Onafhankelijkheidsdag

Tags

, , , , ,

Onafhankelijksdag in Mozambique

De onafhankelijkheid werd uitgeroepen op 25 juni 1975, na een strijd die meer dan 10 jaar duurde. Na de ontdekking van het land door Vasco da Gama werd Mozambique een kolonie van Portugal. Na de Tweede Wereldoorlog hernoemde de Portugese regering onder leiding van dictator Salazar alle buitenlandse Portugese bezittingen als overzeese provincies. De regering gaf tevens toestemming voor emigratie van Portugezen naar Mozambique. In 1973 woonden 300.000 Portugezen in Mozambique. Dit verklaart waarom tot op heden Portugees wordt gesproken in het land. Onder invloed van onafhankelijkheidsbewegingen in verscheidene andere Afrikaanse landen in die periode, richtten verschillende antikoloniale bevrijdingsbewegingen in 1962 een nieuwe beweging op, onder de naam FRELIMO (Frente de Libertação de Moçambique, vertaald Bevrijdingsfront van Mozambique). Dit bevrijdingsfront keerde zich tegen de Portugese overheersing.

In 1963 werd het hoofdkwartier van FRELIMO in Dar es Salaam (Tanzania) gevestigd, van waaruit men gewapende campagne tegen het Portugese koloniale bewind startte. Reeds in 1964 werd de controle over het noorden van het land verworven. De beweging ontving de steun van de westerse wereld en de Sovjet Unie.

In 1969 vond een radicalisering binnen de beweging plaats. In de jaren 70 groeide het aantal FRELIMO-strijders uit tot zowat 7000 mannen en vrouwen. Zij controleerden het noorden en het midden van het land – ondanks de 60.000 Portugese militairen die in Mozambique aanwezig waren om hen te bestrijden.

In 1974, na de Anjerrevolutie in Portugal waarbij premier Caetano werd afgezet, begonnen de nieuwe Portugese machthebbers te onderhandelen met FRELIMO over de onafhankelijkheid. Op 20 september 1974 verwierf Mozambique reeds verregaande autonomie. De onderhandelingen leidden tot het uitroepen van de Volksrepubliek Mozambique op 25 juni 1975. In het Lusaka-akkoord werd de macht overgedragen aan FRELIMO, dat zich omvormde tot politieke partij. Samora Machel werd de eerste president.

Bron: Wikipedia

ps Het lijkt misschien dat ik in de vakantie-modus sta. Dat is niet zo. Het zijn andere zaken die me deze dagen bezig houden. Ik hoop snel weer wat vaker stukjes te schrijven op mijn weblog. Fijn dat jullie blijven meelezen.

Duizend vragen aan mezelf (12)

Tags

, , , , , , , , , ,

Laat ik weer eens tijd nemen om de volgende veertien vragen te beantwoorden.

155. Hoeveel boeken lees je per jaar?

Ik denk dat ik gemiddeld dertig tot veertig boeken per jaar lees. Een beetje afhankelijk van vrije tijd. En of het dikke of dunne boeken zijn. Ik hou een lijstje bij van wat ik heb gelezen. Onlangs gelezen.

156. Google je jezelf?

Ja, dat heb ik wel eens gedaan. Dat doen we allemaal toch wel een keertje, ja toch? Maar dat is al heel wat jaartjes geleden. Ik weet dat ik dan allerlei verwijzingen krijg naar dit weblog, mijn Facebook-pagina en de theaterproducties waar ik aan meewerk.

157. Welke historische gebeurtenis had je graag met eigen ogen gezien?

Dat is een mooie vraag. Maar ik heb er niet een twee drie een antwoord op. Even nadenken. Ik houd het op de beroemde rede ‘I have a dream’ die Martin Luther King hield in Washington bij het Lincoln Memorial. Veel historische gebeurtenissen zijn zo gewelddadig en om daar bij te willen zijn … nou nee, dank je. Een goede tweede is de eerste publieke wandeling van Nelson Mandela na zijn vrijlating. Of het vallen van de Berlijnse Muur. En even meekijken als Johannes Vermeer aan het schilderen is … daar zou ik ook wel bij geweest willen zijn.

Allegorie van de Schilderkunst – Johannes Vermeer

158. Zou je met je vriendinnen kunnen samenwonen?

Aan zo’n vraag merk je onmiddellijk dat dit vragenlijstje uit Flow – een damesblad – komt. Laat ik de vraag algemener beantwoorden of ‘ik met vrienden kan samenwonen’. Ja dat kan ik. Dat hebben we tien jaar gedaan in onze Friese periode in Boelenslaan en Wyns. Met twee gezinnen in één huis. Prettig en praktisch. Met veel plezier gedaan. Of ik het vandaag nog zou kunnen? Ja, kunnen wel maar of ik het nog zou willen is een heel andere vraag. In Mozambique houd ik het wel voor mogelijk maar dan voor korte tijd om een vriend of familielid te helpen.

159. Praat je tegen voorwerpen?

Nee, ik denk het niet. Hooguit tegen een stoelpoot, een hoek van de tafel, een kastje of een doos waar ik me aan stoot. En of je mijn vervloeking dan praten kunt noemen … ik dacht het niet!

160. Wat is je grootste tekortkoming?

Oei, wordt dit een openbare bekentenis? Mijn grootste tekortkoming is ‘uitstellen’. En nu verwachten jullie natuurlijk een woordje uitleg. Jammer dan, dat stel ik nog even uit.

161. Ben je een honden- of kattenmens?

Ik heb geen hond en ook geen kat. In Mozambique hebben we twee schildpadden – een huwelijkscadeau. Vroeger thuis hadden we een tijdje een poes. Ik had daar niet zoveel mee. In Friesland hadden onze huisgenoten katten en honden. Hun labradors vond ik prima gezelschap. Ik ben dus een hondenmens. De kippen en schapen hoorden bij het leven op de boerderij. Maar ik heb er altijd voor gezorgd dat wij geen huisdieren hadden. Teveel gedoe. Zeker omdat we graag op reis en vakantie gaan, lange weekends weg. Naar festivals, naar de film, naar theatervoorstellingen … en als je dan steeds je buren moet lastig vallen om voor de hond of kat te zorgen … nee, daar was ik principieel op tegen.

162. Hoe laat je merken dat je iemand aardig vindt?

Gewoon door zelf aardig te zijn tegen anderen. En wat je geeft krijg je meestal ook terug. Een praatje, soms een compliment. Interesse tonen. Als deze vraag gaat over ‘een stapje verder gaan’ – iemand aardig vinden omdat er misschien een liefdesrelatie in kan zitten – dan is het antwoord natuurlijk uitgebreider. Maar dat wordt hier niet gevraagd. Nee toch?

163. Met welke reden eet je?

Hahaha. Omdat ik het lekker vind natuurlijk. Wist je dat het woordje ‘lekker’ een van de weinige Nederlandse woorden is die Isabel heeft toegevoegd aan haar eigen woordenschat?

164. Dans je voor de spiegel?

Nee, niet echt. Ik moet natuurlijk ja antwoorden want ik repeteer vaak in ruimtes waar een spiegelwand is en dan dans ik ook wel eens. En tijdens mijn opleiding tot drama-docent stond ik ook met enige regelmaat dansend voor de spiegel. Laat ik het liever ‘bewegen’ noemen. Maar thuis voor de spiegel zul je mij niet dansend aantreffen. Mocht Isabel het me vragen dan zou ik eerst weigeren en later beschroomd wat pasjes zetten … Don’t tell her.

Op onze bruiloft

In de twaalf jaar dat ik aan het werk was in Afrika ben ik ontzettend vaak de dansvloer opgetrokken door onze jongeren. Een traditie op het eind van een voorstelling. Het publiek wordt gevraagd om mee te dansen. En ik was vaak de eerste die werd gevraagd. En dat heb ik nooit geweigerd en op onze bruiloft vonden een paar vrienden het nodig om me een spoedcursus te geven. Zie foto. Lachen … vooral voor alle aanwezigen.

165. Waarin ben jij anders dan andere mensen?

Ik ben niet heel veel anders dan anderen. Alles wat ik hier antwoord zal ook opgaan voor heel veel andere mensen. Ik ben nauwelijks materialistisch. Ik geef geen bal om auto’s. Ja, ze moeten rijden, dat wel. Ik hou van het onbekende. Ik hoef niet te weten waar ik vanavond slaap als we op reis zijn. Ik heb een grote fantasie en een goed ontwikkeld associatie-vermogen. Ik hou van multi-culti. Ik hou van een zwarte vrouw.

166. Welke jeugdfilm zou je kinderen aanraden?

Ik heb geen flauw idee. Ik ben al lang uit dit genre films gegroeid. Als ik een familiefilm kan noemen is dat “The Lion King” (De Leeuwenkoning). Een verhaal over familie, traditie, trouw en verraad, vriendschap, leven met verantwoordelijkheid in een hechte gemeenschap. Natuurlijk noem ik deze film omdat ik pas vorige week met Olivia – mijn oudste kleindochter – naar de musical ‘The Lion King’ ben geweest in Scheveningen. Een groot succes. Voor ons beiden.

Met Bompa naar The Lion King

167. Blijf je tot het laatst op feestjes?

Ja, dat gebeurt wel eens. Ik ben eerder een plakker dan een vroeg-vertrekker. In Mozambique is dat anders. Dan ben ik meestal de BOB en dan wordt het al gauw vervelend als dronken mensen tegen je aanlullen in onverstaanbaar Portugees en niet willen begrijpen dat ik niet meer wil drinken omdat ik nog moet auto rijden. Dan wil ik graag naar huis. Het is dan een hele kunst om Isabel wel zo ver te krijgen dat ze mee gaat …

167. Welk nummer heb je de laatste tijd grijsgedraaid?

Geen. Ik ben niet zo’n grijsdraaier. Dat was meer iets van Ine. En dan sloot ik me daar graag bij aan. De albums van Adele krijgen al wel een licht-grijze kleur, met dank aan Isabel. Ik luister veel naar muziek maar meestal naar mijn iPod of iTunes op de shuffle-stand. Of naar Classic FM.

In de serie 1000 VRAGEN AAN MEZELF

Lezen in de trein

Tags

, , , , , , ,

Van het ene komt het andere. Gisteren schreef ik over de trein. Daar is veel meer over te schrijven dan dat ene stukje. In de trein lees ik. Ik denk dat veel mensen dat doen. Zeker in de ochtenduren wordt de gratis metro-krant door velen gelezen. Een nieuwe activiteit op de trein is ingegeven door de smartphone. Spelletje spelen, berichtjes sturen, filmpje kijken. Ik heb het idee dat het lang en luidruchtig met elkaar bellen wat is afgenomen.

Als ik iets wil schrijven over ‘lezen in de trein’ moet ik natuurlijk beginnen met het verhaal van mijn ouders (zaliger). Zij hebben elkaar ontmoet op de trein. Zittend in hetzelfde coupe en je raadt het al … lezend. In hetzelfde boek. ‘Bartje’ van Anne de Vries. Ze raakten aan de praat en meer dan zestig jaar later schrijft hun oudste zoon dit stukje.

De eerste jaren nadat we vanuit Friesland in West Brabant zijn gaan wonen, ben ik nog heel vaak op en neer gependeld tussen Leeuwarden en Bergen op Zoom. Met de trein. Op een van deze reizen ontmoette ik twee medereizigers die zaten te lezen. Meestal werp ik een stiekeme blik op hun boek. Heel soms begin ik dan een gesprekje. Ook die dag sprak ik mijn lezende mede-reiziger aan. De eerste was een blinde man. Hij kwam tegenover me zitten en haalde een braille-tijdschrift uit zijn tas. En begon te lezen. Uiteraard met zijn vingers. Ik keek gefascineerd toe.

Braille tijdschrift

Ik kon het niet laten en sprak hem aan. Ik zei dat ik niet wist dat er ook braille tijdschriften bestaan. Boeken dat wist ik wel. We hadden een kort gesprek, volgens mij stapte hij uit in Zwolle. Het laatste moment gaf hij mij dat tijdschrift. Hij had het uit. Ik heb het jaren bewaard en waarschijnlijk ligt het nog wel ergens achter op een plank.

Geen uur later komt er een andere man naast me zitten en hij haalt ook een boek uit zijn koffertje. En hij begint te lezen. In een dik boek met noten. Het boek van een dirigent.

Partituur van een dirigent

En opnieuw kijk ik met open mond naar deze lezende man. Voor de tweede keer op dezelfde trein, op dezelfde dag zit ik naast een lezende man maar ik kan hun boeken niet lezen. Geen woord, geen letter. En ook deze man wordt door mij aangesproken. Wat dacht je anders? “Hoort U wat U leest?” is mijn eerste, voorzichtige vraag. “Ja”. Ik schud mijn hoofd en zeg dat ik het fascinerend vind en dat ik enigszins jaloers ben. En ik vertel hem over de ontmoeting met de blinde man. Wat ik kan bewijzen met het braille-tijdschrift. We hebben een praatje gemaakt dat ik me niet meer herinner. Even later stapt ook hij uit.

Wat ik zelf zat te lezen die dag weet ik niet meer. Van sommige boeken weet ik nog wel waar ik ze heb gelezen. Herinneringen aan een boek gekoppeld aan een vakantie-plek. Zo herinner ik me dat ik ‘Zout op mijn huid’ (Benoite Groult) en ‘Ver heen’ (Piet Kuiper) heb gelezen op de trein van Leeuwarden naar Boechout. En beide keren was het boek uit op mijn eindbestemming. ‘De Schaduw van de Wind’ (Carlos Ruiz Zafón) las ik op de Transsiberië Express.

In de serie LEZEN en VERVOER

Trein

Tags

, , , , , , , , , , ,

Alweer bijna tien dagen geleden dat ik iets schreef op mijn weblog. Heb ik geen inspiratie? Heb ik niets te vertellen? Nou nee. Het komt er gewoon niet van. In Mozambique krijg ik meerdere malen per dag een ‘klik’ in mijn hoofd … klik – alweer een mogelijk onderwerp. In Nederland gebeurt dat wat minder. Omdat ik me er minder voor openstel of omdat ik wat minder verwonderd ben om bijzondere zaken te zien. En wie zit nu te wachten op mijn bespiegelingen op het dagelijkse leven in de Lage Landen? Iets over de kabinetsformatie? Over kleindochter Carmen die vandaag vijf jaar wordt? Ik zou iets kunnen schrijven over voetbal. Over mijn bijna voetbal-desinteresse de laatste weken. Of over Tom Dumoulin? Prachtige overwinning trouwens in een spectaculaire Giro. Moet ik meer schrijven over de theaterproducties waar ik bij betrokken ben? Dat komt nog wel.

Laat ik maar aan een nieuw thema beginnen. Vervoer. Dat klinkt saai maar ik ga wat stukjes schrijven over: de trein, de fiets, de auto, het vliegtuig. Niet noodzakelijk in deze volgorde en niet dagelijks. Vandaag over de trein. Ik en de trein. Laat ik eerst vertellen waar deze ‘klik’ vandaan komt. Met enige regelmaat plof ik thuis neer op de bank. Televisie gaat aan en ik zap en ik zap en ik zap nog meer. En dan beland ik soms bij de EO. Deze omroep brengt al jaren de serie ‘Rail Away’. Over treinen en mooie treinroutes. En dan blijf ik altijd hangen. Een beetje meereizen met de trein vanop de bank. Wegdromen naar mooie bestemmingen op het ritme van het spoor. De liefde voor treinen is er met de paplepel ingegoten. Mijn grootvader (Den Bompa) werkte zijn hele leven bij ‘Den IJzeren Weg’. Elk jaar bracht Sinterklaas nieuwe onderdelen – locomotieven, wagons, sporen, wissels – voor onze Märklin treinen.

Ik heb – op een korte periode na – nooit dagelijks met de trein gereisd. Toch zit ik best vaak in de trein. Op weg naar een werkafspraak. Of op weg naar een voorstelling of een museum. Een boek en de krant gaan mee. Een beetje lezen en dan wegdoezelen. Af en toe een praatje maken met een toevallige medereiziger en tegenwoordig kan ik online gaan met free wifi in de trein. Ik heb een aantal grotere treinreizen gemaakt. Niet heel veel. Ik zou er best meer willen maken. De eerste internationale treinreizen waren van Boechout (in Vlaanderen) naar Harlingen Haven (Nederland).

Trein naar Harlingen Haven

Op weg naar Terschelling. Die reis heb ik vaak gemaakt. In beide richtingen. In de 70’er jaren moest de machinist nog uitstappen bij de overweg tussen het station van Harlingen en het station van de haven. Hij bediende dan handmatig de slagbomen. Ook herinner ik me de trein-reizen met de Ziekenkas (CM). Van Antwerpen Oost naar Zwitserland. Melchtal (met de 14-jarigen – ik was 13) en naar Glüringen. Met speciale treinen vol kinderen. Vertrek in de namiddag en de volgende morgen wakker worden in Zwitserland. Heel speciaal.

Later volgde de eerste rit door de Kanaaltunnel met de Eurostar. En de eerste keer met de Thalys naar Parijs. Een treinreis naar Milaan met de (voetbal)vrienden. Treinen in Wales en Engeland. Met de trein naar Keulen. Met de trein in ruim acht uur van Bangkok naar Sisaket in Thailand. Van New York naar Philadelphia. Met de trein naar Pisa en Firenze. En in 2009 de hoogmis van het treinen: De Trans Siberië Express.

Zomer 2009

Ik heb er al vaker over geschreven. In vijf dagen (en nachten) van Moskou naar Irkoetsk in Siberië. Daarna overstappen op de Trans Mongolië Express. Van Irkoetsk naar Ulan Bator. En tenslotte de Trans Mantsjoerije Express van Ulan Bator naar Beijing. Een schitterende reis. Ik vond het heerlijk. En tegelijkertijd ook saai want de eerste drie – bijna vier dagen – zie je niets behalve bomen. Geen weidse vergezichten. Geen spectaculaire bruggen over kronkelende rivieren. Nee, de bomen beletten alle uitzicht. Het doorkruisen van het Oeralgebergte gebeurde jammer genoeg in de nacht. En toch vond ik deze treinreis geweldig. Het eindeloze ritme van kedeng kedeng kedeng brengt je in een andere gemoed-toestand. Ik deelde mijn coupe met een Russische moeder en haar dochtertje en een Nederlandse vrouw. Ik vergelijk deze treinreis als het verblijf op een camping. De eerste dag verken je enkel je eigen camping-veldje. Een wandeling naar de wc / douche of naar de samowar. Een praatje met je buren. Dat is genoeg. De volgende dag maak je een grotere wandeling. Je ontdekt de andere veldjes (wagons) en de restauratiewagen. En elke drie of vier uur maakt de trein een stop op een groot, tussengelegen station. Op de informatieborden kun je lezen hoe lang de trein halt houdt. Meestal tussen de 8 en 15 minuten. Ik haastte me dan meestal naar het plein voor het station. Even iets opsnuiven van de stad. En dan weer terug naar het perron. Wat fruit kopen of een pak koekjes. De plaatselijke bevolking staat bij aankomst al klaar op het perron met handkarren vol lekkers.

Verkoop op de perrons

En daar gaan we weer. Op weg naar het oosten. Elke dag een tijdszone verder. Elke dag heeft daardoor maar 23 uur.

Ik vond het heerlijk. Mooie en bijzondere ontmoetingen met medereizigers. Veel gelezen. Me overgeven aan het ritme van de trein. Het is zoveel meer dan de simpele verplaatsing van A naar B zoals je dat met een vliegtuig wel doet. En terwijl ik dit zit te schrijven, krijg ik zin om weer een (grote) treinreis te maken. Iets voor volgend jaar … In Mozambique zijn de mogelijkheden beperkt. Je kunt met de trein van Maputo of Komatipoort naar Kaapstad. Of van Livingstone (Zambia) naar Dar es Salaam (Tanzania) …

Trein routes zuidelijk Afrika

In de serie: VERVOER

Mijn oogst van de laatste weken

Tags

Het is waarschijnlijk een rare ‘tic’. Ik download met enige regelmaat grappige of opvallende foto’s of foto-collages van internet. Waarom? Eerlijk gezegd kan ik daar geen antwoord op geven. Het is de verzamelaar in mij … een soort oncontroleerbaar celletje in mijn organisme dat zegt: ‘Opslaan’. Ik doe d’r verder niemand kwaad mee. Het neemt geen fysieke plaats in. Ik heb nog genoeg MB’s over op mijn laptop. En ik sleep deze foto’s meestal naar het juiste mapje. ‘Grapjes 2017’ of iets dergelijks. Ik deel vandaag wat van die foto’s. En kom je vaak op Facebook dan heb je de meeste waarschijnlijk al eens gezien.

Een schilderij dat veel ophef heeft veroorzaakt in de USA

Net nu ik me weer voorneem om wat actiever te gaan bewegen en op mijn calorietjes te gaan letten …

Zal ik er een foto van Isabel en mezelf aan toevoegen?

Valt het jullie ook op dat je veel minder post krijgt dan vroeger?

“Warm he?” Fijn dat het ‘IJsboerke’ langs komt. En foto’s van Tom Dumoulin vinden jullie zelf wel …

Mei 1968

Tags

, , , , , , , ,

Een titel die mogelijk een aantal extra hits zal opleveren. Maar waarschijnlijk zijn toevallige bezoekers op zoek naar informatie over de woelige studentenprotesten in Europa. Hen moet ik teleurstellen. Sorry. Dit gaat over mijn Mei 1968. Terwijl jongens en meisjes – die gemiddeld zo’n zes tot tien jaar ouder zijn dan ik opkwamen voor meer democratische rechten – volgde ik met mijn leeftijdgenoten de tweejarige ‘catechismus-lessen’. Het eerste jaar bij juffrouw Janbroers en het tweede jaar bij onderpastoor Willems. Er werd toegewerkt naar het grote moment: de Plechtige Communie en het Vormsel. Een hoogtepunt als je in het zesde leerjaar zit. Ik was een jonge leerling – geboren eind oktober – ik was dus elf toen ik werd gevormd tot ‘Soldaat van Jesus’.

Soldaat van Jesus

Waarschijnlijk denk je nu ‘Koen overdrijft, wie noemt zichzelf nu Soldaat van Jesus’? Brrr. Grrr. En toch hebben mijn ouders deze term gebruikt op het traditionele communie-prentje. En waarschijnlijk vond ik dat helemaal goed. Ik ben katholiek opgevoed, zoals de overgrote meerderheid bij ons op het dorp. Niet fanatiek, geen pilarenbijters. Gewoon in de traditie van ouders, grootouders enzovoort. Het tweede Vaticaans Concilie had de kerk ook veel toegankelijker gemaakt. Andere plaats van het altaar, alles in het Nederlands. Ik werd een enthousiaste misdienaar. Ik schreef er al eerder over … ik heb altijd al graag op een podium gestaan. En daar horen verkleedkleren bij.

Goed, ik wilde niet schrijven over mijn kerkelijk verleden maar over de term ‘Soldaat van Jesus’. Blijkbaar was dat volstrekt aanvaard taalgebruik in die dagen. Nu klinkt het erg ‘krijgslustig’. Een volgeling van een religie vergelijken met een soldaat. Zijn het niet exact dezelfde termen die jihadistische strijders gebruiken? Weliswaar niet van Jesus maar wel in naam van hun God. Brrr. Grrr.

‘Taal’ … soms gebruikt als wapen, gebruikt om te indoctrineren. Ik blijf taal gebruiken om te vertellen, soms om te troosten, om te inspireren. Achtenveertig jaar geleden ging ik op mijn knieën voor de bisschop van Antwerpen en werd ik gevormd. Ik herinner dat hij me een kruisje gaf en een klap met twee vingers op mijn rechterwang.

In dezelfde beeldspraak ben ik al heel lang ‘een deserteur’. Het fijne van opruimen is dat je zaken die je (bijna) vergeten bent weer tegenkomt. Zoals mijn kaartje / prentje uit mei 1968. En dat levert dan weer een stukje op voor mijn weblog.

Woord van de dag

Tags

, , , , , ,

Bijna dagelijks zit ik in de auto. Meestal op weg naar werkafspraken. En dat zijn ritjes van ongeveer 40 km (naar Goes) of 65 km (naar Middelburg). Mijn autoradio staat standaard afgesteld op Radio 1. In het programma ‘De Ochtend’ is er een dagelijks moment waarin ‘Het woord van de dag’ wordt besproken door een lid van het Taalteam – waarvan Frits Spits het bekendste lid is.

Ik vind dit een fijne rubriek. Ook het uitgebreidere programma op zaterdagochtend ‘De Taalstaat’ beluister ik graag. Niet thuis – enkel in de auto.

Goed, terug naar ‘De Ochtend’. Elke werkdag praat een team van taaldeskundigen, cabaretiers en schrijvers je in De Ochtend bij over de taal van die dag. Dit Taalteam zoekt in de miljoenen woorden die op een dag voorbij komen, naar dat ene woord dat de dag kleur geeft. Ze leggen onverwachte taalverbanden, ontleden hoogdravende uitspraken, veroordelen nietszeggendheid, rijmen, verfraaien en kneden de actuele taal van die dag! 

Het Taalteam

Het woord van afgelopen maandag was ‘Ontsporingstong’. Een woord dat opdook in de actualiteit omdat de NS met opzet een trein had laten ontsporen om mogelijk erger te voorkomen. En later bespreken ze het woord van de week en nog later ‘Het woord van het Jaar.

Herken je ze nog – deze woorden?

Na een half uurtje gaat de radio weer uit en concentreer ik me op mijn eigen werkzaamheden. Gisteren was het een lange ochtend bijpraten allerlei productie-zaken voor de openluchtvoorstelling E-Njen. We hadden het over muziek, kostuums, dans, rekwisieten. Natuurlijk ook over de repetities en tenslotte ook over de noodzakelijke vergunningen. En dat was het moment dat ook wij onze eigen rubriek ‘Woord van de Dag’ konden opstarten. Ik noem er een paar: ‘Obstakelvrees’. ‘Puntvernauwing’. ‘Opklimming’. ‘Tweerichtingsverkeersstraat’. Zomaar een greep uit rapporten, tussentijdse evaluaties, voorschriften. We konden er hartelijk om lachen.

Toch vind ik woorden als ‘Drakenstaartkleur’, ‘Keizersplatform’, ‘Waterspeeltuin’, ‘Wahjongschimmendoek’, ‘Nevelpagode’, ‘Rijstveldgodin’ en ‘Bamboebouwvrijwilliger’ fijnere woorden. En jullie … wat zijn jullie woorden van de dag?

Ik denk / vrees dat het woord van dinsdag refereert aan de gruwelijke aanslag in Manchester of aan de maag/darmproblemen van Tom Dumoulin. Ik hoorde bijvoorbeeld het woord ‘Terreurinflatie’ – als je erover nadenkt is dat natuurlijk te triest voor woorden.

De papierwinkel

Tags

, , , , , ,

Ook wij zijn plannen aan het maken voor de aanstaande zomervakantie. Wat gaan we doen? En bij ons is vooral de vraag “Waar gaan we naar toe?” of “Waar zien we elkaar?” van groot belang. Omdat daarna de onvermijdelijke gang naar loketten moet worden ingezet. Als ik naar Mozambique ga, is er weinig administratief gedoe. Mijn verblijfsvergunning is nog een paar maanden geldig. Komt Isabel naar Nederland dan moet ze ruim van tevoren een Schengen-visum aanvragen. Ik ga de hele procedure niet uitleggen in dit stukje. Slechts één onderdeel wil ik beschrijven.

Het ‘Bewijs van garantstelling en/of particuliere logiesverstrekking’. Dat is één van de zeven documenten die Isabel moet inleveren bij haar aanvraag voor een toeristen-Schengen-visum. Ik nodig haar uit om naar Nederland te komen en moet daarbij het hierboven genoemde document aanleveren.

Bewijs van garantstelling

Vier pagina’s om in te vullen. De gewone gegevens zoals namen, geboorteplaats, geboortedatum enzovoort enzovoort. Maar dan volgt hoofdstukje 2. Ik citeer: “In het geval u (ik dus) getrouwd bent dient u voor de garantstelling tevens toestemming te worden verleend door uw huwelijkse partner.” Isabel dus. Dit invullen is al wat lastiger omdat zij geen burgerservicenummer heeft. Het ondertekenen is ook niet zomaar gedaan want ik ben hier (NL) en zij is daar (MOZ).

Maar ik ga verder. Hoofdstukje 4 Gegevens Visumplichtige Vreemdeling. Uiteraard is dat Isabel. De gegevens invullen, dat is geen probleem. Ondertekenen door mezelf is ook geen probleem. Maar dan moet dit document gelegaliseerd worden bij de gemeente. Stempels en waarschijnlijk ook iets betalen.

Eerst wordt opgemerkt dat de handtekening van Isabel bij hoofdstukje 2 ontbreekt. Ik leg het uit. En dan volgt natuurlijk de vraag: “Hoe kan Isabel de toestemming vragen / geven op dit document om dezelfde Isabel logies te verstrekken?” Een vraag waar drie ambtenaren niet uitkomen.

“Wilt zij hier komen wonen?” “Nee, enkel op vakantie.” “Voor het eerst?” “Nee, al voor de vierde of vijfde keer?” “Oo, en hoe ging dat de vorige keren?” “Maakt dat iets uit?” De twee eerste keren waren wij nog niet getrouwd, dus dit probleem bestond nog niet.  En ik denk dat de papieren alweer iets uitgebreider zijn dan een vorige keer. Ik stel de ambtenaar voor om niets in te vullen bij hoofdstuk 2. Doen alsof ik NIET getrouwd ben. Maar dat kan niet want in mijn gegevens bij Burgerzaken sta ik bekend als getrouwd. En dat zal degene die dit formulier moet beoordelen (mens of computer) opmerken. Dat is geen optie.

Ik ga naar huis. Zucht. Eerst maar eens voor de andere papieren zorgen. Uiteenlopend van pasfoto’s, verzekeringen, brieven van haar werkgever, tickets … enzovoort enzovoort.  En je begrijpt het … wordt vervolgd.

Eindelijk mogen we de foto delen

Tags

, , , , ,

Enkele maanden geleden waren wij te gast bij Marja van Noort. Fotografe in Vlissingen. Zij maakte foto’s van Larissa. De actrice die de titel-rol gaat spelen in de productie ‘Meisje met de Parel’.

Ik ga vaker over deze productie schrijven. We spraken af dat we tot 15 mei zouden wachten met foto’s publiceren. Nu mag het. Nu kan het. De eerste foto’s zijn gemaakt. Een affiche en flyer zijn in de maak.

Twee meisjes – Twee pareltjes

Wil je nu al meer weten … kijk dan verder. Klik HIER of HIER.

 

Of kijk ‘The Making of”

Wordt gauw vervolgd …

Een wandeling op zondag

Tags

, , , , , ,

Het beloofde een mooie dag te worden. Op zaterdag hebben we bevestigd dat we op zondagochtend gaan wandelen. Niet met vrienden of familie. Niet met een wandelvereniging. Maar met de cast van het nieuwe zomerspektakel in Goes. Niet zomaar een wandeling maar een bezoek aan het groene gebied bij De Hollandse Hoeve. Dat wordt de plaats ‘to be’ eind augustus. In dat gebied speelt tussen 23 en 27 augustus de openluchtvoorstelling ‘E-Njen’ in het kader van het Goes Azië jaar.

Een woordje uitleg van de regisseur

We repeteren meestal in verschillende groepen. Muzikanten. Acrobaten. Zangers. Spelers. Dansers. Er wordt door heel veel mensen aan de kostuums en de rekwisieten gewerkt. Er worden decorstukken gemaakt, draken-dansen geoefend. Er wordt gewerkt aan vergunningen, affiches en flyers.

We repeteren meestal in de aula of een gymzaal van een school. Zondag was het dan zover. We gingen aan de wandel. Naar buiten. Naar de plek waar de voorstelling in augustus zal spelen. En voor het eerst maakt iedereen een soort vertaling in zijn (of haar) hoofd. Dat wat we steeds binnen oefenen in de gymzaal krijgt nu een duidelijkere invulling. “Daar komt de Nevelpagode. Daar bouwen we het ereplatform van de keizerlijke familie van Kerajaan Angsa. Door die poort vertrekt de Generaal en het Meisje op zoek naar ‘De Cirkel’. Tussen dat bosje en die boom zit straks het orkest. Daar in de verte – tussen dat dijkje en die grote bomen – is een doorsteek naar de back stage tenten  …”.

Er moet nog veel werk verzet worden door de bijna driehonderd mensen die bij dit spektakel zijn betrokken. En ik kan nu al bedenken dat deze mooie locatie straks zal aanvoelen als onze ‘tweede thuis’. Met andere woorden … we gaan deze wandeling nog heel vaak maken. En nog een laatste geheimpje … ook het publiek moet de wandelschoenen aantrekken want ook tijdens ‘E-Njen’ wordt er gewandeld – ook door het publiek.