Tags

, , , , , , , ,

“Nalezen” … dat is heel vaak het advies aan mijn leerlingen. Inhoudelijk is de tekst die ze inleveren (huiswerk) van een behoorlijke kwaliteit. Taalfouten of spellingsfouten markeer ik wel maar ik beoordeel het liefst de tekst in zijn geheel. Toch wordt mijn leesplezier op de proef gesteld als er te veel fouten in staan. Minstens de helft van de fouten kunnen ze zelf ontdekken als ze de moeite doen om de tekst na te lezen. Maar dat doet bijna geen hond, laat staan een kind of een tiener. Ze zijn blij dat het huiswerk af is. Punt. Een mailtje naar meneer Koen en ze zijn ervan af.

Vaak begin ik dan de volgende online-les met een leesopdracht. Luidop. “Lees je tekst (huiswerk) luidop voor.” Soms gaat dat stuntelig. Waarom? Omdat er woorden of interpunctie ontbreken. We corrigeren dan samen de tekst en dan ontdekken de leerlingen dat ze 70% van de fouten hadden kunnen vermijden door kritisch na te lezen.

Mijn advies: 1. Laat je tekst een dag liggen en ga dan pas nalezen (en corrigeren). 2. Lees je tekst hardop voor. 3. Print je tekst en lees dan je tekst rustig na.

En nu komt natuurlijk de grote vraag: “Doe ik dat zelf ook?” Het eerlijke antwoord is NEE … met hoofdletters en vet gedrukt. Ik schrijf een stukje (online), ik lees het diagonaal nog snel even door en klik op PUBLICEREN. Meestal ga ik dan onmiddellijk naar mijn eigen weblog en kijk naar het resultaat. Negen van de tien keer zie ik een paar fouten. Gelukkig bestaat er zoiets als BEWERKEN. Ik corrigeer onmiddellijk alle fouten die ik zie en druk op BIJWERKEN. Oef.

Nalezen en de fouten verbeteren

De fouten die ik hier beschrijf kun je opdelen in een paar categorieën. Een woord vergeten of een woord tweemaal typen. Ergerlijke fouten zijn veroorzaakt door de automatische spellingcontrole. Bij de tweede lezing let ik vooral op de werkwoordspelling. De D’s en de T’s. Dat zijn eigenlijk de enige fouten waar ik me een beetje voor schaam als ik ze ontdek in mijn eigen teksten. Soms dagen later. Dat zijn natuurlijk ook de moeilijkste woorden om te controleren via internet.

Het grootste probleem is uiteraard: jij – de schrijver – weet wat je hebt geschreven en je denkt dus automatisch dat het dus ook zo op papier (of het scherm) staat. Je bent tijdelijk blind voor je eigen schrijffouten.

Eén soort fout maak ik vaak met opzet in verband met de leesbaarheid. Ik geef een paar voorbeelden. Gehandicaptenparkeerplaats. Dit is de juiste spelling. Ik schrijf dan liever: gehandicapten-parkeerplaats. Ik weet dat het fout is maar ik vind het leesbaarder. Ik gebruik liever een verbindingsstreepje. Ook één woord. Hahaha. Nog een mooi voorbeeld: lagekostenluchtvaartmaatschappij. Eén woord. Ik weet het maar toch kriebelt het om streepjes toe te voegen. Kun je geloven dat mijn NT2-leerlingen hier gek van worden? Ontwikkelingshulpprogramma. 

Ook het gebruik van aanhalingstekens (en cursieve woorden) doe ik niet altijd volgens de regels. Hooguit volgens mijn eigen logica.

En jullie? Hoe schrijven jullie? Alles eerst in het klad? Publiceer je onmiddellijk of laat je je schrijfsels een tijdje liggen? Ik ben meer zoals mijn eigen leerlingen: blij dat ik het stukje af heb. Klik PUBLICEREN.

Ps. Hoe kritisch lees jij je eigen teksten na? Of lees je meestal wat je denkt dat er staat? Kijk nog eens naar de titel van dit stukje …