Tags

, , , , , , , , , , ,

Zal ik eerst maar eens beginnen met een bekentenis? Ik had nog nooit een boek van Willem Frederik Hermans gelezen. Daar heb ik een paar weken geleden verandering in aangebracht. Ik las: ‘Nooit meer slapen’. En dat is me bevallen.

“Nooit meer slapen is het meesterlijke verhaal van de jonge geoloog Alfred Issendorf, die in het moerassige noorden van Noorwegen onderzoek wil verrichten om de hypothese van zijn leermeester en promotor Sibbelee te staven. Issendorf is ambitieus: hij hoopt dat hem op deze reis iets groots te wachten staat, dat zijn naam aan een belangrijk wetenschappelijk feit zal worden verbonden. Deze ambitie hangt samen met het verlangen het werk van zijn vader, die door een ongeluk tijdens een onderzoekstocht om het leven kwam, te voltooien. Nooit meer slapen is een grootse roman over grote dromen.”

Eerst maar eens terugkomen op mijn eerste zinnen. Dat ik nog nooit een boek had gelezen van WF Hermans. Ik vertel hier vaak dat ik graag en veel lees. Mogelijk weten jullie dat ik ooit (1979) ben afgestudeerd als leraar Nederlands. Hoe kan het dan dat ik nooit iets van deze ‘grote meneer’ heb gelezen? Waarom heb ik gewacht tot het WF Hermans jaar? De schrijver werd op 1 september 1921 geboren. Eerlijk gezegd heb ik geen afdoend antwoord. Op de lerarenopleiding moesten we natuurlijk veel lezen. Dat heb ik ook gedaan. Veel aandacht ging uiteraard naar jeugdliteratuur want onze (toekomstige) doelgroep waren jongeren tussen de 12 en 16 jaar. Dus veel Tonke Dragt, Jan Terlouw, Guus Kuijer, Thea Beckman, Gie Laenen, ea. Natuurlijk ook Anne Frank. Ook veel aandacht voor Vlaamse grootheden zoals Stijn Streuvels, Ernest Claes, Felix Timmermans, Hugo Claus, Hubert Lampo, Jos Vandeloo, Johan Daisne, Willem Elschot, Jef Geeraerts, Louis Paul Boon, Gerard Walschap. En ook dichters als Guido Gezelle, Paul van Ostaijen, Anton van Wildenrode, Eddie van Vliet, Jotie T’Hooft.

Dit lijstje wordt saai. Toch ga ik nog even door want ook Nederlandse schrijvers passeerden de revue. Vondel, Brederode, Multatuli, Couperus, Marcellus Emants, Godfried Bomans, Antoon Coolen, Simon Carmiggelt, Frederik van Eeden, Hella Haasse, Willem Kloos, Piet Paaltjes, Bordewijk, Reve, Marga Minco, Mulisch, Wolkers, WF Hermans. Van de meeste van deze Vlaamse en Nederlandse schrijvers heb ik toen minstens één boek gelezen. Waarom Hermans steeds terzijde werd geschoven weet ik niet (meer). Natuurlijk ken ik ‘Nooit meer slapen’, ‘De donkere kamer van Damokles’, ‘Onder professoren’ en ‘Het behouden huis’ van naam. Deze boektitels duiken steeds weer op in lijstjes.

En toen werd het eind november 2021. In de ‘Taalstaat’ hoor ik bijna wekelijks wel iets over WF Hermans. Ergens op een schijf vind ik ‘Nooit meer slapen’ terug als e-boek. Ik ga het lezen. Met plezier maar niet in een heel hoog tempo en grappig genoeg vaak als ik ’s nachts niet kan slapen. Ik reis mee met Alfred, het hoofdpersonage, naar Noorwegen. Ik herken het land waar ik tussen 2002 en 2014 vaak ben geweest. Alfred kan niet slapen. Te veel zoemende en bijtende muggen – ook die herken ik in zomers Mozambique – en in de zomer wordt het nooit donker boven de poolcirkel. Hij is veruit het zwakste expeditielid van het viertal. Hij piekert en piekert maar zijn zoektocht naar een meteoriet gaat wel gewoon verder. Zonder de beloofde luchtfoto’s en natuurlijk nog zonder mobiele telefoon of google maps want het is 1960 – weet je wel. En dan besluit zijn reisgezel een ander pad te volgen. Alfred is nu voor alles op zichzelf aangewezen …

De taal is nog steeds heel goed te lezen. Ondanks dat de zoektocht een beetje voortkabbelt blijf ik met plezier verder lezen. Ik geef het vier ****sterren. En misschien ga ik wel op zoek naar een van zijn andere, zeer bejubelde boeken.

In de serie: BOEKEN