Tags

, , , , , , , , , , , , ,

Een collega-blogger schreef deze week een stukje met de titel ‘Cultuurdingetje’. Iets Vlaams – Nederlands. Ik ben zo vrij om deze titel van haar over te nemen. Niet als reactie op haar logje maar omdat ze me deed herinneren aan een eigen cultuurdingetje. En niet helemaal toevallig ook iets Nederlands – Vlaams.

Ik ben na mijn lerarenopleiding (regentaat) verhuisd van Boechout (Vlaanderen) naar Leeuwarden (Nederland) en studeerde daar af als ‘docent drama’. Naast werk in het onderwijs had ik steeds meer opdrachten in het theater. Ik werd vaker regisseur dan docent. Alhoewel die twee zaken voor een groot deel samen kunnen gaan, maar dat terzijde. Ik ging dikwijls – in opdracht van BCA of NCA – amateur-theater-voorstellingen bekijken en schreef dan een rapport over die voorstelling. Enkele weken later ging ik dan mijn rapport – mijn bevindingen, mijn visie – toelichten bij dat gezelschap. Dat waren voor ons allemaal leerrijke bijeenkomsten, soms interessante discussies.

Het NCA (Nederlands Centrum Amateurtheater) zat in een (internationale) werkgroep – de Vlamingen gebruikten liever het woord comité – samen met hun Vlaamse partners. Ik ben de naam vergeten maar dat doet er ook niet toe. Deze werkgroep organiseerde elk jaar een eenakter-weekend. Drie Vlaamse groepen en drie Nederlandse groepen kwamen een lang weekend bij elkaar in Blankenbergen. Ik werd gevraagd als Nederlandse specialist en daar ontmoette ik Jef, de Vlaamse specialist. Het klikte vanaf het eerste moment heel goed tussen ons.

Foto: Pexels.com

Het programma zag er ongeveer zo uit: op vrijdagavond speelden twee groepen (één Vlaamse en één Nederlandse) hun voorstelling. Na afloop gaven Jef en ik onze reactie. Kritisch opbouwend. Alle deelnemers aan het weekend waren daarbij aanwezig. De volgende ochtend deelden we de totale groep op in twee gemengde deelgroepen en gaven Jef en ik – elk apart een workshop, deels gebaseerd op wat we de vorige avond hadden gezien. Op zaterdagmiddag en zaterdagavond presenteren de andere vier groepen hun eenakter en wij gaven weer ons (deskundig) commentaar. Op zondagochtend volgde een nieuwe workshop van Jef en Koen. Het weekend werd afgesloten met een uitstekende lunch.

Bij alle andere maaltijden schoof ik aan bij een andere tafel (groep) maar voor de afscheidslunch werd ik zeer nadrukkelijk verzocht om aan te schuiven bij het organiserende ‘comité. Comiteit zou mijn grootvader zaliger zeggen. Van Nederlandse kant herinner ik me één dame (Joke), zij werkte op het hoofdkantoor van het NCA in Utrecht. Van Vlaamse kant zetelden drie wat oudere heren. De voorzitters van de liberale toneelkring, van de socialisten en de katholieken. (*) Zij waren het hele weekend aanwezig met hun madammen, maar dat terzijde. Ik kreeg complimenten voor mijn werk en ze vonden het tof dat een Vlaming de Nederlandse specialist is. Hahaha.

Nu kom ik op het persoonlijke cultuurdingetje. Jef en ik hadden ons al het hele weekend afgevraagd – deels geërgerd – waarom het theater-technisch niet wat beter was georganiseerd. Licht, geluid … van dat soort zaken. Dus tijdens deze eindlunch – met alle comité-leden aan de tafel – bracht ik dit en enkele andere zaken die beter zouden kunnen in de toekomst ter sprake. Op z’n Koens dus tamelijk geaccentueerd met voorbeelden en recht voor z’n raap zonder iemand specifiek te noemen maar de boodschap was duidelijk. Het kan veel beter! Omdat de Vlamingen de locatie en het theater (in een congrescentrum in Blankenbergen) hadden geregeld was dat ook hún verantwoordelijkheid. Vond ik. Er werd vriendelijk geknikt en er werd toegezegd dat dit zou besproken worden in de volgende vergadering.

Na het eten neemt iedereen afscheid van iedereen. Het was een heel leuk en leerzaam weekend geweest. Jef vraagt of ik nog een laatste pintje pak. Ja, graag. We zitten aan de bar of aan een tafeltje en Jef zegt me “Koen, ge zijt een Hollander geworden.” Ik kon die opmerking niet onmiddellijk plaatsen dus ik vroeg verder. Het kwam hier op neer. Mijn directe kritiek tijdens de lunch was echt iets ‘Hollands’, veel te direct. Dat is moeilijk te verkroppen voor de drie Vlaamse toneelvoorzitters. “Ja maar …” probeerde ik, “dat vond jij toch ook.” Ja, dat vond hij ook, voor 200% zelfs maar … “Koen, je moet zoiets veel meer inkleden. Je had de tijdelijke voorzitter van het comité (een Vlaming) even terzijde moeten nemen – zeker niet tijdens de lunch – en zeker niet en plain public en hem dan precies hetzelfde vertellen. Dan zou hij later op hun evaluatie-vergadering onze kritiek en suggesties – als ZIJN inbreng kunnen presenteren aan zijn collega’s. Dán zouden ze dat zeer au sérieux nemen.”

Nawoordje: misschien had ik op lange tenen gestaan maar een jaar later werd ik toch weer gevraagd. Ook Jef was weer van de partij. Zes andere groepen maar wel dezelfde comité-heren met hun madammen. Opnieuw in Blankenbergen en de techniek was … even ‘prut’ dan een jaar eerder. Hahaha. Het eten lekker, het weekend fijn en leerzaam. Een cultuurdingetje, ja toch?!?

(*) Misschien waren dat niet precies de toneelverbonden – misschien was er ook wel een ‘onafhankelijke’ bond bij. Verzuiling op z’n Vlaams.