Amanda Gorman

Tags

, , , , , , , , , ,

Deze titel had ik 24u geleden nooit kunnen bedenken. Amanda wie?

Met open mond heb ik naar haar geluisterd en gekeken. Tweeëntwintig jaar en je dan zo aan de wereld presenteren. Ik ben ontroerd en zwaar onder de indruk. Ik ben blij, ik ben trots, ik krijg het warm en ik denk weer voor het eerst in jaren positief over Amerika. Er is weer hoop voor een mooiere, liefdevolle samenleving. Amanda Gorman, een naam om te onthouden.

Weet je nog niet over wie ik hier schrijf dan heb je waarschijnlijk niets meegekregen of gezien van de inauguratie van Joe Biden als de nieuwe president van de Verenigde Staten.

Amanda Gorman – The Hill We Climb

“We waren niet voorbereid om de erfgenamen te worden van deze verschrikkelijke tijd, maar in onszelf hebben we de kracht gevonden om een nieuw hoofdstuk van hoop en vreugde te schrijven. Wij zijn de erfgenamen van een land en een tijd, waarin een mager zwart meisje, dat afstamt van slaven en opgevoed werd door een alleenstaande moeder, kan dromen om president te worden en voor een president een voordracht kan houden.”

We hebben krachten aan het werk gezien die ons land willen vernietigen in plaats van te delen die ons land liever vernietigen dan dat ze de democratie vertragen. En het is hen bijna gelukt. Maar de democratie laat zich soms misschien uitstellen. Ze kan nooit worden verslagen. In deze waarheid, in dit geloof, hebben wij vertrouwen. Want zolang we onze ogen op de toekomst richten, richt de geschiedenis haar ogen op ons.

Het hele gedicht kun je HIER lezen (in het Engels). Hierboven heb ik enkele fragmenten min of meer geciteerd. Amanda Gorman is jeugd-dichter-des-vaderlands. Mevrouw (first lady) Biden had een tijdje geleden een voordracht van deze jonge vrouw gezien en heeft de organisatie van de inauguratie geadviseerd haar een gedicht te laten schrijven. Zij kreeg er de specifieke opdracht bij om iets te schrijven over nationale eenwording.

De kersverse vice-president Kamala Harris is voor haar een inspiratie. Ook Maya Angelou (zij sprak op de inauguratie van Bill Clinton in 1993) en songteksten uit de musical Hamiliton hebben haar geïnspireerd. Oprah Winfrey reageerde: “Nooit ben ik trotser geweest op een opgroeiende jonge vrouw.” Tegen Hillary Clinton fluisterde ze dat in 2036 – dan is ze volgens de grondwet oud genoeg – zal opkomen voor president.

Haar Twitter- en Instagram-accounts ontploffen. Haar twee dichtbundels staan onmiddellijk nummer 1 en 2 bij Amazon. De wereldpers spreekt van ‘een wonderkind met sterke politieke overtuigingen’.

Ik vond de hele plechtigheid mooi en indrukwekkend. De speech van president Biden, Lady Gaga, Jennifer Lopez, Garth Brooks en de symbolische kleur van de kleding van Kamala Harris. Paars – de verbinding van rood en blauw. De kleuren van respectievelijk de republikeinen en democraten. Het land zet een eerste stap op weg naar verzoening en samenwerking. Laten we het hopen. En wie weet zeggen we (zij) dan over een tijdje: “Thank you president Biden to make America Great again.”

Knack – Wie is Amanda Gorman, de dichter die Amerika opnieuw deed hopen?

The Guardian – Amanda Gorman will be youngest poet to recite at a presidential inauguration

Oma

Tags

, , , , , , , , , , , ,

Gelukkig is het geen ernstige afwijking maar ik onthoud (onthield) gemakkelijk data. Een verjaardag. Een sterfdag. Van dat soort zaken. Ik had de verjaardagskalender – die naar goed Nederlands gebruik ook in ons toilet hing – meestal niet nodig. Sinds ik lid ben van Facebook herinneren zij mij aan verjaardagen. Eigenlijk vind ik dat jammer want nu is mijn gave – ik overdrijf, dat begrijp je – niets meer waard.

Neem nu vandaag. Ik ben mogelijk de enige die zich herinnert dat mijn grootmoeder – mocht ze nog in leven zijn – vandaag verjaart. Ze zou in dat geval 124 geworden zijn. Een zinloze gedachte uiteraard. Maria Delafontaine. De moeder van mijn moeder. Mijn meter.

vlnr Nonkel Pater (Frans De Smedt), mijn vader (Frans Schyvens), een verpleegster, mijn oma (Maria Delafontaine) en mijn opa (Gerard De Smedt). En de boreling – drie dagen oud – ben ik.

Mijn oma werd geboren in Dentergem (West-Vlaanderen) op 15 januari 1897 en ze overleed op 4 juni 1987 in Mortsel (provincie Antwerpen). Ze werd 90 jaar – tot twee weken voor haar overlijden woonde ze zelfstandig in Boechout – recht tegenover mijn ouderlijk huis. Toen ze werd opgenomen in het ziekenhuis sprak ze de legendarische woorden: “Hier ligt de held geveld!” Wat ze het vervelends vond was dat ze nu voor het eerst in haar leven iemand ‘tot last’ was. Dát was absoluut niet haar ‘ding’ – om het populair te zeggen.

Ik was haar eerste kleinkind. Oma. Ik vertel nog heel vaak over haar – meestal in verband met eten. Ze heeft me niet leren koken in de zin van instructies geven maar ik keek hoe zij het deed en sloeg dat – onbewust – op in mijn geheugen. Stoofvlees. Kalfstong in madeirasaus. Asperges. Appelmoes. Rode kool. Fricandonneke. Vol au vent – die zij ‘koninginnenhapjes’ noemde. Tomatensoep. Pudding. Zwezerik. Bleekselderij en prei – altijd in een witte saus. Rabarber. De lijst is nog veel langer. Ik maak deze gerechten zeer regelmatig klaar en dan ruikt het in de keuken naar ‘Oma’. Isabel vindt al deze gerechten lekker – behalve de rode kool. “Veel de zoet!”

Mijn plechtige communie – mei 1968. Vlnr mijn grootvader en peter (Jules Schyvens), Koen met een plastron, mijn grootmoeder en meter (Maria Delafontaine) en rechts op de voorgrond haar oudste broer, Nonkel Gustaaf (Gustaaf Delafontaine)

Ik kan veel logjes vullen met verhalen over haar. Eentje vertel ik vandaag. Zij vertelde me dit verhaal toen ik zelf een jaar of 18 was. Een verhaal toen zij ongeveer dezelfde leeftijd had. Tijdens de Grote Oorlog (1914-1918). Zij woonde toen nog bij haar ouders in Dentergem. Haar vader was meubelmaker met een eigen zaak – gespecialiseerd in kerkmeubilair. Een familie met aanzien. Het jaartal weet ik niet precies. Laten we zeggen ergens op een mooie septemberdag 1915. Ze loopt met haar beste vriendin door het dorp – ik stel me haar flanerend voor – (dat vertelde ze me niet hoor). Ze passeren een braakliggend terrein, een verlaten appelboomgaard. Vervallen muurtjes eromheen. Ze klimmen over de muur en ze rapen en plukken een paar rijpe appels. En net als Eva uit de bijbel neemt ze een lekkere hap uit zo’n appel. Dat was buiten de veldwachter gerekend. Hij arresteerde de dames ter plekke wegens diefstal en huisvredebreuk. Betrapt op heterdaad door de champetter. Ze werden overgebracht naar het politiebureau. Stel je voor … midden in de oorlog, het front is nauwelijks vijftig kilometer verderop.

Natuurlijk werd haar vader ontboden op het politiebureau. Hij wilde de boete betalen maar zijn dochter – mijn oma dus – weigerde pertinent. Nee en nog eens nee. Ze was furieus. Dit is geen diefstal. Het hele dorp weet dat daar – bij die appelbomen – niemand woont. Het is van niemand. Iedereen klimt daar wel eens over de muur. Punt uit. Koppig als ze was besloot ze in de politiecel te blijven tot haar ‘schuld’ was afgelost. Zo gebeurde. Vader Delafontaine droop af zonder een boete te betalen. Zijn dochter kwam na een nachtje ‘op water brood’ weer thuis. Oma vertelde me dat een jarenlange, sluimerende vete tussen haar familie en de familie van de veldwachter een belangrijke rol speelde.

Je kunt je voorstellen dat ik als tiener met m’n oren stond te flapperen toen mijn grootmoeder vertelde dat ze ooit in de ‘gevangenis’ had gezeten. Ongelooflijk. De Grote Oorlog bracht ook verdriet. Haar lievelingsbroer – (nonkel) Rudolph – sneuvelde aan het front. Als ik in de Westhoek ben en de Last Post bij de Menenpoort hoor, gaan mijn gedachte automatisch uit naar mijn oma maar ook naar nonkel Rudolph. Een man die ik uiteraard nooit persoonlijk heb gekend.

Toen mijn grootmoeder overgrootmoeder werd, veranderde haar naam van ‘Oma’ naar ‘Oma Koekje’. Uitleg overbodig lijkt me. Er moest tenslotte onderscheid zijn tussen ‘Oma Rietje’ en ‘Oma Pino’ (meneer oma de mama).

Als ik dit logje nog eens herlees besef ik dat ik dit stukje ook op 2 november – Allerzielen – had kunnen schrijven want alle familieleden die ik opvoer zijn al lang gaan ‘hemelen’. Ik houd ze ‘levend‘ in mijn verhalen – zal ik maar zeggen.

In de serie: FAMILIE en KOEKJESTROMMEL

Hybride

Tags

, , , , , , , , , , ,

Hybride betekent: nauwe vermenging van ongelijksoortige zaken. De term hybride komt voor in de volgende verbanden: Hybride (biologie) is in de biologie een kruising tussen twee soorten. Hybride (kunst) in de muziek of beeldende kunsten is een kruising tussen twee of meerdere genres die wezenlijk van elkaar verschillen.” (Wikipedia). Wist je dat er wel zeventien definities zijn voor hybride? Lees HIER.

Waarschijnlijk heb ik deze term voor het eerst gehoord tijdens mijn middelbare school carrière. Daarna heb ik nog zelden aan dit woord gedacht. Dat veranderde toen ik in 2012 een nieuwe auto wilde kopen. Ik koos voor een hybride Toyota Auris.

2012 – een nieuwe auto

Deze auto is al enkele jaren de auto van mijn schoondochter. De naam van de auto veranderde dan ook volgens mijn kleinkinderen. Eerst reed mama in de auto van Bompa. Nu rijdt Bompa soms in de auto van mama. Dus ook in naamgeving en gebruik was deze auto een tijdje een hybride.

Waarom schrijf ik over deze auto? Zomaar als voorbeeld dat het woord hybride stilaan dagelijks taalgebruik is geworden. Zeker nu ik weer actief werkzaam ben in het onderwijs is de term hybride heel actueel. ‘Hybride onderwijs’ is een term die ik steeds vaker lees en waar ik dus ook invulling aan moet geven. Hybride onderwijs is de term voor onderwijs waaraan je deels vanuit huis kunt (moet) deelnemen en deels vanuit het klaslokaal op school. Deze vorm van onderwijs moet ik af en toe inzetten (corona) zodat het onderwijsproces zo veel mogelijk doorgang kan vinden, bijvoorbeeld als een leerling of de leerkracht zelf even niet fysiek op school aanwezig kan zijn. 

Met andere woorden – lessen voorbereiden die leerlingen kunnen volgen als we (leerling- leerkracht) online contact hebben of taken die ze uitvoeren – na een instructie of opdracht – als ze zelfstandig werken. Mijn kleinkinderen kunnen me vast leren hoe dat bij hen in de praktijk werkt. Zij zijn specialisten geworden. Ik probeer het op mijn eigen manier. Vandaag staat eenvoudige zinsontleding op het programma. Onderwerp, persoonsvorm, lijdend voorwerp.

En ik ben een hybride bompa geworden. Soms in het echt aan tafel een spelletje spelen, voorlezen of een wandeling maken maar veel vaker (al veel te lang) via Skype of WhatsApp.

Deze dag wordt historisch ‘Verloren maandag’ genoemd. Ik maak straks worstenbrood en appelflappen. De madam van Wizzewasjes bracht me op het idee. Jeugdsentiment. Wat dit met hybride te doen heeft, weet ik zo gauw niet. Jullie wel?

Driekoningen

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

6 januari. In veel katholieke landen een belangrijke dag. Twaalf dagen na de winter-zonnewende. Twaalf dagen en nachten stond de natuur even stil maar vanaf nu wordt het merkbaar lichter. De natuur ontwaakt. Lang geleden was 6 januari een dag om feest te vieren. De wereld even een dag op z’n kop zetten. De gekken krijgen figuurlijk de sleutels van het stadhuis in handen. William Shakespeare schreef de komedie ‘Driekoningenavond’ (Twelfth Night). Ik regisseerde deze klassieker bij Het Zunderts Toneel (1997).

Enkele weken geleden zag ik bij toeval het zinnetje: “Geen Drie Koningen- maar Vier Koningenfeest“. Er stond een foto bij. Mijn aandacht was getrokken. Ik keek naar de foto en ging op zoek naar wat extra informatie.

Vier-koningenfeest (1506) – Francisco Henriques

Verdomd het is waar. Het zijn er vier. Ik zie veel bekende elementen. De stal met een zichtbare ezel, moeder Maria met haar pasgeboren kind op schoot (Jezus) en links de bezoekers met cadeautjes. Maar wie is die vierde koning? Ik herken Caspar, Melchior en Baltazar. Wie is die gozer in het midden – met speer en verentooi?

De Brugse renaissanceschilder Francisco Henriques schilderde van 1501 – 1506 het belangrijkste altaarstuk van de kathedraal van Viseu in Portugal. Dit bestaat uit veertien panelen die hij samen met zijn Portugese leerling Vasco Fernandes maakte. Eén van die panelen laat het Vier Koningen Feest zien met het pasgeboren kindje Jezus. De vier koningen zijn Melchior uit Europa met goud, Caspar uit Azië met mirre, Baltazar uit Afrika met wierook en een koning uit ‘Amerika’ met een houten beker waarvan de inhoud vermoedelijk cacaobonen zijn. Het schilderij is te zien in het Museu de Grão Vasco te Viseu.

De Amerikaanse koning is het opperhoofd van de Tupinambá. Een indianenstam uit Brazilië. De ontdekker van Brazilië Pedro Álvares Cabral maakt in 1500 kennis met deze stam. De Vlaamse schilder respecteerde de laat middeleeuwse traditie dat de Drie Koningen vertegenwoordigers zijn uit de toen bekende wereld: Europa, Azië en Afrika. Nu er voor Portugal een nieuw gebied is ontdekt – men wist nog niet of dit gebied in Azië lag of in een nieuw continent – voegt Francisco Henriques deze nieuwe vertegenwoordiger toe aan het traditionele driekoningen-tafereel.

De Tupinambá waren naar verluid kannibalen. Het Rijksmuseum heeft een drieluik waarin deze Braziliaanse indianenstam staat afgebeeld.

De behandeling van krijgsgevangenen door de Tupinambá-indianen, in drie taferelen (Anoniem ca 1630)

Links een processie van gewapende indianen met in het midden een leider in een draagstoel begeleid door enkele muzikanten. In het midden een stoet van indianen bewapend met knotsen, pijl en boog en speren, in het midden een indiaan in wit gewaad met een stok met veren op een draagstoel. Rechts naakte krijgers met een gevangene vastgebonden met touwen, op de grond en rechts bij een vuur enkele vrouwen met kinderen.

Dit was waarschijnlijk een fries voor een schoorsteenmantel, vermoedelijk uit het Koloniaal Magazijn van de West-Indische Compagnie te Amsterdam. De fascinatie in Europa voor de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika was in de 17de eeuw groot. Hun (vermeende) kannibalisme sprak zeer tot de verbeelding. Een groot deel van de voorstelling is gefantaseerd en zegt meer over de westerse blik op de Nieuwe Wereld, dan over het leven van de Tupinambá.

Een leuk extra weetje is het niet verifieerbaar verhaal van de Duitse soldaat en zeeman Hans Staden. In 1554 werd hij acht maanden gevangen gehouden door de Tupinambá. Ze zouden hem (willen) opeten. Dankzij een list van een Franse kapitein kon Hans Staden ontsnappen en hij keerde terug naar Duitsland. Hij schreef zijn belevenissen op en zijn boek uit 1577 werd een bestseller.

In de serie: BEELDENDE KUNST

Ik twitter

Tags

, , ,

Aan deze titel moet ik de woorden ‘af en toe’ toevoegen. Eens in de twee of drie weken stuur ik een tweet de wereld in. Dat stelt nauwelijks iets voor. Ik deel mijn logjes wel op Facebook, niet op Twitter. Ook niet op Linkedln, Instagram of TikTok. Ik heb niet eens een account bij die laatste twee. Wat ik te zeggen heb, deel ik dus zelden op Twitter.

Toch klik ik Twitter dagelijks aan. Zelfs een paar keer per dag als ik thuis achter (voor) de computer zit. Op mijn telefoon kijk ik nooit naar Twitter of Facebook.

Twitter is GEEN nieuwssite maar een plaats waar iedereen een scheet kan achterlaten. Wel vaak gekoppeld aan iets actueels. Een mening, een reactie op een bericht, een link naar een artikel of filmpje. Af en toe klik ik zo’n artikel aan. Ik volg 254 mensen en ik word door 184 mensen gevolgd. Vooral dat laatste vind ik enorm veel gezien ik zelden iets publiceer.

Waarom ik daar dan toch actief naar kijk? Een mix van nieuwsgierigheid, meningen of reacties lezen van mensen die ik graag volg of absoluut niet kan pruimen. Een soort actualiteiten-rubriek. Grapjes. Cartoons. En nog wat van dat soort dagelijks amusement.

Een hele kleine selectie van vandaag en gisteren:

“Mensen van de krant vertellen op tv wat ze geschreven hebben in de krant over wat ze gezien hebben op tv aan mensen van de tv die mensen van de krant interviewen over wat ze vinden van de mensen op tv.” – Rob Wijnberg.

“I’m asking you to give everything you’ve got for one more day — because that one day can change America.” – Joe Biden.

“Goedemorgen thuisjuffen en -meesters en andere tot op het bot gemotiveerde topperssssss!!!!!” – Claudia de Breij

“Theo Hiddema wil toch niet op de lijst van Forum voor Democratie. Hij wil niets weten van Baudets welhaast religieuze gedrevenheid tegen het Corona-beleid.” – Jeroen Stans via Humberto Tan

“Mathieu van der Poel heeft al meer dan twintig uur niks gewonnen. Teleurstellend.” – Thijs Zonneveld

“Kreeg een inval, bij thuiswerken (zonder kinderen (erbij)): Doe aan woningruil! Werk vanuit het huis van een vriend(in) en vise versa. Na een paar uur ga je na een werkdag terug naar je eigen huis. Hoe voelt dat? Nou?? #thuiswerken” – Willem & Willem

“Iedereen een heel voorspoedig 2021. Een dan speciaal de 15% Belgische armen, de Wit Russische en Hongkongse oppositie, de journalisten en opposanten in Turkije en Rusland, de Oeigoeren in China, A. Djalali in Iran, de vrouwen in Saoedi-Arabië. Zwijgen noch wegkijken is een optie.” – Ferre Wyckmans

Aan die laatste tweet zou ik ook de bewoners van alle vluchtelingenkampen in de wereld willen toevoegen. Verdreven van huis en haard. Kamp Moria bijvoorbeeld.

Twitteren jullie? Lezen jullie tweets?

De draad weer oppakken

Tags

, , , , , , , , , , , ,

Iedereen kent deze uitdrukking wel die zoiets betekent als: verder gaan na een onderbreking. Dat is de realiteit op deze eerste maandag van het jaar. Een heel gewone dag – althans zo lijkt het. De kerstperiode zit erop. Morgen de kerstboom afbreken en de kerstspullen opruimen. Ik houd me meestal aan de traditionele data. Kerstboom optuigen NA Sinterklaas. Alles opruimen rond (voor of onmiddellijk na) Driekoningen (6 januari).

Maar het was geen normale decembermaand. Zoals bijna iedereen verplaats ik me op de vierkante centimeter met steeds dezelfde mensen. Onze vierkante centimeter valt gelukkig wel mee, we hebben een grote tuin. Hoeveel mensen heb ik gezien sinds 15 december? Acht. Ik tel het nog even na. Ja, acht. De paar mensen in de supermarkt en bij de benzinepomp tel ik niet mee. Acht. Isabel (uiteraard). De schoonmaakster, de tuinman, de ouders van Isabel, Techa, Per en Wilhelm (goede vrienden) die zaterdag samen met ons online naar de uitvaart van Jean Jacques keken.

Het was mooi (nou ja, een uitvaart is natuurlijk verschrikkelijk, vreselijk, afschuwelijk … niet mooi). maar toch zeg je dan: “Het was mooi.” Klein en ingetogen. In besloten kring door de corona-regels. Wij keken mee via het televisie-scherm. Het is emotioneel, zeer emotioneel. Ik hou de emoties onder controle want ik vertaal alles (veel) dat gezegd wordt want de andere toehoorders verstaan geen Nederlands. Ik schiet vol als Martine “Koen en Isabel” zegt, onmiddellijk gevolgd door “Koen en Ine” en nog wat later “Dominiek en Maartje. Rob en Rita”. En vele anderen. Het beeld dat Geert Mak schetst van Jean Jacques in het zonnetje voor hun huis in Jorwerd dat hij vergelijkt met zijn kleindochter die met suikerspin een ander meisje wilt zijn en hoe hij op dat moment Jean Jacques wilt zijn …. is zeer mooi getroffen. Het vertalen schiet er even bij in …

De kaarsen worden weggehaald. Nog even zien we de kist – door Hanneke geschilderd. In gedachten zie ik Hanneke, Joa en Daphne, Anneke en alle anderen de kist vergezellen en de Grote Kerstraat oplopen. Op tv zien we dat niet. Dat hoeft ook niet. Wij lopen naar de veranda. Stil. Flink slikken. Een sigaretje. Per dan toch, ik rook niet. Een zucht. Een traan. En dan heffen we het glas. L’Chaim. Op het leven. Op Jean Jacques. Bij gebrek aan een goede Port (sorry JJ) proosten we met witte wijn en 1920 (een brandy). Isabel steekt een sigaartje op (gekregen tijdens zijn laatste bezoek in maart). Het is gek … onmiddellijk is Jean Jacques aanwezig op onze veranda. Geuren zijn heel associatief. Dat er nog veel van dit soort momenten mogen volgen.

Na het overlijden van Ine (zomer 2005) bleef ik ook een paar weken in mijn eigen cocon. Eerst om van alles administratief te regelen. Zakelijk en persoonlijk. Ik ging in zee met een nieuwe boekhouder (ook een ZZP’er). Hij heeft me toen goed geholpen. Nog steeds trouwens. Verder maakte ik fotoboeken en ruimde kartonnen dozen op. Een zelfde neiging heb ik nu. Voor de uitvaart heb ik (op verzoek) foto’s van Jean Jacques opgespoord en aangeleverd. Dat was een fijne en emotionele bezigheid. Een paar duizend foto’s van onze reizen en bezoeken. Onze werkprojecten samen. Sommige foto’s had ik jaren niet meer gezien. Herinneringen komen terug. De knoop in mijn maag (buik) werd er niet minder van maar dat geeft niet.

Gisteren hebben we laat gebruncht. Ik had bedacht dat ik even wat eet-boodschappen zou doen maar het is er niet van gekomen. We kropen op de bank en we vergaapten ons aan het leed van anderen. Een dagje en avondje netflixen. De laatste vier afleveringen van ‘Tiny Pretty Things’ en de eerste vier afleveringen van ‘Bridgerton’.

Een gewone maandag. Isabel vertrekt als gewoonlijk om 6.30 naar haar werk. Ik draai twee wasjes. Ik lees de krant. Ik maak een weekplanning. Ik lees wat blogs. Ik pak de draad weer op. Ik schrijf dit logje. Straks geef ik mijn eerste online-les van 2021.

Tien jaar

Tags

, , , ,

Op 1 januari 2011 publiceerde ik mijn eerste stukje op web-log. Ik las al een tijdje het blog van Dominiek, observaties en overpeinzingen tijdens zijn dagelijkse wandelingen in Leermens (provincie Groningen). In die periode was ik meer onderweg dan thuis (in Bergen op Zoom). Ik schreef wel eens dat ik meer in hotelbedden sliep dan in mijn eigen bed. Het thuisfront was het wel gewoon maar hoorde toch graag wat ik uitspookte. En waar. Mijn moeder was nog actief op internet. Zij keek uit naar mijn emailtjes. Ik had een lijstje met email-adressen op Yahoo. Mijn moeder, mijn kinderen, vrienden, buren, familie … Ik ben geen beller en dat was trouwens toen nog stervensduur. Ik vond het genoeg dat ik bereikbaar was op mijn mobieltje. Meer was niet nodig.

Zoals ik hierboven al memoreer bracht Dominiek me op het idee om te gaan bloggen. Ik schrijf op een moment als het mij uitkomt. Ik publiceer mijn stukjes op elk willekeurig moment van de dag of nacht. En mijn moeder leest mijn stukje op het moment dat het haar uitkomt. Ze herlas ook regelmatig mijn logjes. Later printte mijn zus mijn stukjes en bundelde zij mijn logjes in een dikke map. Ik lag dus op het nachtkastje van mijn moeder. Berichten versturen per email werd verleden tijd. Als iemand me vroeg waar ik was of wat ik aan het doen was dan was meestal mijn antwoord: “Ik stuur je de link van mijn weblog dan kun je me volgen wanneer het jou uitkomt.”

Dat web-log ermee ophield halverwege 2011 heb ik al vaker verteld. Ik kan dus geen linkje plaatsen naar mijn allereerste logje op 1 januari 2011. Ik schat dat ik daar ruim honderdvijftig stukjes heb geschreven. Bijvoorbeeld over mijn (onze) reis naar Brazilië. Over Umoja. Over mijn bezoek aan Israël.

We zijn nu tien jaar verder. Ik ben alweer bijna acht jaar getrouwd met Isabel. Er zijn sinds die eerste dag (01-01-2010) nog vier kleinkinderen bijgekomen. Ik moet oppassen dat dit geen opsomming wordt van overlijdens maar Dominiek en mijn moeder zijn enkel nog in mijn (onze) verhalen aanwezig. Ze lezen niet meer mee. WordPress houdt statistieken bij, ik kijk er zelden naar. Vandaag wel en ik zie onder andere dat ik 119 stukjes heb gepubliceerd in 2020. Dat er 29.614 bezoeken werden afgelegd aan mijn klein stukje www. Dat ik 188 volgers heb. Dat betekent dus dat ik elke drie dagen een stukje schrijf. Voor mijn gevoel klopt dat. Soms vijf dagen na elkaar, soms een week niets. Dat zal waarschijnlijk ook het ritme zijn in 2021.

Mijn stukjes hebben gemiddeld 725 woorden. Ik krijg gemiddeld 17 reacties per bericht. Dat vind ik best veel maar daar zijn natuurlijk ook mijn reacties op jullie reacties bij inbegrepen. Ik krijg gemiddeld 9 likes per bericht. Dankjewel daarvoor maar het is iets dat ik zelf niet dikwijls doe omdat ik die ‘like-knop’ meestal niet zie. De top 3 van reageerders zijn collega-bloggers: Rietepietz, Thomas Pannenkoek en Regenboogvlinder. Via Facebook reageert Rene B bijna altijd. Ik vind reacties erg fijn maar voel je niet (nooit) verplicht om iets te schrijven. Ik reageer zelf denk ik 30% van de tijd op stukjes van (sommigen) anderen, mogelijk zelfs minder.

Tot mijn grote verbazing is de vijfde aflevering van Daedalus en Icarus (19 december 2020) het best bekeken stukje op één dag in deze tien jaar. Bijna 800 keer. Bizar. Mijn stukje over het kaartspel Yaniv wordt het vaakst aangeklikt – ik denk vanuit Google.

Genoeg statistiekjes. Het nieuwe jaar is begonnen. Ik heb geen bijzondere voornemens voor dit jaar – ook niet wat bloggen betreft. Wensen heb ik uiteraard wel. We zullen zien wat 2021 ons brengt. Een fijne dag (en jaar) voor iedereen die dit leest. Blijf gezond.

Adieu 2020

Tags

, , , , , , , , , , , ,

Natuurlijk bedoel ik: “ROT OP 2020”. De laatste dag van de maand kijk ik meestal nog even achterom en maak ik er een logje van. Op de laatste dag van het jaar ligt dat nog veel meer voor de hand. Mijn verdriet is te groot om vandaag de juiste woorden te vinden. Een half jaar geleden schreef ik over de pandemie en de invloed op mijn persoonlijk leven. Ik schreef toen ergens in een tussenzinnetje dat ik me zorgen maakte over de gezondheid van twee goede vrienden. Die zorgen waren terecht. Op dertig september overleed mijn vriend Rob. Eergisteren overleed mijn vriend – die ik ook op z’n Afrikaans ‘my brother’ noem – Jean Jacques. Ik kende ze allebei bijna veertig jaar. Het blijft schokkend en surreëel. Nooit meer samen een voorstelling maken. Nooit meer plannen maken voor een nieuw project. Nooit meer samen op reis.

Ik zal over ze blijven vertellen maar voor nu laat ik het even hierbij. De jaarwisseling van Rita en Hanneke zal zometeen zo anders zijn dan ze zich hadden voorgesteld in het begin van dit jaar. Lieverds, ik hoop jullie gauw te zien en te omhelzen – zonder hinder van bubbels of sociale afstand. Maar voor nu … blijf gezond, we hebben elkaar nodig in ons verdriet, onze grapjes, liedjes en verhalen, onze gezamenlijke geschiedenis en in onze toekomst.

Wat waren we jong. Jean Jacques en Koen. Samen aan het werk, samen op reis. 2007 – ik denk op het vliegveld van Dar es Salaam of Zanzibar (Tanzania).

ps. Je begrijpt vast waarom het vervolgverhaal Daedalus en Icarus nog even op zich laat wachten. Ook het maand- en jaaroverzicht publiceer ik nog wel een keertje. Blijf gezond. Op naar een vreugdevoller 2021.

Zwart Wit

Tags

, , , , , , , ,

Ik scroll wat door Twitter en plots zie ik een mooie zwart wit foto. Ik klik de foto aan. Een schaars geklede dame – dat schaars gekleed doet er eigenlijk niet toe – (of toch?). Ik kan geen ‘tijd’ op deze foto plakken. Door het gebrek aan kleding is ‘mode’ geen referentiepunt. Er is nauwelijks een interieur te zien. Is dit een foto uit de vijftiger jaren of is deze foto gisteren gemaakt? Of alles daar tussenin? Ik weet het niet, ik zie het niet.

Ik droom een beetje weg en tegelijkertijd besef ik dat ik nooit meer zwart wit fotografeer. Ik heb geen enkele foto van Isabel in zwart wit (gemaakt). Isabel is van mijn persoonlijk digitaal foto-tijdperk. Ik ruilde in de zomer van 2002 mijn analoge camera in voor een digitaal exemplaar. De foto’s van de laatste jaren zijn meestal gemaakt met een smartphone. Ik heb dus nooit een foto van mijn vrouw gemaakt met een ouderwetse camera met een filmrolletje. Wie kent het woord ‘negatief’ nog en ‘corona-test’ is geen hint? Kun je dat woord (negatief) in verband brengen met fotografie dan ben je meer dan waarschijnlijk in de vorige eeuw geboren en opgegroeid.

Ik ben geen fanatieke foto-bewerker. Als ik een fotoboek maak, zal ik hooguit wat bijsnijden of inzoomen. Maar door die foto op Twitter ben ik toch benieuwd geworden. Ik ga een paar foto’s van mijn madam (dankjewel Lola dat je haar een ‘madam’ noemde in je reactie gisteren) bewerken – zwart wit maken. Dit is een experiment. Hieronder het resultaat.

Isabel

Nu is mijn vraag natuurlijk: ‘Is het wat?’ Vis ik naar complimentjes? Nee. Ik weet dat ze prettig is om naar de kijken. No doubt about that. Ik vind het eerlijk gezegd heel moeilijk om te bepalen of ik de originele foto’s – in kleur – mooier vind of deze zwart wit exemplaren. Hebben jullie dat al eens uitgeprobeerd met recente foto’s? Van kleur naar zwart wit? Wat vind je mooier?

Daedalus en Icarus. Een paar lezers zitten op hun honger. Waar blijft het vervolg van dit mythologische verhaal? Ik kan ze geruststellen … vader en zoon zitten nog steeds opgesloten in het labyrinth in Knossos (Kreta). Ontsnappen via de ingang is geen optie. Dus Daedalus moet iets uitvinden. Dat doe je niet na één nachtje slapen. Daar heeft hij ruim een week de tijd voor nodig (gehad). Vanochtend ontving ik een bericht via Hermes (Mercurius bij de Romeinen) dat de architect en zijn zoon op het punt staan om te ontsnappen. Als dat maar goed gaat. Ik doe er morgen verslag van.

Bella

Tags

, , , , , , , , , , ,

Het is gek om de naam van mijn vrouw te zien staan op alle nieuwssites en in de internetkranten. Winterstorm Bella. Ik hoop dat niemand van mijn lezers (volgers) ernstig getroffen is door dit (relatieve) natuurgeweld.

“Jouw vrouw heet toch Isabel?” Ja, zo staat het op al haar officiële documenten. Isabel. Toen ik haar voor het eerst ontmoette (alweer twaalf jaar geleden) werd ze aan me voorgesteld als ‘Bella’. Welke naam ze die avond zelf gebruikte, weet ik niet meer. Ik kwam er al gauw achter dat ze Isabel heet. Haar vrienden – die ik toen ook leerde kennen – gebruikten veel verschillende varianten. Bella, Isa, Belinha, Mana Bella, Mana Belinha en af en toe ook Isabel. Je begrijpt dat ik moest wennen aan al die namen.

Isabel

Ik besloot bijna onmiddellijk dat ik ISABEL wilde gebruiken. Deze vrouw heet Isabel, zo zal ik haar ook noemen. Ik had (en heb) een hekel aan Bella. Ik vind het geen fijn woord. Natuurlijk komt dat door associaties. Bella is voor mij een koeiennaam, meestal gevolgd door een nummer. Bella 14, Bella 16, Bella 37. Is er niet een verhaal van Jommeke met een koe genaamd Bella? Ik weet zeker dat veel boeren in Wyns koeien hadden die (niet) luisterden naar de naam Bella.

Toch is er ook een grappig detail dat ik niet onvermeld kan laten. Het allereerste woord dat ik ooit produceerde als peuter was … bella. Of dat met een hoofdletter was of niet hoor je natuurlijk niet. Volgens de overlevering (mijn moeder) noemde ik alles ‘bella’. Een bal, een beertje, een ballon, enzovoort. Waarschijnlijk volgden enige tijd later klanken (woorden) als mama en papa maar dat is in de persoonlijke geschiedenis minder belangrijk. ‘Bella’ was het eerste woord.

Nog even terugkomend op al die varianten. Ik ken nog een paar mensen die stug Bella blijven zeggen. Ik vind het niet leuk maar waar maak ik me druk om? Waarschijnlijk omdat ik één van die personen absoluut niet kan pruimen. Op haar werk is Isa de meest gebruikte vorm. Ik zeg wel eens, heel af en toe, altijd in de vragende vorm … Isa? Als ik op iets wat zij zegt of vraagt heel snel reageer. Belinha (dat gebruik in wel heel vaak) is het (Portugese) verkleinwoord van Isabel. Je zou het kunnen vergelijken met Isabelletje of Belletje.

Onderschrift lijkt me overbodig. (*)

De twee vormen met Mana (Mana Bella en Mana Belinha) zijn traditionele vormen van beleefdheid die jongere broers en zussen (moeten) gebruiken. Soms ook jongere collega’s. Haar jongere broer en zus zullen dus ALTIJD Mana Belinha zeggen. Zoals zij Mano zeggen tegen een oudere broer. Neven en nichten noemen mij vaak Mano Koen. De vorm Belinha is vooral praktisch in haar ouderlijk huis want ook haar moeder heet Isabel.

Het is grappig hoe vaak ik berichtjes of mailtjes krijg waarin ik de groeten moet doen aan Isabelle of Isabella. Ach ja … Zucht. Ik heet Koen en niet Coen of Kun (of z’n Duits). Ik vergis me ook regelmatig … is het Marjolein of Marjolijn. Diane of Diana. Ik kan nog wel even doorgaan. Ik begrijp dus de schrijffouten.

Mijn meisje, ze heet Isabel

Bella betekent in het Italiaans natuurlijk MOOI of BEAUTIFUL. Daar kan ik natuurlijk geen bezwaar tegen hebben (want dat is ze) maar toch houd ik het op … Isabel of minha Belinha.

(*) Ik maakte deze fotocollages vorig jaar op haar verjaardag. Blijkbaar vind ik de foto rechts onderaan (tweede collage) erg mooi want ik heb hem tweemaal gebruikt. Dat zie ik nu pas. Grappig.