Tags

, , , , , , , , , , , ,

Een hele tijd geleden vertelde ik al een keertje dat mijn e-reader – als een trouwe metgezel – op mijn nachtkastje ligt. Waar ik ’s nachts ook ben, je kunt mijn Tolino op korte graaiafstand vinden. Uiteraard probeer ik ’s nachts te slapen maar ik word steevast wakker na een uurtje of vier. Eerst probeer ik het wakker liggen te negeren. Heel soms val ik dan weer in slaap. Ik hanteer de volgende regel: lig ik langer dan vijftien minuten wakker dan pak ik mijn boek en ga lezen.

Soms is dat een kwartiertje, soms ietsjes langer. Het ingebouwde licht van de e-reader staat op de allerflauwste stand, bang dat ik Isabel zou wekken. Of verblinden … stel je voor. Zo gauw ik voel dat ik met mijn ogen knipper leg ik de e-reader weg, draai me om en val weer in slaap.

Ik lees vaak twee boeken door elkaar. Een roman of een thriller en een non-fictie boek of een bundel columns of korte verhalen. Deze laatste soort zijn bij uitstek geschikt om ’s nachts te lezen. Je weet altijd dat een hoofdstukje slechts enkele bladzijden telt. Dat maakt het stoppen gemakkelijk. In tegenstelling met een thriller. Dat is onverstandig om een spannende page turner – om het in slecht Nederlands te zeggen – ’s nachts te lezen. Wegleggen is dan vaak geen optie.

Op dit moment lees ik ‘De schaduwkoning’ van Maaza Mengiste. Een mooi, niet gemakkelijk boek dat zich afspeelt in Ethiopië in 1935 als Mussolini’s leger Haile Selassie verjaagt. Ik zal er later nog eens op terugkomen.

Ik hou van wielrennen en ik lees er graag over. Ik heb heel wat bundels van Mart Smeets verorberd. Vaak op de trein. Ik lees Bahamontes en af en toe De Muur. Ik herinner me mooie verhalen van Jan Siebeling, Frank Heinen, Thijs Zonneveld en van Peter Winnen. Nog steeds op nummer één staat (natuurlijk) ‘De Renner’ van Tim Krabbé. Ik ben er aan toe om het boek voor de derde keer te (her)lezen. Stop Koen, het wordt saai als ik hier nog een grotere opsomming neertik.

Terug naar mijn bed. Ik lees nu ‘De man en zijn wielerverhalen’. De grote bundeling verhalen – meer dan 500 pagina’s – van Wilfried de Jong. Theatermaker, interviewer, tv-maker en wielerverslaafde. Een bundeling columns en korte verhalen. De schrijver is een enthousiaste wielerfanaat. Hij fietst ook zelf, meestal in z’n eentje. Soms op zijn eigen fiets vanuit Rotterdam of Noordwijk. Af en toe op een gehuurde of geleende fiets. Meestal gaat zijn fiets mee op reis. Naar Italië, Frankrijk en zelfs naar New York. Hij vertelt er aanstekelijk over. Deze eigen fietservaringen worden afgewisseld met kijkervaringen (herinneringen). De verhalen staan niet chronologisch maar min of meer thematisch gerangschikt. Verhalen over Parijs – Roubaix. Verhalen over Chris Froome en Marco Pantani, Greg Lemond en Mathieu van de Poel. Herinneringen aan wereldkampioenschappen of de Mont Ventoux. Veel van de wedstrijden of de momenten die de Jong memoreert, herinner ik me goed.

Ik volg het wielrennen al mijn hele leven. Ik had korte tijd een racefiets tot hij werd gestolen uit de fietsenstalling van De Blauwe Stoep in Leeuwarden. Mijn fiets ging één keer mee op vakantie. Ik fietste toen vanuit de camping in Laruns de Col d’Aubisque op (en weer terug uiteraard). Ik had niet de juiste versnellingen, niet het juiste verzet. Ik moest twee keer van de fiets. Wist ik veel. De technische details van een fiets zeiden – en zeggen – me heel weinig. ‘Een tandje bijsteken’ ken ik wel als uitdrukking maar wat het precies betekent weet ik niet. Wilfried de Jong weet daar alles van. Op zijn vijftigste verjaardag fiets hij de Mont Ventoux op. Een mooi verhaal met zijn tienjarig zoontje in een bijrol. Op deze legendarische berg is het belangrijk om het juiste verzet te trappen. Het is een strijd om zolang mogelijk de lichtste versnelling te vermijden. Die heb je uiteindelijk wel nodig als de weg 11% stijgt, bijna bij de top.

Is dit boek een aanrader? Nu twijfel ik. Het is wel veel en veel van hetzelfde. Ik heb de verhalen graag gelezen – ’s nachts in bed waar Wilfried me ruim een half jaar gezelschap heeft gehouden. Het boek, de gebundelde verhalen eindigen in seizoen 2019. Ik kijk uit naar soortgelijke columns over de twee rare corona-seizoenen 2020 en 2021. En dan vooral om Wout van Aert te ontmoeten door de ogen van Wilfried de Jong.

In de serie: BOEKEN

Zin in meer boeken over wielrennen? Klik dan eens verder …

De must read wielerboeken

De beste wielerboeken aller tijden