Tags

, , , ,

Op 1 januari 2011 publiceerde ik mijn eerste stukje op web-log. Ik las al een tijdje het blog van Dominiek, observaties en overpeinzingen tijdens zijn dagelijkse wandelingen in Leermens (provincie Groningen). In die periode was ik meer onderweg dan thuis (in Bergen op Zoom). Ik schreef wel eens dat ik meer in hotelbedden sliep dan in mijn eigen bed. Het thuisfront was het wel gewoon maar hoorde toch graag wat ik uitspookte. En waar. Mijn moeder was nog actief op internet. Zij keek uit naar mijn emailtjes. Ik had een lijstje met email-adressen op Yahoo. Mijn moeder, mijn kinderen, vrienden, buren, familie … Ik ben geen beller en dat was trouwens toen nog stervensduur. Ik vond het genoeg dat ik bereikbaar was op mijn mobieltje. Meer was niet nodig.

Zoals ik hierboven al memoreer bracht Dominiek me op het idee om te gaan bloggen. Ik schrijf op een moment als het mij uitkomt. Ik publiceer mijn stukjes op elk willekeurig moment van de dag of nacht. En mijn moeder leest mijn stukje op het moment dat het haar uitkomt. Ze herlas ook regelmatig mijn logjes. Later printte mijn zus mijn stukjes en bundelde zij mijn logjes in een dikke map. Ik lag dus op het nachtkastje van mijn moeder. Berichten versturen per email werd verleden tijd. Als iemand me vroeg waar ik was of wat ik aan het doen was dan was meestal mijn antwoord: “Ik stuur je de link van mijn weblog dan kun je me volgen wanneer het jou uitkomt.”

Dat web-log ermee ophield halverwege 2011 heb ik al vaker verteld. Ik kan dus geen linkje plaatsen naar mijn allereerste logje op 1 januari 2011. Ik schat dat ik daar ruim honderdvijftig stukjes heb geschreven. Bijvoorbeeld over mijn (onze) reis naar Brazilië. Over Umoja. Over mijn bezoek aan Israël.

We zijn nu tien jaar verder. Ik ben alweer bijna acht jaar getrouwd met Isabel. Er zijn sinds die eerste dag (01-01-2010) nog vier kleinkinderen bijgekomen. Ik moet oppassen dat dit geen opsomming wordt van overlijdens maar Dominiek en mijn moeder zijn enkel nog in mijn (onze) verhalen aanwezig. Ze lezen niet meer mee. WordPress houdt statistieken bij, ik kijk er zelden naar. Vandaag wel en ik zie onder andere dat ik 119 stukjes heb gepubliceerd in 2020. Dat er 29.614 bezoeken werden afgelegd aan mijn klein stukje www. Dat ik 188 volgers heb. Dat betekent dus dat ik elke drie dagen een stukje schrijf. Voor mijn gevoel klopt dat. Soms vijf dagen na elkaar, soms een week niets. Dat zal waarschijnlijk ook het ritme zijn in 2021.

Mijn stukjes hebben gemiddeld 725 woorden. Ik krijg gemiddeld 17 reacties per bericht. Dat vind ik best veel maar daar zijn natuurlijk ook mijn reacties op jullie reacties bij inbegrepen. Ik krijg gemiddeld 9 likes per bericht. Dankjewel daarvoor maar het is iets dat ik zelf niet dikwijls doe omdat ik die ‘like-knop’ meestal niet zie. De top 3 van reageerders zijn collega-bloggers: Rietepietz, Thomas Pannenkoek en Regenboogvlinder. Via Facebook reageert Rene B bijna altijd. Ik vind reacties erg fijn maar voel je niet (nooit) verplicht om iets te schrijven. Ik reageer zelf denk ik 30% van de tijd op stukjes van (sommigen) anderen, mogelijk zelfs minder.

Tot mijn grote verbazing is de vijfde aflevering van Daedalus en Icarus (19 december 2020) het best bekeken stukje op één dag in deze tien jaar. Bijna 800 keer. Bizar. Mijn stukje over het kaartspel Yaniv wordt het vaakst aangeklikt – ik denk vanuit Google.

Genoeg statistiekjes. Het nieuwe jaar is begonnen. Ik heb geen bijzondere voornemens voor dit jaar – ook niet wat bloggen betreft. Wensen heb ik uiteraard wel. We zullen zien wat 2021 ons brengt. Een fijne dag (en jaar) voor iedereen die dit leest. Blijf gezond.