Tags

, , , , , , , ,

Eind 1989 verhuisden we naar Bergen op Zoom. We verkochten onze (woon) boerderij in Wyns aan de lokale kroegbaas. Ine had een nieuwe baan als stem- en dramatherapeut bij De Viersprong in Halsteren geaccepteerd. Ikzelf had mijn ontslag gegeven als Consulent Drama en Taaldrukken bij de SKVF. Ik bleef nog wel een half jaar – twee dagen per week – op en neer pendelen naar Leeuwarden als theaterdocent op De Blauwe Stoep. Onze kinderen gingen respectievelijk naar Het Juvenaat – gymnasium (Catelijne) en naar de Montessorischool (Jules). Vooral voor onze zoon was de verhuizing zeer ingrijpend. Van een boerderij op het platteland in Fryslân naar (kortstondig) een flat 14 hoog in een provinciestad viel nog wel mee maar van een klas met 3 leeftijdgenootjes naar een volle klas met 26 kinderen. Dat was heftig.

Na de zomervakantie 1990 – in Griekenland – was het tijd om nieuwe contacten te maken in de theaterwereld. In Zeeland en Noord Brabant. Dat duurde best wel even. In de schouwburgen van Bergen op Zoom en Roosendaal werd ik beleefd maar afwijzend ontvangen. Dat was heel anders bij het Brabants Centrum voor Amateurtoneel (BCA) in Tilburg. Johan, Marcel, Hein en Helène luisterden vol aandacht en interesse naar mijn verhaal. Uiteraard kenden ze hun Friese collega’s (oa Wouter D) goed. Met hem had ik eerder samengewerkt. Dit bezoek resulteerde – na een tip van Helène M – in een kennismaking met Elysée Toneel Breda. Zij zochten een nieuwe regisseur. Ik heb twee voorstellingen met ze gemaakt.

ZE WAS HET WACHTEN WAARD (Tekst: Heleen Verburg)

Elysée Toneel Breda – 1991 (Regie: Koen Schyvens)

Première in Stadsschouwburg Breda + kleine tournee in Brabant en Friesland

Ze was het wachten waard

Het verhaal in het kort:

“Een vijfling zit al bijna hun hele leven te wachten voor de deur van hun ouderlijk huis. Hun moeder heeft hen ooit de deur uitgezet maar ze geven de hoop niet op ooit weer eens te worden binnen gelaten. Zo zijn ze tot elkaar veroordeeld en rijgen de dagen zich aaneen. Moeder heeft inmiddels eieren voor haar geld gekozen. Als ze begrijpt dat haar kinderen tot in de dood op haar zullen blijven wachten, gooit ze haar dagboek door de brievenbus naar buiten en vertrekt ze met haar man door de achterdeur.”

Deze tekst van de (toen) jonge schrijfster Heleen Verburg is geschreven in opdracht van Coöperatieve Theatervereniging Mevrouw Smit en voor het eerst opgevoerd in voorjaar 1990. Ik heb die voorstelling niet gezien maar ik had er wel over gelezen. Waarschijnlijk heb ik toen de tekst gevonden in de bibliotheek van het Theaterinstituut. Na een paar telefoontjes kreeg Elysée de toestemming om deze toneeltekst te ensceneren. Als eerste groep in het amateurtoneel. Wat ik ook nog weet is dat de ouders van de schrijfster op de première waren en enthousiast hun dochter zouden vertellen dat het een prima voorstelling was.

Het was mijn debuut als regisseur in Noord Brabant – met mensen die ik nog nooit eerder had ontmoet. Het fijne van deze tekst is dat alle personages het hele stuk op het toneel aanwezig zijn. Dat vond ik een geweldig uitgangspunt voor de repetities. Iedereen aan het werk, geen bij- of hoofdrollen. Iedereen aan de slag met min of meer evenveel tekst.

De tekst en het gegeven zijn licht absurdistisch. Dat had je waarschijnlijk al begrepen toen je het verhaal in het kort las. Een interessante tekst om mee aan de slag te gaan. Nauwelijks regieaanwijzingen in het script. De vijf personages zijn: De schrijver, De lust, De trots, De oudste en de De stervende. Samen vormen zij een vijfling van ongeveer 40 jaar. Ze bevinden zich op straat, voor de gesloten deur van hun ouderlijk huis. Ook De moeder komt aan het woord maar dan via haar geschreven dagboek. De schrijver leest fragmenten voor uit haar dagboek want hij is de enige die kan lezen.

De vergelijking met ‘Wachten op Godot’ (Samuel Beckett) ligt voor de hand maar is maar ten dele correct. Het decor was een halve circuspiste. Geen realistische deur. De kostuums – anders dan op de poster hierboven – waren gemaakt van kleurrijke gordijnstof. Allemaal een andere stijl maar wel van dezelfde stof.

De spelers – Twan, Leen, Ans, Saskia en Marijke – waren kwalitatief goed tot zeer goed. ‘Horende bij de top van het Bredaas amateur-toneel’ zoals dat werd gezegd. Dat is uiteraard betwistbaar. Goede tekst discipline. Serieus wanneer ze serieus moesten zijn. Open en constructief voor aanwijzingen en suggesties. Volgens mij is dit stuk een keer of zes opgevoerd. De meest bijzondere voorstelling was in ‘De Blauwe Stoep’ in Leeuwarden waar oud collega’s en voormalige cursisten kwamen kijken wat Koen uitvoerde in Brabant. We sliepen in het decor, tussen de koffers van de voorstelling … na een lang nachtje uitgaan in Ljouwert. Ik werd tijdens deze kleine tournee gevraagd om een jaar later opnieuw bij Elysée te regisseren. Deze eerste samenwerking is ons allemaal goed bevallen.

Openings-citaat (Uit het dagboek – voorgelezen door De schrijver): “Ik heb het gedaan, ze zitten buiten. Het viel niet mee. Het was gemakkelijker geweest als eentje niet zo hartverscheurend had gehuild.”

In de serie: REPERTWAAR. Ik betwijfel of de volgorde van deze repertoire-stukjes op zaterdag ook de juiste chronische volgorde is waarin deze voorstellingen in première zijn gegaan. Wel min of meer …

ps. Op de huidige website van Elysée vind ik geen informatie over voorstellingen in de 90’er jaren. Jammer.