Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust

Tags

, , , , , , ,

Het is vandaag 75 jaar geleden dat de eerste troepen van het Rode Leger het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau binnentrokken. Nederland herdenkt de Holocaust op de laatste zondag van januari. Heel veel landen doen dat op 27 januari.

Begin juli 2006 bezocht ik de voormalige vernietigingskampen in Auschwitz en Birkenau in het zuiden van Polen. Auschwitz is de Duitse naam van de Poolse stad Oświęcim

Een indrukwekkend bezoek. Het is moeilijk om de juiste bijvoeglijke naamwoorden te vinden die recht doen aan de emoties van zo’n bezoek. Ik ga dus weinig woorden gebruiken. Ik maak een keuze uit mijn foto’s.

Toegangspoort van Auschwitz I – “Arbeit macht frei”

De executiemuur in Auschwitz I

Auschwitz I

Toegangspoort Auschwitz II – Birkenau

Auschwitz II – Birkenau

Auschwitz II – Birkenau

Nederlandse herdenkingsplaquette – Auschwitz II – Birkenau

Auschwitz II – Birkenau (5 juli 2006)

Ik heb een kleine selectie van mijn foto’s hier gepubliceerd. Ik heb met opzet voor bekende (en neutralere) beelden gekozen. Iedereen kan zich de gruwelen voorstellen omdat we met regelmaat foto’s, documentaires of films over de nazi-vernietigingskampen zien. Die hoef ik dus niet toe te voegen. Het bezoek aan Auschwitz I (Stammlager) doe je in een kleine groep van ongeveer 15 a 20 personen onder begeleiding van een gids. Het bezoek aan het veel grotere Auschwitz II – Birkenau (een paar kilometer verderop) doe je in je eentje. Een bus brengt je tot bij de toegangspoort.

Na mijn bezoek – ik was er een kleine vijf uur – reed ik naar het noorden – richting Warschau. Ik herinner me helemaal niets van de weg of het landschap. Pas toen het begon te schemeren, dacht ik dat het tijd werd om een camping op te zoeken. Ik had veel tijd nodig om weer terug te keren tot de dag-dagelijkse realiteit. Een dag (bezoek) die gegrift staat in mijn herinneringen.

Op de IJzertoren in Diksmuide staat in vier talen: Nooit meer oorlog. Een hartekreet na de Grote Oorlog (!914 – 1918) maar in de realiteit blijft het een … hartewens.

Repertwaar (4)

Tags

, , , , , , , , , , , , , , ,

Zoals ik vorige zaterdag al vertelde, gaat mijn stukje van vandaag nogmaals over een voorstelling die ik met ‘De Broertjes’ heb gemaakt.

DOOR ’t DÂK

De Broertjes (1989) Jeugdtheater 6+

Na het grote succes van ‘Nondesnot, zei de koning’ besluiten Rob en Eric (De Broertjes) een iets meer theatrale voorstelling te maken voor kinderen. Geen meespeel-voorstelling meer maar een tot de verbeelding sprekend verhaal – de geschiedenis van de jonge Arthur en zijn leermeester Merlijn. Ik ben vanaf de eerste repetitie betrokken bij het maak-proces en werk mee aan het scenario. Ik ben de regisseur van dienst.

Het verhaal in het kort. ‘Een eigentijdse bewerking van de Arthur-legende. Het verhaal gaat over de ontwikkeling van Arthur als ‘voorbestemd kind’, voordat hij het zwaard uit de steen trekt. Met in de hoofdrollen Arthur, zijn broer Kay, vader Hector en tovenaar Merlijn.’

Door ’t Dâk met buitelende broertjes

Wie jeugdtheater zegt en het over ‘De Broertjes’ heeft, denkt aan de gebroeders Frank en René Groothof. Maar er blijken ook andere broertjes op deze markt te opereren, zoals het duo Rob Heiligers en Eric de Groot uit Leeuwarden. Zij hebben inmiddels al twee producties met veel succes gespeeld: ‘Opa is een mafkees'(1986) en ‘Nondesnot, zei de koning’ (1987).  Met laatstgenoemde voorstelling reisden zij ook naar Azië en Afrika, waar zij optraden voor Nederlandse scholen aldaar.

Hun derde productie ging gisteren in De Lawei in Drachten in première en om meteen maar met de deur in huis te vallen: de Broertjes slaagden erin een zaal met 350 rumoerige kinderen binnen een minuut stil te krijgen en vervolgens te ‘veroveren’ met een sprankelende versie van de oude Koning Arthurlegende. Hun publiciteitsmateriaal noemt ‘Door ’t dâk”een voorstelling die op associatieve wijze de Middeleeuwen tot leven laat komen en waarin een oud verhaal over een voorbestemd kind voelbaar gemaakt wordt’. Dit is kennelijk taal voor leraren geschiedenis, want kinderen ‘vanaf 6 jaar’ hebben er geen boodschap aan.

En dat hoeft ook niet want, misschien jammer voor die leraren, de kracht schuilt niet in het verhaal, maar in de doldwaze wijze waarop beide spelers, langs elkaar heen rennend, over elkaar heen buitelend, elkaar toeschreeuwend, omgaan met de tot de kinderverbeelding sprekende figuren bij uitstek: tovenaars en ridders.

Voordat tovenaar Merlijn, die het jongetje Arthur de gave geeft het zwaard uit de grafsteen te trekken, wat hem tot koning van Engeland zal maken, speelt er zich tussen hem, zijn vader Hector en zijn broer Kay heel wat af, dat de kinderen op het puntje van de stoel doet zitten. Luidruchtig spel van Kay, clownesk optreden van Arthur, bekwaam gebruik van allerlei ridderattributen, spannende, ondeugende opdrachten van de tovenaar (‘doe eens iets wat niet mag heel goed’), en dat alles in een tomeloze vaart en binnen het uur tot een koninklijk einde gebracht. Het kasteel wordt verbeeld in een tijdloos, abstract decor, dat er heel mooi uitziet.

Leeuwarder Courant – 5/10/89

Van zo’n recensie werden we natuurlijk allemaal blij. Een flinke stap vooruit. Van een achteraf-zaaltje in een club- en buurthuis (ook heel leuk) naar de theaterzaal van de Lawei (Drachten). Nu ik de recensie weer teruglees, stromen de herinneringen weer omhoog. Wat hebben we gelachen tijdens de repetities. Kay – met ooglapje (Eric) moest met een prikpen een ballon lek prikken. Al die stoere kerels die het zwaard niet uit de steen konden trekken. Hahaha. Ik denk dat onze kracht ook was dat we de doelgroep (6+) goed kenden. We hadden (hebben) alle drie kinderen in de leeftijd van het publiek. Je zou kunnen zeggen: “We maakten deze voorstelling voor onze eigen kinderen (Yoko, Marlinn en Jules) en we vonden het fijn dat ook andere kinderen kwamen kijken.”

Het boek ‘De Nevelen van Avalon’ (1983 – Marion Bradley) en de Disney-tekenfilm ‘Merlijn de Tovenaar’ (1963 – The Sword in the Stone) waren de belangrijkste inspiratie-bronnen. Ik denk dat ‘Door ’t Dâk’ ook de eerste samenwerking was met Derk (van Dieren) uit Harlingen. Hij maakte Excalibur – het legendarische zwaard dat de jonge Arthur uiteindelijk uit een (graf)steen trekt. Het fijne is dat we nu – ruim dertig jaar later – nog steeds goede vrienden zijn. Derk en Eric zijn ook al een keer op bezoek geweest in Mozambique. Heel fijn.

Een laatste detail. Een grapje van de grafisch vormgever … heb je het gezien? Het ‘dakje’ op de A van DAK? Ik vind dat leuk. Gniffel, gniffel, gniffel. Op de website van De Broertjes lees ik dat ze deze voorstelling 112 keer hebben gespeeld. Dat is een aantal waar menig jeugdtheater-gezelschap jaloers naar kan verlangen.

Twee weken na de première verhuisde Rob met zijn gezin naar Stiens. Wij vertrokken drie maanden later uit Wyns, op naar Bergen op Zoom. Maar dat was niet onze laatste samenwerking. Later in deze serie vertel ik over ‘AUditie’, nogmaals een jeugdtheatervoorstelling met ‘De Broertjes’.

In de serie: REPERTWAAR

Repertwaar (3)

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

Na mijn afstuderen op de AVEK (Akademie voor Ekspressie en Kommunikatie) ging ik onmiddellijk aan de slag als drama / theaterdocent. Ik schreef er vorige week al over. Wij woonden in die jaren in Wyns – een paar kilometer ten noorden van Leeuwarden. Twee goede vrienden – Eric en Rob – die ik kende uit de AVEK-tijd – hadden een grappig verhaal bij elkaar gefantaseerd – Opa is een Mafkees – en zij speelden deze voorstelling met veel enthousiasme op scholen en in club- en buurthuizen. Voor hun nieuwe voorstelling vroegen ze mij als eindregisseur.

NONDESNOT, ZEI DE KONING

De Broertjes (1987) Jeugdtheater 4+

Wat doet een eindregisseur? Daar is natuurlijk geen vaste definitie over te geven. Je zou kunnen zeggen: ik was een betrokken toeschouwer en mocht (ongezouten) mijn feedback geven in het repetitielokaal nadat zij een eerste versie van hun nieuwe voorstelling klaar hadden. Bijvoorbeeld een suggestie om een stukje te schrappen of in te korten en een ander stukje wat beter uit te werken. Zorgen dat de spanningsboog van de voorstelling (en het verhaal) in orde was. Een goede balans vinden in ‘vaste onderdelen’ en ruimte laten voor ‘improvisatie’ en ‘meespelen’.

Het verhaal heel in het kort: ‘De koning houdt van toneelspelen, maar als hij dat doet, lacht het volk hem uit. Wat nu? Het publiek wordt erbij gehaald om een oplossing te vinden.’

Improvisatietheater. Meespeeltheater. Een voorstelling  waar de twee acteurs heel veel contact hebben met het (jonge) publiek. Kinderen doen suggesties en spelen zelf mee. Elke voorstelling is dus weer een nieuwe creatie. Het is (was) de kracht van De Broertjes – Rob (Heiligers)  en Eric (de Groot). Het was vaak dolle pret. De eerste voorstellingen ging ik mee en praatten we lang na. Wat werkt, wat moet scherper, wat moet duidelijker?

Ik herinner me een schoolvoorstelling waar twee programmeurs kwamen kijken. Deze heren hadden interesse in deze meespeel-voorstelling. De heer J. Riemersma wilde kijken of hij dit project geschikt vond voor de basisscholen in Smallingerland (Drachten). De heer B. van Dam kwam kijken namens stichting NOB (Nederlandse Onderwijs in het Buitenland). Na de voorstelling die deze twee heren bezochten, vond er een kort nagesprek plaats. Afzonderlijk van elkaar. ‘Drachten’ wilde graag nog wat verder rondkijken. Misschien een volgende keer, nu niet. Jammer en teleurstelling. Bob van Dam (NOB) zag er onmiddellijk brood in. Of ‘De Broertjes’ ook naar Indonesië en Singapore wilden met deze voorstelling? Zeven weken naar Azië om op alle Nederlandse scholen in Indonesië deze voorstelling te spelen en een theaterproject te begeleiden samen met de kinderen en onderwijzers. Een nieuw gat in de ozon-laag, zo hoog sprongen Rob en Eric. “Adieu Drachten, here we come Jakarta.” Zij gingen er heen als de broertjes AC en DIRK met TEUR als familienaam. Acteur en Dirkteur – inclusief een diploma voor de kinderen.

Natuurlijk gaat een eindregisseur … niet mee. Snik. Heel begrijpelijk natuurlijk. Later volgden nog kortere tournees in Afrika, Brazilië en Europa. Nondesnot, zei de koning. Eén groot avontuur. Een bladzijde uit een jongensboek.

Nog een laatste toevoeging. Rob en Eric hadden in die tijd nog geen rijbewijs. Zij deden alles met het openbaar vervoer. Kostuums en attributen zaten in twee grote rugzakken en in nog wat kleinere tasjes. Een stoel (troon) en een tafel staan op elke school dus waarom zou je die zelf meenemen? In hun flyer stond dus heel duidelijk: “Ophalen bij het dichtstbijzijnde trein- en busstation wordt heel erg gewaardeerd.” Laat dit detail nu juist de reden zijn waarom de NOB interesse had in deze voorstelling. Zij wisten dus dat er nauwelijks extra bagagekosten zouden zijn bij verre verplaatsingen per vliegtuig. BINGO.

Gisteren schreef ik dat de afgelopen week druk en een beetje bizar was. Eén van de hoofdrolspelers in deze week was … Stichting NOB. Juist ja, dezelfde stichting maar dan vijfendertig jaar later.

In de serie: REPERTWAAR

ps. Ook volgende week schrijf ik over een voorstelling die ik maakte met deze twee vrienden / acteurs. Via een deels verouderde website vind je meer informatie over deze voorstelling en De Broertjes (Stichting Broersma). Klik HIER

Stofmasker

Tags

, , , , , , , , , , , ,

Het waren drukke, maffe en uiteindelijk bizarre dagen de afgelopen week. Misschien dat ik er volgende week (of nog wat later) tijd voor vind om er over te bloggen. Nu nog niet daarom gebruik ik vandaag twee foto’s van een tijd geleden.

Stratenmaker in Djuba

Ik dronk een biertje met een voormalige collega – ergens in Djuba – langs een drukke, doorgaande weg in Matola (Mozambique). De zandvlakte voor dit cafe verandert na felle regenbuien in een modderstrook. Dat is slecht voor de omzet in een kleine supermarkt, een bakkerij, dit cafe en een drankwinkel. Mogelijke cliënten rijden dan drie kilometer verder waar een prima parkeerplaats voor handen is. De middenstanders van de hier eerder genoemde zaken hebben de handen in elkaar geslagen en laten hun zandvlakte (die eigenlijk niet van hen is) bestraten. Vrachtwagens rood zand, daarna wit zand en heel veel klinkertjes. Een groep van drie stratenmakers is twee dagen bezig met de bestrating. Omdat ik regelmatig bij die bakker kom, vraag ik hem of hij goede afspraken heeft gemaakt over de afwatering van zijn toekomstige parkeer-oprit. Hij zegt dat hij daar heel duidelijk over is geweest. Het regenwater dient richting straat te stromen en niet richting de winkels. Ik ben benieuwd …

We drinken nog een biertje en houden verplicht onze mond wanneer er weer een paar klinkers kleiner worden gesneden / geslepen. Teveel herrie om elkaar te verstaan. Ik kijk dus naar de werkman. Ik maak een foto. Wat valt je op? Ik help een beetje met een ingezoomde foto.

Klinkers snijden

De man draagt een stofmasker. Dat lijkt me verstandig. Natuurlijk heeft ook Mozambique voorschriften hoe een bouwvakker zich moet beschermen op het werk. Denk maar aan schoeisel, helm, een tuigje als je in masten moet klimmen, veiligheidshandschoenen, een veiligheidsbril en stofmaskers.

Terug naar de foto’s. Hij draagt versleten sandalen en zaagt op slechts enkele centimeters van zijn voeten. Zijn baas heeft hem vast een stofmasker gegeven. Hij draagt het en het beschermt uitstekend … zijn voorhoofd. In het half uurtje dat we daar zaten is hij minstens vier keer gaan zagen wat indrukwekkende stofwolken tot gevolg had. Hij heeft niet één keer het masker op de juiste manier gebruikt.

Als ik – als een (foto) journalist – een reportage zou maken over ‘veiligheid op het werk’ (in Mozambique) dan kan ik dagelijks tientallen vergelijkbare foto’s maken. Niet op de grote bouwwerven maar vooral bij het kleinere werk.

Ps. Ik heb het woordstratenmaker  verschillende keren gebruikt in dit stukje. Daardoor gaan mijn gedachte onmiddellijk naar Gerrie Knetemann en Aart Staartjes – De Stratenmaker op Zee. Verdrietig nieuws Meneer Aart.

En dood zijn duurt zo lang … (Willem Wilmink / Harry Bannink) zingt Tommie (Sesamstraat)

Bert Plagman (Tommie) zingt bij DWDD (Bron: YouTube)

Repertwaar (2)

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Zonder posters, zonder flyers

Zoals ik vorige week al schreef ging er heel wat regiewerk aan vooraf, voordat ik de titel ‘regisseur’ op mijn denkbeeldige visitekaartje schreef. Dat deed ik wel na onze verhuizing van Wyns (Friesland) naar Bergen op Zoom (december 1989). Daarvoor was ik de theater- en dramadocent van het Kreativiteitscentrum (later: De Blauwe Stoep) op het Gouverneursplein in Leeuwarden.

De Blauwe Stoep (later Restaurant Sems)

Een (theater)cursus duurde gemiddeld 12 tot 14 weken. Twee uurtjes per week. Deze cursussen hadden soms wat specifiekere omschrijvingen zoals ‘Theater voor beginners’, ‘Spel en improvisatie’, ‘Theater voor gevorderden’, ‘Van tekst tot Podium’. Veel van deze cursussen eindigden met een presentatie. Bij cursussen met beginners werkten we hooguit drie sessies aan een korte presentatie. Bij andere cursussen was het eindproduct wat belangrijker, dwingender.

Belangrijk bleef altijd dat ALLE cursisten een min of meer evenwichtig (even groot) aandeel kregen in zo’n voorstelling. Dus werd een belangrijk personage soms door drie verschillende acteurs (m/v) gespeeld. Ik geef er zo nog een voorbeeld van.

Welke stukken herinner ik me? ‘Katzelmacher‘ (Reiner Werner Fassbinder). Ik heb de film nooit gezien. De theatertekst vond ik bij Piek, Theatergroep in Utrecht (Nederlandse tekst / vertaling Sabine Walther & Dennis Meyer). Ik herinner me dit als een prima cursus / voorstelling.

Meet and Greet with Anton Tsjechov in Moskou (augustus 2009)

Fragmenten uit ‘Een Midzomernachtsdroom‘ (William Shakespeare), ‘Drie zusters‘ (Anton Tsjechov) en ‘Kaukasische Krijtkring‘ (Bertolt Brecht). Een korte eenakter van Harold Pinter – ik herinner me de titel ‘Taxicentrale’ maar zeker ben ik er niet van. ‘De bittere tranen van Petra von Kant‘ (Reiner Werner Fassbinder). Een eigen bewerking van ‘One flew over the Cuckoo’s nest‘ (Ken Kesey) met Jack Wouterse als gastacteur in de rol van de zwijgende indiaan.

Nog een paar titels. ‘Een maand later‘ (Jan Donkers) en ‘Jan Rap en zijn maat‘ (Yvonne Keuls). Een improvisatie-stuk: ‘Camping Ljouwert’. En ‘Professor magiër’ – een jeugdtheater-voorstelling met studenten van de (Christelijke) pedagogische academie. Natuurlijk herinner ik me Tamara Schoppert (Tryater) als initiatiefnemer en hoofdrolspeelster.

Een mooie tijd. Nog één bijzonder feitje. Ook ‘Een maand later‘ (Jan Donkers) was een productie met acht studenten van dezelfde pedagogische academie. Ik splitste de vrouwelijke hoofdrol op in 5 of 6 deel-personages. Een serieuze Monica, een slordige Monica, een flirtende Monica, een sexy Monica, enzovoort. Een half jaar – misschien wel een jaar later – werd ik gebeld door de politie. Ze wilden een gesprek. Goed. Geen idee waarover maar ik kende de agent (van jeugd- en zedenzaken). Hij wilde me iets vertellen. Kort na onze voorstelling van ‘Een maand later’ werd er aangifte gedaan door een jonge vrouw van ‘aanranding’. Overschrijdend seksueel gedrag. De man werd nog dezelfde dag gearresteerd. Hij gaf onmiddellijk toe dat hij deze jonge vrouw (een van mijn cursisten) had ontmoet in een bar. Zij was erg geïnteresseerd in deze man. Zij verleidde hem met zeer expliciete, seksueel getinte teksten. Hij vond het wel een beetje raar maar zei toch ja tegen al haar avances. De agent herkende de ‘teksten’ die de man citeerde. Hij had namelijk de (mijn) voorstelling gezien. Hij nodigde de vrouw opnieuw uit en confronteerde haar met zijn veronderstelling. Zij gaf onmiddellijk toe. Ze had nog nooit sex met een man gehad maar door de theaterteksten die zij had geleerd, dacht ze ‘bewapend’ het amoureuze strijdtoneel te kunnen betreden. Hoe verdrietig. Hoe fout. De agent verweet mij niets maar vroeg zich wel af of ik me bewust was dat ‘theater’ dit effect kan hebben op jonge mensen. Ik moest eerlijk bekennen dat ik daar nooit had over nagedacht. Een les voor de toekomst? Misschien wel … maar wie kan zo’n scenario bedenken? Stof voor een voorstelling … vind je niet?

In de serie: REPERTWAAR

Mijn Jeugd ABC Tag (4)

Tags

, , , , , , , , , , ,

Het is al van eind augustus (vorig jaar) geleden dat ik iets schreef in deze rubriek. Daarom vandaag drie nieuwe letters – drie nieuwe verhaaltjes. Herinneringen uit mijn jeugd.

J. JOHAN EN DE ALVERMAN

Wij kregen relatief laat televisie. Ik weet niet wanneer maar ik denk begin 1964. De moord op J. F. Kennedy (november 1963) herinner ik me van de radio. Mijn vader was niet weg te slaan van de radio. En hij huilde. Mijn oudste tv-herinnering is Kapitein Zeppos. Een Vlaamse jeugdserie. Ik weet dat Senne Rouffaer de hoofdrol speelde en zijn vijand Pukkel heette. En natuurlijk dat hij rondreed in een amfibie-auto. Heel veel meer herinner ik me niet.

Johan en de Alverman (Bron: Pinterest)

Dat is heel anders met Johan en de Alverman. Ik ken nog veel personages bij naam. Johan, de Alverman, Don Christobal, Rosita, Ottorongo en Guy de Sénancourt. En natuurlijk de onvergetelijke, magische woorden ‘fafifoernik’. Een geliefde activiteit was het imiteren van wat we op tv hadden gezien. We speelden dus heel dikwijls Johan en de Alverman. Later ook Batman en Robin. Ook herinner ik me een familiedag – nu heet dat vast een fan-dag of een meet-en-greet – in Bokrijk. Het was een soort geleide speurtocht langs alle middeleeuwse huisjes en boerderijen. Johan (Frank Aendenboom) kon onze hulp goed gebruiken. We waren op zoek naar de Alverman (Jef Cassiers – die door oudere mensen nog steeds ‘Het Manneke’ werd genoemd). Ik denk dat we hem uiteindelijk vonden bij de watermolen. We hadden ook twee boeken (een rood en een blauw boek) van Johan en de Alverman. Met foto’s uit de serie maar ook het verhaal in woorden. Ik heb het vaak herlezen. Ik heb hele mooie herinneringen aan de Vlaamse (BRT) jeugdseries. Naast de twee hierboven al gememoreerde series denk ik aan: Axel Nort, Midas, De Kat, Keromar, Het Zwaard van Ardoewaen. Maar Johan en de Alverman blijft mijn nummer 1. Ik ben nog even op wikipedia gaan kijken en daar lees ik dat Kapitein Zeppos drie jaargangen had. Dat was ik vergeten.

K. KOKSIJDE

Een dagje naar de Meli (Adinkerke) 1962 (*)

Onze zomervakantie-bestemming in 1962 en 1963. Ik denk dat mijn ouders een appartement(je) huurden voor vier weken in Koksijde (aan de Belgische kust). Niet op de dijk maar in een zijstraat of een zijstraat van een zijstraat. Hooguit drie minuten lopen naar het strand. Bij het appartement hoorde ook een ‘cabinneke’ (strandhokje). Ik herinner me een jaarlijks ‘vakantie-werkboek’ met veel opdrachten. Verhaaltjes, kleurplaten, raadsels oplossen, een lijn trekken van 1 naar 2 naar 3 naar uiteindelijk 72 en dan had je een clown of een kasteel getekend. Ook mini-bordspelletjes maar ook rekensommetjes en taalspelletjes. Ik vond het leuke boeken. Een cadeautje op de dag dat we aankwamen in Koksijde. Natuurlijk herinner ik me ook de uitstappen naar de Meli of met de tram naar Nieuwpoort. Op familiebezoek bij Tante Maria in De Panne. Elke week mochten we een go-carretje huren op de dijk. Heel soms huurde mijn vader een groter model waarbij we alle vier moesten trappen. We speelden badminton (althans dat probeerden we) en ‘jokari‘. Wie kent dat nog? Mijn vader was de auteur van het boekje ‘Leer Leren’ en ‘Appredre a étudier’. Hij had daarvoor tweetalige reclame-flyertjes laten drukken. Op drukke dagen moesten wij een uurtje gaan flyeren door deze foldertjes onder de ruitenwissers van geparkeerde auto’s te stoppen. Kinderarbeid. Mijn eerste herinnering dat mensen ook een andere taal (kunnen) spreken was ook in Koksijde. In de winkel waar mijn vader brood, charcuterie en zijn krant kocht werd Frans gesproken en dat vond ik raar en mysterieus.

L. LIEVEKE

Lieveke (1972) Spoorloper

Mijn zus. Veertien jaar jonger dan de auteur van dit stukje. Officieel heet ze ‘Godelieve’ – naar haar meter, de jongere zus van mijn moeder. Haar hele jonge leven werd ze ‘Lieveke’ genoemd tot ze er ergens in haar tienerjaren genoeg van had. Toen werd haar naam afgekort tot ‘Lieve’ maar even later werd het ‘Lief’ – en dat is het gebleven tot op de dag van vandaag. ‘Ons Lief’. We hebben nauwelijks acht jaar onder hetzelfde dak gewoond en uiteraard zijn de bezigheden van een knul van 17 heel anders dan die van een kleuter van 3. We hebben dus nauwelijks gezamenlijke jeugdherinneringen. Ik ben opgegroeid met relatief jonge ouders, zij met oude ouders. Een mooie herinnering heb ik aan een lang weekend in Luxemburg. We maakten – zoals gebruikelijk in vakanties – grote wandelingen in de buurt. In dit geval: Larochette. Lieveke was een baby en lag (of zat ze al?) in haar ‘voiture’. Natuurlijk volgde mijn vader een vooraf uitgestippeld (natuur)pad. Hij had er niet echt over nagedacht dat hij nu routes moest bedenken waar je met een kinderwagen kunt wandelen. Dus er zat niets anders op dat Bart en Koen – de grote broers – de halve weg de kinderwagen moesten dragen. Kinderarbeid. Over rotspaadjes, over kleine riviertjes en door modderige achteraf-wegen. Ik weet dat er een super 8 filmpje van bestaat maar waar? Don’t ask me. Later ging ze met ons mee op vakantie naar Frankrijk en naar Corsica. Dit kleine meisje is van plan om dit jaar het getal 4 in een 5 te veranderen.

In de serie: JEUGD ABC

(*) Op de foto’s (1962) in de Meli zie je mijn ouders, mijn jongere broer en ik, een nichtje, ik denk Greet (of misschien toch Marleen) en Simonne, de dochter van onze kuisvrouw. De reus herinner ik me goed – je zag hem ademen, zijn buik ging op en neer. En volgens mij was er ook een ‘Rattenvanger van Hamelen’ stadje en nog een paar sprookjes. Een vogelpark met flamingo’s, pelikanen en papegaaien. En heel veel potjes honing.

Kleine baantjes

Tags

, , , , , ,

Een aantal zaken zijn zo gewoon geworden in Mozambique dat ze me nauwelijks nog opvallen. Er zijn talloze baantjes die in het rijke Vlaanderen en Nederland bijna zijn uitgestorven. Honderdduizenden mensen (families) leven van zo’n klein baantje. Ik moest er vandaag weer aan denken. Althans, ik dacht er vanochtend weer eens bewust over na. Dat komt natuurlijk omdat onze inwonende empregado nog steeds niet is teruggekeerd van zijn familie-bezoek. Ik hoor een aantal mensen vragen: “Wat is een empregado?” Dit Portugese woord betekent: ‘werknemer’. De vrouwelijke vorm – empregada – wordt vertaald als ‘meid’. Het is het meest voorkomende beroep in Mozambique.

Goed, onze empregado (Moises) heeft een ‘klein baantje’ bij ons. Hij vroeg op 16 december om naar Inhambane (ruim 600 kilometer ten noorden van Maputo / Matola) te mogen afreizen want zijn zus (of was het zijn broer?) was die ochtend overleden. Verdrietig nieuws. Zijn al geplande vakantie van januari ruilde hij dus in voor vrije tijd in december. Hij zou ook zijn kinderen weer zien na bijna een jaar. Zij wonen – sinds het overlijden van zijn vrouw – bij zijn moeder. Hij kwam naar de hoofdstad in de hoop betaald werk te vinden. Ik maakte duidelijke afspraken met hem. “Je komt terug op 26 december.” Ik betaalde zijn volledige december-salaris, de bustickets (heen en weer), een mooie kerstbonus (voor zijn kinderen?), een boek (hij leest graag) en een boodschappentas met eten en drinken. Ik zei ook dat ik wilde dat hij met oud en nieuw zou thuisblijven (bij ons dus) want dat wij van plan zijn om een paar dagen weg te gaan. Hij zei op alles ‘ja’. Dat doet trouwens iedereen. ‘Nee’ zeggen is geen realistisch – soms wel een eerlijker – antwoord.

Ondertussen is het 7 januari en Sr. Moises is nog steeds niet terug. Hij beantwoordt geen tekstberichten, hij neemt zijn telefoon niet op, enzovoort. Wij zijn dus niet op vakantie gegaan. Het huis onbewoond achterlaten is in deze periode geen (verstandige) optie. Afgelopen zondag hadden we contact met zijn zwager – de man die Moises ooit bij ons heeft geïntroduceerd. Moises brengt de meeste weekenden en zijn vrije dagen bij hem door. De zwager weet niet wat er aan de hand is maar smeekt om hem nog een kans te geven. Waarschijnlijk heeft hij geen geld om een busticket te kopen en woont zijn familie ver weg van zendmasten. Dat laatste betwijfel ik. Het eerste is zeer waarschijnlijk waar. Het is ook in het belang van zijn zwager dat Moises zijn baan bij ons behoudt want anders moet hij hem weer onderhouden als hij toch weer deze kant opkomt. Het is me wat. We geven hem nog een paar dagen.  Ons strak gespannen ‘figuurlijke elastiekje’ staat op knappen. Mocht Moises een andere (of betere) baan hebben gevonden – dichter bij zijn kinderen – dan ben ik de eerste die hem gelijk geeft  om voor zo’n optie te kiezen. Maar laat het dan weten …!!! Communiceer !!!

Ik wilde dus een stukje schrijven of deze kleine baantjes.

Premier Spar

In de supermarkten werken heel veel vakkenvullers – dat bestaat uiteraard overal. Bij elke kassa staan twee meisjes of jongens te helpen om je boodschappen in te pakken. Bij sommige winkels lopen ze met de boodschappen mee naar de auto. Op de grote parkeerplaatsen bieden jongens hun car wash diensten aan. Er lopen minstens twee jongens rond die de boodschappenkarretjes verzamelen op de parkeerplaatsen en terugbrengen naar de winkel. Ik vroeg een tijd geleden aan een Spar-werkgever: “Hoeveel mensen werken er in jouw winkel?” Het verbijsterende antwoord was … “zevenhonderdvijftig.” Bijna allemaal … kleine baantjes.

Benzine tanken

Een benzinestation waar je zelf kunt tanken … het bestaat niet. Dat wordt voor je gedaan. Moet ik het nog hebben over de honderdduizenden straatverkopers. Groenten, fruit, tweedehands kleding, telefoonkaartjes, brood? De enorme hoeveelheid ‘grijze / zwarte’ werknemers is ontelbaar. Dat is natuurlijk een van de grote problemen van Afrika. Er wordt veel te weinig belasting geÏnd en betaald. Niet door werkgevers en niet door werknemers. In deze informele industrie wordt niet gepraat over belastingen of over contracten. Laat staan over sociale zekerheid, ziektekosten-verzekering en pensioensparen. En tel daarbij de corruptie op … hoe hoger op de apenrots hoe meer dat er aan de strijkstok blijft hangen. Triest maar het is de dag-dagelijkse praktijk. Ik bedoelde dus met deze titel ‘Kleine baantjes’ iets te zeggen over de slechtst / laagst betaalde baantjes. Het is triest voor sr. Moises maar na het komende weekend geldt ook bij ons: ‘Voor jou tien anderen’. Spijtig … maar hoeveel compassie en geduld moeten we opbrengen voor iemand die totaal niet communiceert?

Repertwaar (1)

Tags

, , , , , , , , , ,

Natuurlijk weet ik dat de juiste spelling ‘repertoire’ is. Ik ga de komende tijd stukjes schrijven over (theater) voorstellingen die ik de afgelopen 35 jaar heb geregisseerd. Met nu en dan een uitstapje naar nog langer geleden. Bijna alles moet ik baseren op mijn herinneringen (lees: geheugen). Ik vertelde een paar dagen geleden al dat ik bij twee opeenvolgende verhuizingen heel veel heb weggegooid. Kleiner gaan wonen heeft duidelijke consequenties (gehad). Laat ik er positief naar kijken. Ik kan me nu niet verliezen in een enorme berg mappen vol knipsels, regie-boeken en notities.

Posters en Flyers

Misschien ga ik links of rechts nog eens informeren naar een jaartal of een naam die me niet te binnen wil schieten. Het wordt geen encyclopedisch naslagwerk. Als ik me de naam van de auteur herinner, zal ik dat vermelden. Natuurlijk ook de namen van dirigenten, decor- en kostuumontwerpers en choreografen. Als ik een link vind naar bijvoorbeeld een theatergroep of een componist dan zal ik die link toevoegen. Want laat ik heel duidelijk zijn: een voorstelling maak je samen. Nooit alleen. De regisseur is de kapitein op het schip. Zonder stuurman, matrozen en mensen in de machinekamer vaart het schip niet van Rotterdam naar Kaapstad. Ik gebruik zelf graag de volgende uitspraak: “Jullie (de acteurs m/v) leveren me de bloemen. Ik zet ze in de vaas of maak er een boeket van.”

Ik word zelf (nostalgisch) blij van de foto hierboven. Een aantal affiches en posters van voorstellingen die ik heb geregisseerd. Er zijn er nog veel meer. Als ik elke week een stukje toevoeg aan deze ‘Repertwaar’-serie dan is het voor ik er erg in heb – Oud en Nieuw 2021.

Als ik de volgorde aanhoud die ik op de foto hierboven zie dan begint mijn regisseurs-schap met de voorstelling ‘Door ’t dak’ (1989) van ‘De Broertjes’. Dat is maar heel ten delen waar. Als theaterdocent op het Kreativiteitscentrum (later: De Blauwe Stoep) in Leeuwarden regisseerde ik elk half jaar leerlingen-producties. Een theatercursus werd meestal afgerond met een presentatie. Ik was de initiatief-nemer om die presentaties te organiseren in De Harmonie – Theater aan het Water in Leeuwarden. Mijn directe collega’s van dans (Martine vd Dool) en cabaret (Hessel van der Wal en Riens Gratema) volgden met veel plezier. Ik ga er later nog een keer over schrijven.

In dezelfde periode regisseerde ik driemaal Friestalige voorstellingen rondom het Friese kinderboeken-week-geschenk. Met Akky, Baukje en Jaap. Ook daar zal ik op terugkomen.

Kort samengevat: ik ga stukjes schrijven – zoveel mogelijk in chronologische volgorde maar ik weet nu al zeker dat ik fouten ga maken. Dat geeft niets. Ik weet dat een aantal bekenden – die me al jaren in het echt kennen – meelezen. Wijs me gerust op fouten of onvolkomenheden. Of reageer met een eigen herinnering aan de voorstelling die ik op dat moment beschrijf.

Nog een laatste opmerking. De meer dan honderd (of zouden het er honderdvijftig zijn?) voorstellingen die we met ‘Maatwerk, theater op maat’ maakten, laat ik hier onvermeld. Dat waren collectieve producten. Met goede herinneringen aan Jacques, Ine, Beer, Rick, Maria, Karin en John. Af en toe ook met gast-spelers.

In de serie: REPERTWAAR

In herhaling vallen

Tags

, , , , , ,

Mijn tiende blogjaar. Ik begon op 1 januari 2011. Dominiek (zaliger) was mijn grote inspiratiebron. Hij schreef veel. Van politieke opinie-stukken tot theaterteksten. En ook kleine observaties tijdens zijn (dagelijkse) wandelingen in landelijk Groningen. Mijn eerste echte kennismaking met het blog-fenomeen. “Waarom ga ik dat ook niet proberen?” was de vraag. Ik schreef met enige regelmaat lange emails over mijn bezigheden in het buitenland. Mijn moeder (ook zaliger) was mijn eerste lezer. Het adressenbestand van deze emails breidde ik langzaamaan uit. Familie, vrienden, buren. “Is het niet gemakkelijker om al die krabbels online te publiceren?” was de logische volgende vraag. Ja dus. Ik had natuurlijk nooit kunnen denken dat ik op 2 januari 2020 nog steeds logjes schrijf (typ) en die de wereld inslinger.

Foto: Pixabay

De vrees om in herhaling te vallen doemt geregeld op. Alweer schrijven over een ‘tarte tatin’ die ik heb gebakken of over een onbetrouwbare, zakelijke afspraak in Mozambique? Ik twijfel soms. Ik weet ook dat er nieuwe lezers zijn. Toch is het schrikken als ik constateer dat ik in herhaling val. Enkel omdat ik het zelf ben vergeten. Ik schreef dinsdag een stukje over mijn oudejaarsavonden. Gewoon uit de losse pols. Zomaar wat herinneringen. Ik was zelf wel tevreden dat ik me dat allemaal herinnerde. Goed. Ik publiceer het stukje en krijg veel reacties. Dank daarvoor. Ook WordPress doet aan algoritmes. Ik kreeg namelijk een lees-suggestie: ‘Oud & Nieuw buiten de deur’. Ik klik de leessuggestie aan en … zie (lees) mijn eigen logje van 30 december 2016. Voor ruim 80% dezelfde herinneringen. “Ooo help. Man man , ik word oud. Nee, ik BEN oud.” Je zult dus begrijpen dat het herhaling-spook dichterbij is dan ik al vreesde. Ik moet het maar accepteren. Zullen we afspreken dat jullie er me op wijzen als ik binnen een jaar tijd drie keer hetzelfde vertel?

Oudejaarsavond

Tags

, , , , , , , , , , ,

Met dank aan Tiny. Het is nog vroeg op deze laatste dag van het jaar. Zoals heel veel dagen begin ik de dag met een kop thee en een sapje. Ik start de computer of de laptop. Lees de hoofdpunten van het nieuws en kijk wat collega-bloggers hebben gepubliceerd. Ik lees best veel stukjes maar niet alles. Ik kijk snel naar de titel en de eerste regels. Tiny op oudejaarsavond. Ik begin te lezen en tegelijkertijd draaien een aantal radertjes – ergens in dat rare geheugen – op topsnelheid. Wat deed ik tig jaar geleden met Oud en Nieuw.? Ik heb geen dagboekjes op zolder om herinneringen te koppelen aan jaartallen. Dus uit de losse pols wat herinneringen.

Ik heb nauwelijks herinneringen aan de 31ste december tijdens mijn kinderjaren. Ik denk dat wij gewoon tussen zeven en acht gingen slapen. Niks aftellen om middernacht. Middernacht blijft voor mij verbonden met de nachtmis op 24 / 25 december. En we moesten in topvorm zijn op 1 januari. Dat was het grote Schyvens-feest bij Nonkel Gust en Tante Maria. Nieuwjaarsbrieven voorlezen. De traditionele familie-kwis spelen die mijn ouders hadden voorbereid. De avond ervoor was dus onbelangrijk.

Ik heb een herinnering aan Oud en Nieuw 1975-1976. Ik had een ‘geit’ (lelijke eend – Citroën 2pk). Samen met mijn broer gingen we naar ‘Papillon’ kijken in de Cartoons in Antwerpen. Een lange gevangenis-film met oa Dustin Hofman en Steve McQueen. Proberen te ontsnappen van Duivelseiland. Enfin … iets voor middernacht is de film afgelopen, we lopen naar buiten en … de wereld is wit geworden. Een flinke laag verse sneeuw. Totaal onverwacht. We rijden stapvoets naar Boechout en slip verschillende keren. Gelukkig zonder ongelukken. Ik denk dat we nog even naar Sjaloom (jeugdclub in Hove) zijn gegaan.

Vanaf 1979 zijn het avonden met Ine. Vaak met huisgenoten en vrienden. Bij ons thuis in Boelenslaan (Friesland) en later in Wyns (Friesland). In Hogebeintum, Den Bosch of in Leeuwarden. Mahjongen met Godert en Angelique, lekker eten, de oudejaarsconference kijken en becommentariëren. In 1981-1982 vieren we Oud en Nieuw in Rome met Salvatore en Rene. Weinig vuurwerk maar wel duizenden lege flessen wijn die naar buiten werden gegooid. Zo kapot mogelijk. Rare jongens die Romeinen.

Dan volgen er reünie-achtige oudejaarsavonden met Derk en Trienette, Rob en Rita, Eric en Nienke / Wendy, Gea en plus en wij. Plus natuurlijk onze kinderen. Op Texel, ergens in Limburg, in Blankenberge, in Harlingen, op de Zwarte Haan op Terschelling. 1999 – 2000 … met Rob en Rita op Lanzarote. Vaste prik waren de door Ine gebakken oliebollen. En eindeloos verhalen ophalen over onze Avek-tijd. Ik herinner me de vraag aan de kinderen hoe ze het vonden om met z’n allen een paar dagen weg te zijn. “Saai – jullie lullen alleen maar over vroeger”. RAAK. Ze hadden gelijk. Aandachtspuntje voor volgend jaar. Maar nee hoor, weer hetzelfde liedje. Een keertje met z’n tweeën in Le Touquet – Paris Plage. Ik zou in fotoboeken moeten gaan kijken om het jaartal te weten.

2001 – 2002 Oud en Nieuw in Torquay (Zuid Engeland). Daar loopt iedereen verkleed over straat alsof het carnaval is. We zaten in een ‘Fawlty Towers’ hotelletje. Heel Brits, uitermate saai. Ine zat middenin de borstkanker-behandeling. De chemo’s waren voorbij. Twee weken rust. Daarna begonnen de bestralingen. We gingen een dag of vijf weg. Er even tussenuit. Catelijne woonde al in Amsterdam en Jules had net een nieuwe vriendin en bleef thuis. We kwamen terug in het hotel na een gruwelijk slecht etentje. Het was nauwelijks half negen. We besloten dat wij om 21u gingen doen alsof het middernacht was. Dat is natuurlijk ook zo ergens op aarde. Dus champagne. Glaasje. Proosten. Kussen en hopen op volledig herstel. We werden wakker gebeld door de kinderen toen in Nederland het vuurwerk losbarstte. Drie jaar later waren we in de Ardennen met Eric en Wendy. 2004 – 2005. De avond tevoren spraken we de vrees uit dat de kanker mogelijk opnieuw de kop opstak. Het werd onze laatste Oud en Nieuw samen.

Sterretjes (voor je weet wel wie)

Ik werd elk jaar door de buren in Bergen op Zoom uitgenodigd om samen met hen te dineren en te feesten. Ik heb dat nooit aangenomen. Ik was liever in mijn eentje. Beetje aanrommelen, Freek of Youp kijken en om 12 uur wel naar buiten. Vuurwerk kijken en dan schoof ik wel graag aan bij de buren voor een glas (en meer).

Over de jaarwisselingen in Mozambique vertel ik misschien een andere keer. Daar is trouwens veel van terug te vinden op dit weblog. Morgen begin ik aan mijn tiende blog-jaar. Tot dan. Veel plezier en wees voorzichtig met vuurwerk en auto-rijden met een glaasje teveel op.