Tags

, , , , , , , , , , , , , , , ,

Zeg eens eerlijk, heb je enig idee waar dit stukje over gaat? Helpt bovenstaande foto om het te weten of helemaal niet?

Al bijna tien jaar rij ik met grote regelmaat naar Heemstede. Tussen Hoofddorp en Haarlem, in Noord-Holland. Soms reis ik met de trein maar even vaak met de auto. Als ik er dan bijna ben, zie ik bij een stoplicht een bijzonder gebouw op mijn rechterhand. En wegwijzers naar Cruquius en een meubelboulevard. Ik weet en zie dat dat bakstenen gebouw een gemaal is. Veel meer weet en wist ik niet. Tot nu. Nog maar eens het bewijs dat het geschiedenis-onderwijs in Vlaanderen wel degelijk verschilt met dat in Nederland. Wij leerden nauwelijks iets over de grote waterwerken ten noorden van de Belgische grens.

Op de tweede foto las je waarschijnlijk ook ‘Cruquius-museum’. Officieel heet het: Haarlemmermeermuseum De Cruquius. Cruquius is de naam van het dorp waar dit museum is gevestigd. Het dorp is vernoemd naar waterbouwkundige plannenmaker Nicolaus Cruquius – geboren op Vlieland als Nicolaas Kruik.

Een mooie namiddag-bestemming met de kleinkinderen. Ze kennen het gebouw ook van de buitenkant. Nu gaan we samen op onderzoek. Ik keek mijn ogen uit. Natuurlijk ken ik de Haarlemmermeer. Eerlijk gezegd vooral als naam van de gemeente waar de luchthaven Schiphol is gevestigd. Lang geleden was het een meer. Hé hé zou je zeggen maar ik heb er nooit aandacht aan besteed. Op foto drie zie je hoe groot dat meer was. Oorspronkelijk waren het drie meren tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden. Omdat de bewoners rond die meren steeds meer veen afstaken – als verwarming voor de koude maanden – voegden de drie meren zich steeds meer aan elkaar tijdens en na grote stormen. Het grootste meer had als bijnaam: ‘De Waterwolf’. Een hongerige wolf.

In de zeventiende eeuw bedacht Jan Adriaanszoon Leeghwater al een plan om het meer leeg te pompen met behulp van heel veel windmolens. De omliggende steden waren bang dat ze inkomsten zouden verliezen door minder scheepvaart. Ruim een eeuw later kwam Cruquius met een verbeterd plan, ook met windmolens. Maar ook dit keer bleef het bij plannen.

Twee zware stormen (1834 en 1836) zweepten het water op tot de poorten van Amsterdam en Leiden. Genoeg is genoeg zal Koning Willem I vermoedelijk gedacht hebben. Hij had in 1830 heel wat prestige (en land) verloren nadat België zich had los gemaakt van de Nederlanden. De koning was in de ban van grote industriële projecten in Engeland waar stoommachines voor een ware revolutie hadden gezorgd. In 1839 werd de wet tot droogmaking van het Haarlemmermeer aangenomen. Het meer had een oppervlakte van ruim 18.000 hectare en was twee tot vier meter diep. In 1840 werd begonnen met het graven van een 60 kilometer lange ringvaart en bijhorende ringdijk.

Drie stoomgemalen – Leegwather (bij de Kaag), Cruquius (bij Heemstede) en De Lijnden (bij Osdorp) – pompten ruim 800 miljoen kubieke meter van het meer in de ringvaart. In 1852 spartelden de vissen op het droge. Opdracht volbracht. In 1855 werd het drooggevallen land de nieuwe gemeente Haarlemmermeer. De rest is geschiedenis. Van een agrarisch gebied tot een grote internationale luchthaven.

Als bezoeker loop je door het gemaal dat nu nog als museum-attractie in gebruik is. In vroegere tijden brachten schepen kolen naar het gemaal, in het grote ketelhuis werd de steenkool verhit en de daarbij ontstane stoom zetten de pompen in werking.

De kinderen bleven geboeid want ze hadden in de eerste zaal een schatkist met hangslot ontdekt. Zij kregen een blad met veertien vragen. Bijvoorbeeld: Hoeveel liter stoom kan je maken van 1 liter water? (*) Als ze alle antwoorden juist invulden konden ze de code kraken en de schatkist openen. Een kleine verrassing om mee naar huis te nemen. Een geslaagde middag, een geslaagd bezoek.

Museum-tv heeft een pagina met een mooi filmpje van 7 minuten over het museum. Klik HIER. Zeer de moeite waard, niet alleen deze mini-documentaire maar ook het museum zelf.

Wil je nog meer lezen? Klik dan HIER bij het Noord-Hollands Archief.

(*) 1700 liter