Tags

, , , , , , , , , , , ,

Waarom ik vannacht aan de Antwerpse cinema’s (bioscopen) uit de 60- en 70’er jaren moest denken, weet ik niet. Omdat ik niet terug in slaap viel, speelde ik een kwis-spelletje met mezelf. ‘Noem tien namen van cinema’s in Antwerpen waar je in je jeugd naar toe ging.’

De eerste twee die me te binnen schoten waren Ciné Rubens (in de Carnotstraat) en De Metro (in de Anneessensstraat). Ik kom er zometeen nog op terug. Wij woonden in Boechout – ruim tien kilometer van ’t stad, van het centrum van Antwerpen. Wij gingen – denk ik – zo’n vier keer per jaar naar de cinema. Wij zijn: mijn vader, mijn moeder, mijn broertje en ik. Ik denk dat mijn moeder het meest verzot was op ‘naar de film gaan’. Zij adoreerde – bij wijze van spreken – Charlton Heston, Kirk Douglas, Alain Delon, Robert Wagner. Mijn vader was meer fan van de Franse film en acteurs – Jacques Tati, Bourvil, Fernandel en in mindere mate Louis de Funès. Maar ook Buster Keaton en de Dikke en de Dunne – de helden uit zijn jeugd.

Goed. We gingen altijd met de auto en die werd ergens geparkeerd in de buurt van de cinema’s – tussen Frankrijklei en het Astridplein. Daarna liepen we meestal in optocht naar de Anneessensstraat (*) want daar hingen kleine vitrines aan de muur met affiches en foto’s van de films in de zalen van het Rex-Heylen-concern. Daar moest gekozen worden. Wordt het een lachfilm, een kinderfilm of toch iets anders? Nadat de keuze gemaakt was, liepen we altijd naar een restaurant op de hoek van de Stationstraat en de Breydelstraat. Naast dat restaurant (een veredelde frituur met wat tafeltjes) was ook een bioscoop. Eén van de seksbioscopen in het Antwerps stationskwartier. Zag ik daar Emmanuelle 1 – of was dat toch in De Metro? Ik weet het niet meer. Stiekem – ja, ik beken – in mijn eentje op een vrijdagnamiddag – na school. Ik moest nog heel dringend een werkstuk met een vriend afmaken …

Negen van de tien keer aten we mosselen met friet in dat restaurant. De tiende keer: paling in ’t groen. Het werd een terugkerend ritueel. Na het eten liepen we naar de juiste cinema. Bijvoorbeeld naar Den Astrid (op het Astridplein). Daar zagen we de typische (Duitse) familiefilms. Heintje Simons – Die Shule brennt, Ein Herz geth auf Reisen, enzovoort. Vóór de hoofdfilm was er bijna altijd een voorfilm en Belgavox (de Belgische variant van het Polygoonjournaal). Hier zag ik ook de eerste getekende Asterix-film. Ik vond het geweldig. Naast Den Astrid was Ciné Savoy maar ik herinner me niet of ik daar ooit binnen ben geweest. In één van die twee zalen zag ik Mira – maar dat was zonder mijn ouders, dus een paar jaar later.

Als je het Astridplein oversteekt, loop je naar de Carnotstraat. Daar was mijn lievelingsbioscoop. Ciné Rubens. Dat was de enige zaal in ’t stad waar ze een 70mm-projector hadden. En een heel groot scherm – breedbeeld. Ben Hur, Spartacus, De Tien Geboden, Earthquake … dat soort spektakelfilms zag ik daar. Ook James Bond films denk ik – maar dat kan ook in De Rex of De Metro geweest zijn. We waren altijd goed op tijd want we wilden achteraan zitten. Geen stijve-nek-loge op de eerste rijen. Recht tegenover De Rubens was ook een bioscoop maar die naam herinner ik me niet. Zou het Den Astra kunnen zijn?

cinema-2093264_960_720

Foto: Pixabay

Wel herinner ik me natuurlijk Ciné Rex aan de Keyzerlei. Dat was de zaal voor de grote kassuccessen. Volgens mij zag ik daar The Godfather (deel 1) en Jaws. The Deer Hunter en Kramer versus Kramer. Apocalypse Now en Marathon Man. One Flew over the Cuckoo’s Nest en  Turks Fruit …  maar dat was al in de periode zonder mijn ouders. Ik denk dat De Rex de belangrijkste zaal van het Heylen-concern was.

Of we Bambi (mijn eerste film ooit in de cinema), Jungleboek, de Aristocats, Dumbo in De Rex zagen of in De Metro (Anneesssensstraat) weet ik niet meer. Ergens vaag denk ik dat De Metro twee zalen had, maar zeker weten doe ik dat niet. We gingen ook naar De Quellin (Quellinstraat) en Den Ambassade (ook in de Anneessensstraat). Films uit die tijd die ik me herinner zijn de spaghetti-westerns met Terence Hill en Bud Spencer (oa. My name is Nobody),  de Don Camillo-films, films met Danny Kaye (nog een favoriet van mijn moeder). The Sound of Music. Love Story of films met Jerry Lewis, de lievelingsacteur van mijn broer. Dokter Pulder zaait papavers. Af en toe een western met John Wayne. Was dat in De Vendôme (Anneessensstraat) of in Den Odeon (Frankrijklei)? Ik weet het niet meer. Wat ik nog wel weet zijn de geschilderde reclameborden boven de ingangen van sommige cinema’s. Geschilderde affiches, geschilderde foto’s.

Vanaf het hoger middelbaar ging ik naar Pius X (op ’t Kiel) naar school. In die jaren broste ik heel af en toe (niet verder vertellen) en dan was ‘een cinemakke pakke’ een geliefde activiteit. In die tijd kwam De Calypso (Quellinstraat) met een nieuw concept. Eén bioscoop – drie zalen. Ik vond het helemaal geweldig. Daar zag ik oa Jonathan Livingston Seagull, Life of Brian, de twee delen van Novecento (1900), Jesus Christ Superstar – ik zat bijna altijd met een ‘lief’ naast me in De Calypso. Zo herinner ik het me toch. Popcorn kan ik me niet herinneren. Eten, drinken of roken in de bioscoop … volgens mij gebeurde dat gewoon niet. Naar De Roma (in Borgerhout) ben ik toen nooit geweest.

Heb ik mijn eigen kwisvraag goed beantwoord? Herinner ik me tien namen van zalen? Volgens mij zijn het er zeker elf. Dan voeg ik er voor de volledigheid De Cartoons aan toe. Twee zaaltjes ergens verstopt tussen Het Steen en het stadhuis. Volgens mij bestaan ze nog steeds. Geen Heylen-cinema’s – veeleer een soort filmhuis – met een andere (betere) programmatie. Zo, de slapeloze nacht heeft zich vertaald naar een nostalgisch logje. En mocht een leeftijdgenoot nog andere zalen in ’t stad herinneren … reageer. Alvast merci.

(*) Anneessensstraat – valt het je op? Zoveel keer dezelfde letter na elkaar. Eerst de dubbele NN, dan de dubbele EE, gevolgd door een dubbele SS en nog een keer de dubbele SS en tenslotte de dubbele AA.