Tags

, , , , , , , , ,

Als ik eerlijk ben moet ik de titel in de verleden tijd schrijven: ‘Ik bond de schaatsen onder.’ En dan moet ik er ook het jaar 1985 bij vermelden. Ik neem je mee terug in de tijd. Eind 1983 verhuisden we naar een boerderij in Wyns. Een dorp ten noorden van Leeuwarden aan de Dokkumer Ee. Gemeente Tytsjerksteradiel. Geen straatnamen, alleen huisnummers. Ongeveer honderd inwoners. Een kerk, een dorpsschool, een kaatsveld, een kroeg, een fietspont, een driedaags dorpsfeest, drie keer per week de srv-wagen, een beeld van David van Kampen, een activiteitencommissie, een biljartclub, een stuk of vijftien boerderijen en op een boogscheut het buurtschap Bartlehiem. (1)

Vanuit onze woonkamer zagen we de Dokkummer Ee. De rivier tussen Dokkum en Leeuwarden. In de zomer was het nooit heel druk op het water maar er kwamen wel bootjes voorbij. Nu nog steeds trouwens. Op warme dagen sprongen we samen met de dorpsjeugd af en toe in de rivier. Een ouderwets gevoel. De Witte van Zichem in Fryslãn.

De Dokkumer Ee in Wyns (Wijns) – gemeente Tytsjerksteradiel (Fryslãn)

Als de fotograaf 90 graden naar rechts draait dan zou je onze boerderij kunnen zien. Nu zie je de rivier. Het witte gebouw is het dorpscafé – een tijdje ook een populair restaurant. Net voorbij dat witte bootje vaart het fietspont – De Wynser Oerset.

Het fietspontje over de Dokkumer Ee in Wyns

Op deze foto zie je het café van de andere kant en vanaf de andere oever. Goed Koen … je wilde iets over schaatsen schrijven. Inderdaad. In februari 1985 begon het flink te vriezen. De Ee vroor dicht. Het dorp liep uit. Als het vriest ontdooien de Friezen. Iedereen is buiten. De weinige lantaarnpalen in het dorp werden naar het ijs gekeerd. De cafébaas zorgde voor koek en zopie. Koen (ik dus) keek mijn ogen uit. Met een jaloerse blik. Ik had ooit wel een paar keer op kunstschaatsen gestaan in Herentals (of was het Heist op den Berg) maar dat stelde niet veel voor. Reedriden (schaatsen) is een heel andere tak van sport. Jan Kwast, de dorpsschilder (2) maakte onmiddellijk een praatje.“Of Koen geen zin heeft om te schaatsen?” Ja dat heb ik wel maar ik heb (nog) geen schaatsen. Jan naar huis. Een kwartiertje later is hij terug met houtjes.

Houten Friese doorlopers

Ik had mijn wandel(berg)schoenen al aan. Jan legde me uit hoe ik die houten schaatsen moest onderbinden. Een paar minuten later gleed ik het ijs op, ongeveer ter hoogte van die blauwe auto (parkeerplek) op de eerste foto. Krabbelen is natuurlijk een juistere omschrijving. Er werd me een stoel aangeboden om me vast te houden. Dat heb ik breedlachend geweigerd. Ik maakte mijn eerste slagen. Links, rechts, links, rechts. Net voorbij het café draaide ik om. Het ging steeds een heel klein beetje beter. Ik durfde na een tijdje helemaal tot bij het huis van Sina en weer terug. Ik gleed meer dan dat ik slagen durfde te maken. Ik bleef een klein uurtje oefenen. Morgen is er weer een dag. Ik stond op met spierpijn. Niet in mijn benen maar in mijn handen en armen. Hahaha. Die had ik klaarblijkelijk erg verkrampt tijdens mijn eerste schaatservaring.

Een nieuwe dag. Een nieuw doel. Wyns – Bartlehiem en terug. En halverwege even aanwippen bij David en Janny voor een kop chocolademelk. Het lukte. Voor het eerst ervaarde (of is het ‘ervoer’?) ik verschillende ijssoorten. Zwart ijs, ribbelig ijs, kwalster enzovoort. En de wind. Net als op de fiets … meewind en tegenwind. Wat is Friesland toch mooi. De winter hield aan. Ik was elke dag op het ijs te vinden. Na een dag of vijf ging ik schaatsend naar het werk in Leeuwarden. Via Miedum, Lekkum, Snakkerburen naar de stad. Zo trots als een pauw liep ik het laatste stukje naar het Gouverneursplein. Dat is wel zo gemakkelijk met ‘houtjes’ onder je arm. Klunen zou ik pas een jaar later doen.

Er hing een Elfstedentocht in de lucht. Plots ging het over niets anders. Reinier Paping was elke dag in het nieuws. De vooroorlogse tochten kwamen nog via Wyns maar later werd Bartlehiem het magische kruispunt. Je komt er voor eerst langs vanuit Franeker, je gaat onder het bruggetje door, slaat links af naar Dokkum. In Dokkum haal je de één na laatste stempel en draai je om – opnieuw naar Bartlehiem. Daar ga je niet rechtdoor naar Wyns (en de Prinsentuin in Leeuwarden) maar linksaf naar Oudkerk en vervolgens richting Bonkevaart.

Op de tweede zaterdag van mijn eerste schaatsweken werd de ‘Groote Wielentocht’ georganiseerd. Of was het de ‘Trynwalden tourtocht’, dat zou ook kunnen. Ongeveer dertig kilometer met verschillende opstapplaatsen cq stempelposten. Het café in Wyns is één van die opstapplaatsen. Schaatsen laten slijpen. Reserve veters meegenomen. Een paar mueslirepen en een regenjasje in het rugzakje. Mobieltjes hadden we toen nog niet. Betalen in ’t café en met de stempelkaart op zak het ijs op. Jan Kwast en zijn vrouw zwaaien me uit. Eerst richting Snakkerburen en dan schijnbaar de verkeerde kant op – naar de Bonkevaart. Dan naar de Groote Wielen, naar Rytsjerk, linksaf naar Gytsjerk. Door Oentsjerk en Aldtsjerk. Vervolgens weer linksaf naar Bartlehiem.

Het bruggetje van Bartlehiem

Op de Dokkumer Ee naar links (niet onder het bruggetje door dat je op foto ziet, dat is richting Franeker) wel linksaf via Tichelwurk naar huis. Stempelkaart inleveren. Stijf maar voldaan naar thuis (nauwelijks 100 meter lopen) en dan aan de beerenburg. Mijn eerste toertocht volbracht. Een week later kreeg ik mijn eerst schaatsmedaille thuisgestuurd.

“It giet troch” maakte Jan Sipkema een paar dagen later bekend op radio en televisie. Evert van Bentum zal zijn eerste Elfstedentocht winnen. Maar dat zijn weer heel andere verhalen. Een jaar later – weer zo’n strenge winter – kocht ik lage Noren en gaf de houtjes terug aan buurman Jan.

(1) Het buurtschap Bartlehiem ligt eigenlijk in drie verschillende gemeenten. Tytsjerksteradiel, Burdaard en Stiens. Het gehucht ligt aan de kruising van drie verschillende riviertjes. Alleen als het vriest wonen de buurbewoners daadwerkelijk dicht bij elkaar. Kijk op onderstaande foto (van Google Maps).

Bartlehiem (Friesland)

Op deze foto heb ik met een zwarte streep en pijl aangegeven hoe ik op die dag van de ‘Groote Wielentocht’ langs (door) Bartlehiem ben geschaatst. Komend uit Oudkerk (Aldtjerk) onder de stenen brug (de weg van Wyns naar Burdaard) dan linksaf op de Dokkummer Ee. Nog 3,5 kilometer en dan ben je (ik) weer in Wyns. Thuis.

(2) Jan Kwast was huisschilder. Natuurlijk is dat zijn bijnaam. Ik zeg dat met volle eerbied want – duizendmaal excuus – ik ben zijn echte achternaam vergeten. Miedema? Rypstra? Ik weet het niet meer.

Nawoord. Ik las dit stukje nog even na op mijn telefoon. Onderaan dat logje verschijnen automatisch linkjes naar eerdere stukjes rondom hetzelfde thema. Wat blijkt? Op 13 februari 2012 schreef ik nagenoeg hetzelfde verhaal. Hahaha. Schaatsen op de Dokkumer Ee.