Tags

, , , , , , , , , ,

Kaarten. Kaartspelletjes. Het is niet helemaal waar dat het enkel iets van vroeger is want heel soms – eerlijk gezegd: veel te weinig – leg ik nog wel eens een kaartje. Ik ben natuurlijk opgegroeid in de periode dat er nog geen computers, smartphones en tablets waren. Er was ook nauwelijks televisie. Zeker niet op de camping of in een vakantiehuisje. We waren dus aangewezen op kaartspelletjes en bordspellen. En zelf verzonnen kwissen. En dat hebben we heeeeel veel gedaan. Kaarten bedoel ik. Meestal met veel plezier. Ik ga vertellen over de kaartspelletjes die we (vroeger) het meest hebben gespeeld. Als ik WE schrijf dan bedoel ik: mijn ouders, mijn jongere broer en ik. Vier mensen – een tamelijk ideaal aantal voor heel veel kaartvariaties. Als je de spelregels of meer of het spel wilt weten, klik dan op de link cq diverse woorden.

Wippen – Ik denk dat elke streek een eigen woord heeft voor veel varianten van hetzelfde spel. Dit was het eerste spel dat we heel veel hebben gespeeld. Natuurlijk ook omdat het onze primaire rekenvaardigheid op peil hield. Een voorbeeld zie je hierboven. 7 + 3 = 10 of 7 + 2 + 1 = 10. Je kunt ‘wippen’ ook met twee of drie personen spelen. Dat hebben dan ook heel veel gedaan. Het is een fijn spel voor jonge kinderen want je hoeft maar maximaal vier kaarten tegelijk vast te houden.

Kingen – Een heerlijk kaartspel voor vier personen die de meest gangbare regels kennen zoals: volgen en troef. En je moet natuurlijk dertien kaarten in één hand kunnen vasthouden. Dit spel begonnen we dus te spelen als we ietsjes ouder waren. Een jaar of acht of negen. Het fijne van ‘kingen’ is dat het ongeveer een uurtje duurt. Eerst speel je zes spelletjes ‘slechte punten’ (geen slagen, geen harten, geen heren en boeren, geen hartenheer, geen vrouwen, niet de laatste twee slagen) en daarna vier spelletjes ‘goede punten’ (iedereen mag een keer troef bepalen. Heerlijk. We hebben het heel dikwijls gespeeld. Ook als een soort oefenen om later te kunnen ‘wiezen’. Met de (voetbal) vrienden – Werner, Eric, Gie – kingen we bijna altijd één keer als we elkaar zien. Daarna gaan we ‘wiezen’.

Wiezen – Heel soms zei iemand ‘whist’ – de Engelse benaming van dit imens populaire kaartspel. Ik weet niet hoe dikwijls in mijn leven ik hen ‘gewiest’. Ontelbare uren. Thuis, met vrienden, op school tijdens de middag, op vakantie, op kamp. Wiezen en nog eens wiezen. Een paar termen die ik hier niet ga uitleggen maar wel verbonden zijn met het kaartspel uit mijn jeugd zijn: Trul (of troel) en trulla. Pastrul. Ik pas, ik vraag, ik ga mee. Ik ga alleen. Troef. Kopen, bovenkopen. (Troeven, boventroeven.) Abondance. Negen-slag. Abondance troef. Abondance tienslag. Miserie. Miserie op tafel. Picco. Solo slim. Meegaan op de poef. Slepen. Ne frank de juiste, ne frank den overslag. Ik word helemaal enthousiast en weemoedig als ik die termen opschrijf. Heerlijk.

Er zijn heel wat varianten van ‘wiezen’ zoals: kleuren-wies, bomeke-wies, manillen, rikken. En natuurlijk zijn ook het Nederlandse klaverjassen en hartenjagen varianten van dit kaartspel. Rikken was de variant die de familie van Ine speelde – Oost-Brabanders.

In Boechout werden er jaarlijks heel wat ‘Bomeke-Wies prijskampen’ (met een vaste partner) georganiseerd bij verenigingen of in café’s. Ik deed dikwijls mee en heb zeker twee keer gewonnen, herinner ik me (bescheiden).

Mochelen – Er zijn verschillende varianten. Het is een kaartspel dat je in je eentje speelt. Patience is het meer gangbare woord. Ik speelde het maar meestal vond (vind) ik lezen leuker. Wat ik me nog goed herinner zijn mijn grootouders. De Bompa en de Bomma. Hij mochelde aan de keukentafel. Zij zat erbij en keek ernaar – soms met een half oog. Haar benen onder een seuzze (deken) en haar voeten op de open klep van de stoof. En als den Bompa vals speelde riep ze ‘haarzak’ … zoiets als ‘valsspelen’.

Nadat mijn grootmoeder overleed ging den Bompa dagelijks kaarten, meestal met – en bij Madam Mol – zijn kaartvriendin. Ook met zijn kleinkinderen (met ons dus) heeft hij veel gekaart. Mijn andere grootouders (via mijn moeder) kaartten ook: canasta.

Canasta – Op zondag na de mis, het aperitief en het warm eten gingen de volwassenen (mijn grootouders, later alleen mijn oma, mijn ouders en een oom en tante) canasten. Dat was chiquer dan wiezen. Dat was tenminste het vooroordeel. Volgens mij is rummikub afgeleid van dit kaartspel. Ik heb het nooit mogen meespelen. We mochten wel kijken maar moesten onze mond houden. In de praktijk deden wij algauw onze eigen spelletjes of was het tijd om naar de scouts te gaan.

Morgen schrijf ik verder over kaarten. “Een logje mag niet te lang zijn anders haakt de lezer af” aldus sprak Zaratoestra of was het zijn broer?

Ik maak alvast een lijstje: pesten, ezelen, eenentwintigen, poker, scopa, yaniv, toepen. Ik heb een paar keer gekeken naar bridge (en ook wel eens meegespeeld) maar ik kan bridgen niet aan dit lijstje toevoegen wegens gebrek aan ervaring. En ik schrijf ook iets over de ‘boeren, vrouwen en heren’.

In de serie: IETS VAN VROEGER