Tags

, , , , , , ,

Mijn leesritme is al jaren hetzelfde. Misschien is ritme niet helemaal het juiste woord. Ik lees één of twee thrillers en dan een roman. Tussendoor lees ik ook non-fictie en met tussendoor bedoel ik dat ook letterlijk. Ik kan bijvoorbeeld op bladzijde 83 zijn van een boek (meestal op mijn e-reader) en dan pak ik een reisverhaal, een biografie, een bundel columns of een ander non-fictie-boek (meestal de papieren versie). Ik lees een paar hoofdstukken om daarna de roman weer op te pakken op bladzijde 83.

De bergen zingen – Nguyēn Phan Quê Mai

“De jonge Huong groeit op tijdens de oorlog in (Noord) Vietnam. Haar ouders en ooms hebben zich aangemeld bij het leger en vertrekken via de Ho Chi Minh-route naar het zuiden om te vechten tegen het Amerikaanse leger. Huong blijft met haar oma achter in Hanoi. Het dagelijks leven is moeilijk, maar haar oma, geboren in 1920, vertelt Huong haar eigen levensverhaal. Over de Franse bezetting van Vietnam, de Japanse invasie, haar leven op de boerderij en hoe ze die met haar zes kinderen gedwongen moest verlaten door de landbouwhervormingen.”

Ik kocht en las dit boek omdat een collega-blogger – ik weet niet meer wie – deze roman van harte had aanbevolen. Dat was een goed advies. De bergen zingen is een mooi, aangrijpend boek. Het verhaal over vier generaties, verteld vanuit het vrouwelijk standpunt: oma en kleindochter. Twee verhaallijnen. Een eeuw armoede, oorlogsgeweld, hongersnood, ziekte en een onbarmhartige, corrupte overheid. Als je nu denkt ‘Wat een zware kost, wat een ellende’ dan moet ik enerzijds ja-zeggen maar de toon van het boek blijft licht. Samen met de hoofdpersonages blijf je de hoop koesteren dat de familie ooit weer eens samen zal zijn. Oma is een aanpakker, Huong is een goede leerling op school en wordt verliefd. Op verdrietige momenten brengt een houten vogeltje troost. Langzaamaan krabbelen de getraumatiseerde familieleden op.

De taal is doorspekt met Vietnamese spreekwoorden (uiteraard zijn ze vertaald). Er is veel aandacht voor de natuur, van lotusbloemen tot jonge rijstplantjes.

Wat weet (wist) ik eigenlijk over Vietnam? Ik was een tiener tijdens de Vietnam-oorlog. Wij hadden nog niet heel lang televisie en de Vietnam-oorlog was de eerste ‘televisie-oorlog’. Dat werd zo genoemd omdat we via het beeldscherm getuige konden zijn wat daar gebeurde. Televisie werd dus bewust ingezet als communicatiemiddel, zeg maar gerust gemanipuleerde beeldvorming. Ik was net te jong om mee te lopen in ‘Johnson-moordenaar-demonstraties’, waarschijnlijk had ik dat wel gedaan als ik wat ouder was geweest. Niet persé tegen Johnson maar vóór vrede, tegen oorlog. Vaag wisten we iets over Noord-Vietnam – communistisch, gesteund door de USSR en Zuid-Vietnam – gesteund door de USA. Met andere woorden: een koude-oorlog oorlog. Enkele jaren na het einde van die oorlog produceerde Hollywood de ene na de andere Vietnamfilm. Ik zag er heel wat.

Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw hoorde ik voor het eerst dat mensen op vakantie gingen naar Vietnam. Ik fronste daarbij mijn wenkbrauwen. Zo ver weg? Een land dat we kennen van napalmbombardementen en tunnelcomplexen bezoeken als toerist? Ik zette er grote vraagtekens bij. Tien jaar later reisde ik voor het eerst naar Afrika. Nog een paar later ging de reis voor het eerst naar Azië. (*) Sinds het grote themajaar GOES AZIË (2017) staat ook Vietnam op mijn verlanglijstje. Ik ken heel wat mensen die me voor zijn gegaan en het een fantastisch mooi land vinden, zeker het noorden. Vietnam, een boeiend land. Dit boek – ondanks alle oorlog-gruwel – verleidt me opnieuw om op bezoek te komen.

(*) Ik was al eerder in Marokko en in Aziatisch Istanbul maar dat beschouwde ik toen niet echt als Afrika of Azië.