De witte stier

Hoofdstuk 1 tot en met 10  – Leestijd  40 à 45 minuten

ZONDAG 25 09

  1. De ontmoeting

Ik heb lang getwijfeld. Na eindeloos wikken en wegen heb ik een profiel aangemaakt op Blinddate.com. Zoals de naam duidelijk maakt, is dit een dating-site zonder foto’s. Eerst concentreren op wat iemand schrijft. Later komt het plaatje vanzelf. Of niet natuurlijk. En een andere bijzonderheid is dat je enkel tien trefwoorden kunt plaatsen. Dat kan natuurlijk ook een zin zijn. En een naam. Waar begin ik?

Ik maak een lijstje. Reizen. Muziek. Hond. Wandelen. New York. Schilderen. Politiek geëngageerd. Zwemmen. Naturisme. Weduwnaar. Rum. Gezelschapspelletjes. Familie. Oostenrijk. Film. Zeilen. Bentley. West Side Story. Skiën. Democraat. Seychellen. Amsterdam. Nicole Kidman. Fantasy. Apple.

Veel en veel teveel. Het zijn al vijfentwintig woorden en dan reken ik New York als één woord. Ook ‘Politiek geëngageerd’ en Nicole Kidman en West Side Story  beschouw ik als één woord. Ja toch? Goed, dat wordt schrappen. Ik waag een poging.

Reizen. Muziek. Hond. Wandelen. New York. Schilderen. Politiek geëngageerd. Zwemmen. Naturisme. Weduwnaar. Rum. Gezelschapspelletjes. Familie. Oostenrijk. Film. Zeilen. Bentley. West Side Story. Skiën. Democraat. Seychellen. Amsterdam. Nicole Kidman. Fantasy. Apple.

Dat zijn nog steeds twee woorden teveel. Schrap ik ‘Bentley’? Is dat te aanstellerig? Ja, maar het zegt wel iets over mijn bestedings-niveau en ik heb skiën ook al geschrapt. ‘Zwemmen’ en ‘Zeilen’ vallen een beetje in dezelfde categorie. En wat te doen met ‘Naturisme’? Ik neem een besluit en schrap ‘Nicole Kidman’ en ‘Zwemmen’.

Ik ga online en log in. Ik noem mezelf Nicolas. Dat klinkt voldoende internationaal. Ik voeg mijn tien woorden toe. “Hond. Reizen. Amsterdam. Bentley. Zeilen. Naturisme. Wandelen. Gezelschapspelletjes. Schilderen. Film”.Ik klik op verzenden. En een uur later krijg ik drie profielen te zien van vrouwen.

Beathe. Hypnotherapie. Hond. Avontuur. Fantasy. Peru. Wandelen. Washington. Eneagram. Lezen. Luchtballon.

Daphne. Sorbonne. Genève. Zeilen. Guess. Eerlijk. Hond. Lezen. Vegetariër. Naturisme. Chagall.

Querida. Lief. Amsterdam. Schrijven. Boeddhiste. Nepal. Wandelen. Hond. Chocolade. Liefdesverdriet. Mama.

Blijkbaar moeten er minstens drie dezelfde woorden vermeld staan in de wederzijdse profielen. Grappig dat alle drie de dames ‘hond’ in hun lijstje vermelden. Goed. Geen katten-vrouwtjes voor mij, laat dat vanaf het begin duidelijk zijn. Een lichte voorkeur gaat uit naar Daphne. Omwille van ‘Naturisme’? Ik roep mezelf tot de orde. Het vermelden van ‘Vegetariër’ bevalt me dan wel heel wat minder. Querida valt af. Wel de mooiste naam van de drie. Maar iets te zweverig en blijkbaar een niet verwerkt huwelijkstrauma. Is ze moeder of wil ze moeder worden of moet ze voor haar moeder zorgen? Nee. Zij valt af. Wat is hypnotherapie Beathe? Ben je Duits van origine? En Washington kan zoveel betekenen. De stad, de staat in het westen van de Verenigde Staten. Of is het Denzel? Wat voor enneagram-type ze zelf is, vermeldt ze niet. Opvallend is dat geen van de dames een leeftijd vermeld. Dat deed ik zelf ook niet. Goed … ik kies Daphne en stuur haar via Blinddate.com een mail.

Ik zorg dat ik wat meer over mezelf vertel maar ook reageer op haar tien woorden. Een goede balans zoeken. Ik schrijf iets over mijn bezoek aan het Marc Chagall-museum in Nice maar schrijf er niet bij dat dat al twaalf jaar geleden is, toen op aandringen van mijn eigen Nicole. Ik vermeld zeer minimaal dat ik weduwnaar ben en aan een nieuwe relatie toe ben. Ik schrijf dat ik wel eens hebt gezeild op het meer van Genève. Heb ik mooi twee woorden in één reactie te pakken. Ik vertel over Jason, mijn blonde labrador-pup. Ik vraag wat ze heeft gestudeerd. En ik maak nog een kwinkslag op het eind van mijn mailtje dat er nog veel te Guess-en overblijft.

Dan hoor ik meer dan een week niets. Ik overweeg om een nieuwe keuze aan te vragen bij de dating-site. Maar dan komt er toch een reactie van Daphne die ook echt zo blijkt te heten. Ze is in New York. Ze heeft een zesmaanden-uitzendperiode bij de Verenigde Naties en kan jammer genoeg nu niets afspreken. Ik krijg rubberen knieën en krijg het warm. Hoe bestaat het? Ik vlieg over drie dagen naar New York naar de bruiloft van een van mijn studie-vriendjes. Is dit toeval? Ik antwoord bijna onmiddellijk dat ik twaalf dagen in de Verenigde Staten zal zijn. En ik reageer voorzichtig op haar vraag welke gezelschapspelletjes ik het liefst speel. Ik heb een vermoeden dat zij dit dubbelzinnig bedoeld. Ik vermeld ‘Risk’ terwijl dat absoluut niet een favoriet spel van me is.

We mailen nu rechtstreeks met elkaar en ja … we hebben een afspraak gemaakt. In New York. In Central Park. Bij mooi weer gaat ze op zondag vaak naar dit park. Eerst wat joggen, daarna iets eten. Ergens lui liggen lezen of naar een museum in de buurt. Zij heeft de coördinaten van onze afspraakplek aan me doorgeven. We hebben nog steeds geen foto’s van onszelf uitgewisseld. We spelen het spel mee … een blind date. En daarna zien we wel.

De ontmoeting

De ontmoeting (1)

En dan is het zover. Zondag 25 september – half één ’s middags. Indian Summer in New York. Ik heb Freeman meegenomen, het hondje van mijn vriend. Ik logeer in zijn appartement. Hij is met zijn kersverse bruid naar Miami voor een dag of vijf.

Ik loop langs de waterkant. Ik stop mijn mobieltje in mijn zak. Dank aan de gps. Ik ben nu vlakbij de plaats waar we hebben afgesproken. En dan zie ik niet één maar drie vrouwen. Even schiet het door me heen dat iemand een grap met me uithaalt. Zowel Daphne als Beathe en Querida zijn op komen dagen. Nee, natuurlijk niet. Dat kan niet. Maar wie is Daphne? Vanuit de verte lijken ze een versie van K3. Blond, rood en bruin. En wat doet die jongen in zijn onderbroek zo dicht bij die vrouwen? Of is het toch een zwembroek? Hoort hij bij hen? Teveel vragen tegelijkertijd. Heb ik nu al een voorkeur? Blond, rood of bruin. De vrouw in het gras lijkt in een flits op Nicole. Kijkt zij mee van op een wolk waarin ik helemaal niet geloof? Nog twintig meter en dan moet ik me voorstellen. Heeft Daphne dit zo gepland of kreeg ze plots gezelschap? Of zaten die twee andere vrouwen toevallig op onze plek? Nee, ze lijken elkaar te kennen.

Ik steek een beetje knullig mijn hand op en doe een poging om nonchalant te zwaaien. Kijken wie er reageert …

2. Wie van de drie?

‘Dag Nicolas’. Het is de blonde dame die een paar stappen in mijn richting zet. ‘Fijn dat je bent gekomen. Ik heet Daphne maar dat wist je natuurlijk al.’ Ze gaat verder met het afdrogen van haar haar. Is dit het goede moment om haar te vertellen dat Nicolas enkel een naam is die ik gebruik als ik anoniem op internet ben? Nee, dat kan nog even wachten. Freeman is duidelijk meer geïnteresseerd in de teefjes. En dat is wederzijds. Het is onmiddellijk een gesnuffel en rond elkaar draaien van jewelste. ‘Lig Hazel, lig.’ Het is de vrouw die ik even voor Nicole hield die haar hond met een enigszins omfloerste stem beveelt om te gaan liggen. ‘Hi Nicolas, ik had niet verwacht dat je hier zou verschijnen met een hond. But no problem Nico, not at all. By the way, ik ben Daphne’ en ze draait zich weer om naar Hazel.

Heb ik dat goed verstaan? Zei ze werkelijk dat ze ook Daphne heet. Ik ben d’r maar half bij met mijn gedachten want Freeman rent nu naar het hondje van de jongen in z’n zwembroek. Of is het toch … ‘Freeman, kom hier, kom. Ven aqui.’ Ik doe een aarzelende poging. Ik weet dat hij meestal in het Spaans wordt toegesproken. Pieter Jan, mijn vriend, is getrouwd met een Argentijnse schone. Thuis spreken ze meestal Spaans met elkaar. Ook tegen hun viervoeter. De jongeman excuseert zich en lijnt zijn hond aan. Ik loop met Freeman terug naar mijn date.

‘Hoe spreek je Nicolas uit? Op z’n Frans of iets meer op z’n Engels? Of gewoon op z’n Nederlands?’ Het is de derde vrouw, die met het keurige jasje. Zij heeft tot nu toe niets gezegd en probeert duidelijk enige afstand te bewaren. Ik haal mijn schouders op en zeg dat het me niet zoveel uitmaakt. ‘Het verandert vanzelf, afhankelijk van waar ik op dat moment ben’ hoor ik mezelf fantaseren. Had ik daar moeten over nadenken? Vast wel maar dat heb ik niet gedaan. Ik geef de derde dame nu ook een hand en zeg op z’n Frans ‘Nicolas – zonder eind s.’ ‘Bonjour Nicolas zonder eind s, je m’appelle Daphne. Agréable à rencontrer’ maar al tijdens die laatste woorden schieten alle drie de vrouwen in een onbedaarlijke lach.

En dat werkt aanstekelijk. Ik lach met ze mee. Eerst een beetje als een boer met kiespijn maar uiteindelijk geef ik me gewonnen. De echte Daphne heeft gewoon twee bescherm-Daphnes meegenomen naar haar blind date. Misschien niet zo onverstandig, je weet maar nooit. De blonde Daphne roept de jongen. Hij blijkt een professionele honden-uitlater te zijn. De dames maken een afspraak met hem die me verder ontgaat. Even later zitten we met z’n vieren half op het gras, half op de blauwe handdoek. Freeman ziet zijn date vertrekken. Hij komt bij me liggen.

‘En hoe vind je ons “Wie van de Drie spelletje?” vraagt de Nicole Daphne. Ik ben sneller ontnuchterd dan ik verwachtte. Zij gaan dus door met een duidelijk voorop gezet plan.  ‘Jullie kennen blijkbaar de juiste formuleringen niet’ probeer ik eigenwijs grappig te doen. ‘Eerst moet je zeggen … Mijn naam is Daphne en ik ben … en dan zeg je je beroep. En dat alle drie na elkaar.’

‘Ik ben Daphne en ik ben lobbyiste bij de Verenigde Naties’ reageert Nicole Daphne vinnig. ‘Ik ben Daphne en ik ben lobbyiste bij de Verenigde Naties’ vervolgt blonde Daphne. En zoals je kunt verwachten vult de afstandelijk Daphne aan met ‘Ik ben Daphne en ik ben lobbyiste bij de Verenigde Naties’. En dan loopt ze weg.

Dat stond blijkbaar niet in het scenario want Nicole Daphne lijkt geïrriteerd. ‘Ik kijk even bij de kinderen’ krijgen we nog net mee. En als op commando springen ook de twee andere would be Daphnes op en lopen naar het water. Iets verderop.

Kinderen?

milet-andrejevic-towards-bethesda-fountain

Naar Bethesda Fontein (2)

 

3. De drie Gratiën

‘Waar is Hazel?’ vraagt het jongetje met de korte broek. ‘Met Jack mee naar huis’ antwoordt de zwoele stem van Nicole Daphne. ‘Hij heet Manuel. Jack is de man die jij op Wolverine vindt lijken. Die komt nooit op zondag.’ Blonde Daphne lijkt niet zo geboeid in het kinderspel. ‘Niet in het water, dat hebben we afgesproken. Ben ik duidelijk? Jij ook niet Ruth.’ Er worden wat schouders opgehaald. Afstandelijke Daphne heeft dus twee kinderen. Nou ja, wat is hier nog zeker? Niets meer. In geen enkele mail hebben we het over kinderen gehad. Ik niet en Daphne niet. Maar dat zegt natuurlijk niets. Onze ‘Prummel’ heeft het ongeluk – weliswaar in de buik van z’n moeder – ook niet overleefd. Dus nee, ik heb geen kinderen. Nicole zou daar vast anders hebben op geantwoord, mocht ze dat nog kunnen.

‘Jullie mogen tot bij de fontein maar niet verder. Ruth, let een beetje op de jongens. En die stok laat je achter in het park. Kijk maar of je Manuel kunt vinden. En help hem een handje met Hazel en Katniss.’ 

‘Sorry Nicolas. Het loopt even iets anders dan we bedacht hebben.’ Dat blonde Daphne zich excuseert is alweer een verrassing.  Ze leidt me als vanzelfsprekend weg bij de kinderen. ‘Misschien is het beter dat ik …’. Ik krijg de kans niet om mijn zin af te maken. ‘Kom mee, dan leg ik het je uit. Je schrijft in je profiel dat je van gezelschapspelletjes houdt. Dat is het meest opvallende aan je tien profielwoorden. Ja toch? Geef toe.’ ‘Is dat zo?’ Ik probeer me die tien woorden te herinneren. Had ik naturisme nu wel of niet geschrapt? Schilderen en zeilen kan ik me herinneren want daar hebben we over gemaild. ‘Eén van ons drieën is echt in je geïnteresseerd.’  ‘Daphne uiteraard. En dat ben jij?’ vraag ik haar op de man af. Dat zegt mijn gevoel. ‘Dat zou zomaar kunnen maar dat kom je pas aanstaande zondag te weten. Als jij het tenminste – en wij – het zo lang volhouden.’ En ze haakt met haar arm in de mijne.  ‘Oké. Jij hebt dus … ik bedoel de echte Daphne heeft dus onze correspondentie gedeeld’ probeer ik voorzichtig. ‘Je kunt er ook nu voor kiezen om weer te vertrekken. Dan resten ons enkel excuses.’ ‘Wat hebben jullie in gedachte? Hoe gaat dit spelletje verder?’ Ik vind het tegelijkertijd irritant en opwindend. Ook geestig. Ik en opgeven? Nee. En spelletjes wil ik winnen maar dat zeg ik nog maar even niet. ‘We zijn serieus Nicolas’. De ernstige Daphne heeft zich ongemerkt weer bij ons gevoegd. Moet zij niet bij haar kinderen blijven? ‘Waarom meldt iemand zich aan op een site die Blinddate.com heet? Omdat het spannend is. Omdat je niet weet hoe en wat.’ ‘En vooral niet wie’ vult nu ook Nicole Daphne aan. Ik lijk wel omringd door de drie heksen van Macbeth, schiet me te binnen. Of zijn het de drie zussen van Tsjechov die naar Moskou willen?

‘Jij kiest de volgorde en gaat op blind date met elk van ons. Om de beurt.’ Het lijkt me duidelijk dat blonde Daphne de spelregels heeft opgesteld. Zij is het dus. Ik knik. Niet over-enthousiast. ‘Goed. Ga door.’ ‘Wij spelen alle drie een instrument. Dat is echt zo. Kijk maar …’ Serieuze Daphne scrolt even op haar iPhone en toont me een afbeelding.

Drie muzikanten

Iedereen wist dat de groep onbekend is (3)

Een tekening van drie naakte dames. Ze testen me. Dat is me duidelijk. Ik knik. Een saxofoon. Een viool. Een accordeon. Gevoelsmatig kies ik onmiddellijk voor de saxofoon. Nicole speelde hobo en daar heb ik haar veel mee geplaagd. Dat eindeloze gelik en gesabbel aan mondstukjes en rietjes. Het heeft wel wat … een vrouw die saxofoon speelt. De associaties gaan onmiddellijk de verkeerde kant op. ‘Ja’, zeg ik zo neutraal mogelijk, in de hoop dat ik geen kleur krijg van mijn eigen gedachte. ‘Jij kiest de volgorde. Zeg het maar.’

‘Viool, accordeon en saxofoon.’ Het is er uit voor ik er echt over heb nagedacht. De dames hebben er duidelijk lol in. Nicole Daphne heeft blijkbaar mijn volgorde juist voorspelt. Er worden high fives uitgewisseld. Zij speelt accordeon. Blonde Daphne viool en de serieuze Daphne saxofoon. Ik denk dat ik stiekem had gehoopt dat Nicole Daphne de saxofoniste was.

‘Goed. Jij hebt vakantie nemen we aan.’ ‘Ja.’ Dat ik een aantal rapporten moet afmaken en een synopsis moet opsturen naar mijn uitgever – voor het eind van de maand – hou ik maar even voor mezelf. ‘Je krijgt precies vier uur met elk van ons. De volgorde heb jij daarnet al bepaald. Jij kiest de dag. Wij de plaats en dan maken we samen telefonisch een afspraak wat het beste moment van de dag is.’ ‘Of avond. Of nacht.’ vult Nicole Daphne aan. Ze likt opvallend flirtend met het puntje van haar tong over haar lippen. Ik word – als ik niet oppas – ter plekke verliefd op die stem van haar. Beetje hees. Aan de telefoon hoor je vast niet of je met een man of een vrouw praat. Zou ze roken? Ik hoop van niet. En is dat jongetje haar zoontje? En welk kind hoort bij welke vrouw?

Ik krijg een briefje met hun telefoonnummers. Allemaal Amerikaanse nummers. Daphne Viool. Daphne Accordeon. Daphne Saxofoon staat erbij geschreven in een sierlijk, vrouwelijk handschrift. Voor mij zijn het nog steeds Blonde Daphne, Nicole Daphne en Serieuze Daphne. En zonder veel extra gedoe of uitleg lopen ze weer richting de kinderen en weg zijn ze. Geen ‘tot morgen’ of ‘see you soon’. Nee, niets. Nou bijna niets want Nicole Daphne kijkt nog even achterom voor ze achter en onder een immense treurwilg verdwijnt. Of heb ik me dat ingebeeld? Ik blijf achter met het briefje en kijk Freeman aan. Hij weet het ook niet meer. Ik sta recht. Veeg het gras van mijn broek. En dan pas bemerk ik dat blonde Daphne haar blauwe handdoek niet heeft meegenomen. Ik rol hem op en prop hem onder mijn arm.

4. Lexington Avenue

We verlaten Central Park en lopen East 72nd Street in, kruisen Park Avenue en slaan links af, Lexington Avenue op. Een paar minuten later sta ik in de lift. Freeman in mijn armen. Twaalf verdiepingen omhoog. Het appartement aan de rechterzijde. Er staat een grote terracotta vaas voor de deur. Een huwelijkscadeau, denk ik. Ik haal de sleutelkaart uit mijn portemonnee en loop wat verdwaasd naar binnen. De Daphnes spoken door mijn hoofd. Ik pak een glas en schenk me een driedubbele Jameson in. Ergens gaat een telefoon over. Eerst reageer ik niet maar dan bemerk ik dat het de intercom is. De portier spreekt me streng toe. Ik moet elke keer bij binnenkomst mijn code intoetsen bij zijn hokje. Ook als hij er even niet is. Security, you know. Ik beloof het maar moet nú naar beneden om dat ook nú te doen. ‘Thank you very please sir.’ Ik zucht maar er zit niets anders op. 1 3 0 3. De dag van het ongeluk. Ook mijn Master Card, iPhone en de Bentley-vergrendeling reageren positief op deze ongeluksgetallen. Ik verontschuldig me nogmaals bij de portier. Wat is hij? Koerd? Turks? Armeniër? Syriër? Ik weet het niet. Het doet er ook niet toe. Eén raadspelletje per dag is genoeg. Meer dan genoeg. ‘Thank you very please sir.

Als ik een kwartier later een tweede glas inschenk, valt me een wit etiketje aan de blauwe handdoek op. DvdB. Initialen. Waarschijnlijk staat de D voor Daphne. Dat zou betekenen dat blonde Daphne de echte Daphne is. Nee, roep ik mezelf tot de orde. Het blijft een raadsel. Zij stond wel met die handdoek in haar handen maar mogelijk was die van één van de kinderen in het park. En wat is vdB? Van den Broek? Van der Bild? Van den Bempt? Van den Boeynants? Was dat niet een Belgische wielrenner of voetballer? Teveel mogelijkheden. Ik snuif aan de handdoek maar ik ruik enkel muf gras en heel vaag een of andere wasverzachter. Ik pak het briefje met telefoonnummers. Bel ik Viool blonde Daphne nu meteen om onze afspraak te bevestigen of hou ik het nog een beetje spannend en wacht tot morgen?

Ik bel de portier en vraag hem of hij een lokaal simkaartje voor mij kan kopen. Maakt me niet uit van welke maatschappij. Hij heeft ergens in zijn hokje een kopie van mijn paspoort. Security, you know. Ik ga de dames niet met mijn Nederlands nummer bellen. Alleen de echte Daphne heeft dat nummer, dacht ik tenminste. Kijken hoe ze reageren op een onbekend nummer. Ik mag toch ook een beetje mysterie toevoegen aan hun spelletje.

Niet meer mijzelf

Sandford Schwartz (4)

Een uur later heb ik een Amerikaans nummer en zie dat alle drie de dames op WhatsApp zitten. En verdomd, ze heten alle drie Daphne. Hebben ze hun namen aangepast voor deze grap? Blonde Daphne is nu online zie ik en heeft een detail van een Bruegelschilderij als profielfoto. Nicole Accordeon Daphne was voor het laatst op vrijdag online bij WhatsApp. Haar foto is er eentje van haar schaduw, denk ik. De serieuze saxofoon Daphne is duidelijk zichzelf op de foto maar heeft de tijds-weergave geblokkeerd.

Ik pak mijn laptop en google ‘Daphne – New York – Viool – Verenigde Naties’. Ik krijg geen volledige match. Verwijzingen naar Chagall. Naar André Rieu. Een blog van Lizan die stage loopt bij de Verenigde Naties. Iets vaags over Malawi. Een recept op Smulweb. Ik probeer het nog een keer maar dan zonder instrument en met United Nations, in het Engels. Nu krijg ik meerdere hits met Daphne en de VN. Een Duitse. Een Griekse. Een Finse vrouw. Ook Frans maar dat kan ook Zwitsers of Canadees zijn. Verwijzingen naar Linkedln. Ik herken niet zo gauw een Nederlandse Daphne. Ook haar email-adres zegt me bitter weinig. apollohunts@gmail.com

 

Ik geef het op. Laat ik morgen maar verder gaan met hun spelletje. Een blind date. Je zoekt er één en je krijgt er drie. Ik heb tenslotte vakantie, dat hebben de dames goed gegokt. Pieter Jan komt ten vroegste vrijdag weer thuis. En het geplande uitje naar Philadelphia kan ook later nog een keer. Dus … gaan met die banaan.

Eerst met Viool Daphne afspreken. Ik app haar met mijn nieuwe Amerikaanse nummer. Oh, oh, oh tell me why. I don’t like Mondays. Tell me why. I don’t like Mondays. Tell me why. I don’t like Mondays. I want to shoot the whole day down.”

Nog geen minuut later krijg ik als antwoord “Boomtown Rats. See you on Tuesday”.

Ben ik nu iets opgeschoten? Ik denk het niet. Was ik zo eenvoudig te herkennen? Ik begin mijn grip te verliezen. Alsof een deel van mezelf niet meer functioneert.

Ik kan ook mailen en kijken wie er reageert. Viool, accordeon of saxofoon? Nee, dat is iets voor morgen. Een laatste borrel, neem ik me voor. Ik vlucht naar de 263 verschillende televisiekanalen en zie uiteindelijk niets. Ik kruip in bed.

Ik hoor klaaglijk gejank vanuit het washok. Ik ben de avondwandeling van Freeman vergeten. Er weer uit. Naar beneden. Ongeluksgetal intoetsen. Naar buiten. Twee blokjes om. Code opnieuw intikken. Tien minuten later ben ik terug. Ik plof neer op de bank. Freeman volgt mijn voorbeeld. Ik neem een slok whisky, recht uit fles. Geen goed teken maar wat geeft het. Niemand die het ziet. Ik zap nog een rondje. Bij kanaal 111 neem ik nog een slok. Waar heb ik mijn bril gelaten? En nog één bij 222. Echt de allerlaatste. En nog één bij … Ik moet nu één oog dichtknijpen om überhaupt nog iets te zien en dan gaat het beeld van deze jongen op zwart.

MAANDAG 26 09

  5. Hangover

Een autoalarm ergens ver weg. Een druppelende kraan. Een rinkelende kassa met muntgeld. Bonkende slapen. Ik word wakker. Op de bank. 10:28 op het bureauscherm van mijn laptop. Ik heb een klein zwart met rood nylon stringetje rondom mijn linkerbeen, iets boven mijn knie. De televisie op een adult-channel. Mijn pincode wordt gevraagd. Nog steeds een rinkelende kassa met muntgeld. Waar is die verdomde afstandsbediening? Heb ik vannacht echt in de lingerielade van de Argentijnse bruid staan graaien? Ik herinner het me niet. Ik loop half struikelend naar de badkamer en zie de lege fles Jameson liggen naast nog meer ondergoed. Ik ben meteen ontnuchterd. Nou ja, een soort van. Kloothommel. Idioot. Wat weet ik nog? Ik ben met Freeman nog een rondje gaan lopen en dan … Hoe ben ik boven gekomen? Blijkbaar zonder problemen. Ik heb nog wat gedronken en televisie gekeken … shit, kolere … alweer een black out.

Nachtelijk alkoholmonster

Mag in geen huis ontbreken (5)

Wanneer was de laatste keer? Nieuwjaarsochtend denk ik. Dat zijn bijna negen maanden. Als een soort zwangerschap van nuchter blijven. En de baby die eruit wordt geboren heet Coma Zuipen en is een loser. Een schrale galsmaak in mijn mond en een tong van schuurpapier. Verdomde Daphnes met hun zieke spelletjes. In de keuken staat de deur van de koelkast open, net als het deurtje van de magnetron. Op het aanrecht een half opgegeten boerenomelet, twee eierschalen in de gootsteen en een opengescheurd pak bloem.

Anderhalf uur later is de boel aan de kant. Lingerie netjes opgeborgen in openstaande lades. Nu maar hopen dat het bruidje geen controlefreak is. Broekje uitgespoeld, dat hangt te drogen. Geschoren. Gedoucht. Mijn bloeddrukpillen genomen. Een tosti gemaakt met vies wit brood en tabasco. Drie bekers koude melk gedronken. Afgewassen, keuken aan de kant. Rondje gelopen met Freeman.

De nieuwe week kan beginnen. Ik pak mijn laptop en toets blindelings Nicole1303 in. Ik ben meteen online. Ping ping ping

Achtentwintig mails. De gebruikelijke meldingen van Blendle, Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer, Knack, Bahamontes, Bol.com en twee exclusieve mails aan mij gericht. Eentje via Planet en eentje via xs4all.

van:                            Daphne <apollohunts@gmail.com>

aan:                           ricardotoledo@planet.nl

datum:                      26 sept. 2018 06:48

onderwerp:              Dinsdag

ondertekend door:  apollohunts@gmail.com

beveiliging:              Standaardversleuteling (TLS)

Hi Nicolas,

Lekker geslapen? Ik ben benieuwd of je dit leest. Ik ben blij dat je vandaag niet wilt afspreken want ik wil met je naar het Whitney Museum of American Art en dat is op maandag gesloten. Ken je dat museum? Omdat een van je tien woorden ‘schilderen’ is, denk ik dat het een veilige keuze is om daar af te spreken.

Erg geschrokken gisteren?

O ja. Er zijn nog wat spelregels.

  1. We kunnen allebei driemaal ‘passen’. Snap je? Dat kan zijn naar aanleiding van een vraag of een voorstel. Als een van ons driemaal heeft gepast, eindigt de date. Ik – of later een van de andere Daphnes – ga dan onmiddellijk weg. Zonder uitleg, zonder excuses. Hooguit met de woorden … ‘Dat was de derde keer dat ik/jij pas(t). Dag Nicolas.’
  2. De vier uur gaan pas in als we elkaar zien. Dat wordt dus bij de entree van het museum. Lijkt 11am je een geschikte tijd? Laat het me even weten. We hoeven daar niet te blijven. Het is enkel ons meeting point.
  3. Wij beloven dat we geen verslag over onze date zullen uitbrengen aan de andere twee. Dus alles wat we aan elkaar vertellen blijft tussen ons. Wij spreken elkaar pas zondagochtend.
  4. We maken geen foto’s of filmpjes van elkaar. We maken geen geluidsopnames tijdens de ontmoeting.
  5. Geen van ons vieren schrijft deze week ook maar iets over de dates op internet, blogs, Facebook, Instagram. Met geen woord.

Dat zijn de afspraken. Mocht het je niet duidelijk zijn, laat het me weten. Ik hoor of lees graag je reactie.

Liefs,

Daphne

Ps. We kennen alle drie de wachtwoorden van deze mailbox.

Blonde Daphne is een vroege vogel aan haar mail te oordelen. Omdat ze een kind naar school moet brengen? Omdat ze ’s morgens vroeg op d’r viool krast? Moet ze vandaag werken? Enfin, teveel vragen. Dat ze de spelleider is lijkt me duidelijk en dat zegt vast iets over haar karakter. Pittige tante. Ik antwoord straks wel.

van:                            Yves <yvesvermeulen@flembook.be>

aan:                           erikvanm28@xs4all.nl

datum:                      26 sept. 2018 09:07

onderwerp:              Synopsis

ondertekend door:  Yves Vermeulen

beveiliging:              Standaardversleuteling (TLS)

Alles kits (achter de rits) ouwe rukker? Hoe bevalt de Big Apple? Waar logeer je? Zei je niet ‘East side’? Je was er toch al eerder? Je weet dat 1 oktober nu heel gauw dichterbij komt en dat we hebben afgesproken dat ik je mag opnaaien. De stok achter de deur mag zijn. En je weet dat ik die graag een keertje wil gebruiken. Je weet niet wat je mist poppedoll.

We maken het nieuwe voorschot pas over als jij levert, dat weet je. Geen synopsis, no money. En wordt het nieuwe boek echt een vrouwenboek? Meen je dat? Een feministische Lucky Luke? Niet te geloven.

Maar nog steeds vol vertrouwen,

Yves

Ps. Don’t tell the people in Townhouse of New York dat je me kent. Grapje …

Hij blijft onverbeterlijk. En geen moment denkt hij erover na dat het beter is om privémail te gebruiken voor zijn dubbelzinnigheden. Nee, Yves staat boven elke wet. Ook bij de uitgeverij. Verdeel en heers. Een literaire potentaat. Maar ben je eenmaal opgenomen in zijn stal dan zit je gebeiteld. Tenminste tot het eind van je contractperiode. Het mijne loopt nog iets meer dan vier jaar. In een dronken bui – na of tijdens het boekenbal – daar lopen de meningen over uiteen, daagde hij mij uit. ‘Als jij binnen vijf minuten zeven boektitels kunt ophoesten van boeken die je voor mij gaat schrijven, dan geef ik je een contract voor zeven jaar.’ En hij gaf me een bierviltje en een pen. Die het niet deed. Ik had een potlood op zak. En mijn onafscheidelijk opschrijfboekje.

En ik ben geslaagd. Met dank aan Richard Straus. Ik hou niet van verliezen.

  1. Vuursnot
  2. Moord in de Kempen
  3. De Egyptische Helena
  4. De vrouw zonder schaduw
  5. Arabella is geen papegaai
  6. Daphne op Zanzibar
  7. Voor altijd zwijgzaam

Hij tekende bij het figuurlijke streepje. Ik ook. Pas later begreep ik dat Yves me aan mijn woord zou houden. Een vet contract, dat wel. Zeven boeken in zeven jaar. Bij succes elke jaar 15% meer. Ik hoef geen bedragen te noemen maar na de verkoop van ‘De Egyptische Helena’ aan 21 landen en de rechten voor verfilming aan Universal Studio staat er een Bentley naast het huis. Een nieuw huis wel te verstaan. In het buitengebied van Aerdenhout. Na de dood van Nicole gaf hij me 24 maanden sabbatical. Om bij te komen. Sinds begin mei bestookt Yves mij weer met mailtjes. Er moet geleverd worden.

Elk boek – een ander genre. Ook dat hebben we contractueel vast gelegd. Vuursnot wordt gepromoot als erotische wielerroman. Ik won een spuuglelijk beeldje en bijbehorende cheque in de categorie ‘Beste debuut – Sportboek. De Sauna Diana Literatuurprijs.’ Mart Smeets juryvoorzitter, Goedele Liekens en een of andere literatuurprofessor als juryleden. Er waren maar vier inzendingen. Maar goed … ik won.

Een jaar later bedacht Yves de term Mythologische streekthriller. Ik heb nooit begrepen dat er een markt voor was. Een simpel plot. ‘Dochter neemt wraak op vader – een succesvol zakenman – omdat hij haar oudere zus verkocht aan perverse vriendjes. Een mix van Kempense inteelt en een mislukt zeilavontuur tussen Griekenland en Turkije.’

‘De Egyptische Helena’ kreeg vooral aandacht omwille van het hoofdpersonage. Een Islamitische transgender tijdens de Arabische Lente. Het werd verkocht als Genre-doorbrekende politieke faction. Deels gebaseerd op controleerbare feiten en verder mijn fantasie aan het werk gezet. Yves verdient een figuurlijke Oscar voor zijn marketingstrategieën, dat moet gezegd. Tomas Ross gaf het vier sterren op Crimezone.nl of in de Groene, dat weet ik zo gauw niet meer.

En toen werd het stil.

13 maart 2016. Grote demonstraties in Brazilië, Olympische Spelen in gevaar. Zelfmoordaanslag in Ankara, 34 doden. Nederlands verkeersslachtoffer bij Mirador del Valle. Kees Faseur, historicus en jurist, overleden op 77 jarige leeftijd. Vier nieuwsberichten op een rijtje op Nu.nl

Is het een zwarte bladzijde of een volledig wit vel in mijn boek des levens? Ik heb er nog steeds geen antwoord op hoeveel Maria Elena – mijn therapeute – ook aandringt. ‘Beken kleur! Doe het voor jezelf.’ Therapeuten gelul. ‘Zwart en wit zijn toch geen kleuren’  grapte ik. Ze maakte een aantekening. Of misschien tekende ze wel een droedel. Weet ik veel. Over de ruzie die ik die avond met Nicole had, hebben we het al drie sessies niet meer gehad. Ik moet niet vergeten om de afspraak van aanstaande maandag af te zeggen want om rechtstreeks van Schiphol haar spreekwoordelijke divan op te duiken, lijkt me geen goed plan.

Goed. De vrouw zonder schaduw. Het langverwachte nieuwe boek van Eric van Maasakkers. Donderdagavond moet ik minstens drie A4’tjes hebben geproduceerd. Ik pak mijn iPhone en zoek de profielfoto van Nicole Daphne op. Nog eens kijken naar haar schaduw. Ik vind niets. Wel zie ik een foto van een bruine Cocker Spaniël. Grappig. Of heet dat toevallig? Heb ik die schaduw gisteravond verzonnen? Mooi toeval. Daarmee wordt zij mijn Vrouw zonder schaduw.  De eerste punten zijn binnen. Ik open mijn laptop. Een nieuw document.

6. Op een bankje bij Balto

Veel pogingen om niets. Een paar minuten over vier. Ik stop de laptop terug in mijn tas. Ik heb het gevoel dat ik hem er pas in Nederland weer uit zal halen. In de keuken schenk ik een groot glas water in. En nog een. Freeman kijkt me aan alsof hij wilt zeggen ‘geeft niets, morgen heb je inspiratie genoeg’. Laten we maar een wandeling gaan maken. Hij leest mijn gedachte en kwispelt het bijna lege glas op de grond. Gelukkig alleen maar water. Geen scherven. Alhoewel ik wel wat geluk zou kunnen gebruiken.

Beneden op straat sta ik voor de moeilijke keuze – ga ik links af of rechtsaf. Vandaag maar een keertje linksaf. Het is druk voor een maandagmiddag. Denk ik. Ik hou Freeman keurig aan de lijn. We lopen East 74th Street in en een kleine tien minuten besluit ik om Central Park in te lopen. Bij het beeld van Balto plof ik neer op een bank. Ik ben niet de enige. Het is best druk. Ik zweet meer dan ik me realiseerde. Ik had een flesje water moeten meenemen. Ik bind Freeman vast aan een van de gietijzeren poten van de lange bank. Hij laat het rustig gebeuren zolang hij maar uitzicht mag houden op de omgeving en zijn versteende vriendje. Ik zie minstens drie andere honden en dan tel ik Balto niet mee. Een paar joggers die rek- en strekoefeningen doen. Allemaal met een pet en koptelefoon. Een meisje op het bankje rechts van me checkt haar telefoon. Waarschijnlijk benieuwd wat haar vriendinnen schrijven. Ze maakt een paar selfies met Balto en gaat weer zitten. Onder het tunneltje komt een man met duidelijk overgewicht aanlopen. Een meisje met een veel te grote rugzak zoeft voorbij op haar skateboard. Drie vrouwen … het lijkt wel of ik overal drie vrouwen zie … komen het trapje aflopen, links van mij. Zij zoeken een plek op dezelfde lange bank met uitzicht op het standbeeld van die beroemde sledehond. De man met overwicht heeft zichzelf ook neergeploft op de bank. Bijna te dichtbij. Ik hoor hem hijgen en piepen. Hij hoest en slikt zijn rochel in. Godzijdank deponeert hij zijn fluim niet voor onze voeten. Een verstokte roker denk ik. Freeman wordt onrustig. Ik aai hem en zeg hem dat we zo gaan.

Twee mannen op een bank

Twee mannen op een bank (6)

‘Are you Dutch?’ De man schuift mijn kant op en steekt een sigaret op. Ik aarzel of ik wel zin heb in een gesprek met een onbekende. ‘Yes, you are Dutch.’ Ik mompel onvriendelijker dan ik bedoel ‘Yes and so what and how do you know?’. ‘Jij is niet blij’. Ik heb niet een twee drie een antwoord klaar. De man spreekt Nederlands, althans dat probeert hij. ‘Jij heb vrouw nodig.’

Hij moest eens weten. En een kwartier later weet ik dat hij al vijftien jaar werkt bij Cirque du Soleil en hoofdverantwoordelijke is voor de tenten- en tribunebouw en de trapeze-rigging. Hij draait tot eind oktober mee in het technisch team van ‘Paramour’, een show op Broadway in het Lyric Theatre. Tijdens Europese tournees verblijft hij afwisselend in Vilnius – waar zijn vrouw en schoonfamilie woont – en Amsterdam. Vandaar die paar woorden Nederlands. ‘Lekker geil. Gezellig. Ajax. Krachtstroom. Van Gogh. Kroket. Kloten.’ Een lach gecombineerd met een nieuwe hoestaanval. Een spraakwaterval ondanks zijn ademnood. Hij heeft drie kinderen uit zijn eerste huwelijk. Hij spreekt alleen zijn jongste dochter – die in Kaapstad studeert – via Skype. Zijn ex en twee zonen heeft hij al bijna 10 jaar niet meer gezien of gesproken. Hij heeft een tweeling van elf met zijn Litouwse vrouw. Zij staan op het punt om naar Berlijn te verhuizen. Hij heeft Ierse roots en een Canadees paspoort. Zijn opa werkte ooit bij Barnum and Baily. Zijn vader voor Bryan Adams. Zijn broer is de geluids-technicus van Loreena MacKennitt. Punt. Hij snakt naar adem. Ik ook. Ik heb nauwelijks iets gezegd. Een beetje instemmend gehumd. En waar nodig mijn wenkbrauwen gefronst. ‘And you?’ Precies op het moment dat ik wil antwoorden – wil je de lange of de korte versie? – valt voor onze bank een kind van haar fietsje. Recht op d’r hoofd. Fietshelmpje staat scheef. Een zwart kindermeisje gilt en komt aanrennen. Freeman blaft.

DINSDAG 27 09

7. Mendez en Kowalski

De wekker loopt af. Ik grabbel naar mijn telefoon op het moment dat ik besef dat ik helemaal geen wekker heb gezet. Opnieuw gerinkel. Het is de huistelefoon. Ik loop naar de deur en mompel iets tegen dat apparaat. ‘Thank you very please sir. Can you come downstairs please?’ Alweer de portier. Ben ik weer vergeten de code in te toetsen? Nee, zeker weten van niet. ‘It’s urgent sir.’ Opnieuw mompel ik een bevestiging. Wat kan er dringend zijn op dinsdagochtend vijf minuten voor zeven? Ik loop terug naar de logeerkamer en trek een tshirt en een spijkerbroek aan. Ik loop naar de keuken, drink een glas water en met een druk op de knop schuiven alle gordijnen van de flat geruisloos open. Een stralende dag in Manhattan. Ik bel de portier. Hij heeft zich vast van huisnummer vergist. Dat heeft hij niet. Een onbekende vrouw die zich voorstelt als Mendez vraagt vriendelijk om naar beneden te komen. Of om toestemming te geven dat zij naar boven komt. Ik vind het best. Kom maar. De portier zal vast een kopie eisen van een of ander document van mevrouw Mendez. Mij kan niets gebeuren. Of is het een grap van Daphne? Eén, twee of drie? Nee, zij weten niet waar ik logeer.

Drie minuten later wordt er aangebeld. Ik open de deur van de flat en er staan twee mensen voor de deur. En ze tonen beiden een politiepenning. Het lijkt wel of ik meespeel in een film. ‘Inspecteur Mendez’ zegt de vrouw. Zij lijkt op iemand die ik ken, flitst door mijn hoofd. ‘Goodmorning, inspecteur Kowalski. How are you?’  Zullen we de standaardzinnetjes maar overslaan denk ik bij mezelf. ‘Wat kan ik voor jullie doen?’ En op de vraag of ze even binnen mogen komen, antwoord ik resoluut nee. Het is tenslotte niet mijn flat. Meteen wordt de sfeer iets onvriendelijker. Ik stel voor om een kop koffie te gaan drinken bij Joe Coffee, nauwelijks drie minuten lopen. Ik zie ze aarzelen maar ze zeggen toch toe.

Een kwartier later schuif ik bij hen aan. Ik bestel een dubbele espresso en een broodje pastrami. ‘Zet maar op de rekening van mevrouw’. Mendez gromt dat het goed is en Kowalski laat hun bekers nog een keer bijvullen.

‘En wat is er zo dringend dat ik uit bed wordt gebeld op een dinsdagochtend’ begin ik. ‘Wij gaan de vragen stellen mijnheer Eric Johan Van der Schelde’. Mevrouw Mendez heeft er een papiertje bijgenomen. Ik sla tegenwoordig gemakkelijker aan op ‘Eric van Maasakkers’. Maar dat terzijde. Ze leest vast mijn boeken niet. Wel kent ze mijn officiële namen, zoals in mijn paspoort. O ja, een kopie bij Thank you very please. ‘Spreek ik dat goed uit? Van der …’Nee, maar het geeft niets. Een SCH is niet gemakkelijk …’ De rest slik ik in. Een fractie van een seconde zit ik weer met twee Spaanse agenten aan een tafel in Toledo. Mirador del Valle. Ook een man en een vrouw. Ik nip aan het hete koffiekopje. Ik wacht gewoon op de volgende vraag. En als ik mijn koffie heb opgedronken, neem ik het broodje mee naar huis. Ze kunnen me wat. ‘Moeten jullie me niet eerst mijn rechten voorlezen?’ probeer ik grappig te doen. ‘Hebt U iets onwettigs gedaan mijnheer Eric?’ ‘Nee maar ik heb hier geen zin in. En geen tijd voor. Leg me uit wat er aan de hand is. Vast een misverstand. Ik heb wel wat beters te doen.’

‘Waar was U gisterenmiddag?’ Zij bladert in haar boekje ‘Om 5:07pm’. Ik moet altijd even nadenken over AM en PM. ‘Hier in New York.’ Waar anders dombo’s? ‘Meer precies alstublieft.’ ‘Hier ergens in de buurt.’ ‘Meer precies’. Dezelfde aanmaning. ‘Ik weet niet waarom ik dat aan U moet vertellen. Ik ben hier op vriendenbezoek, heb straks een afspraak en U …’ ‘Was U in Central Park bij het standbeeld van Balbo op het gevraagde tijdstip?’ Ze weten dus precies waar ik was. ‘Ja daar ben ik gisteren geweest maar zonder boekje waarin ik mijn extacte tijden noteer. Ik ben op vakantie. Va-kan-tie.’  Kowalski gromt. Tot nu toe was hij stil. ‘Heeft U een hond?’ ‘Ja maar die is bij mijn jongste broer in Nederland.’ Mendez bladert een paar bladzijden terug in haar notities. ‘Een zwarte hond, ras onbekend. Niet echt klein, niet echt groot.’ ‘Nee mijn hond is een jonge blonde labradorpup en nogmaals Jason – zo heet hij – is in Nederland.’  Ik laat Mendez – nu weet ik aan wie zij mij doet denken – de vrouw van Escobar in Narcos – graag wat spartelen. ‘Volgens een getuige was U in het gezelschap van een zwarte hond’. Getuige … waar gaat dit over? ‘Ja, dat kan. Ik was ook in het gezelschap van een meisje dat selfies maakte. Crèmekleurige blouse, zwarte legging, nike sportschoenen. En van de technicus van Paramour. Skaters, joggers, wandelaars. En ja … ook van verschillende honden. Populair plekje daar bij Balbo, denkt U niet?’

‘En die zwarte hond is van U’. ‘Nee. Van mijn vrienden.’ ‘Namen alsublieft.’ ‘Weet ik niet precies. Pieter Jan van Niekerk en zijn vriendin …’ Ik corrigeer mezelf. ‘Zijn vrouw heet Mayra en sinds vorige week heet zij ook van Niekerk. Haar meisjesnaam weet ik niet.’ Kowalski gromt instemmend als hij ook in zijn boekje iets controleert. Ook dat weten ze dus.

Police

Politie (7)

‘Nog een keer. Vanwaar deze vragen waar jullie de antwoorden al van kennen?’ Ik wikkel mijn broodje tussen wat servetten en doe een poging om recht te staan. ‘Freeman wacht op mij.’ ‘Wie is Freeman?’ ‘Een zwarte hond, ras onbekend. Niet echt klein, niet echt groot.’ Ik probeer haar licht Spaans accent te imiteren. ‘Mijnheer Eric, wij doen een onderzoek naar aanleiding van de dood van een kind. En we kunnen U ook meenemen naar het bureau als …’

Ik ga weer zitten. ‘De dood van een kind?’ Ik gebaar dat ik nog meer koffie wil. ‘Vertelt U ons gedetailleerd wat er gisteren is gebeurd. Rond vijf uur ’s middags in Central Park, bij dat bewuste standbeeld.’ ‘Is dat meisje dood?’ ‘Vertel nu maar.’ Ik ben geschokt. Ik zweet en zit hier met twee agenten aan tafel die me blijkbaar van iets verdenken zonder dat te zeggen. ‘Ik zat op die lange bank al een kwartier te luisteren naar een monoloog van een man. Type bouwvakker. Hij bleek te werken bij Cirque du Soleil. Hij liep leeg over zijn ex en zijn dochter in Kaapstad en Litouwen. Enfin. Er liepen voortdurend mensen langs. En toen ook een meisje op de fiets – zonder zijwieltjes. Denk ik. En als zij niet precies voor onze bank was gevallen, had ik nooit meer aan haar gedacht. Haar kindermeisje was er direct bij. Gillend en huilend. En twee of drie vrouwen die ook op de bank zaten hielpen het kind overeind. Ik denk dat een van hen haar helmpje afdeed. En de andere kalmeerde de oppas wat niet echt hielp. Een hysterisch donker meisje. Type au pair. Minder dan drie minuten later waren er een man en een vrouw – ik denk parkwachters met mobilofoons – en nog even later reed een ambulance tot voor de bank waar ik zat. Eerlijk gezegd zat ik niet meer op die bank. Ik dribbelde wat onhandig heen en weer. Ik was verbaasd en opgelucht hoe snel en efficiënt er hulp werd geboden. En toen ik zag dat ik daar niet nodig moest blijven rondhangen, ben ik vertrokken.’

‘Dat is alles?’ ‘Ja, nee. Ik heb nog vast iets gezegd tegen die Canadese technicus. Hij nodigde me uit voor zijn voorstelling. Zonder iets concreets af te spreken liepen we elk een andere kant op. Ik denk dat er wel tien, vijftien mensen dachten dat ze het meisje en haar oppas konden helpen. Ik kon niets meer doen. Is het meisje dood? Echt?’

‘Ja, gestorven in de ambulance’ antwoordt Mendez eerder timide dan krachtig. ‘Heeft U kinderen?’ Alweer die vraag die me sinds Mirador del Valle steeds moeilijker valt.  ‘De hond’ gromt Kowalski. ‘Sorry. Ik moet maar eens gaan. Freeman wacht op me.’  Ik doe een mislukte poging om op te staan. Freeman wacht op zijn ochtendwandeling. Ik had hem beter kunnen meenemen maar Amerikaanse koffiebars willen geen honden onder de tafeltjes. En ik denk aan blonde Daphne Viool die ook op we wacht. Om elf uur. Ik kijk op mijn telefoontje. Een paar minuten voor acht. Moet ik die afspraak afzeggen? ‘Dan zal hij nog wat langer moeten wachten. Wij zijn nog niet klaar.’ Opnieuw neemt Mendez de leiding.  Ik schat in dat zij wel kinderen heeft. ‘U vertelt niets over Freeman in uw relaas?’ ‘Wat moet ik daarover vertellen?’ ‘Alles wat U zich herinnert.’ Wat een rare vragen. Ik ben geneigd om alle plekjes waar hij zijn pootje heeft opgetild op te zoeken op een plattegrond of Google Maps. ‘Nou niets eigenlijk. Ja, het gebruikelijke wat honden doen in een park.’ ‘Was hij aangelijnd?’ Ik knik bevestigend, goed wetende dat hij ook even los liep maar dat was voor we bij dat beeld waren. ‘Blaft uw hond?’ Het is weer Kowalski die een vraag over de hond stelt. ‘Ja natuurlijk. En hij piest en poept en kwijlt. En nogmaals het is niet mijn hond maar van vrienden. Ik logeer in hun flat en als wederdienst zorg ik voor hun hond.’ ‘Waar is van Niekerk?’ ‘Op huwelijksreis en meer weet ik niet.’ ‘Is hij ingeënt? Verzekerd?’ ‘Pieter Jan, ja vast wel.’ ‘De hond’. Ik lach om het misverstand, ik ben wel de enige die lacht. ‘U kunt beter uw vriend bellen en zeggen dat hij zich moet melden op het dichtstbijzijnde politiebureau.’ ‘In Buenos Aires?’ Deze reactie hadden ze niet verwacht. Ik weet heel goed dat ze ergens in Florida rondhangen maar ik wil de tijd nemen om Pieter Jan rustig te vertellen wat er aan de hand is. Alhoewel ik het verband nog steeds niet zie tussen het meisje en Freeman.

Ik probeer het gesprek af te ronden met de belofte dat ik Pieter Jan een mail zal sturen. En probeer te bellen. En vraag nogmaals waarom ze dit allemaal willen weten. Mendez schraapt haar keel, kijkt naar haar collega. ‘Volgens verschillende getuigen schrok het meisje van het geblaf van uw hond. En daardoor viel ze. Een fatale val zoals een kwartier later het ambulance-rapport vermeldt. Twee getuigen zeggen dat uw hond los liep. En mogelijk tegen haar opsprong.’ Pertinente leugens, valse verklaringen. Freeman lag aangelijnd onder of naast de bank. Ik sta geschokt op. ‘Wie zegt zoiets? Ze liegen.’ De agenten doen alsof ze de vraag niet hebben gehoord. ‘U hebt een probleem mijnheer Eric. Dank voor uw tijd. Voor nu. Wij lopen even mee naar uw appartement en als U zo goed wilt zijn ons uw paspoort te geven. U mag voorlopig het land niet verlaten.’

8. Mijnheer Arnon

Voor de derde keer vandaag spring ik onder de douche. Ik heb besloten dat ik Daphne Viool opzoek bij het museum. Politieonderzoek of niet. Hoe de cops me zo snel gevonden hebben, blijft een raadsel voor me. Is Freeman bekend in de buurt? Ik heb Daphne voor de zekerheid een sms berichtje gestuurd. “Tot straks, zoals afgesproken”. Ik kreeg “C U” als antwoord. Pieter Jan heeft nog niet gereageerd. Niet op mijn ingesproken bericht en niet op mijn mail. Iets voor tienen check ik uit bij Thank you very please. Ik loop naar de subway op de 72estraat. Het is nog steeds broeierig warm in Manhattan. Ik laat me meevoeren naar beneden. Roltrap na roltrap. Ik vind gelukkig nog een plaats en kan zittend de metro-plattegrond in de gaten houden. Ik tel het aantal tussengelegen stations. Iedereen is druk met smartphone of tablet. Ik doe even mijn ogen dicht.

Wat verwacht ik van deze afspraak? Wat weet ik van deze Daphne? Zij heeft de spelregels bedacht. Nou nee. Dat weet ik niet zeker. Ze heeft ze wel aan me verteld. Wat als ze had geantwoord op Blinddate.com dat ze aan het werk was in Tokio? Dan was ik toch ook niet op weg naar haar. Even overweeg ik om me een paar uurtjes ondergronds te laten meevoeren. Als een mol in een ondergrondse transportbuis. En dan klokslag 12.12 uit te stappen en kijken waar ik dan ben. Me overgeven aan het moment. Even weg van alles. Geen nieuw boek. Geen deadline. Geen politie-gezeur. Geen date.

Ik kan dit ook voorstellen aan Daphne. Kijken hoe ze op zo’n voorstel reageert. Heb ik zin in een museum? Een beetje interessant staan kijken naar Rothko, Warhol of de Kooning? Een paar Hoppers in het echt zien lijkt me dan weer wel een mooi vooruitzicht. Ik heb jaren naar een reproductie van ‘Summertime’ gekeken op mijn studentenkamer. Nicole kocht voor onze eerste vakantie naar Lanzarote precies zo’n witte jurk – korte mouwtjes, strak in de taille, zwarte schoentjes en een zomerhoed met een zwart lint, net als op die poster. Die jurk heb ik bewaard, ook na Mirador del Valle. We maakten een gelijkende foto op de trappen van het postkantoor van Arrecife. Of was het op Ibiza of Corsica? De vakanties en herinneringen lopen door elkaar.

Subway station

Metro station (8)

Met flarden schieten ze langs. “Mind the gap” Vrouwen. Stranden. Kroegen. Markten. Het kiezelstrand in Chania, de opdringerige zigeunerin in Boekarest, de man die in Scheveningen op de tram  – wij op weg naar het Kurhaus voor een lezing – voor onze voeten in elkaar zakt, onze tangoleraar op Zuid, de oma van Nicole die altijd naar karamel rook. We denderen door tunnels en stations. Berlijn, Madrid, Moskou, Parijs. “Mind the gap.” Overal hetzelfde. Bij Union Square ben ik attent genoeg om over te stappen naar de lijn onder de 14estraat.

Als ik weer bovengronds kom en Gansevoort Street oploop, baal ik dat ik mijn zonnebril niet heb meegenomen. Ik knipper tegen het zonlicht. Ook hier zie ik verschillende groepjes vrouwen. Ook nu weer met drieën. Ik ben niet in de stemming voor al teveel verrassingen. Ik heb nog een kwartier de tijd om tot rust te komen. Ik zoek een bank op in de schaduw van een klein plantsoen. Op een bordje lees ik: ‘Corporal John A. Severali Playground’. Ook hier fietsende kinderen en basketbal spelende pubers. Kan het meer cliché? In mijn opschrijfboekje kijk ik nog even de tien woorden van Daphne na. Sorbonne. Genève. Zeilen. Guess. Eerlijk. Hond. Lezen. Vegetariër. Naturisme. Chagall. Wil ik daar iets mee? Wie weet. ‘Angst is de moordenaar van het verstand.’ Het schiet me zomaar te binnen. Een Bene Gesserit wijsheid uit Duin. Bang ben ik niet. Wel gespannen maar dat heeft meer te maken met Mendez en Kowalski dan met de aankomende ontmoeting.

Kom ik precies op tijd of nonchalant een paar minuten te laat? Blonde Daphne … laat ik er maar van uitgaan dat zij de echte Daphne is. De Daphne die reageerde op mijn profiel. Anders blijf ik de hele dag achterdochtig en dat is toch het laatste wat nodig is om een date succesvol te laten verlopen. Ik sta recht. Stop een smintje in mijn mond. Strik de veters van mijn schoenen nog een keer, stop mijn hemd keurig in mijn jeansbroek en loop naar het museum.

“Mijnheer Grunberg, mijnheer Grunberg …” roepen twee vrouwenstemmen hijgend en puffend aan de andere kant van de straat. Twee oudere vrouwen met zomerse jurken en een halve schatkist aan parels rond hun nek. “Mijnheer Grunberg, wat leuk om U in het wild te zien. We zagen U al op uw bankje zitten met een opschrijfboekje”. Ze stormen gezamenlijk op me af. Het is de lichtroze bloemenjurk die het woord voert. De andere dame haakt haar arm in de mijne. “Wat jammer dat U met uw stukjes in de Volkskrant bent gestopt. Ik werd elke ochtend wakker met U” en ze knijpt me flirtend in mijn arm. Ik probeer niet teveel naar de zweetdruppeltjes op haar bovenlip te kijken. “Toos, dat heet ‘voetnoot’. We moeten die arme jongen op een kop koffie trakteren.” “Ja, met iets lekkers erbij.” “Toos, wat zei ik je? Dat mijnheer Grunberg in New York woont. Zie je nu wel.” “Ja, dat zei je Lies. Dat zei je.” En met de twee dames aan mijn armen sta ik zomaar voor de entree van het museum. Ik heb nog geen woord terug gezegd. “Hi Arnon” hoor ik achter me en ik krijg een dikke kus op mijn wang. Het is blonde Daphne die me verlost uit de grijparmen van Toos en Lies. “Sorry dames maar hij is echt van mij hoor. Daaag. Fijne ochtend nog.” En ze trekt me mee naar de ingang van het museum. We schieten in een onbedaarlijke lach. Een bewaker maant ons kalm aan te doen en door de veiligheidspoortjes te lopen. “Hoe wist je dat je ‘Arnon’ tegen me moest zeggen om mij te ontzetten uit de klauwen van dat tweekoppige Medusa-monster?” “Ik loop al sinds Union Square achter je aan. Ik zag je daar overstappen maar wilde je nog niet lastigvallen. Echt waar, puur toevallig.” “Zijn mijn vier uur daar ingegaan of nu pas?” Ze lacht heel ontspannen. Een prima begin. Precies zoals ik me haar van zondag herinner. Ik ben haar blauwe handdoek vergeten, schiet me te binnen. “Kom we lopen meteen naar de achtste verdieping. Is een glas witte wijn ’s morgens om 11 uur te vroeg voor mijnheer Grunberg?” Ik prik met mijn wijsvinger in haar heup als poging om nonchalant over te komen. En om van onderwerp te veranderen. Ze lacht. Een kietelplekje, dat moet ik onthouden. Ik drentel achter haar aan naar de liften. Ik zie dat ze een Guess-tasje aan haar schouder meedraagt. Zij schijnt hier thuis te zijn.

9. Studio Cafe

“Doe mij maar een glas verse jus” zeg ik en zoek alvast een plek buiten op het terras. Ik leg mijn telefoon en opschrijfboekje op een tafeltje. Een mooi uitzicht op de Hudson en een stukje van Manhatan. Het is niet erg druk. Nog een stel op het buitenterras. Ik denk Zweden of Noren. Zeker Scandinaviërs. En een donkere man met zijn laptop op tafel. Binnen zit een vrouw aan de bar. Ze draagt de zomer bij zich.

Thomas Saliot

New York bar (9)

Wacht ze op iemand of werkt ze hier in het museum? De barman met baard lijkt haar te kennen maar is niet erg geïnteresseerd. Mogelijk zijn het voormalige geliefden. Zij wil nog wel maar hij niet meer. Eén van hen ging vreemd. Kletterende ruzie en daarna de breuk. Zij heeft spijt van de ruzie. Ook van het vreemd gaan? Twee suppoosten aan de andere zijde. Een groepje Japanners die alleen maar oog hebben voor hun eigen camera. Daphne staat met haar rug naar me toe terwijl ze op haar bestelling wacht. Ze heeft een mooi figuur. Niet heel groot. Ik schat net geen 1.70 Altijd lastig te schatten als vrouwen hakken dragen. Ze zit half op een van de rode barkrukken. Al die rode stoeltjes … niet echt mijn smaak maar wel gemakkelijk schoon te houden.  Ze draagt een beige linnen broek. Strak aan d’r kont. Ik zie de vage contouren van een string. De broek heeft breed uitlopende pijpen. Ze loopt op opengewerkte sandaaltjes met een hakje. Een mooie riem van een natuurlijk materiaal en een witte blouse. Twee knoopjes los zag ik in de lift. Ik probeerde er niet teveel naar te kijken maar ze heeft een flinke boezem. En dat weet ze. Dat was me zondag ook al opgevallen. “Wil je er iets lekkers bij?” onderbreekt ze mijn gedachte. “Cheese cake?” “Doe maar” antwoord ik. Vandaag geen paardenstaart, ze draagt haar haar los, enkel een kleine haarband. “Is dat een diadeem?” vraag ik terwijl ze het dienblad op het tafeltje zet. “Ja, een haarband. Zilver. Ooit van mijn overgrootmoeder geweest. En toen van mijn oma en mijn moeder en sinds vorig jaar draag ik hem. Eigenlijk veel vaker dan ik had verwacht.” Ze haalt hem uit haar haar en geeft de diadeem aan me. Ik heb wel duizend vragen gerepeteerd maar deze openingszinnen had ik niet eerder bedacht. “Zat je naar me te kijken? Of naar dat meisje bij de bar? En, bevalt het plaatje?”  Ze vist vast naar een compliment. Ze probeert me uit. Verbeeld ik me dat ze net iets nadrukkelijk dan strikt noodzakelijk haar haar losschudt? “Is je moeder overleden?” Ik leg de zilveren diadeem voor ons op het tafeltje. “Nee hoor, ze emigreerde vorig jaar naar haar nieuwe echtgenoot. Naar Nieuw Zeeland en ze wilde niet teveel meenemen.” “Ben je daar al eens geweest?” “Nee, jij?”. “Nee ik ook niet. Ik weet nauwelijks iets over Nieuw Zeeland. Twee eilanden. Prachtige natuur die ik vooral ken uit de Lord of the Ring films.” “ Mijn moeder woont op het zuidereiland aan een baai waar haar man directeur is van het plaatselijke havenbedrijf en de visafslag. Ze kennen elkaar van een golftornooi. Mijn broer speelt professioneel golf en mijn moeder bezoekt hem soms tijdens zijn tornooien. Rini was daar ook op uitnodiging van een sponsor, meen ik.” “Rini?” “De man van mijn moeder. Ik heb hem hooguit twee of drie keer gezien. Hij lijkt me wel aardig.” “En jij, reis je veel?” “Dat hangt ervan af hoe je veel definieert? Een paar keer per jaar. Ja, milieuactivisten geven me vast een rode kaart. Jij doet toch iets met milieu?” “Wie niet?” en ze haalt haar schouders op. Ze stopt een stukje cheese cake in haar mond. Een duidelijk signaal dat ze even niets wilt zeggen. Het valt me nu pas op dat ze lippenstift op heeft. Niet opdringerig maar wel aanwezig. Ogen een beetje aangezet en wat oogschaduw. Het is duidelijk dat zij haar en mijn lijstje van tien woorden niet wilt afwerken. Mij best.

Ik drink mijn sinaasappelsap. Kleine slokjes. Uitkijken dat ik niet ga knoeien.  Ik moet me beheersen om de kleine stukjes vruchtvlees die aan de binnenkant van het glas achterblijven niet eruit te vingeren. De Scandinaviërs stappen op en lopen ons voorbij. Hij is groot. Daphne kijkt hem na en gromt iets wat op goedkeuring lijkt. “Zweden” is haar inschatting. “Jij schildert”. Dus toch iets van mijn lijst. Het is eerder een opmerking dan een vraag. “Met periodes. Nu al een hele tijd niet.” Geen penseel meer in mijn handen gehad sinds Mirador del Valle maar dat ga ik haar niet vertellen. Ze vraagt niet verder. Het blijft even stil. Voor het eerst een beetje ongemakkelijk. Is ze met haar gedachte meer bij die Zweedse reus? Ik weet het niet.

“Kom je hier vaak?’ probeer ik het ijs te ontdooien. “Nee, dit is pas de tweede keer. De eerste keer was met collega’s. Een combinatie van een performance, een concert, een repetitie en meekijken terwijl kunstenaars bezig zijn. Twee schilders, een fotograaf, drie modellen – duidelijk dansers en twee muzikanten. Ik ben maar een half uurtje gebleven Toen had ik het wel gezien. Dus je kunt ook zeggen dat ik hier nog nooit ben geweest want ik zag toen niets. Niet hun vaste tentoonstelling noch een tijdelijke. Jij?” “Wat ik?” “Ben jij hier al eerder geweest?” “Ja en nee. Wel in New York maar nooit in dit museum.” “Hou je van Hopper Nicolas?” Is het een korte venijnige dolkstoot? Wat weet ze van me? Waarom vraagt ze dat? Ja, logische vraag want we zitten in de bar van het museum van Amerikaanse kunst. Een bliksemflits aan een verre horizon? Een vallende ster? Een kletterende waterval? “Ja, wie niet” houd ik me wat op de vlakte. “Mooi triest he, zijn visioenen van de werkelijkheid.” Geen vraag, gewoon een opmerking. Ze staat recht. “Kom we gaan Hopperen en kijk niet zo serieus. Gaat het wel goed met je?” Ik knik bevestigend en check of ik alles heb meegenomen. Portemonnee, telefoon, boekje, smintjes, zakdoek. Ze verlaat het terras en loopt naar binnen. Ook de donkere man kijkt nu naar Daphne en niet naar zijn beeldscherm. Ik zou hetzelfde doen als ik op zijn plekje zat. Maar daar zit ik niet. Een fraai zicht. Ik denk aan het tekeningetje van de blote violiste. Die heeft kleine tietjes en dat kun je van deze blonde dame moeilijk beweren. Ik loop ze achterna. Ik draai me nog even om en de donkere man steekt zijn duim op. Goedgekeurd. Ik geef hem een knipoog en een duim terug. Daphne knikt naar de barman. Hij knikt terug. Ze heeft dus al eerder betaald. Dat is me ontgaan. Straks is het mijn beurt om te trakteren. De Japanners zijn vertrokken. Hopper had haar vast graag een keertje geschilderd. Maar ze lijkt me niet eenzaam en piekerig genoeg. Dus toch geen Hopper-meisje. Dat is het meisje aan de bar veel meer.

“Waarom dachten die dames dat jij Arnon Grunberg bent? Je lijkt helemaal niet op hem.” Ze wacht me op bij de lift. Ik schud wat met mijn hoofd en overweeg om voor de eerste keer te passen. Ik heb nog geen zin om over mijn boeken en schrijverschap te praten. Ik heb er ook niets over verteld in mijn mails. Natuurlijk ben ik wel eens te zien op de televisie. Meestal in boekenprogramma’s. Twee keer bij Mathijs bij de DWDD. En er staat een foto van me op de achterkant van bijna al mijn boeken. Dus Toos en Lies zijn lezers. Mogelijk zelf fans. Ik begrijp hun verwarring maar heb geen zin om het uit te leggen want dan gaat het vervolgens alleen nog maar over mijn boeken. Nu even niet. Klaar. “Wacht, ik denk dat ik mijn sleutelbos ben vergeten op het terras.” Ik loop terug naar binnen. Ik weet dat ik een smoes verzin. Het meisje bij de bar huilt. Denk ik. De barman met de baard schuift zijn servet naar haar toe. Ik voer mijn zoek-toneelstukje op bij het tafeltje. Misschien moeten we straks maar even langs de rivier lopen. De Hudson ligt er uitnodigend bij in dit late zomer-zonnetje. Ik loop terug naar de hal waar Daphne op me wacht. “Gevonden?” “Wat?” “Je sleutels?” “Nee, macht der gewoonte. Ik heb ze niet meegenomen. Hier gebruik ik een sleutelkaart.” De liftdeuren glijden open. We stappen naar binnen. Ze is Grunberg vergeten. Ik kijk op mijn telefoon. De eerste vijfenveertig minuten zijn redelijk goed verlopen.

10 Wel of niet een orgasme

En we lopen alweer een nieuwe zaal in. Ik ben er niet echt bij. Wat probeer ik hier te zien? Amerikaanse kunst of een vrouw die ik eergisteren voor het eerst ontmoette en waarvan ik niet eens weet waarom zij hier is.

1715

Magische muziek (10)

Om een spel te spelen? Omdat ze graag gezelschap heeft bij haar museumbezoek? Of omdat ze mijn persoontje wat beter wil leren kennen? Wat weet ik van haar? Nauwelijks iets want alles is gebaseerd op een bizar spelletje dat de dames met me spelen. Speelt ze viool? Zondag zei ze dat ze dat doet. Ze is mooi, heeft een mooi figuur. Ze draagt een Guess-tasje maar dat kan puur toeval zijn. Ik kan bedenken dat ze zeilt, van honden houdt en naturisme heel gewoon vindt. Over Chagall heeft ze nog niets gezegd maar die gaan we hier ook niet tegenkomen.

We lopen een beetje ongeïnteresseerd langs het werk van Roy Lichtenstein en Andy Warhol. Wereldberoemd maar of het me veel doet? Nou nee. Ik kan het wel plaatsen in de vrolijke jaren zestig. Ik kijk op mijn telefoontje. Bijna half één. Half zes in Nederland. Of is het daar al half zeven? Ik heb Yves beloofd dat ik Rowina – Ro voor de vrienden – zou bellen als ik in tijdnood kom met mijn synopsis. Ze is vast druk om haar tweeling op te halen van school, zwem- of tekenles. Of was het ballet of streetdance? Hoe oud zijn ze nu? Tien denk ik. Misschien al wel elf. Het blijft verdomd knap hoe ze in haar eentje – ondanks haar fysieke beperkingen een huishouden runt naast het redacteurschap van drie auteurs. En niet de gemakkelijksten. Van Yves mag ze heel veel vanuit huis werken. Ik heb haar sinds de begrafenis enkel nog via Skype gezien en gesproken. Ze kijkt uit naar een nieuwe samenwerking liet ze me weten toen ik haar vanop Schiphol belde.

In deze fase van mijn leven – en van mijn schrijverschap – weet ik niet of dat wederzijds is. ‘My second mermaid’ noem ik haar al sinds onze kennismaking. Ik ben de enige die haar zo noemt. Mag noemen. Ze zit in een rolstoel. Verlamd vanaf haar heupen. De bovenkant zeer vrouwelijk, de onderkant meestal verstopt onder een kleurrijke deken of sjaal. Ik weet dat ik haar meteen heb verteld hoe ik Nicole heb leren kennen en dat ik daarom van zeemeerminnen houd. Ze vond het grappig. Prima. Eindelijk een kerel die een charmante grap maakt over haar handicap. Ze vond het wel een mooi verhaal. Net iets voor een boek, zei ze. Bij ons was het gewoon hoe we elkaar hebben ontmoet. Op het filmfestival in Vlissingen. Ik zat als beginnend schrijver in de schaduw-jury. Nicole had model gestaan voor de filmposter van dat jaar. Als zeemeermin. Naakt van boven en een gefoto-shopte staart d’ronder. We zaten ruim een week samen in hetzelfde hotel en van het een kwam het ander. Nicole en Rowina raakten al gauw goed bevriend. Ze was een soort peettante voor haar meisjes. Ro hielp me meer dan geweldig met mijn ‘Egyptische Helena’. Vooral in doorvragen is ze goed. En haar suggesties om regels en alinea’s te schrappen of in te korten zijn meestal terecht.

“Waar ben je?” Daphne. Ik ben weer terug in het Whitney. “Aan wie doen ze je denken? Je ouders? Vrienden? Ben jij dat op het kleed? Kom op … vertel.” We staan voor een groot schilderij van Philip Pearlstein – lees ik op het informatiebordje. ‘Female Model on Adirondacks Rocker, Male Model on Floor, 1980 Oil on Canvas’. Ik had het als een werk van Lucien Freud ingeschat. Maar hij is Brits, niet Amerikaans. Wel dezelfde stijl. Een naakte vrouw, een beetje onderuit gezakt in een schommelstoel, voeten gekruist tegen de muur. Eind dertig of ergens in de veertig. Kleine borsten, zichtbaar schaamhaar. Een ontevreden gezicht. Een naakte man met een six pack achter haar, liggend op zijn rug op een vloerkleed. Armen onder zijn hoofd. Ontspannen. Voldaan. Zijn gezicht en geslacht zijn niet te zien. Ook hij met zijn benen omhoog tegen de muur. “Zij hebben het net gedaan. Ik denk een vluggertje Nicolas. Terwijl de schilder verse koffie zet in de aangrenzende keuken. Op het kleed denk ik of op de parketvloer? Of in die schommelstoel. Lijkt me nog niet zo eenvoudig op een schommelstoel. Hij had de leiding. Hij bepaalde het ritme. En hij kwam klaar. Tamelijk snel. Zij niet. Nee, zij niet. Wat denk jij?” “Dat je erg direct bent.” “Ik, direct …” onderbreekt ze me onmiddellijk. “Nicolas, je staat al minstens vijf minuten naar dit schilderij te kijken. Te staren. Alsof je iets herkent. Ik zie dat je ergens anders bent, niet hier. Dat geeft niet. Ik ben alleen nieuwsgierig. Dacht je aan je vrouw?” “Ja. Nee.”

En daar is er weer eentje. Een stilte. Ik antwoord niet. Ik vertel niets. Zij vraagt niet verder. Ze verandert van onderwerp.

“Schilder jij naakten?” “Dat heb ik wel eens gedaan ja.” “Bekenden van je?” “Ja, dat ook.” “Ik heb een aantal keren naakt geposeerd in het atelier van een vriendin in Geneve. Daar heb ik Etienne leren kennen.” “Zullen we ergens een hapje gaan eten en dan hoor ik graag wie Etienne is” “Was” corrigeert ze me. “Ja, dat is goed. Hier in het museum?” Ik twijfel. Ze ziet mijn twijfel. “Nee. Schat ik het juist in dat je genoeg kunst hebt gezien voor vandaag?” “Ik denk het wel. Het is wat veel op een ochtend. De politie, de dood van een kind, met jou praten of een vrouw – weliswaar op een schilderij – al dan niet een orgasme had.” Ze geeft me een kus. Totaal onverwacht. “Lief van je” breng ik uit. Knipperend met mijn ogen. Ik voel aan mijn wang. “Eindelijk een kleine lach” en ze neemt me mee naar de uitgang die dichterbij is dan ik dacht. We lopen langs het circus van Alexander Calder. “Wat bedoel je met de dood van een kind?” Een paar tellen later staan we op straat. “Zeg het maar, links of rechts. Jij kent de vegetarische tentjes hier in de buurt waarschijnlijk beter dan ik.” “Vegetarisch. Hoezo? Ben jij vegetarisch?” Zij is dus niet de echte Daphne van het profiel op Blinddate.com. Dat is duidelijk. Is de ochtend toch ergens goed voor geweest. Ik zeg nog niet dat ik haar door heb. Haar heb betrapt op een fout. Ik vind haar eigenlijk wel interessant. Het directe van haar reacties vind ik leuk. Ze lijkt me spontaan en heeft een sterke vrouwelijke intuitie. Of hebben alle vrouwen dat? Ik mag haar wel. Mijn telefoon begint te trillen in mijn broekzak. Ik word gebeld. Is het Rowina of Yves? Nee, waarschijnlijk Pieter Jan. Of de politie. Of het Nederlands consulaat want de politie zou hen inlichten over het inhouden van mijn paspoort. Ik neem op.

“Hallo met Daphne.”

Wordt vervolg (op een nieuwe pagina)


Verantwoording / Bronvermelding (Schilderijen – Kunstwerken)

(1) ‘The encounter’ (De ontmoeting) (1983) van Milet Andrejevic. Olieverf en eitempera op doek, 91 x 127 cm

(2) ‘ Towards Bethesda Fountain’ (Naar Bethesda Fontein) van Milet Andrejevic

(3) ‘Everyone Knew the Group was Unknown’ (Iedereen wist dat de groep onbekend was) (1991) van Steve Gianakos. Acryl op doek, 97,7 x 187,7 cm

(4) ‘Sanford Schwartz’ (1975) van Alex Katz. Olieverf op aluminium, 180 x 25,3 cm

(5) ‘Every house should have one’ (Mag in geen huis ontbreken) van David Mach. Fornuis, magnetron, koelkast en plastic waterspuiter, 211 x 162 cm

(6) ‘Two men on a bench’ (Twee mannen op een bank) van Merle Keller. Olieverf op linnen, 10.000 x 8.000 inches

(7) ‘Police’ (Politie) Mugello Gallery

(8) ‘Subway Station’ (Metro station) (1945) van Norman Lewis. Olieverf en zand op canvas.

(9) ‘New York Bar’ van Thomas Saliot, 120 x 165 cm

(10) ‘Magic Music’ (Magische muziek) van Igor Samsonov. Olieverf op canvas, 135 x 80 cm.