Tags

, , , , , ,

Een soort vervolg op mijn stukje van gisteren waarin ik vertelde over twee zaken die kapot bleken te zijn. De decoder (of het snoer van de decoder) en de ontvanger die bij de schotelantenne hoort. Beide zaken zijn ongeveer 5 jaar oud. Ik vind dat te jong om al kapot te gaan. Ik kan daar heel slecht tegen. Ik ben niet super voorzichtig met dingen maar zeker niet slordig. Het lijkt of materiële spullen vroeger veel langer meegingen dan heden ten dage. Of word ik een oude man die zeurt “Vroeger was alles beter”? Ik hoop van niet. Volgens mij vertelde ik al eens eerder over Koen en televisies.

Foto via Pexels.com

Ik probeer een lijstje te maken van zaken die de laatste tijd (jaren) kapot zijn gegaan. Onze broodrooster. Een handmixer. Twee laptops. Twee e-readers (eentje was echt mijn eigen schuld). Een tablet. Tig mobiele telefoons. Een printer. Bedlampjes. Tweemaal een boiler. Een airco (een vogel had zijn nest in het buitengedeelte van de airco had gemaakt). De ijskast en de televisie van onze huishoudelijke hulp.

Natuurlijk breken we wel eens een glas (meestal tijdens het afwassen), een kopje of een bord want we hebben alleen maar stenen (plavuizen) vloeren. Maar dat vind ik van een andere orde dan apparaten.

Ik ben totaal niet materialistisch (denk ik). Ik ben blij met wat ik heb – met wat wij hebben. Ik hoef niet voortdurend iets nieuws. Maar ik wel houden wat ik heb – wat wij hebben. Ik draag met gemak dezelfde broeken, truien of jas dan tien jaar geleden. Daar moet ik natuurlijk wel bij vermelden dat lange broeken, truien en jassen zelden uit de Mozambikaanse kast komen.

Dat auto’s of auto-onderdelen kapot gaan is een logische zaak. Zeker hier in het buitengebied waar we voortdurend over zandpaden moeten rijden. Of door plassen en modderstroken. Er is heel stof. Er zijn eindeloos veel kuilen in de weg dus over het onderhoud van auto’s heb ik het maar niet. Dat is iets dat je weet als je besluit om auto te rijden.

Dat je na een aantal jaren opnieuw moet schilderen of beitsen, dat vind ik normaal. Dat is slijtage. Zo zou het fijn zijn als onze tuinmuren een likje verf zouden krijgen. Maar eerst moet het plamuurmes flink zijn best doen want er zijn heel wat barstjes en barsten bijgekomen (in het pleister) de afgelopen vijf en half jaar. Maar als ik je vertel dat onze buitenmuren ruim drie meter hoog zijn en de lengte ruim 200 meter is (dat is het totaal) dan begrijp je dat daar en flink prijskaartje aanhangt. Dat zijn heel wat liters verf. Dat zijn kosten die je natuurlijk weet als je een eigen huis hebt. Dus kapotte apparaten, gestolen pompen en lampen … God beware me. Jammer dat ik daar niet in geloof, maar dat terzijde. Laat deze beker aan mij voorbij gaan.

Om het woordje ‘kapot’ in een iets andere betekenis te gebruiken … daar wordt Rietpietz vast blij van. Zich kapot generen, zich kapot ergeren, zich kapot lachen. Na een flinke training of werkdag zeg je ook soms “Ik ben kapot” of een wielrenner die zegt “Ik zat kapot”. Dan hebben ze het vaak over een man met een hamer. Dus met andere woorden: afgedraaid, afgepeigerd, afgemat. Als tien- of elfjarige hoorde ik op Terschelling voor het eerst het woord ‘kapotje’. Zegt dat nog iemand tegenwoordig. Zo’n kapotje kan beter niet kapot gaan tijdens gebruik …

Hoe gaan jullie daarmee om? Met spullen die veel te snel kapot gaan. Ik kan daar heel slecht tegen, ik heb daar een gruwelijke hekel aan.