Tags

, , , , ,

Ik zag vanochtend op FB een foto van het oude 250 gulden briefje. Mijn favoriete briefje, zo mooi van kleur maar ook omdat er een vuurtoren opstaat. Voor de jonkies en de Vlamingen die hier meelezen, voeg ik onderstaande foto toe zodat ze begrijpen waar ik het over heb.

Wij verzamelden al sinds het eind van de 80’er jaren vuurtorens. Of beter gezegd: vuurtorentjes. Ze moesten op onze wc passen, dat was een voorwaarde. En mijn moeder – meneer-oma-de-mama – mocht dat niet weten. We waren bang dat we anders nooit meer iets anders zouden krijgen dan vuurtorens. Hahaha, de schat (zaliger). Dus geen al te grote objecten. Een paar tekeningen en foto’s. Een paar vuurtorens met daaronder klingeling-klingeling ijzeren staafjes hingen aan een buis van de waterleiding. Peper en zout stelletjes, botermesjes, wierookhouders, enzovoort. We twijfelden lang of het 250 gulden biljet daar ook een plekje moest krijgen want we herinnerde ons te goed dat ergens in 1987 (of 1988) een melkfles werd gejat in Wyns.

Ik fantaseer nu flink wat opgetrokken wenkbrauwen bij mijn lezers. Een gestolen melkfles? Ik zal het zo vertellen maar eerst nog een foto.

Rijksdaalder, een knaak, 2,5 gulden

We hadden zo ons eigen spaarsysteem. In de boekenkast (in Wyns) stond een omgespoelde melkfles. Beter gezegd … een omgespoelde karnemelkfles. Zo’n fles had een veel bredere opening. Elke rijksdaalder die we kregen deponeerden we in die fles. De afspraak was dat we nooit specifiek rijksdaalders vroegen als we wisselgeld verwachtten. Maar als we ze kregen … bingo. Voor de melkfles in de boekenkast. We beloofden elkaar dat we dat ‘spaarpotje’ pas zouden aanspreken als er geen munt meer bij kon.

Ruim een jaar later (misschien waren het wel twee jaar) was de fles goed gevuld maar nog niet vol. Ik was wel benieuwd naar het bedrag van een volle fles. Ik ging tellen en kwam uit op ongeveer 800 gulden. Een volle fles zou dus ruim 1000 gulden opleveren. Er kwam een nieuwe Griekenland-vakantie aan. Jammer genoeg was de fles nog niet helemaal vol dus de fles bleef thuis in de boekenkast staan. We waren bijna zes weken de Griekse en Joegoslavische hort op. Onze huisgenoten waren soms thuis en soms niet.

Na de vakantie zaten er al weer gauw een paar knaken in de portemonnee. Dumpen in de fles was nog steeds het devies. Waar is de fles? Ik kon de fles niet vinden. Een paar keer eerder hadden we fles achter de boeken gezet in plaats van vóór de boeken. Hadden we dat nu ook gedaan? Ik kon het me niet herinneren. Op onze traditionele zondagavond-babbel (na Studio Sport en Keek op de Week) vroegen we onze huisgenoten R & R of zij iets wisten van onze melkfles. Nee, ze wisten van niets. De enige conclusie die we konden trekken was: gestolen. Maar wanneer en door wie? We hebben (hadden) geen flauw idee. Ik reed naar Burgum om aangifte te doen bij de politie. Geen inbraak maar wel insluiping door een onbekende.

Een half jaar later lopen twee agenten ons erf op …

Morgen of overmorgen … deel 2 van de gestolen melkfles.