IJzerbedevaart

Tags

, , , , , , , , , ,

Ik denk dat het een korte serie wordt. Stukjes naar aanleiding van honderd jaar (na) De Groote Oorlog. Een paar herinneringen uit tweede hand, zoals ik gisteren al schreef. Belangrijk hierin is Diksmuide. De IJzervlakte. Het IJzermonument en de IJzertoren.

Als kind leerden we dat België drie stromen heeft. Stromen zijn groter dan rivieren. De Schelde, de Maas en de IJzer. Het gaat dus in dit stukje over de omgeving van de IJzer – strijdtoneel in de Westhoek (1914 – 1918).

IJzertoren Diksmuide @ Westoer VAB magazine

De jaarlijkse bedevaart stond prominent in de familie-agenda. Dat begon al lang geleden. Ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw. Mijn grootouders – de ouders van mijn moeder hebben elkaar daar ontmoet. Tijdens de IJzerbedevaart – toen nog bij het (oude) IJzer-monument. Hij (mijn opa) uit Sint Amands aan de Schelde (provincie Antwerpen) en zij (mijn oma) uit Dentergem (West Vlaanderen). Zij waren er om de vele (Vlaamse) frontsoldaten te herdenken. Onder andere mijn oma’s broer.

“Hier liggen hun lijken – Als zaden in ’t zand – Hoop op de oogst – O Vlaanderland” Dichtregels van Cyriel Verschaeve die ik honderden keren heb gelezen.

IJzermonument Diksmuide

Deze dichtegels stonden niet alleen op het IJzermonument maar ook op een tegel bij Nonkel Gustaaf en Tante Edmonda in de keuken in Menen. AVV – VVK – Alles voor Vlaanderen / Vlaanderen voor Kristus. En De Blauwvoet van Albrecht Rodenbach. Ik zal de volgende dagen ook eens schrijven over Nonkel Gustaaf – oudste broer van mijn Oma. 

Ik denk dat ik tien of elf was als ik de eerste keer meeging naar de Ijzerbedevaart. Met Bompa Schyvens, oud-strijder en V.O.S. Later ging ik alleen en dan betaalde oma mijn reiskosten en een zakcentje. Twee keer was ik er als actief lid van TAK (Taal Aktie Komitee). Maar al gauw voelde ik me daar niet meer op mijn plaats. De IJzerbedevaart werd als het ware gegijzeld / gekaapt door rechtse militanten. De manifeste aanwezigheid van groepen als WERIDI en VMO (Vlaams Militante Orde) stoorde me enorm. Ik ben afgehaakt – rond 1977 denk ik – want ik wilde niets te maken hebben met deze lui.

Nog even terug naar de oorspronkelijke IJzerbedevaart. Mijn grootouders vertelde uitvoerig over de dynamitering in 1946 van het eerste monument. Een nooit opgeloste misdaad. Na de tweede wereldoorlog werd de Vlaamse ontvoogdingsstrijd gekoppeld aan collaboratie met nazi-Duitsland. Vaak terecht, minstens zo vaak onterecht.

Onmiddellijk daarna werd geld ingezameld voor een nieuw vredesmonument. De IJzertoren in de vorm van een kruis met op alle vier de zijdes de tekst: ‘Nooit meer oorlog’ in alle talen van de strijdende partijen. Plus jamais de guerre, No more War, Nie wieder Krieg. De donatie gedaan door mijn grootouders is tot de dag van vandaag te zien hoog in de toren op een herdenkingstegel. Fam. De Smedt – Sint Amands.

Ik heb het bijbehorende museum verschillende keren bezocht. Met Ine en later met mijn kinderen. En natuurlijk ook In Flanders Fields Museum en de dagelijkse Last Post ceremonie onder de Menen-poort in Ieper. Maar daarover een andere keer meer.

In de serie: FAMILIEGESCHIEDENIS

Advertenties

Vandaag honderd jaar geleden

Tags

, , , , , , , ,

11 november 1918 om 11.11u … het officieel einde van de Eerste Wereldoorlog. Vandaag precies honderd jaar geleden. De Vlaamse kranten berichten al dagen over de laatste dagen van WO I. Ik klikte niet elk bericht aan. Enkel zo nu en dan. Mijn gedachten gaan daardoor wel wat vaker dan gebruikelijk naar overleden familieleden.

The last post

Uiteraard ben ik veel te jong – deze zin lees ik met plezier nog een paar keer – om iets uit eerste hand te weten over de Grote Oorlog. Wel uit tweede hand. Ik weet niet of deze uitdrukking bestaat maar je begrijpt vast wat ik bedoel. Mijn grootvader (Bompa Schyvens) was vier jaar frontsoldaat aan het IJzerfront. En ook Nonkel Pater was als dienstplichtige vier jaar betrokken bij al die verschrikkingen. Beide mannen hebben de oorlog overleefd en zijn pas overleden toen ik zelf al kinderen had.

Ik heb me nooit echt verdiept in hun prestaties. Laat staan dat ik iets weet over hun legeronderdelen. Ik weet enkel wat details. Herinneringen van een kind. En toch was de Eerste Wereldoorlog nooit ver weg in de verhalen uit mijn jeugd. De term ‘Groote Oorlog’ gebruikten we niet; dat is pas iets van de laatste twintig, dertig jaar. Denk ik.

Al van jongs af aan wist ik dat den Bompa een oud-strijder is. Een term die ik eerst meer associeerde met ridders en kastelen. Elk jaar werd de wapenstilstand gevierd / herdacht op elf november. Ik schreef al eerder over. Klik HIER. Op school leerden we een heel klein beetje meer over de oorlog. Mijn grootvader was erg jong toen de oorlog uitbrak. Hij was net niet dienstplichtig maar er werd sterke druk uitgeoefend dat hij – en zijn leeftijdgenoten – toch soldaat werden in het Belgisch leger. Als argument werd aangevoerd dat hij na de mogelijke bezetting door Duitsland, hij waarschijnlijk Duits soldaat moest worden en dan zijn oudere broers – aan Belgische zijde – zou moeten doodschieten. Dus de jonge Jules Schyvens vertrok naar het front in de Westhoek. Veel meer weet ik niet. Wel weet ik dat hij zeker één keer zodanig verwond is geraakt dat hij in Engeland werd verzorgd. Daarna volgde een overplaatsing naar (Noord) Frankrijk waar hij werd opgeleid tot telegrafist. Dat is hij gebleven tot het eind van de oorlog.

Drie termen herinner ik me uit mijn kinderjaren. Oud-strijder. Vos. En Telegrafist. V.O.S. staat voor Vlaamse Oud Strijder. Bompa nam me een aantal jaren mee naar de IJzerbedevaart in Diksmuide. We gingen altijd met de trein. Later ging ik zonder hem. Hij zat vooraan op gereserveerde plaatsen bij de oud-strijders of bij de Vossen. Ik denk dat hij dat een beetje afwisselde. Hij was Vlaming maar ook Belg. Ik herinner me ook dat we een extra rondje Westhoek deden. Dan vertelde hij over Poelkapelle, Mont Cassel (Franse Westhoek) en Marechal Ferdinand Foch. Eén keertje liepen we samen over een oorlogsbegraafplaats. Hij was dan erg stil en liep veel stijver en meer rechtop dat gebruikelijk. Ik denk dat hij bij die gelegenheid ook een paar medailles droeg maar daar liep hij zeker niet mee te koop. Een verhaal dat ik me herinner was dat de bevelen meestal in het Frans werden gegeven maar dat veel Vlaamse jongens dat niet verstonden. Wat heeft geleid tot veel onnodig leed.

Nonkel Pater – broer van mijn opa aan moeders zijde – was ook vier jaar soldaat. Als seminarist – opleiding tot priester – was hij vrijgesteld van wapens. Hij moest wel in dienst als brancardier. Hij moest rennen om gewonden terug te brengen in de loopgraven. Je kunt je wel voorstellen hoe ik daarover kon fantaseren als jong ventje. Op familiefeesten waar den Bompa (langs vaders zijde) en Nonkel Pater (langs moeders zijde) beiden aanwezig waren, zaten ze vaak naast elkaar en haalden ze herinneringen op. Dat was niet voor onze kinderoren bestemd.

Een familielid dat ik nooit heb gekend, is nonkel Rudolf (uit Dentergem). Broer van mijn Oma. Hij is gesneuveld in de oorlog. Het ging heel vaak over hem. In alle (familie) gebeden werd hij steeds genoemd. Hij was één jaar ouder dan mijn oma. Toen er eind zestiger jaren bij mijn oma werd ingebroken en haar handtas werd gestolen was het grootste verlies voor haar een foto en het bidprentje van Nonkel Rudolf. Dat heeft ze de dieven nooit kunnen vergeven. Voor hen een stukje waardeloos papier, voor haar een tastbare herinnering aan haar lievelingsbroer.

Morgen schrijf ik verder / herinner ik verder

Ik eindig met een citaat van een Engelse frontsoldaat, gesneuveld op 25jarige leeftijd.

“Kromgebogen, als oude bedelaars onder hun knapzak, vloekten we ons, hoestend als oude wijven, met knikkende knieën een weg door het slijk.”

Hoe verschrikkelijk het is geweest, besefte ik als kind niet. Dat kwam pas met de ‘jaren van verstand’ en dan nog twijfel ik of we dat ook echt kunnen invoelen.

In de serie: FAMILIEGESCHIEDENIS

1000 duizend vragen aan mezelf (21)

Tags

, , , , , , , , ,

De figuurlijke wekker loopt weer af … “Koen het is tijd om weer wat vraagjes te beantwoorden”. Ik geef er gehoor aan maar eerst nog even een figuurlijke pluim voor Marion L, MS en Vlinder1960. Ook Beer en Colette reageerden via FB. Zij hadden een juiste omschrijving bij de foto die ik op 30 oktober plaatste.

Wat is dit

Wat is dit?

Het is inderdaad een schoenen- of laarzenschraper – ingebouwd in de voorgevel van een huis – dicht bij de voordeur. In dit specifieke geval in het huis van vriend Werner in Boechout. Is dit een Belgisch fenomeen? Ja, wie weet? In Nederland droegen mensen vaak klompen en die liet je buiten staan – met of zonder slijk. Maar minstens zoveel dank aan Daniela, AnneMarie, Géa, Bermalbooks, Trienette, Sandravda, Rietepietz, Suskeblogt en Regenboogvlinder want ook zij reageerden met inventieve antwoorden.

326. Welke vraag is je al te vaak gesteld?

Of het niet heel gevaarlijk is in Afrika. Zeker om er te wonen … en meestal beantwoord ik die vraag heel vriendelijk. Vaak met de opsomming wat er in Bergen op Zoom allemaal is gebeurd. Tweemaal onze auto gestolen voor de deur, inbraak in huis, verschillende inbraken in ons schuurtje, dochter die vlakbij huis ernstig is lastig gevallen door een creep … daarna hoef ik niet verder te antwoorden. En dan beëindig ik zo’n antwoord met de volgende dooddoener: “Niet alle slangen in onze tuin zijn giftig. Zeker de tuinslang niet.”

327. Is alles mogelijk?

Niet een erg boeiende vraag. Veel te ruim … is alles mogelijk? Waar gaat dit over? Ik pas wegens desinteresse.

328. Hoe traditioneel ben je?

Niet heel erg traditioneel. Ik heb veel zaken in mijn leven gedaan die niet meteen het etiket ‘traditioneel’ verdienen. Ik ben ook geen grote vernieuwer of super progressief. Ik ben ondernemend en niet bang voor verandering. Ik hou wel van tradities maar kan ze ook gemakkelijk negeren.

329. Kent iemand je diepste geheimen?

Nu moet ik heel hard gaan nadenken wat mijn diepste geheimen zijn. Deel ik die? Ja, meestal wel maar misschien zijn dat dan weer geen ‘diepste geheimen’. Een paar zaken houd ik voor mezelf en daar ga ik uiteraard hier niet over schrijven.

330. Hoe ziet je ideale partner eruit?

Ik heb mijn dag niet of de vragen bevallen me niet. Ik geef de voorkeur aan de laatste mogelijkheid. Goed, ik antwoord waarschijnlijk heel clichématig. Een ideale partner is iemand die je volledig vertrouwd, waarmee je kunt lachen en geinen. Iemand die tegen een stootje kan en niet bang is om mij van repliek te dienen. Of ging de vraag over het uiterlijk? Boeiend … euh … niet dus. Ik ben trouwens heel blij met met het visuele plaatje van mijn partner. Isabel dus. En dat ze ook nog ’s nachts naast me ligt, is mooi meegenomen. Dat laatste zinnetje is een letterlijke quote uit de musical Chicago.

331. Waar hunker je naar?

Alweer een vraag waarvan ik denk … laat maar. Ik krijg vandaag de kriebels van woorden als ideaal, partner, hunkeren. Waar verlang ik heel erg naar? Als ik antwoord: “Naar de volgende vakantiereis’ of ‘Een goedbetaalde opdracht” of ‘Een nieuwe auto’ … dan denk ik meteen dat dat geen hunkeren is maar dat zijn wensen. Hunkeren is meer iets van zuchten, begeren, ongeduldig verlangen, ziekelijk smachten, snakken … zoals in stripverhalen uitgedroogde woestijnbezoekers hunkeren naar een slok water. Ik hunker naar betere en interessantere vragen.

332. Ben je moedig?

‘Koen’ betekent ‘dapper / moedig’. En dat ben ik meestal wel. Niet roekeloos moedig, eerder voorzichtig – bedachtzaam moedig.

333. Is er voor alles een juiste plaats en tijd?

Vast wel maar ik ben niet zo van dat soort waarheden. Tegeltjeswijsheid. Af en toe leuk om tegen te komen op Twitter maar wat heb ik eraan? Wijlen Johan Cruijf had er vast een eigen draai aan kunnen geven.

334. Waar voel jij je te goed voor?

Ik dacht eerst te antwoorden … voor niets. Maar natuurlijk word ik niet graag ongevraagd voor het karretje van een ander gespannen. Of word ik of mijn mening misbruikt om iets voor elkaar te krijgen. Daar pas ik voor.

335. Zou jij een jaar zonder mensen kunnen?

Een soort ‘Wat-Als vraag’. Politici beantwoorden die zelden. Ik ben geen politicus maar wat moet ik met deze vraag? Beantwoorden. Goed. Ik denk dat ik het zou kunnen … alhoewel … Waar haal ik alles wat ik nodig heb vandaan? Voedsel, huisvesting, water, energie …? Zijn daar dan wel of geen mensen voor? Een onbewoond eiland? En weet ik van tevoren dat het maar één jaar is? Dus het eerlijkste antwoord is gewoon … nee dat kan ik niet. Laat staan dat ik het zou willen.

336. Wanneer was je voor het laatst trots op jezelf?

Er lag een flinke kluslijst op me te wachten. In en rondom het huis. Geen hele grote zaken. Niets dat onmiddellijk actie vereist. Dus was er alweer sprake van uitstel-gedrag. Tot ik afgelopen vrijdag de geest kreeg. De lijst is gehalveerd. De voldoening is groot zeker als ik beloond word met complimenten en heel veel kussen van ‘de ideale partner’.

337. Ben je nog steeds dezelfde persoon als vroeger?

Nee. Gelukkig niet. En natuurlijk ook een beetje wel. Net als de meeste mensen ontwikkel ik me. En het fanatieke wat ik in me had is fel verminderd. Ik ben een veel mildere variant van mezelf dertig, veertig jaar geleden.

338. Waarom heb je gekozen voor het werk dat je nu doet?

Theatermaken. Regisseren. Schrijven.

Ze liggen in elkaars verlengde. Ik ben een verteller. Ik ben opgegroeid tussen boeken en verhalen. Wij gingen naar de film, naar het (jeugd)theater. Mijn ouders lazen ons voor of verzonnen verhalen. Ik heb dat altijd prachtig gevonden. Dat wilde ik ook. Mijn fantasie gebruiken en vorm geven. Toneel spelen. En dat delen met anderen. En zoals ik graag herhaal … “Ook ik heb van mijn hobby mijn beroep kunnen maken.”

339. Welke slechte gewoonte heb je?

Ik heb daar al vaak op geantwoord. Ik ben een uitsteller. Soms is dat geen enkel probleem – hooguit voor mezelf – maar soms wacht een ander op ‘iets’ van me en dan wordt mijn uitstellen irritant. Mea culpa.

340. Vaar jij je eigen koers?

Ja, dat denk ik wel. Ik zit aan het roer en navigeer. De bemanning van ons kleine bootje heeft wel degelijk invloed op die koers. Gelukkig maar want anders zou het een eenzame tocht worden. Nu ontdekken we samen onbekende kusten en mooie eilandjes.

341. Waar kun jij over doorzeuren?

Ik hoop dat anderen – die deze vraag over mij beantwoorden – geen lange lijstjes op kunnen dreunen. Ik denk dat het vaak herhalen van ‘prioriteiten stellen’ wel een dingetje is. Zeker voor Isabel. Haar wensen-lijstje is mooi maar vaak groter dan de portemonnee. En dan komt Koen weer aanzetten met … prioriteiten stellen querida. En plagend kom ik steeds terug op het verlies van de huwelijks-aanzoek-ring die ik Isabel gaf.

342. Is elke relatie te redden?

Nee, natuurlijk niet. Daar zijn ook in mijn omgeving voorbeelden van die ik hier niet zal toelichten.

343. Met welk lichaamsdeel ben je tevreden?

Mijn benen – meer specifiek mijn kuiten. Of ik dat ook echt vind? Eerlijk gezegd weet ik dat niet maar het is wel frappant hoe vaak Ine dat heeft gezegd. En ook Isabel spreekt heel regelmatig in bewonderende termen over mijn benen. Hahaha.

344. Hoe hou je het leven spannend?

Door een goede mix van vertrouwde zaken te herhalen en te koesteren en nieuwe dingen toe te voegen. Bijvoorbeeld onze vakantiebestemmingen. Veel variatie in activiteiten en bestemmingen. Vaak nieuwe restaurants uitproberen. En we zijn niet het hele jaar samen. Ik ben af en toe in mijn eentje in Nederland en dan weer elders in Afrika. Dat houdt het ook spannend. Even afstand nemen van dagelijkse patronen, verlangen naar elkaar en dan weer samen zijn. Een prima formule.

345. Kun je goed presteren onder druk?

Ja. Dat kan ik prima. Ik slaap dan wel minder maar daar heb ik overdag geen last van.

346. Welke levensfase heb je als prettig ervaren?

Moeilijk kiezen. Ik heb het altijd wel naar mijn zin gehad. Onze jaren in Wyns (Friesland) waren erg prettig. Een grote boerderij gekocht en deels opgeknapt en verbouwd. Prettig, creatief werk. Samenwonen met twee gezinnen. Veel samen delen. De kinderen op de (basis)school doen het goed. Ik ben actief in het dorp. Ik sport. Een prima tijd. Maar ik had net zo goed een andere periode kunnen beschrijven.

347. Vind je andere mensen net zo veel waard als jezelf?

Ken je de term ‘evenwaardigheid’? Dat was een zeer belangrijk uitgangspunt van de Avek. De opleiding tot docent drama (*) in Leeuwarden die ik heb gedaan. Ik heb me daar altijd voor de volle 100 procent in kunnen vinden.

348. Heb je altijd een keuze?

Ja, hoezo? Beste vragensteller … wanneer is er een situatie waarin je geen keuze hebt?

349. Wat is je favoriete seizoen?

De lente.

Foto: Pixabay

De dagen worden langer, alles staat in bloei. Veel groen, veel kleuren, bloemen in bermen. Rokjesdag is in aantocht. Het is nog niet te heet. En de zomervakantie komt eraan … Eerlijk gezegd ben ik tamelijk seizoen-ongevoelig. Een mooie herfst met schitterende rood-bruine tinten – niks mis mee. Koude, zonnige winterdagen waarop er geschaatst kan worden. Helemaal top. Zwoele zomeravonden rondom een vuurtje en pas gaan slapen als het weer licht wordt. Natuurlijk hou ik daarvan.

350. Hoe had je willen heten als je zelf je naam had mogen uitzoeken?

Ik ben heel tevreden met mijn naam. Ik weet niet beter … hahaha. Op mijn paspoort staat weliswaar KOENRAAD – dat moest destijds van de burgerlijke stand. Ik ben altijd KOEN genoemd en ik kan niet zo snel een alternatief bedenken.

In de serie: 1000 VRAGEN AAN MEZELF

(*) Officieel ben ik afgestuurd als ‘Docent expressie door Woord en Gebaar’. Op de AVEK gebruikten we de term ‘Docent Ekspressie en Kommunikatie’ (70’er jaren spelling). Het diploma is ‘Docent drama’.

Allerzielen

Tags

, , , , , , , , ,

De afgelopen dagen hebben collega-bloggers in grote getale over kerkhoven, chrysanten en andere bloempotten geschreven. In de katholieke traditie worden op 1 en 2 november Allerheiligen en Allerzielen de doden herdacht. Meestal met een bezoek aan het kerkhof. Een gouden periode voor bloemisten.

Als kind vond ik 1 november veruit de saaiste feestdag van het jaar. Ik ging niet altijd mee naar het kerkhof. Saai – voor een kind. Het beperkte zich niet enkel tot het Boechoutse kerkhof maar we moesten ook naar Sint-Amands. Daar was het graf van de grootouders van mijn moeder. Of we ook naar Bouwel gingen weet ik niet. Daar kwam den Bompa vandaan.

Op het kerkhof (Matola – Mozambique)

Mozambique heeft nog wel een grote kerkhof-traditie. Met bloemen. Niet specifiek tijdens deze dagen maar het hele jaar door. Eerst bij de begrafenis. Daarna zeven dagen later nog een keer. En vervolgens na een jaar. Na vijf jaar en dan weer na tien jaar. En daar horen bidden, zingen en dansen ook bij. En eten en drinken natuurlijk. Vorige week was het weer raak – om het oneerbiedig te zeggen. Een neef van Isabel is een jaar geleden – onverwacht – gestorven. Wij waren op tijd. Acht uur ’s morgens. De familie uit de stad met onder andere de weduwe waren er om kwart over negen nog niet. Sorry … en dan maar proberen om niet boos te worden. We liepen met z’n tweeën naar het graf en dan begint Isabel meteen te poetsen.

Vorig jaar liepen we wel over het kerkhof van mijn jeugd. In Boechout dus. Isabel had me dat gevraagd. Voor mij was het een mooie manier om wat te vertellen over mijn familie.

Op het kerkhof (Boechout – Belgie)

Over het ‘plekje in de zon’ waar we de as van mijn broer (in 1993) hebben uitgestrooid. Over de ouders van mijn vader, mijn Bompa (1983) en Bomma Schyvens – Claes (1967). De ouders van mijn moeder, mijn Opa (1964) en Oma De Smedt – Delafontaine (1985). Nonkel Gust en Tante Maria.

En waarom Isabel een beetje bozig naar me kijkt? Ze vindt het niet gepast dat ik foto’s maak op het kerkhof. Is dat echt zo fout? Ik vind van niet. We staan hier bij het urnen-graf van mijn ouders. Mijn vader heeft ze nooit ontmoet. Mijn moeder wel.

Voor mij geen jaarlijkse wandeling naar het kerkhof. Mijn figuurlijke chrysanten zijn de stukjes die ik over ze schrijf. Dat is mijn manier. En wat ik zelf wil … ik weet het niet meer. Ik laat het maar over aan diegenen die me dan vaarwel zeggen. Dat niet weten is natuurlijk ingegeven door het leven op twee continenten. Ine wilde persé geen ‘plek’. Dat hebben we dus gerespecteerd. Haar as is grotendeels uitgestrooid in zee. In het warme Griekenland. Op de verjaardag van kleinzoon Icarus. Hij werd namelijk geboren op dezelfde dag – hetzelfde uur – dezelfde minuut waarop Ine negen jaar eerder (2005) is overleden. Vandaar deze symbolische daad. De mythologische Icarus viel uit de Griekse hemel in zee. Onze Icarus … ook een geschenk. Waarvan vandaan? Doet het er toe, nee. Wij vieren het leven. Gisteren, vandaag en morgen. Ook op Allerzielen. L’Chaim.

Mijn helden

Tags

, , , , , , , , , , , , , ,

In Antwerpen wordt voor de zoveelste keer de jaarlijkse boekenbeurs georganiseerd. Ik ben er een paar keer – in mijn jeugdjaren – met mijn ouders geweest. Maar veel vaker alleen en later met Ine. Het was één van de twee plaatsen waar ik ‘Hotdog met choucroute’ at. Het Antwerpse sportpaleis is de andere plaats. Maar daar wil ik het niet over hebben. Wel over lezen. Ik ben een gretige lezer. Altijd geweest. Het is me met de paplepel ingegoten. Mijn vader – leraar Nederlands – was zelf geen grote lezer. Mijn moeder wel. Op haar begrafenis wilde ik memoreren aan de duizenden boeken die ze heeft gelezen. Ik durfde te beweren dat als je al de boeken die ze heeft gelezen achter elkaar zou neerleggen in een lange rij dat je dan Sint-Amands – waar ze is opgegroeid met Boechout – waar ze vanaf haar huwelijk tot haar dood woonde – met elkaar kunt verbinden. Misschien een tikkeltje overdreven. Maar mijn moeder zien zonder boek was een uitzondering. Zij was mijn voorbeeld. Later draaiden we de rollen om en las zij onze boeken.

De school waar mijn vader lesgaf – Sint Gabriël-instituut in Boechout – had in de 60’er jaren geen eigen bibliotheek. Mijn vader – vooral mijn moeder – begon er dus zelf een. Bij ons thuis. Ik denk zo’n driehonderd jeugdboeken. Ik heb ze bijna allemaal gelezen. Van Eric, het kleine insectenboek (Godfried Bomans) tot Michel Strogoff (Jules Verne). Arendsoog, Biggles, de Hardy’s, de Witte, Floere het fluwijn. Maar ook Kaas (Willem Elschot), Wierook en Tranen, Pallieter, Pietje Bell en De Leeuw van Vlaanderen. Een veel te lange lijst om hier op te sommen.

En ik ging wekelijks naar de parochiale  ‘boekerij’ op de eerste verdieping van het Gildenhuis – achter de kerk. Ook daar heb ik alles wat los en vast zat gelezen. Met hoog in mijn jongens-top-tien-lijst de boeken van De Rode Ridder van Leopold Vermeiren (1).

De Rode Ridder (Leopold Vermeiren)

Ik heb tientallen van deze ‘Rode Ridder’ boeken verslonden. Ik ben op internet wat gaan snuffelen. Er zijn in totaal 64 boeken in deze reeks verschenen. Tot nummer 35 herken ik titels. Daarna niet meer.

De avonturen van de Rode Ridder waren reizen in mijn fantasie. Naar andere tijden – de Middeleeuwen – en naar andere landen. Het Midden Oosten. De meeste boeken spelen zich af tijdens de kruistochten. En als ik weer een hoofdstuk uithad speelden we buiten de belangrijkste scènes na. Of we maakten (krom)zwaarden van takken en stokken en gebruikten onze peignoirs als mantels. Schatten verstoppen of opgraven. Sluwe listen bedenken om de schurken te slim af te zijn. Denkbeeldige kampvuren opstoken om een zelf geschoten fazant of hert te roosteren. Heldhaftig geschaakte deernes verlossen uit de kerkers van de snoodaards.

Of ik dan zelf Johan – de Rode Ridder – was, betwijfel ik want mijn echte held was Koenraad. De beste vriend en helper van de Rode Ridder. Koenraad – zoals mijn doopnaam in mijn paspoort. En soms werd hij ook aangesproken als Koen. Ik groeide dan een paar centimeter.

Er kwam een moment dat ik mijn interesse verloor. Mogelijk omdat ik de Nederlandse boeken van Thea Beckman (2) en Tonke Dragt (3) veel mooier vond. En waarschijnlijk had ik onbewust door dat de Rode Ridder wel erg eendimensionaal was.

Willy Vandersteen – vooral bekend als de tekenaar van Suske en Wiske –  heeft met zijn opvolgers – honderden stripalbums uitgebracht over de Rode Ridder. Ook die las ik graag maar Koenraad werd ingeruild voor Merlijn, Arthur, Lancelot, Guinevere en de licht erotische Galaxa, fee van het licht en Bahaal, prins der duisternis.

In de serie: BOEKEN

Ps. Het (dikke) boek dat ik nu lees Reconquista bevat dezelfde Rode Ridder elementen maar uiteraard veel gelaagder. Bijzonder om te merken dat meer dan vijftig jaar na Johan en Koenraad ik nog steeds van dit soort boeken houd.

(1) Leopold Vermeiren was zijn hele leven onderwijsinspecteur. Hij schreef jeugdverhalen om de jeugd aan het lezen te krijgen. Voor Vermeiren moest de Rode Ridder een toonbeeld zijn van ridderlijkheid voor de jonge lezers een drager van deugden als edelmoedigheid, hulpvaardigheid, eerlijkheid. Een ideaalbeeld dus, een rolmodel. Hij vond dat de Rode Ridder de lezer diende te begeleiden naar de volwassenheid. Respect en karaktervastheid waren sleutelwoorden die Vermeiren de jeugd trachtte mee te geven via zijn ridderfiguur. Zijn diep katholiek geloof bracht hem ertoe dit te beschouwen als een opdracht, en deze taak volbracht hij via de wereld van de fantasie, waarin kinderen de soms akelige en teleurstellende werkelijkheid even kunnen vergeten. Bron: Schrijversgewijs

(2) Van Thea Beckman las ik oa Kruistocht in Spijkerbroek, de trilogie over de 100-jarige oorlog – Geef me de ruimte, Triomf van de verschroeide aarde, Het rad van fortuin, de Thule trilogie – Kinderen van moeder aarde, Het helse paradijs, Het gulden vlies van Thule en Hasse Simonsdochter en Stad in de storm.

(3) Van Tonke Dragt las ik oa De brief voor de koning, De zevensprong en Torens van februari.

 

Alweer geen prijsvraag

Tags

, ,

Een tijdje heb ik ‘prijsvragen’ op mijn weblog geplaatst. Meestal met de vraag: “Waar ben ik?” Ik moet gauw een keertje in mijn foto-mappen gaan snuffelen om deze vraag (serie) nieuw leven in te blazen.

Vandaag enkel een foto met de vraag: “Wat is dit?” En het antwoord … “Een foto” keur ik af.

Wat is dit?

Klik op de knop REACTIES en kom met het goede antwoord. Geen prijsvraag, gewoon een snelle bijdrage aan mijn blog. Wel eeuwige, digitale roem natuurlijk.

In de serie: PRIJSVRAAG

Uitgelezen … vijf boeken

Tags

, , , , , , , , , , ,

Voor de liefhebbers. Verschillende tags zoals #Lezen #Boeken #Historische Roman enzovoort. Een overzicht van de boeken die ik afgelopen weken heb gelezen.

Code Rebecca

Code Rebecca

“Noord-Afrika, 1942: het Duitse leger van Erwin Rommel rukt op naar Egypte. Zijn geheime wapen is Alex Wolff, een briljante spion die in Cairo inlichtingen vergaart bij de Britten. Zijn methode is zo oud als de wereld: terwijl buikdanseres Sonja de Engelse officieren verleidt met haar sensuele act, gaat Wolff op zoek naar informatie, die hij aan Rommel doorspeelt via een ingewikkelde code.

Ik heb al vaker geschreven dat ik een Ken Follett liefhebber ben. Een rasverteller. Geen hoogstaande literatuur maar vlot geschreven entertainment met een historische achtergrond. Ook dit – al wat oudere boek – leest lekker vlot. Na drie dagen moest ik alweer op zoek naar een volgend boek.

 

München 1938

München 1938

“September 1938. Hugh Legat maakt carrière bij de Britse diplomatieke dienst. Hij werkt op Downing Street 10 als privésecretaris voor premier Neville Chamberlain. In een laatste poging om de wereldvrede te redden, vliegen de Britten naar München om daar tijdens een cruciale conferentie te onderhandelen met Hitler, Mussolini en de Franse premier Daladier.
Tien jaar daarvoor was Hugh tijdens zijn studie in Oxford goed bevriend met een jonge Duitser. Hugh weet niet dat Paul von Hartmann tegenwoordig voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Berlijn werkt en dat hij in het diepste geheim lid is van het verzet tegen Hitler. Hugh en Paul hebben al jaren geen contact gehad, maar in de volgende vier dagen zullen hun levens elkaar kruisen, met dramatische gevolgen voor de toekomst van Europa.”

Opnieuw een historische roman die zich in (net voor) de tweede wereldoorlog afspeelt. Dat is toeval. Dit boek is veel meer dan Code Rebecca gebaseerd op historische feiten. Ik denk dat ze dit genre ‘faction’ noemen. Fictie toevoegen aan historische feiten. Een goed leesbaar, spannend boek. Alsof je even bij Adolf Hitler kunt binnen kijken. Soms iets te traag. Geloofwaardig? Niet helemaal maar prettig om even niet alleen de bel te kennen maar ook te weten waar de klepel hing in die septemberdagen in 1938. En als je mijn leeslijst bekijkt weet ik dat ik al veel boeken heb gelezen van Robert Harris. Ook het vierde boek in dit overzicht is van hem.

De zoon van de verhalenverteller

De zoon van de verhalenverteller

Samir, zoon van Libanese ouders, groeit op in Berlijn. Zijn ouders kwamen in 1983 als vluchteling naar Berlijn. Na enkele jaren kregen ze een verblijfsvergunning en leken ze zich goed te hebben geïntegreerd. Samir heeft een sterke band met zijn vader, hij vertelt hem geheimzinnige verhalen voor het slapen gaan die hij niet door mag vertellen. Op een dag verdwijnt zijn vader plotseling. Wat hebben de verhalen en een gevonden foto van zijn vader in militair uniform met de verdwijning te maken? Samir gaat op zoek.”

Een boek dat ik leerde kennen omdat het heel vaak werd toegevoegd aan persoonlijke Top 25 boeken op de Hebban-lijst. Ik vond het een goed boek, soms een beetje langdradig. De eindeloze zoektocht van Samir vult heel veel pagina’s en daar moet je doorheen. Wel een interessant boek want het gaat over een actueel onderwerp. Vluchtelingen. Hoe beleeft een kind dat? Samir is in Duitsland geboren – dus eigenlijk geen vluchteling – maar zijn vader en zijn omgeving zijn dat wel en leven in de Duits-Libanese gemeenschap. Hoe verhouden die twee werelden zich? Libanon – het land van de ceders. Ook deze roman is gebaseerd op historische feiten. Recente geschiedenis. Ik vond dat onderdeel heel boeiend. En natuurlijk is het fijn om een aantal zaken te herkennen want ik was begin 2004 in Libanon. Syrië controleerde toen via Hezbollah de Bekaa-vallei. Elke vijf kilometer een road-block met controles door hele jonge soldaten. Veel van die reis-herinneringen kwamen terug tijdens het lezen van dit boek.”

De angst-index

De angst-index

“Dr. Alexander Hoffmann is een legende. Hij werkte als wetenschapper aan de deeltjesversneller van cern, maar tegenwoordig gebruikt hij zijn kennis voor een systeem waarmee computeralgoritmen de financiële markten kunnen voorspellen. Niemand weet hoe hij het doet, maar Hoffmanns hedgefonds behaalt enorme winsten voor zijn investeerders.
In de nacht voor een belangrijke bijeenkomst met investeerders wordt Hoffmann in zijn zwaar beveiligde huis aangevallen door een insluiper. Is dit toeval of is dit een gerichte aanval op Hoffman of zijn bedrijf? “

Er stond nog een boek van Robert Harris in mijn e-reader bibliotheek. Dit keer geen boek met een historische achtergrond. Een thriller over moderne technologie. Nemen computers ons denken over of zijn we ze nog de baas? Er passeren veel financiële termen in de loop van het verhaal. Die probeerde ik niet allemaal te snappen. Ik ben een groentje als het gaat over hedge-fondsen, aandelen, dividenden, stock options – enzovoort. Spannend? Ja. Geloofwaardig? Niet helemaal. Kunstmatige intelligentie – moeten we daar blij mee zijn of is voorzichtigheid geboden? Het zal me verbazen als ik volgend jaar nog gedetailleerd weet waar dit boek overgaat.

Het schaduwspel

Het schaduwspel

“Eva Ment verkeert in de betere kringen van Amsterdam aan het begin van de 17de eeuw. De tijd van de republiek en de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Kortweg de VOC. Op een bijeenkomst ontmoet ze Jan Pieterszoon Coen, een man van aanzien, die op zoek is naar een echtgenote. Ze trouwen en in het voorjaar van 1627 reizen Jan en Eva met hun pasgeboren dochtertje naar Batavia.”

Het lijkt er sterk op dat ik in de afgelopen weken enkel boeken heb gelezen van auteurs die ik ken. Hun boeken dan toch. Pierre Jarawan (zie hierboven) is daarop een uitzondering. Ik las al eerder verschillende historische romans van Simone van der Vlugt. Haar hoofdpersonage – verteller – is altijd een vrouw. Ook in dit nieuwste boek. Veel mensen in Nederland hebben wel eens gehoord over Jan Pieterszoon Coen. Al was het maar omdat een belangrijke tunnel in Amsterdam – richting Hoorn, zijn geboorteplaats – zijn naam draagt. De Coentunnel. Is hij een held of een boef? Die vraag wordt al jaren gesteld. Simone van der Vlugt geeft daar geen direct antwoord op maar schuwt de controverse niet. De jonge Eva reist met haar beroemde en beruchte man mee naar Nederlands Indië waar de republiek een nieuwe stad uit de grond stampt. Batavia. Een belangrijke handelspost in het oosten. Peper, nootmuskaat. Wie heeft de handel in specerijen in handen? Het fundament van de rijkdom van de VOC. Batavia – een doorn in het oog van de Javanen – de plaatselijke bevolking. Ook de Portugezen, Spanjaarden en de Engelsen liggen op de loer. En Eva ziet voor het eerst slaven. En ze hoort over de massamoorden op de Banda-eilanden.

Ik heb het boek in twee dagen uitgelezen. Prettig, vlot, niet heel diepgravend. Het is geen historische studie. Het gaat minstens zoveel over een geschikte partner vinden, over kinderen krijgen, schaatsen op het IJ, liefdesperikelen, scheurbuik, pest-uitbraak, kamperen op het strand bij de Khoi-san in de Tafelbaai, textiel verven – enzovoort.

In de serie: BOEKEN

Een heerlijk dagje

Tags

, , , , , , , ,

Waar zal ik eens beginnen? Thuis (in Mozambique). Iets over zessen in de ochtend. Ik ben er klaar voor. Wij zijn er klaar voor.

De eerste foto van de dag

Er volgden nog minstens tweeënzestig foto’s. Toeval dat het er 62 zijn? Nee, dat niet.

En daar laat ik het bij voor vandaag want ik heb mezelf beloofd om niet met beeldschermen in de weer te zijn. Maar te genieten van het hier en nu. Dat deed ik. Dat doe ik.

Ps. Dank voor de vele felicitaties via Facebook, WhatsApp, sms, email. En mocht je me gebeld hebben … sorry, ik had slecht bereik want als je op het strand van Macaneta loopt en in de Indische Oceaan tegen de golven in zwemt, hoor je niet dat je gebeld wordt.

Onze buurmeisjes

Tags

, , , , , ,

Tussen het doorgaande zandpad en onze (lange) buitenmuur staan vier kleine bouwsels. Ze verdienen nauwelijks het woord huis. Ze zijn al gebouwd voordat wij ons optrekje kochten en verbouwden. Het zijn vier huizen en huisvesten drie families. Eén bouwsel is een barraca dat dienst doet als bar/café en mini-kruidenier. Buurvrouw Katja beheert dit plekje maar ze is niet de eigenaar. Zijzelf woont in het hoekhuisje met haar twee dochters. Tucha (10 jaar) en Tina (7 jaar). Haar man komt heel af en toe aanwaaien. Zo’n bezoek eindigt vaak in dronkenschap en de man heeft ‘losse handjes’ om het eufemistisch uit te drukken.

Het eerste advies van Isabel (en haar familie) was om op afstand te blijven van de buren. De uitdrukking ‘Eerst de kat uit de boom kijken’ is een juiste omschrijving. We zijn nu drie jaar later. Ik drink af en toe een biertje bij de barraca. Isabel vraagt buurvrouw Katja geregeld om hulp. Tafels klaarzetten, afwassen tijdens feestjes, kleding uitzoeken, de veranda vegen. En een oogje in ’t zeil houden – zeker als we een weekendje weg zijn. Isabel koopt af en toe een medicijn voor de meisjes. Laatst had Tucha de mazelen. Isabel kocht zalf, poeders en medicijnen. Onze oude ijskast staat ondertussen in haar huis en ze heeft sinds kort elektriciteit via een eigen meter.

Een paar weken geleden vroeg Katja (of Tucha)  – een beetje tussen neus en lippen – of Isabel de madrinha wil worden van de meisjes. Of van één van hen. Wij zouden het peettante noemen. In Mozambique een belangrijk iets / iemand. De madrinha (of padrinho) verbindt zich met het kind. Met goede raad, af en toe wat financiële hulp als het kan en nodig is. Soms een cadeautje – op verjaardag of na een reisje. En op latere leeftijd zijn de madrinha of padrinho vaak de ‘kruiwagen’ naar een baan. Isabel is madrinha van Chantelle – dochter van een goede vriendin.

Isabel was tamelijk stellig in haar antwoord. Ze antwoordt dat ze geen madrinha wil zijn van meisjes die niet kunnen lezen. Ze moeten beter hun best doen. Tamelijk emotioneel vertelt ze dit aan mij tijdens een zaterdag-brunch. Ik ben geraakt. Ik schrik en vind het een dapper antwoord van mijn vrouw. “Kunnen ze niet lezen of weet je het niet?” is mijn reactie. Isabel weet het niet precies. Een uur later zitten we bij de buurmeisjes op het erf. Ik wil graag hun schoolboeken zien. Daar wordt voor gezorgd. De rekenmethode zie ik nauwelijks maar ik wil wel de taal-methode beter bekijken. Ik zoek op waar ze zijn gebleven op school en vraag ze allebei om iets te lezen. Tina zit in de 2de graad (vergelijkbaar met 2de leerjaar / groep 4) en Tucha zit in de 4e graad (4de leerjaar / groep 6). Ik wijs een woordje aan in haar boek maar Tina weet niet wat ze moet doen. Ze raadt het woordje omdat er plaatjes bijstaan. Ze raadt driemaal verkeerd. Dus lezen … nee. Vergeet het maar. Of is ze verlegen? Dat kan ook. Tucha leest wel een heel klein beetje. Tenminste als het korte woordjes zijn. Een volledige zin is erg moeilijk en heeft na veel proberen weinig betekenis.

Ik ben geschokt. De meisjes gaan naar school. Er staan parafen van hun leerkrachten in de boeken. Maar ze kunnen niet of nauwelijks lezen. Hoe kan dat? Isabel kent het echte antwoord niet maar als leerlingen rustig in de klas zijn en braaf overschrijven wat er op het bord verschijnt dan is het algauw ‘goed’.

Ik doe boodschappen en ga op zoek naar heel simpele (lees)boekjes.

A B C – de eerste woorden

Ik beloof om de meisjes wat te helpen. Afspraak elke weekdag van 17u tot 17.45 komen lezen bij Tio Koen. We zijn nu ruim twee weken verder. Het is bedroevend gesteld met de leesvaardigheid van beide meisjes. Schrikbarend slecht.

Tina (7) kan alle letters feilloos spellen. B O N E C A (pop) maar is nauwelijks in staat om letters te combineren. Ik heb het twee weken geprobeerd met plaatjes en woordjes. Ze heeft een goed geheugen – denk ik – en een goed visueel geheugen. Ze herkent het woordje SAPO (kikker) eerder als beeld dan als samenhangende letters. Ze zegt dus keurig ‘sapo’ als ze het woordje ziet. Maar of ze het leest, vraag ik me af. Ze gokt heel vaak mis bij GATO (kat) en GALO (haan).  BICICLETA (fiets) gokt (leest ?) ze altijd juist maar DADO (dobbelsteen) is te moeilijk.

Tucha (10) leest woordjes met twee lettergrepen tamelijk foutloos maar vanaf drie lettergrepen of meer wordt het heel moeizaam. En als ik haar dan zeg om het beetje bij beetje te lezen is ze bij de derde lettergreep het begin alweer kwijt. En dan te bedenken dat ze – volgens de methode van school – al begrijpend moet kunnen lezen over bijvoorbeeld ‘A higiene pessoal’. Vergeet het maar – zelfs deze titel is al te moeilijk. En op de volgende bladzijde van haar boek zie ik dat ze het ‘onderwerp’, het ‘werkwoord’ en het ‘lijdend voorwerp’ moet kunnen onderscheiden.

HELP. Wat doet zij op school? Waarschijnlijk braaf aanwezig zijn. Hebben leerkrachten geen tijd voor testen? Hoe bestaat het dat ze al in graad 4 zit? Honderd vragen heb ik. HELP.

Ik gebruik elke dag een letter/lees-filmpje van YouTube als afsluiter. We herhalen heel veel – vaak in spelvorm – en ik heb voor Tina een heel eenvoudig rijtje gemaakt. Geen echte woordjes maar om haar te dwingen om letters te verbinden. E MA, A TO, I BO, A RO, A MA enzovoort.

Zelf maar iets uitproberen

Of dit iets zal uithalen voor hun toekomst? Een veel te ambitieuze vraag. Onmogelijk om daar iets over te zeggen. Ik vrees met grote vreze. Mama Katja is veel bezig met haar meiden maar niet met schoolse zaken. Niet samen lezen of voorlezen. Een heel klein beetje met rekenen zodat ze weten hoeveel een brood kost of een tomaat. Katja verdient een centje bij als kapster. Beter gezegd ‘haarvlechter’. Daar is ze bijzonder goed en handig in. Ook haar meiden worden vaak liefdevol onder handen genomen. Met mooie resultaten. En waarschijnlijk wordt dat ook hun toekomst … iets doen waarbij ze niet hoeven lezen. Net zoals Maria Helena – onze huishoudelijke hulp. Ik schat haar eind dertig, begin veertig. Ze reageerde laatst niet op twee sms-jes. Waarom niet? Ze kan ze niet lezen …

Nieuwe oogst (7)

Tags

, , , , , , , , , , ,

Ik ben net terug van de garage. Onze auto (Nissan X Trail) staat daar al ruim een week ter reparatie. Voor de zoveelste keer. Het blijft sukkelen maar een nieuwe (tweedehandse) auto kopen zit er niet in op dit moment. Maar hoelang kun je blijven geld pompen in een aflopende zaak? Ik word er knap chagrijnig van. En dat wil ik niet. Dus maar iets doen wat de zinnen verzet en waar ik beter gezind van word.

Wat opgespaarde grapjes / foto’s van internet in een nieuw logje plakken en publiceren. Daar gaan we dan.

Happy Buddha

Ja, ik kan niet anders dan lachen met bovenstaand Buddha-beeld. Ik word daar vrolijk van en dat is precies wat ik probeer te veroorzaken bij mezelf. En wie weet ook bij de lezers van mijn stukjes.

Modern parelmeisje

Ook van deze foto word ik blij. Zoals de meeste lezers / volgers waarschijnlijk wel herinneren, heb ik me vorig jaar intens bezig gehouden met ‘Meisje met de Parel’. Ik bewerkte het boek over het beroemde schilderij tot een theatervoorstelling. Twintig voorstellingen zijn er gespeeld in Middelburg. Nog steeds knip en verzamel ik ‘meisjes’ die ik toevallig tegenkom op internet. Zoals bovenstaande foto. I like it.

Ik hou van sport

Ja. Leuk zo’n woordgrap. En tegelijk denk ik natuurlijk aan mijn goede voornemens. Meer bewegen. Wandelen dat doe ik met regelmaat. Maar het zou wat intenser mogen. Iets met zweet en zo … maar of dat er in zit met een potje ‘bitterballen’ betwijfel ik.

Wijs me de weg naar uw huis

Ken je het woord ‘shack’? Het is het Engelse woord voor ‘keet’. Een barak. Een huisje van zinken golfplaten. Er staan er tienduizenden in de Zuid Afrikaanse townships ondanks vele verkiezingsbeloftes. Ik zag ooit een mooi boek bij Hanneke en JJ met foto’s van shacks. Niet alleen van buiten maar ook van de interieurs. Soms verbazingwekkend smaakvol ingericht. Of kitscherig. Ook bovenstaande foto kwam ik onlangs tegen op internet. Grappig. Maar schrijnend is natuurlijk een eerlijkere omschrijving.

Verkiezingen in België

Ik heb de verkiezingen in België via verschillende websites tamelijk intensief gevolgd. De verkiezingsborden kunnen weer een tijdje opgeborgen worden. Tot begin mei 2019.  Of mijnheer Deneuker is verkozen weet ik niet. Ben ik de enige die allerlei onbedoelde verbanden zie? Scoren doe je samen. Deneuker. Lijsttrekker.

Lunch op het ‘gras’

‘Déjeuner sur l’herbe’ van Édouard Manet. Een wereldberoemd schilderij. Ik zag het ooit in Parijs. En heel veel keren in kunstboeken. Dit schilderij was ook inspiratie voor onze mural waar ik al vaker heb over geschreven. Een prettig tijdverdrijf is het nadoen van beroemde beelden en schilderijen. Dat heeft de fotograaf van bovenstaande foto ook gedaan. Een aanklacht, een knipoog … zeg het maar!

Close the gate

Zo, ik ga de laptop weer dichtklappen. Ik heb een kwartiertje niet aan kapotte oliepompen gedacht. En als je mij zou kunnen zien dan zie je een dikke smile op mijn gezicht.

In de serie: NIEUWE OOGST en BEELDENDE KUNST en MURAL