Tags

, , , ,

Wij brachten de zomervakantie van 1965 en 1966 door op Texel. Zes weken kamperen op een familie-camping in De Koog. Wij hadden in die tijd nog geen televisie thuis – denk ik. Of misschien net een paar maanden. Enfin, televisie kijken was geen dagelijkse activiteit. Wij speelden buiten, meestal met de buurtkinderen. Voetballen met geïmproviseerde doelen – een trui, een stokje of een baksteen die we van een van de in aanbouw zijnde huizen jatten. Of wielrennen op een plaatselijke omloop (Welvaartstraat – Fruithoflaan – Sportveldlaan – Acacialaan – Sint Gabriëlstraat – Welvaartstraat). We hadden clubjes – enkel jongens, geen meisjes – en we bouwden kampen / hutten. Soortgelijke dingen deden we ook met andere kinderen op de camping. Daar kwamen natuurlijk ook zomerse activiteiten bij. Verstoppertje en ‘blikspuit’ – in ’t Vlaams noemen we dat ‘buske stamp’. Meestal op de camping en soms in de duinen. We gingen vaak naar het strand. Natuurtochten. En vliegeren. Heel veel vliegeren op een weiland achter de camping.

Zomer 1966. Er werd een WK voetbal gespeeld in Engeland. Mijn ouders hadden weinig interesse voor sport. Dus wij als snotneuzen – ik werd bijna 10 en mijn broer werd bijna 8 – wisten weinig over internationaal voetbal. Ja, we wisten dat Anderlecht de beroemdste ploeg van België is maar Lierse SK was ‘onze ploeg’ want we woonden amper vijf kilometer van het stadion op het Lisp. Mijn vader was trouwens meer een supporter van de ‘Lyra’, maar dat terzijde. Okee, terug naar de zomer van 1966. Op de camping werd veel gevoetbald, meestal door grotere jongens. Heel af en toe mochten we even mee doen. Meestal organiseerden wij onze eigen matchen – voor of na de groten. En op een dag kwam er een Amsterdamse familie aan op de camping. Met een grote Mercedes en een heel grote bungalowtent. Wij keken onze ogen uit. ‘De Amsterdammer’ had ook een televisie bij zich die op een tafeltje in hun tent stond. Ik wist nauwelijks wat een tv was, laat staan dat je zoiets in een tent had staan. Wat een ‘patser’!

En toen werd het 30 juli 1966. De dag van de finale van het WK in het Wembley Stadion in Londen. Engeland en West-Duitsland stonden in de finale. En de televisie van ‘De Amsterdammer’ werd uit zijn tent gehaald en iedereen werd uitgenodigd om mee te kijken. Ik herinner me vooral de opwinding bij de volwassenen. En het gemier met de antenne en het gekanker van de Amsterdammer op zijn vrouw of dochter. En ik hoorde heel vaak het woord ‘Moffen’. Dat was een woord dat bij ons thuis nooit werd gebruikt, maar ook dat terzijde. Wij, kinderen mochten vooraan zitten. We kregen een beker ranja en een spritz. We zaten in kleermakerszit op het gras. En we moesten stil zijn.

Engeland - West Duitsland © ANP Historisch Archief

Engeland – West Duitsland © ANP Historisch Archief

Eerlijk gezegd herinner ik me nauwelijks iets van de wedstrijd. Des temeer herinner ik me de opwinding en de schokkerige zwart-wit televisie-beelden. In de tweede helft zijn we gaan vliegeren en kwamen we vlug terug toen er werd geschreeuwd door de volwassenen. Waarschijnlijk tijdens de verlenging. Ik herinner me nog wel een paar namen: Jack en Bobby Charlton, Geoff Hurst en trainer Alf Ramsey (aan Engelse zijde) en Franz Beckenbauer, Wolfgang Overath, Uwe Seeler en trainer Helmut Schön (aan West-Duitse zijde). Waarschijnlijk herinner ik me hun namen omdat ze ook de volgende jaren nog actief waren. En natuurlijk omdat ik later nog vaak de hoogtepunten van die match heb gezien in allerlei sportoverzichten. O ja, Engeland won met 4 – 2 na verlengingen. De volgende WK-finale (1970) in Mexico zag ik in Boechout. Later meer daarover.

WK 2014 BRAZILIË – Deel 9