Graceland plog

Tags

, , , , , , , ,

Vijftien jaar geleden reisden we door de zuidelijke staten van de USA. Zo kwamen ook in Memphis (Tennessee) terecht. Een bezoek aan het indrukwekkende Martin Luther King museum en natuurlijk ook een bezoek aan Graceland. De mansion van Elvis Presley. We kwamen daar toevallig op de dag dat hij 25 jaar eerder overleden was. Vandaag precies 15 jaar geleden. Heel veel toeristen en fans.

Een paar foto’s (2002).

Graceland

Achterzijde Graceland mansion

In de tuin

We waren niet de enige bezoekers …

Heel veel bloemen en kaarsen

Elvis Aaron Presley (1935 – 1977)

En aan de overzijde van de villa … een museum, zijn privé jet en heel veel gift shops.

Een bekeuring

Tags

, , , , , ,

Een parkeerboete. Zonde van het geld. Ik vertel wat eraan vooraf ging. Ik was uitgenodigd voor een (verrassing) verjaardagsfeest in Mortsel (België). Ons was dringend gevraagd om voor 17u aanwezig te zijn. No problem. Ik parkeer op een parking op een pleintje bij de lokale kerk. Het is kwart voor vijf, zaterdagnamiddag. Op dit pleintje mag je drie-en-een-half uur parkeren met een P. Een parkeerschijf. Ik wist niet dat die dingen nog bestaan. Ik heb zo’n ding dus niet in de auto liggen. Ik pak een papiertje en een pen en schrijf: “Zaterdag 5 aug 16.47u”. Ik leg dat briefje duidelijk zichtbaar op mijn dashboard. Dat parkeervoorschrift geldt op zaterdag tot 18u lees ik op een blauw bord.

Goed. Ik ga naar het feest en iets na middernacht loop ik terug naar de auto. Ik stap in en ontdek dat er een verregend briefje onder mijn ruitenwisser hangt. Ik stap uit. Je raadt het al … een parkeerbiljet – zoals dat in Vlaanderen heet.

Parkeren in de Stad Mortsel

Zucht. Ik wrijf het briefje wat droog en rij naar huis. Mijn hand-geschreven parkeerschijfje voor vijf kwartier werd niet goedgekeurd. Sukkels. De bekeuring is uitgeschreven om 16.55. Nauwelijks acht minuten nadat ik mijn auto had geparkeerd.

18 euro is dan weer een goed-makertje. Een vriendelijk bedrag. Dat kost in Nederland algauw 60 euro plus administratiekosten. Wisten jullie dat zo’n parkeerschijf nog steeds bestaat en in gebruik is? Ik niet. Nu wel.

Vijftig jaar geleden

Tags

, , , ,

Wie weet nog wat hij precies vijftig jaar geleden deed? Op 6 augustus 1967. Waarschijnlijk zal (bijna) iedereen die deze vraag leest, ontkennend moeten antwoorden. Ik weet nog veel van die dag. Natuurlijk omdat dit een gedenkwaardige dag is in mijn leven. Ik vertel wat meer onder de foto.

Mijn familie – voorjaar 1962

Op de bovenste rij: Frans Schyvens, mijn vader. Lutgart De Smedt, mijn moeder. Emilia Claes, mijn bomma. Jules Schyvens, mijn bompa. En voorop Koen Schyvens, ikzelf hehe en Bart Schyvens, mijn broer.

Verdrietig maar waar is het feit dat ik de enige ben die nog in leven is. Jeetje. Zucht. Ik wil het vandaag hebben over mijn Bomma en die dag, precies vijftig jaar geleden.

Wij waren op zomervakantie op Terschelling. We zouden bijna twee maanden wegblijven. Mijn ouders zaten in het onderwijs – dus vakantie van 1 juli tot 1 september. Wij kampeerden op Camping Tante Doortje in Hoorn (Terschelling). Het was onze tweede vakantie op Terschelling. Ik herinner me onze bruine bungalowtent. Links en rechts een slaapcabine en achteraan een uitbouwtje dat als keuken dienst deed. Het was een zeer eenvoudige camping. Twee houten hokjes die dienst deden als toilet en volgens mij was er toen nog geen douche. Dat deden we onder een pomp met een kan water. We stonden tussen de families Obbens (uit Groningen), Wetsema (uit Groningen), Rodermond (uit Groningen), Dijkstra (uit Franeker) en Elzer (uit Sneek). Op het grote veld stonden de familie Postmus (uit Sneek) en twee families uit Amersfoort. Vaste gasten van de camping en onze zomer-vrienden voor heel veel jaren. Tante Doortje runde de camping. Een weduwe (de eigenaresse) die voor dag en dauw op de fiets naar de camping kwam om vuilnis op te halen en schoon te maken. Ze fietste wijdbeens en droeg altijd rubberlaarzen. Een aardige vrouw waar wij ontzag voor hadden. Onze dagen waren gevuld met spelen, speurtochten, wandelen, vliegeren, mossels plukken, fietsen, kaarten, garnalen vissen, naar het strand, zeekraal plukken, tochtjes met Piet Hek en zijn huifkar naar het Amelandergat. Een geweldige tijd. Tot de morgen van 6 augustus 1967. Tante Doortje kwam aanfietsen tot op het kleine veldje. Op een uur dat zeer ongebruikelijk voor haar was. Ik denk een uur of half tien ’s morgens’. “Schyvens moet meekomen” was haar simpele boodschap. “Er heeft iemand gebeld voor Schyvens en die persoon belt zometeen nog een keer.” Mijn vader ging met haar mee naar het huis van de weduwe Doeksen. Daar hoorde hij een bericht van zijn oudste broer. Hun moeder – mijn bomma – lag plots op sterven. Ze was al lang ziek en bedlegerig. Maar nu was het ernst. Mijn vader kwam terug, vertelde ons het trieste nieuws en we gingen meteen tot actie over. Alles opruimen en zo snel mogelijk inpakken. We kregen veel hulp van mede-kampeerders. De auto werd geladen. De hele camping zwaaide ons uit. Even later stonden we bij de boot op West. Natuurlijk zonder reservering. In die tijd konden amper twaalf tot vijftien auto’s mee met de boot.

Ik herinner me nog heel goed dat mijn vader de mannen van Doeksen (de rederij) om voorrang vroeg. Natuurlijk vertelde hij dat zijn moeder op sterven lag. Een plaats konden ze niet toezeggen. Het werd een uur angstig afwachten en duimen. En het allerlaatste moment mochten we aan boord. Overtocht geregeld. Oef. Daarna volgde de lange terugreis vanuit Harlingen naar Boechout. Er waren toen veel minder snelwegen dan vandaag. We kwamen in de avondschemering aan in de Frans Segherstraat. De auto stopte voor de deur van mijn grootouders. Nonkel Gust kwam naar buiten. Er werden een paar woorden gewisseld en wij (mijn broertje en ik) moesten in de auto blijven zitten. Het wachten duurde uren in mijn verbeelding. Mijn moeder stapte weer in en vertelde ons dat de Bomma was overleden. Een kwartiertje voordat we in Boechout aankwamen. We moesten heel stil zijn en een gebedje opzeggen. We mochten niet naar binnen. Dat mocht wel de volgende dag of twee dagen later. Ik vertel daar een andere keer nog over.

Een dag die gemarkeerd is in mijn kinderbrein en geheugen. Mijn opa (de vader van mijn moeder) stierf in 1964 toen ik bijna acht was. Ook dat herinner ik me maar niet zo helder als het overlijden van de Bomma en onze terugreis uit Terschelling. Vandaag precies 50 jaar geleden.

In de serie: KOEKJESTROMMEL

De Chinees

Tags

, , , , , , , , , ,

Een dikke pil. Bijna vijfhonderd bladzijden. Een thriller van succes-auteur Henning Mankell. Het boek staat al een paar jaar op mijn Mozambikaanse boekenplank. Ik stelde steeds uit om erin te beginnen. Te zwaar om in bed te lezen. En toen kwam ik dit boek als digitaal koopje tegen. En omdat ik een beetje in de ‘vakantie-modus’ sta, begon ik aan dit boek. Drie dagen later is het uitgelezen. Tijd voor een korte recensie.

De Chinees – Henning Mankell

“In januari 2006 vindt de politie van het Zweedse dorp Hesjövallen achttien mensen die op beestachtige manier zijn vermoord. Birgitta Roslin, rechter in Helsingborg, is met stomheid geslagen want bijna alle slachtoffers zijn verwanten van haar. Omdat haar huisarts haar twee weken ziekteverlof voorschrijft, reist ze naar het noorden en vindt in het huis van een slachtoffer een dagboek van een verre verwant uit de negentiende eeuw. En dan schakelt het boek naar een tweede verhaal. In Nevada (USA) wordt in de 19e eeuw een spoorweg aangelegd. Scandinavische opzichters, Chinese en Afrikaanse dwangarbeiders. En voor de derde maal beginnen we aan een nieuw hoofdstuk (verhaal). In hedendaags China. Een moderne, corrupte TaiPan leest in zijn familie-dagboek. Als lezer weet je al gauw dat er verbanden zijn tussen de drie verhalen.” 

Ik vind het een goed boek. Maar geen topper. Teveel, te uitgebreide zijwegen. Maar ook lijntjes die niet zijn uitgewerkt of afgerond. Het is alsof Mankell het principe ‘Kill your darlings’ vergeten is. Natuurlijk voegt hij er geschiedenis en politiek aan toe. We weten dat hij een sociaal geëngageerd schrijver is (was). Met een zwak voor Afrika.

Raad ik dit boek aan? Ja, maar je moet wel een doorbijter zijn en van historische, sociale en politieke ontwikkelingen houden. Wat weten wij over China en hoe Chinezen denken? Hoe werkt de Chinese politiek en waarom zijn er zoveel Chinezen in Afrika? Hoe verhoudt kapitalisme en communisme zich met elkaar in het post-Mao-tijdperk? Interessante vragen die ik ook regelmatig stel want ook de grote infrastructurele werken in Mozambique worden door Chinezen uitgevoerd.

Cartoon © Zapiro

Lutgart (2)

Tags

, , , , ,

Mijn moeder, mijn oma, mijn tante Lief en mijn opa (1939)

Het huis waar ik ooit woonde (Deel 2)

De zolder met zijn met verborgen hoekjes was een geliefde plaats voor mij en mijn vriendinnetjes. Het was er schemerdonker, griezelig en geheimzinnig. Er was altijd iets te ontdekken. Het licht viel spaarzaam door kleine dakramen. Het hele jaar hing er een geur van stof, mottenbollen en en van een niet geluchte ruimte. Alleen in herfst en winter kwam een vleugje appelgeur de zolder binnenzweven bij het openen van de deur van de mansardekamer waar het fruit bewaard werd.

Aan het huis zelf waren nog verschillende bijgebouwtjes die wij ‘stallen’ noemden. Zo was er de kolenstal. Voor deze plaats was ik écht bang. Het was er aardedonker. Er was alleen licht wanneer de deur openging. Het was ook mijn ‘strafplek’. Als ik stout was, werd ik voor een klein vergrijp in de hoek gezet. Als de zaak ernstiger was, moest ik in de stal. De keren dat dit gebeurde zijn gemakkelijk op één hand te tellen. Ik denk dat ik er nooit langer dan vijf minuten zal verbleven hebben, want ik schreeuwde moord en brand en beloofde alles wat mijn vader mij vroeg. Een verwijzing naar die plek was al voldoende om mij opnieuw in het gareel te krijgen.

Het beeld van onze tuin staat onuitwisbaar in mijn hart en in mijn geheugen. Het was een heel grote tuin, feitelijk een klein park. Er was een druivenserre, een groententuin en er stonden veel bomen en bessenstruiken. Maar het grootste gedeelte was siertuin. Mijn ouders hielden heel veel van bloemen. Een kleurenweelde streelde het oog het ganse jaar door. In het achterste deel zag je een vijvertje met bruggetje, een Lourdesgrot en een groot terras met treurwilg die schaduw gaf. In de tuin waren veel prieeltjes en zithoeken zodat bij het ‘moeder-en-vaderja-spelen’ met mijn vriendinnetjes ieder een eigen ‘woonst’ kon hebben.

Ik heb in mijn geboortehuis gewoond tot ik getrouwd ben. De herinneringen eraan zijn me heel dierbaar. De vele foto’s zijn een tastbaar souvenir. Ik bezoek nog regelmatig mijn geboortedorp omdat er nog familie woont. Maar met pijn in mijn hart zie ik, hoe niet alleen het huis en de tuin, maar het ganse dorp is meegesleurd in de maalstroom van de veranderende moderne tijden.

Tekst is geschreven op 12 september 2000 door Lutgart De Smedt (1930 – 2015)

In de serie: KOEKJESTROMMEL

Lutgart (1)

Tags

, , , , , , , ,

Al meer dan twaalf jaar eindig ik mijn condoleance / deelnemings berichten met de woorden: “Blijf over hem / haar vertellen dan blijft hij / zij levend in onze verhalen en gedachten.” Dat doe ik ook vandaag. Twee jaar geleden overleed mijn moeder – Lutgart De Smedt. Lezen en schrijven waren haar grote passie. Wat is er een mooier eerbetoon dan een paar van haar teksten hier te publiceren?

Op 12 september 2000 (drie dagen eerder was ze 70 geworden) schreef ze een prozatekst en een gedicht over “Het huis waar ik ooit woonde”. Auteur: Lutgart De Smedt (1930 – 2015)

Mijn moeder, mijn oma en mijn opa (vroege voorjaar 1931)

Het huis waar ik ooit woonde (Deel 1)

Halfweg de hoofdstraat in Sint-Amands, een lieflijk dorpje aan de Scheldeboorden, stond mijn geboortehuis. Ook mijn vader woonde er vanaf zijn kinderjaren. Het huis staat er nog, maar het heeft de laatste veertig jaar, sedert mijn ouders het verkochten, zeer grondige veranderingen ondergaan.

Ik sluit mijn ogen en zie het huis zoals het vroeger was. Het was één van de ‘grote’ oude huizen in het dorp, gemetst uit rode baksteen en wit gevoegd. Drie arduinen stoeptreden leidden naar de deur in het midden van de voorgevel. Op ooghoogte was er een kijkraampje beveiligd door smeedwerk. De klink, de bel en brievenbusklep waren in koper en werden elke week glimmend gepoetst. Langs beide zijde van de deur waren twee hoge ramen en vijf soortgelijke op de verdieping. Het houtwerk was wit gelakt. Rechts hadden we aanpalende buren, maar links was er een smal steegje dat tussen de lange tuinmuren naar de beemden en de Scheldedijk leidde. In die muur was een poort die onze gebruikelijke ingang was en uitkwam op de binnenkoer.

Het huis had veel kamers. Twee vleugels met ieder vier achter elkaar gelegen plaatsen. Ertussen was de gang die uitkwam op de veranda, mijn geliefde plaats bij slecht weder, vooral als ik alleen moest spelen. Het was er zeer licht door al het glas en door de vele planten leek het een verlenging van de tuin. Er stond een ronde rotantafel met vier zeteltjes. Maar het was meestal op de stenen vloer dat ik uren doorbracht met mijn poppen, bikkels, knikkers, springtouw of tol. De trap naar de bovenverdieping was ook in de veranda, zodat die dikwijls betrokken werd bij één of ander spel.

Werd er toen weinig aandacht besteed aan heldere, zonnige kamers of had ik daar als kind geen erg in, ik weet het niet. Onbewust zocht ik het licht. Hoewel het er in de winter koud was, verkoos ik toch dáár te spelen, warm ingeduffeld met extra pull.

Tot zover voor vandaag. Morgen het tweede deel.

In de serie: KOEKJESTROMMEL

Miriam

Tags

, , , , , ,

Laat ik beginnen met een foto van een aantal zwart wit foto’s. Ansichtkaarten / postkaarten.

Tien foto’s

Ik heb een grote enveloppe met daarin een stuk of vijftig zwart wit foto’s. Je ziet er tien hierboven. Ik gebruik(te) deze foto’s vaak in cursussen die ik begeleid(de). De opdracht ging dan als volgt: “Bedenk dat ik vorige les de opdracht heb gegeven een zwart wit foto mee te brengen uit je familiealbum. Kies nu een foto uit de grote stapel. Deze foto komt dus (zogenaamd) uit jouw fotoboek of dat van je ouders of grootouders. Zometeen vertelt ieder om de beurt het verhaal van de foto. Wie zien we? Wat was de gelegenheid? Waar? De anderen kunnen ook nog vragen stellen. Kortom: improviseer, fantaseer.”

Meestal gaf ik zelf een voorbeeld. Ik koos dan de foto van de dame met fototoestel – met haar voeten in het water en een kind in haar draagtas. Ik vertelde dan voluit over een vakantie met Ine en Catelijne in Frankrijk. In Bretagne om precies te zijn. Twee dagen bijna onafgebroken regen. Een groot deel van de camping werd veranderd in een meer. Wij stonden gelukkig op een wat hoger stukje van de camping. Enzovoort, enzovoort. Blablabla. Niks van waar, enkel geassocieerd op een foto en dat dan vertellen alsof het mijn verhaal is.

Een succesvolle opdracht. Bijna altijd volgden mooie verhalen, soms met geweldige details. Ook onderstaande foto werd zeer regelmatig gekozen.

© Ruth van Crevel 1961 / Winifred en Miriam

Ik herinner me een sessie (in Leeuwarden) waarin ik deze opdracht ook gaf. Alle deelnemers vertelden enthousiast geïmproviseerde verhalen. Net voordat ik een volgende opdracht wil geven, vraagt een cursiste of ze nog iets extra mag vertellen. Natuurlijk mag dat. Zij nam de bovenstaande foto  – waarover een collega-verteller net had verteld hoe hij met zijn zusje op vakantie was … enzovoort. De cursiste zei toen: “Dit is echt een foto uit mijn fotoboek. Ik sta op die foto. Mijn moeder heeft die foto gemaakt in Zwitserland.” We zaten vol ongeloof te luisteren. Ze draait de foto om en zegt zonder te lezen: “Kijk maar – Winifred en Miriam. Met een i en niet met een y.”

Mooi toeval, vind je niet?

20 dingen die anders zijn zonder Isabel

Tags

, , , , ,

We zijn alweer aanbeland in de tweede helft van juli. En dus ook de tweede helft van 2017. Een jaar waarin we al lang van te voren wisten dat we meer niet dan wel samen zouden zijn. Isabel aan het werk in Mozambique. Ik aan het werk in Nederland. De korte vakanties proberen we samen door te brengen. Zoals de afgelopen twee weken. Isabel op zomervakantie in Nederland. Dat is een fijn seizoen want in Mozambique is het nu winter. Dat is overigens een betrekkelijk begrip. Wel korte dagen, vroeg donker, lange avonden. Overdag gemiddeld zo’n 24c en ’s nachts koelt het af naar een graad of 17c.

Sinds zondagavond zijn we weer alleen. Zij in Afrika. Hij (ik dus) in Europa. En dan val ik terug op patronen die anders zijn dan de weken die we samen zijn. Ik maak er een lijstje van.

Het mag duidelijk zijn … dit is een Griekse schotel voor twee.

  1. Ik ga veel later naar bed. Omdat ik vaak avond-afspraken heb, kom ik laat thuis. Rond middernacht. Ik kan dan niet meteen het bed induiken. Dus blijf ik gemakkelijk nog een uurtje hangen op de bank. Even het nieuws in herhaling kijken. Of Jinek. En dan is het zo 1 uur. En dat is bijna twee en half uur later dan dat we samen naar bed gaan.
  2. Een blokje kaas of toch een paar boterhammen. Dit hoort eigenlijk nog bij mijn eerste opmerking. Laat thuis komen. Dan heb ik meestal vooraf gegeten en dan heb ik honger. Ik weet dat ik dat niet moet doen maar ik blijf zwak … wat nacht-eten betreft.
  3. Minder / meer uren op het internet. Omdat we uiteraard zoveel mogelijk samen proberen te doen, zijn de momenten achter de laptop veel schaarser. Mijn smartphone staat bewust uitgeschakeld – geen data-verbinding. Dat is wel zo rustig. Enkel online als ik thuis WIFI heb.
  4. Geen toeristische uitstapjes. In mijn eentje trek ik er niet op uit. Samen met Isabel ben ik wel toerist in eigen land. Mooi Zeeland. Prachtig Brugge. Afwisselend Friesland.
  5. Vannacht droomde ik weer in het Nederlands. Ik droom veel. Ik ben me zelden bewust van de taal maar toch realiseer ik me dat ik vaak in het Engels droom, doorspekt met Portugese woorden.
  6. Ik slaap opvallend veel beter als ik samen met Isabel in bed lig. Dat is niet alleen in Nederland maar ook in Mozambique. Ik word veel vaker wakker in m’n eentje en dan kom ik weer moeilijk in slaap.
  7. Ik eet onregelmatiger in m’n eentje. Met Isabel zit er veel meer regelmaat in. Drie maaltijden per dag. Dat vraagt het bio-ritme van mijn vrouw. Ik kan gemakkelijk een maaltijd overslaan.
  8. De portemonnee blijft weer veel vaker in mijn broekzak. Ik ga niet ‘shoppen’ in mijn eentje. Isabel kwam met één koffer en ging weg met twee koffers.
  9. De afwas blijft langer staan. In m’n eentje verzamel ik afwas van een dag of twee, drie. Dan loont het de moeite om af te wassen. Dat gebeurt nooit als mijn lief rondloopt in de keuken.
  10. Ik lees weinig. Dat is trouwens alleen zo als we samen in Nederland zijn. Als we samen in Mozambique zijn, lees ik opvallend veel meer. Dat komt natuurlijk omdat Isabel dan vaak aan het werk is en ik alleen thuis ben.
  11. Seks. Daar ga ik niet teveel aan toevoegen. Het lijkt me duidelijk dat er een groot verschil is in samen zijn of niet samen zijn.
  12. Ik maak minder vaak schoon. Een beetje hetzelfde als de afwas. Stofzuigen en de ramen lappen kan ook morgen wel. Of volgende week … Met uitzondering van de badkamer. En natuurlijk moet ik erbij vertellen dat we dat in ons Afrikaanse huis niet zelf doen. Personeel … weet je wel !?
  13. Ik kijk veel minder televisie. In mijn eentje kijk ik af en toe een beetje sport, het journaal en wat actualiteiten-programma’s. Met Isabel kijken we films en series. Leve Netflix (met Engelse ondertiteling).
  14. Ik neem trager een besluit. Ik denk wel na over bepaalde zaken (vaak over de toekomst) maar besluiten worden vaak uitgesteld. Als we d’r samen over kunnen praten, komen we veel eerder tot een besluit of een afspraak.
  15. Ik roddel veel minder. Misschien is roddelen niet het goede woord. In mijn eentje praat ik nauwelijks over andere mensen. Als je samen bent, doe je dat natuurlijk wel.
  16. Ik kijk zelden in een fotoboek. Even op de bank of aan tafel. Gezellig even door fotoboeken bladeren. Onze eerste vakantie samen in Brazilië. Isabel twee maanden in Europa. Lekker tutten met een glaasje en een hapje. In mijn eentje zoek ik hooguit een foto op als ik me iets concreets tracht te herinneren. Niet zomaar …
  17. Koffie drinken met de buren. Het hoort bij de ochtendrituelen. Zeer regelmatig krijg ik ’s morgens een appje van de buren. ‘Koffie’ is dan de enige tekst. Samen even een bakje doen en dan weer verder met het werk. In de periode dat Isabel hier was – geen koffie – wel kwamen de buren bij ons bijpraten. Al dan niet met ‘bubbels’.
  18. Ik bel weer dagelijks. Ook dat wordt bijna een dagelijkse gewoonte. Een eerste ‘Appje’ wordt rond 5.30u verstuurd. Isabel video-belt me tussen 7u en 8u als ze op haar werk is aangekomen.
  19. Ik trek wat gemakkelijker twee dagen na elkaar hetzelfde shirt aan. Of dezelfde broek. Dat is ‘not done’ als Isabel in de buurt is. Elke dag iets anders. Dat is vast iets ‘vrouwelijks’ en dat wordt nog versterkt door haar werk. Representatief zijn …
  20. Ik drink veel minder. Dat heeft natuurlijk ook met werk cq vrije tijd te maken. Als we uitgebreid lunchen en ik niet meer moest rijden … dan gaat er algauw een fles wijn open. Isabel witte wijn, ik retsina.

Dit is geen lijstje van goed of fout. Natuurlijk is het veel fijner om samen te zijn. Ik ben na haar vertrek weer lekker druk in mijn werkzaamheden gedoken. Dat leidt af. En als ik nog even wil nagenieten van het samen zijn van de afgelopen weken dan zijn er altijd nog te foto’s. Tijd om een nieuw fotoboek te maken. Zomer 2017 – Isabel e Koen em Holanda.

Nederlandse les

Tags

, , , ,

Een tante van Isabel woont al heel wat jaartjes in Nederland. Een zus van haar moeder. Ze was getrouwd met een Nederlandse man. Gescheiden en opnieuw getrouwd. Nu met een (Turkse) Koerd. Met een tas vol cadeautjes belden we aan. Na drie keer aanbellen deed de kersverse echtgenoot open. Na enig handen- en voetenwerk werd het ons duidelijk dat Tia Fina boodschappen deed en dat we nog even moesten wachten.

Elke poging tot een minieme conversatie strandde onmiddellijk. Geen Nederlands. Geen Engels. Geen Portugees. Okee, we wachten. Hij vertrok weer naar boven en wij zaten in de woonkamer te wachten. En ons te verbazen over hoe Tia Fina en Elik met elkaar communiceren. Een groot vraagteken. Zou zij Turks of Koerdisch spreken? We kunnen er ons niets bij voorstellen.

Bijna drie kwartier later komt tante thuis met tassen vol eten en drinken. Een hartelijk weerzien. Een half uur later zitten we aan tafel. Een verlaat ontbijt gaat eenvoudig over in een heerlijke lunch. Elik blijkt een prima bbq-chef te zijn. Vis, vlees. Het ruikt lekker en het smaakt goed. We spreken Portugees en af en toe schakelt Fina over naar Nederlands. Ze merkt het zelf niet op. Zo sprak ze altijd met Jan, haar ex echtgenoot.

Ik begrijp het niet allemaal. Eerlijk gezegd – ik wil het niet allemaal begrijpen. Ik zit in een Nederlands huis maar het is een wereld-mix. Een Mozambikaanse vrouw (Isabel), haar tante (nu Nederlandse), haar Turks Koerdische man (een vluchteling), een Braziliaanse vriendin en ik (ook een mix met mijn Belgisch paspoort en half in Nederland en half in Afrika wonend). We vragen hoe zij met elkaar praten. Tia Fina zegt dat het heel belangrijk voor hem is om Nederlands te leren. Daar helpt ze hem bij  door middel van briefjes. Een beproefde methode.

Het briefje op de diepvries

Ik knik enthousiast. Ik had de briefjes al zien hangen. Het woord in het Nederlands en in het Turks. Of Koerdisch? Dat weet ik niet. Zoals op de foto. ‘Diepvries’. Maar dan op z’n Tia Fina’s … ‘Difris‘. Zij heeft Nederlands leren praten door het te doen. Nooit via schriftelijke cursussen. Alle woorden in huis zijn dus fonetisch opgeschreven. Zoals zij ze hoort en gebruikt. Ik glimlach maar corrigeer niets en hou m’n mond. Ik heb bewondering voor haar methode.

Ik vind het een prachtig voorbeeld van ‘zelfredzaamheid’ en je aanpassen. Zij pusht haar nieuwe man om Nederlands te leren. Dat heet volgens mij ‘integratie’. Gelukkig heeft ze kinderen en een ex-man die haar helpen met alle bureaucratische rompslomp.  Teveel papier-werk. Want ik weet uit ervaring dat dat in Nederland al even moeilijk is dan in Mozambique. En daar komt de vluchtelingen-status van Elik bovenop.

Als Isabel aanstaande week is vertrokken, haal ik mijn Portugese lessen weer uit mijn tas. Ik ga de cursussen herhalen. Nu voor mezelf want het kan (een moet) beter.