Dezelfde hyper-energieke opdringerigheid. Zeker richting Ine. Ze trakteerden elkaar op biertjes, borrels en sigaretten. Ik kreeg een licht gevoel van jaloezie. Ik rook niet dus een sigaretje aanbieden was geen ingang om me in hun onderonsjes te mengen. Geurten draaide een flinke joint. Dat was het moment dat ik ook Ine zag afhaken. De Britse barman kondigde de laatste ronde aan. De kroeg stroomde leeg. Ik liep terug naar school en zocht het sleuteltje van mijn fiets.

Ine kwam langs en zei dat ze teveel had gedronken om nog naar huis te rijden. “Heb jij nog een bedje?” was haar vraag. Ik antwoordde naar waarheid “Ja”. Het logeerbedje van Annelies had ik nog niet opgeruimd. Ze sprong achterop mijn fiets. In mijn herinnering zwalkten we lachend op die fiets van het Schavernek naar De Hooidollen. Een soort hernieuwde versie van Rutger Hauer en Monique van de Ven in ‘Turks Fruit’ maar dan door nachtelijk Leeuwarden.

Ine bleef bij me slapen. Vandaag (vanavond) precies veertig jaar geleden. De rest is geschiedenis.

In de serie: ZIELENROERSELEN en NOSTALGIE

ps. Alle namen van mijn mede-studenten heb ik vervangen door verzonnen voornamen. Alleen de eerste letters zijn dezelfde eerste letters van hun echte namen.