Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

Rietepietz schreef een paar dagen geleden over de complimenten die ze kreeg over haar rijvaardigheid. Ik reageerde op haar stukje en begon te schrijven over mijn eigen kwaliteiten als chauffeur. En toen dacht ik ‘bingo’. Dit onderwerp kan ik ook uitwerken voor een stukje op mijn eigen weblog.

Het artikel van Rietepietz ging voornamelijk over de kunst van het inparkeren. Dat is mijn zwakste punt. Ik ben een slechte inparkeerder. En weet je waarom? Ik heb nooit (nauwelijks) rijles gehad. Waarschijnlijk klinkt deze mededeling ongeloofwaardig. Toch is het waar. Ik vertel.

Ik werd achttien in 1974. Mijn ouders hadden een vakantiehuisje in Eksel (Belgisch Limburg). Ik wilde niet meer elk weekend mee want ik had langzamerhand mijn eigen (voorkeurs)programma. Dat was geen probleem, ik mocht vaak thuisblijven in Boechout. Kort na mijn verjaardag verleidde mijn moeder me met de belofte me rijles te geven in Eksel. Daar zei ik graag ja op. Er was namelijk een nieuwbouwwijk in aanbouw dichtbij ‘Het Musschennest‘. The place to be. Er waren al geasfalteerde wegen maar nog nauwelijks verkeer. Daar zat ik voor het eerst achter het stuur van een auto. Een Datsun. Belangrijkste lesonderwerp: de versnellingen en het gebruik van de versnellingspook in combinatie met het juiste pedaal. Enfin … je kunt er je vast iets bij voorstellen. Starten. Embrayage-pedaal indrukken, schakelen naar de eerste vitesse, gaspedaal een beetje indrukken en versnellingspedaal loslaten … schok schok schok … de motor slaat af. Opnieuw proberen. Schok schok schok … de motor slaat af. Opnieuw proberen.De volgende dag had ik dit kunstje min of meer onder de knie. Ik was klaar om te rijden. Nou ja … bijna.

Ik leende een boek van een buurjongen. Honderd of honderdvijftig vragen voor het theoretische rijexamen. Ik spitte dat boek door op de middag en avond voordat ik het examen mocht afleggen. Als ik het me goed herinner had ik 24 van de 30 vragen juist beantwoord. Dat was voldoende. De volgende dag vroeg ik een ‘leervergunning’ aan op het gemeentehuis van Boechout. Ik denk dat ik voor examen en leges zo’n 250 frank moest betalen. Meer was niet nodig. Ik was wettelijk rijvaardig.

Nu was het tijd om ook een auto te kopen. Ik had tenslotte gespaard. Nooit een brommer gekocht, tot mijn achttiende met de fiets naar school gereden. Ik vond een betaalbare occasie (tweedehands) in Wijnegem of Wommelgem. Dat detail ben ik vergeten. Het werd een …

Citroën 2 CV

… geit. Grappig dat in andere talen er andere dieren uit de kinderboerderij worden geplukt. Een lelijke eend. Deux cheveaux. Die paarden verwijzen uiteraard naar de PéKa’s. Ik mocht de openbare weg op. Een jaar lang met een paar restricties: niet op de autostrade (snelweg), maximaal 90 km per uur (veel sneller reed die geit niet) en een L op de achterruit zodat anderen kunnen zien dat je een ‘leerling’ bent. De eerste periode had ik geen last van die beperkingen. Ik reed elke dag naar ’t Kiel (Antwerpen) vanuit Boechout. Algauw pikte ik onderweg twee klasgenoten op. Zij betaalden de naft (benzine).

Na een paar maanden was het jammer dat ik niet op de snelweg mocht rijden. Dat was erg zichtbaar door die verdomde L op het achterraam. De ‘zwaantjes’ (rijkswacht) zouden mij zomaar van de weg kunnen halen. Maar voor alles is een oplossing. Ik kocht een zuignapje me een haakje en prikte een gaatje in de L. Kun je nog volgen? De L bungelde braaf aan het achterraam totdat … het zuignapje losliet door aangedampte ruiten … ooo … en toen zag niemand meer dat ik met een leervergunning reed. Dat heb ik tot het verkrijgen van mijn rijbewijs (een jaar later) volgehouden. Nooit een controle gehad, nooit een boete gekregen. En de leges voor mijn rijbewijs waren ook zoiets als 150 frank.

O ja, ik zou iets vertellen over inparkeren. Bijna vergeten. Dat onderdeel was ook niet het sterkste punt van mijn moeders rijvaardigheid. Dus dat vergat ze maar voor het gemak. In die nieuwbouwwijk in aanbouw moest er niet geparkeerd worden. Ik heb het dus nooit geleerd. Natuurlijk kan ik het, soms met twee of driemaal opnieuw insteken. In Mozambique moest ik er weer opnieuw en anders aan wennen want daar zit het stuur van de auto aan de rechterkant.

Kort nadat mijn broer achttien werd, nam hij mijn blauwe geit over. Ik vond autorijden te duur worden en hij was – in tegenstelling tot mij – wel geïnteresseerd in auto’s. Gelukkig mocht ik die geit nog af en toe lenen en toen ik Ine leerde kennen, reed ik rond met haar (onze) oranje Renault 4.

Renault 4

Ps. Ik rij nu 47 jaar min of meer schadevrij. Ik heb zelf nooit een ongeluk veroorzaakt. Afkloppen. Hout vasthouden. Ik ben wel driemaal aangereden door anderen. En ik heb een paar keer een paaltje geraakt. Ja … ook een keer bij het inparkeren.

Advertentie