Tags

, , , , , , , , , , , , , , ,

Zoals ik vorige zaterdag al vertelde, gaat mijn stukje van vandaag nogmaals over een voorstelling die ik met ‘De Broertjes’ heb gemaakt.

DOOR ’t DÂK

De Broertjes (1989) Jeugdtheater 6+

Na het grote succes van ‘Nondesnot, zei de koning’ besluiten Rob en Eric (De Broertjes) een iets meer theatrale voorstelling te maken voor kinderen. Geen meespeel-voorstelling meer maar een tot de verbeelding sprekend verhaal – de geschiedenis van de jonge Arthur en zijn leermeester Merlijn. Ik ben vanaf de eerste repetitie betrokken bij het maak-proces en werk mee aan het scenario. Ik ben de regisseur van dienst.

Het verhaal in het kort. ‘Een eigentijdse bewerking van de Arthur-legende. Het verhaal gaat over de ontwikkeling van Arthur als ‘voorbestemd kind’, voordat hij het zwaard uit de steen trekt. Met in de hoofdrollen Arthur, zijn broer Kay, vader Hector en tovenaar Merlijn.’

Door ’t Dâk met buitelende broertjes

Wie jeugdtheater zegt en het over ‘De Broertjes’ heeft, denkt aan de gebroeders Frank en René Groothof. Maar er blijken ook andere broertjes op deze markt te opereren, zoals het duo Rob Heiligers en Eric de Groot uit Leeuwarden. Zij hebben inmiddels al twee producties met veel succes gespeeld: ‘Opa is een mafkees'(1986) en ‘Nondesnot, zei de koning’ (1987).  Met laatstgenoemde voorstelling reisden zij ook naar Azië en Afrika, waar zij optraden voor Nederlandse scholen aldaar.

Hun derde productie ging gisteren in De Lawei in Drachten in première en om meteen maar met de deur in huis te vallen: de Broertjes slaagden erin een zaal met 350 rumoerige kinderen binnen een minuut stil te krijgen en vervolgens te ‘veroveren’ met een sprankelende versie van de oude Koning Arthurlegende. Hun publiciteitsmateriaal noemt ‘Door ’t dâk”een voorstelling die op associatieve wijze de Middeleeuwen tot leven laat komen en waarin een oud verhaal over een voorbestemd kind voelbaar gemaakt wordt’. Dit is kennelijk taal voor leraren geschiedenis, want kinderen ‘vanaf 6 jaar’ hebben er geen boodschap aan.

En dat hoeft ook niet want, misschien jammer voor die leraren, de kracht schuilt niet in het verhaal, maar in de doldwaze wijze waarop beide spelers, langs elkaar heen rennend, over elkaar heen buitelend, elkaar toeschreeuwend, omgaan met de tot de kinderverbeelding sprekende figuren bij uitstek: tovenaars en ridders.

Voordat tovenaar Merlijn, die het jongetje Arthur de gave geeft het zwaard uit de grafsteen te trekken, wat hem tot koning van Engeland zal maken, speelt er zich tussen hem, zijn vader Hector en zijn broer Kay heel wat af, dat de kinderen op het puntje van de stoel doet zitten. Luidruchtig spel van Kay, clownesk optreden van Arthur, bekwaam gebruik van allerlei ridderattributen, spannende, ondeugende opdrachten van de tovenaar (‘doe eens iets wat niet mag heel goed’), en dat alles in een tomeloze vaart en binnen het uur tot een koninklijk einde gebracht. Het kasteel wordt verbeeld in een tijdloos, abstract decor, dat er heel mooi uitziet.

Leeuwarder Courant – 5/10/89

Van zo’n recensie werden we natuurlijk allemaal blij. Een flinke stap vooruit. Van een achteraf-zaaltje in een club- en buurthuis (ook heel leuk) naar de theaterzaal van de Lawei (Drachten). Nu ik de recensie weer teruglees, stromen de herinneringen weer omhoog. Wat hebben we gelachen tijdens de repetities. Kay – met ooglapje (Eric) moest met een prikpen een ballon lek prikken. Al die stoere kerels die het zwaard niet uit de steen konden trekken. Hahaha. Ik denk dat onze kracht ook was dat we de doelgroep (6+) goed kenden. We hadden (hebben) alle drie kinderen in de leeftijd van het publiek. Je zou kunnen zeggen: “We maakten deze voorstelling voor onze eigen kinderen (Yoko, Marlinn en Jules) en we vonden het fijn dat ook andere kinderen kwamen kijken.”

Het boek ‘De Nevelen van Avalon’ (1983 – Marion Bradley) en de Disney-tekenfilm ‘Merlijn de Tovenaar’ (1963 – The Sword in the Stone) waren de belangrijkste inspiratie-bronnen. Ik denk dat ‘Door ’t Dâk’ ook de eerste samenwerking was met Derk (van Dieren) uit Harlingen. Hij maakte Excalibur – het legendarische zwaard dat de jonge Arthur uiteindelijk uit een (graf)steen trekt. Het fijne is dat we nu – ruim dertig jaar later – nog steeds goede vrienden zijn. Derk en Eric zijn ook al een keer op bezoek geweest in Mozambique. Heel fijn.

Een laatste detail. Een grapje van de grafisch vormgever … heb je het gezien? Het ‘dakje’ op de A van DAK? Ik vind dat leuk. Gniffel, gniffel, gniffel. Op de website van De Broertjes lees ik dat ze deze voorstelling 112 keer hebben gespeeld. Dat is een aantal waar menig jeugdtheater-gezelschap jaloers naar kan verlangen.

Twee weken na de première verhuisde Rob met zijn gezin naar Stiens. Wij vertrokken drie maanden later uit Wyns, op naar Bergen op Zoom. Maar dat was niet onze laatste samenwerking. Later in deze serie vertel ik over ‘AUditie’, nogmaals een jeugdtheatervoorstelling met ‘De Broertjes’.

In de serie: REPERTWAAR