Tags

, , , , , , , , ,

“De koningin oogt heel ontspannen. Eindelijk anoniem kunnen rondlopen op het strand, straks even een winkeltje inlopen of blijven luisteren en kijken naar een straatconcert. Ze loopt in een linnen flodderbroek, een luchtige, crèmekleurige blouse, sandaaltjes en een doek op haar hoofd. Een grote zonnebril. Voor even vrij, voor even anoniem. Dit alles in een lome, mediterrane sfeer. Het hele stadje ademt hippie-nostalgie vermengd met Burning Man creaties. Ook haar twee dochters zijn van de partij. De oudste mag haar eigen gang gaan. De jongste – blonde Baby-Girl – is twee en is aan mij toevertrouwd. Tot wederzijds genoegen en groot gezamenlijk plezier. Ze slaat haar armpjes rond mijn been als ik te snel loop. “Pakken” en even later zit ze inderdaad op mijn schouders. “Jij bent mijn paard”. Ze stuurt me via gesjor aan mijn oren naar links en dan weer naar rechts. Op het strand stort dit paard – zogenaamd van oververmoeidheid – in elkaar. We lachen en rollen door het zand.

Even later loop ik door het stadje en kom toevallig op een pleintje waar een dertigtal mensen op houten kratjes en banken wachten op het begin van een voorstelling. In het midden zie ik Ine zitten. In d’r eentje. Wat? Ine hier? Er zit niemand naast haar. Ze is verdiept in een boekje. Een kruiswoordpuzzel? Sodoku? Een dagboekje? Ik kijk naar haar. Ze voelt waarschijnlijk mijn verbaasde blik en kijkt op. “Nee Koen. Laat me. Het is goed zo. Ga zelf je gang maar, maar laat me.” En ze kijkt opnieuw in haar boekje. Wil ik iets terugzeggen? Misschien wel maar dat doe ik niet. Ik ben volledig uit het lood geslagen en moet mijn verwarde denken – en heel veel veronderstellingen – zo vlug mogelijk uitschakelen. Stopzetten. Ik moet haar ‘laat me’ accepteren. Dat doe ik al jaren. En dan denk ik aan Baby-Girl. Help, waar is die peuter? Ik zie haar niet. “Oo shit”. Ik ga op zoek. Rennend, struikelend. Overal mensen.

Overal mensen. Foto – Pixabay

Ik loop een grote hall binnen met honderden kraampjes. Waar is dat kind? Ik kijk onder schragentafels, tussen kledingrekken, in pop-up-keukens maar ik zie ze niet. Ik zie wel een paar Noorse bekenden die ik – een beetje opschepperig – vertel dat ik al heel vaak hun nationale feestdag op 17 mei heb meegevierd. Ik loop zoekend door een plaatselijk museum maar zie enkel de Afrikaanse vrouw van een goede kennis. Ze ligt als een odalisk sensueel te kronkelen op een groot bed, kijkt over haar schouder naar me en lonkt me met een vinger naar haar paradijsje. Ik voel een mini-seconde de goesting opkomen maar weiger resoluut want ik moet Baby-Girl vinden …

Even later zit ik in een overvol busje. Terug naar de stad maar zonder Baby-Girl. Hoe ga ik dat haar moeder uitleggen? Op het horloge van een medepassagier zie ik dat het al kwart over zeven is. “Wat? Al zo laat?”  Ik moest om vijf uur Nederlandse les geven en ik heb niets laten weten en zit nu nog in deze bus maar zonder het kleine meisje waar ik voor moet zorgen. Ik maak er een grote puinhoop van …”

Ik word wakker.

Gevangen in een droom. Foto – Pixabay

Het is 04:38 op de wekker. Het is al licht buiten in Djonasse (Mozambique). Ik zweet. Isabel is nog in dromenland. Ik kom d’r net vandaan. Een onwaarschijnlijk heldere droom. Ik blijf nog even liggen en probeer me te herinneren wat er gebeurde. Dat heb ik hierboven dus verwoord. En natuurlijk denk ik na wat dit betekent. Mijn droom proberen te duiden. Of op z’n minst proberen te begrijpen waar al deze elementen vandaan komen.

De koningin was absoluut zeker weten Beatrix, niet Maxima of Matilde. Haar outfit was jaren zestig stijl. Zoals Jacqueline Kennedy maar dan meer hippie. Eerder Caroline van Monaco. Ik zag een paar weken geleden de eerste twee seizoenen van ‘The Crown’. Mogelijk beïnvloedde dat mijn droom. Ook Baby-Girl kan ik plaatsen. Ik las afgelopen dagen ‘Een keukenmeidenroman’ (Kathryn Stockett). Ook jaren 60 over een zwarte oppas die voor haar Baby-Girl moet zorgen. Tot zoverre is het duiden niet zo moeilijk. Dat ik Nederlandse les geef in mijn droom sluit voor 100% aan bij mijn dagelijkse realiteit. Ik heb Noorse vrienden en waarom die dame naar me lonkt? Waarschijnlijk omdat ik wel eens foto’s van haar ‘like’ op Facebook. Hahaha.

Ine. Ik droom sinds haar overlijden (juni 2005) met enige regelmaat over haar. Maar nog NOOIT heeft ze iets gezegd in mijn droom. Dit was de aller, allereerste keer. Meestal zie ik haar  op enige afstand, nooit vlakbij. Nooit pratend. Zij is eerder de toeschouwer dan actief in mijn wonderbaarlijke droom-verzinsels. Vaak weet ik ’s morgens niet of het ‘Ine’ of ‘Isabel’ was die in mijn dromen een rol speelde. Ze lopen in mijn dromenland vaak door elkaar. Bij bovenstaande droom was er geen sprake van verwarring. Het was Ine.

Ik ga het nog iets meer duiden (uitleggen). In de weken (of was het maanden?) voor haar overlijden hoorden we op de radio (of een cd) het liedje ‘Laat me’ van Ramses Shaffy. “Draai dat maar op mijn begrafenis. Al de rest moet je zelf maar uitzoeken. Daar ben je goed in”. Veel meer wilde ze er niet over zeggen. Ze lag op de roze bank in Bergen op Zoom, uiteraard met een boek. Met haar hoofd richting het Balsemienedreefje en de benen in mijn richting. Ik zat aan de grote tafel – half in de open keuken – met mijn laptop. En aldus geschiedde een tijd later. ‘Laat me’ in de versie van Ramses Shaffy was het enige liedje dat via de boxen werd weergegeven op haar uitvaart. Alle andere liederen en muziek waren live. Met dank aan Wim, Peter, Rob, Bart en A58.

En nu nog het meest bijzondere van vanochtend. Om iets na zessen lopen we naar de auto. Ik breng Isabel naar het station en rij daarna door naar mijn eerste Nederlandse les van de dag. Omdat ik ook nog grote boodschappen wil doen, nemen we de grotere auto (Nissan X Trail). In die auto ligt mijn oude iPod. Ik start de auto en de iPod – die op shuffle staat – springt vanzelf aan met het liedje … ‘Laat me’ van Ramses Shaffy.

Prettige dag verder …