Tags

, , , , , , ,

Zo, dat hebben we ook weer gehad. Het is beter om de vorige zin in het enkelvoud te schrijven. Zo, dat heb ik ook weer gehad. Weer een jaartje ouder, eigenlijk maar een dagje ouder maar goed, in de gangbare telling tellen we met jaren. Ik kreeg veel verjaardagswensen in wel vijf verschillende talen. Of waren het er zes? Via sms, via WhatsApp, telefoontjes en bijna 300 via mister Zuck. Allemaal heel erg bedankt. Obrigado. Takk. Kanimambo. Danke schön. Gracias. Geen kaartjes dit keer … alhoewel ik dat niet zeker weet. Zoals ik al vaker vertelde zijn de posterijen in Mozambique uiterst onbetrouwbaar. Wat er op de deurmat in Leeuwarden is gevallen weet ik nu nog niet.

Foto door Ylanite Koppens op Pexels.com

Een Vlaams app-bericht sprak over pensioen. Pensioen? Nee, dat zit er nog niet in. Ja, ik ben 65 geworden maar de pensioenleeftijd (aow) in Nederland is voor de meeste mensen 67 jaar. Dus nog even geduld. Toch blijft dat getal 65 voor altijd verbonden met zoiets als ‘op pensioen gaan’. Mijn beide grootvaders waren al op pensioen toen ik mijn eerste woordjes brabbelde. Uiteindelijk maakte mijn Bompa (vader van mijn vader) het grapje dat hij langer op pensioen was dan dat hij ooit gewerkt had. Ik weet het niet precies maar volgens mij was hij nauwelijks 50 toen ‘Den IJzeren Weg’ hem uitzwaaide. Daar zat een ingewikkelde rekensom achter. Ik weet het niet precies maar het was zoiets als ‘elk oorlogsjaar telt voor drie’. Hij zat vier jaar aan het front achter de IJzer. Ik heb het over de Grote Oorlog 14-18. Werken bij het spoor – dus de overheid – had ook weer zijn eigen telling. Ik moet zeggen dat hij goed van zijn pensioen heeft genoten. Hij kon zijn vrouw – mijn Bomma – thuis verzorgen toen het woord ‘mantelzorger’ nog niet was uitgevonden. Hij werd bijna 90. Hij overleed enkele weken nadat mijn jongste zoon het levenslicht zag. Vier generaties mannelijke Schyvens.

Mijn andere grootvader was onderwijzer en schoolhoofd in Sint-Amands aan de Schelde. Ik weet niet precies wanneer hij op pensioen ging (mocht). Volgens mij toen hij een jaar of 55 was. Mijn vader sukkelde al met zijn gezondheid toen hij nauwelijks 60 was. Zijn langdurig ziekteverlof gleed tamelijk geruisloos over in pensioen. Mijn moeder was – denk ik – 64 toen er een eind kwam aan haar betaald, werkzaam leven. Mijn zus(je) ging op pensioen net voor ze tram 5 opstapte. Voornamelijk wegens medische redenen, dus niet persé leuk.

Ik werkte van mijn 26ste tot mijn 33ste in loondienst. En dat part-time. We verhuisden van Friesland naar Noord-Brabant. Ine werkte al vanaf haar 22ste en bouwde pensioen op. Ik werd free-lancer (ZZP’er) en vond het bedrag om mijn pensioenbreuk op te vangen achterlijk hoog. Met andere woorden: ik heb nauwelijks iets opgebouwd voor mijn oude dag. Lang dachten we dat we wel rond zouden komen van Ine’s pensioen, haar aow en later aangevuld met mijn aow’tje. We gingen er lang van uit dat dat op je 65ste zou gebeuren. De realiteit was een heel andere. Snik. Ine overleed, ik kreeg nul komma nul partnerpensioen en hop nog steeds van job naar job. Zonder enige pensioenopbouw.

Het hele beeld van ‘op pensioen gaan als je 65 wordt’ is iets van vroeger of uit een sprookje. Dat geldt niet voor mij, ik moet nog even door. Ja, ik krijg een uitgedunde aow als ik 67 word. Uitgedund omdat ik pas op mijn 22ste officieel in Nederland kwam wonen. Dat wordt doorberekend in negatieve zin.

Is dit een klaagzang, een mopper-Koen? Ik hoop het niet want zo voel ik me niet. Ik ben bijna altijd omringd door kinderen en veel jongere mensen. Dat houdt mij jong … zullen we maar zeggen. Maak ik me zorgen over mijn (onze) toekomst? Ik kan hier niet volmondig ja of nee op antwoorden. Een beetje wel, een beetje niet. Mijn financieel vooruitzicht is niet al te rooskleurig maar met een beperkt budget rondkomen moet vast lukken. Ja toch? Dat hoop ik tenminste de dag na mijn vijfenzestigste verjaardag.