Sint in Maputo (Plog)

Tags

, , , , , , ,

Vorige week kregen we allemaal een uitnodiging van de Nederlandse Ambassade en de Nederlandse School ‘De Walvihaai’ in Maputo. De Sint komt naar Maputo. En een paar dagen later krijgen we via de Nederlandse WhatsApp-groep een voicemail-bericht van Sinterklaas. Hij komt met een heteluchtballon of een helikopter naar Mozambique. De Helikopter-Piet is nog in opleiding maar dit wordt een mooie trainings-vlucht. De Sint hoopt iedereen te begroeten en hij hoopt dat er geen lege pakjes meekomen.

En dan is het zover. We horen de helikopter maar dan landt de Helikopter-Piet op een verkeerde plek. We zijn verbaasd en dan regent het pepernoten. En wie zien we op het dak?

De Sint op het dak van de Nederlandse Ambassade (Maputo)

De Sint en de Regenboog-Pieten op het dak van de Nederlandse Ambassade (Maputo)

Even later verwelkomt Ambassadeur Grotenhuis de Sint en zijn Regenboog-Pieten. De kinderen helpen om al het gras en takjes uit de baard en het haar van de goedheilig man te plukken. De Helikopter-Piet krijgt een standje. En dan is het tijd voor een persoonlijk gesprekje met de Sint. De kleinsten krijgen alvast een cadeautje.

De Helikopter-Piet, de Sint en Ambassadeur Pascalle Grotenhuis en de kinderen van de Walvishaai

De Helikopter-Piet, de Sint en Ambassadeur Pascalle Grotenhuis en de Nederlandse en Vlaamse kinderen van de Walvishaai.

Ook Juf Emilie verwelkomt de Sint

Ook Juf Emilie van De Walvishaai verwelkomt de Sint

Een aandachtig publiek - jong en oud - tijdens het jaarlijkse kinderfeest.

Een aandachtig publiek – jong en oud – tijdens het jaarlijkse kinderfeest.

De Regenboog-Pieten op het dak en uit hun dak.

De Regenboog-Pieten op het dak en uit hun dak.

Nog een praatje met de oudere kinderen. En dan is bijna tijd om afscheid te nemen.

Nog een praatje met de oudere kinderen. Hoe bestuur je een luchtballon? En dan is het bijna tijd om afscheid te nemen.

img-20161203-wa0007

Piet in overleg met Sander en Olivier

Een mooie ochtend met veel blije gezichten. De Sint probeert zes punten te scoren met een pepernoot bij de sjoelbak. Er wordt getekend, geknutseld en gekleurd. De pakjes komen naar beneden via een grote capulana-glijbaan. De Sint heeft nog een druk weekend voor de boeg. “Até a próxima vez Sinterklaas. Muito obrigado.” Er wordt gezongen en gezwaaid. De Sint en Helikopter-Piet vertrekken naar het vliegveld.

En waarom ik verslag doe van deze jaarlijkse gebeurtenis … tja … laat maar. Er mag altijd iets te raden blijven, ook voor grote mensen.

Foto’s: Helene Gugten

De finish is in zicht

Tags

, , , , , ,

We wonen nu ruim zeven maanden in ons nieuwe huis dat we bijna een jaar geleden hebben gekocht. Tussen februari en april heb ik met enige regelmaat geschreven over de verbouwing. Sinds eind oktober zijn de bouwvakkers weer wat actiever. Zij zijn afhankelijk van het weer en de willekeur van de aannemer. Hij verdeelt de opdracht tussen verschillende onder-aannemers. Maar eind deze week of begin volgende week hopen we een streep te zetten onder weer een deelproject. De finish is in zicht.

Foto uit © Bahamontes (Wielertijdschrift)

Foto uit © Bahamontes (Wielertijdschrift)

Het blijft onvoorstelbaar hoe er geklungeld wordt. Je moet er echt bovenop blijven zitten. En telkens corrigerend optreden. Dan gaat het meestal goed. De afgelopen twee dagen was ik nauwelijks thuis en werd er gewerkt zonder kritische opdrachtgever. En wat gebeurt er dan … een meterkast wordt – scheef – op de verkeerde muur geplaatst. Dat moet dus opnieuw. Dure tegels die later voor een buitendouche bedoeld zijn, vind ik terug onder een geïnstalleerde – lekkende – pomp. Twee zakken cement liggen ongebruikt klaar. Grrr. Ergernis. Weghalen en opnieuw beginnen. En dan maar hopen dat ze niets – per ongeluk – breken …

Aannemer bellen. Eerst vriendelijk en dan boos worden.

  • HIJ: “Nee, U – de opdrachtgever heeft de pomp (nieuw) gekocht dus U bent verantwoordelijk.”
  • IK: “Nee dus – [enkele krachttermen] – ik kocht die specifieke pomp in die specifieke winkel op aanraden van U, meneer de aannemer. U was er zelf bij in de winkel en de factuur en garantiebewijs staan op uw naam. Dus ga zelf maar terug en ga het regelen. En hoe bestaat het dat uw technicus het werk verlaat als hij weet dat de pomp lek is?”

Mijn enige wapen is NIET BETALEN tot het in orde is. Dat heb ik al geleerd. Niet betalen of dreigen met niet betalen. O ja, nog zo iets. Er lag gisteren nog heel veel bouwafval – steen, restanten cement en beton-resten. IJzer, restanten van elektriciteitssnoeren. Ik wilde dat allemaal opgeruimd hebben. Ik kwam vanmiddag thuis en op het eerste zicht leek het min of meer schoon. Maar ik zag geen berg verzameld afval. Wat blijkt? Ze hebben er wat zand over gestrooid. Het zit gewoon iets minder dan vijf centimeter onder de grond. Niets opgeruimd. Grrr. Dus weer een boze telefoon en dan gaan de aannemer en onder-aannemer elkaar de schuld geven. De onderaannemer is boos omdat hij nog niet is betaald door de aannemer. En die op zijn beurt zegt dat Sr. Koen nog niet heeft betaald. Een soort catch 22. Maar niet heus. Ik hou mijn poot stijf en heb maar met één iemand te maken: de aannemer. Ik betaal niet tot het helemaal klaar is. Hij heeft trouwens al een tijd geleden 50% van het totale werkloon gekregen. En ik heb zelf alle materialen gekocht. Dus waar doet hij moeilijk over? Ik weet ook dat hij achteraf bij ‘mannetjes’ en bedrijven waar ik – op zijn voorspraak – de materialen koop, zijn ‘commissie’ (tipgeld) gaat ophalen. Vaak oplopend tot 20%. Zo gaat dat hier.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Als de ‘bazen’ vertrokken zijn, blijft het werkvolk achter voor wat laatste dingetjes van die dag. En dan moeten ze hun plan maar trekken. Dan begint het bedelen bij mij.

  • ZIJ: “Patrão, krijg ik wat geld voor eten, ik heb geen geld voor de bus. De baas betaalt me niet en mijn kinderen hebben honger. Enzovoort.” Ze proberen me uit wetende dat witte mensen gevoelig zijn voor dit soort zaken.
  • IK: “Jammer jongens maar ik kan jullie niet helpen. Het spijt me.”

Het zijn de laatste loodjes. Alweer een deelproject – bijna – afgerond. Even pauze en dan weer verder.

Martin kwam langs

Tags

, , , , , , , , ,

Wie is Martin? Een wervelwind. Een orkaan. Een tornado. Als een storm maar groot genoeg is dan krijgt hij (of zij) een naam. De storm die gisteren bij ons voorbij raasde luistert naar de naam: Martin. Hij moet nog drie worden. En hij was niet alleen. Hij had zijn hele familie meegenomen.

Isabel is goed bevriend met de Portugese familie F. Het zijn net geen ‘Tokkies’ maar het komt wel in de buurt. Zij emigreerden een jaar of tien geleden vanuit Lissabon naar Matola (Mozambique). Vader, een maritiem lasser, werd werkloos. De kinderen staan aan het begin van hun werkzaam leven. Moeder Manuela is huisvrouw. Zij hebben een getrouwde dochter en een drieling. Drie jongens, toen begin twintig. Een van deze drie zonen is nooit mee verhuisd naar Afrika. Hem heb ik nooit ontmoet. De rest van de familie wel. Een bijzonder gezin. Manuela beschouwt Isabel als haar Afrikaanse dochter. Dat uit zich af en toe in bezitterigheid. Er zijn periodes dat zij haar voortdurend belt. “Kun je dit voor me doen? Ken jij misschien die en die? Wij zoeken nog dit en dat. Onze auto start niet, kun jij …” Geen ingewikkelde zaken. Isabel werkte in die periode bij hen om de hoek. Ze ging er vaak langs. Vooral met Rui – één van de zonen – kan ze het goed vinden. Hij doet ook wel eens een klusje voor haar. Hij gaat uit huis en verhuist naar Maputo. En hij vindt een goede baan.

De spaarcentjes raken al gauw op en een Portugees pensioen is geen vetpot. André – de andere zoon – heeft jaren geleden een verkeers-ongeval overleefd en is daar niet helemaal ongeschonden uitgekomen. Hij loopt een beetje waggelend, heeft een verlaagd IQ, praat heel veel – voor mij en zelfs voor Isabel – onverstaanbaar Portugees, heeft een flinke ADHD-aanleg, rookt en drinkt veel teveel. Hij is een grote zorg voor zijn moeder. Hij woont thuis – dat kan ook niet anders. Hij vindt regelmatig een baantje maar verliest het al even snel. Hij is aardig en uiterst vriendelijk als hij niet gedronken heeft.

Na onze bruiloft zien we de familie F. niet meer heel vaak. Isabel werkt niet meer bij hen in de buurt. Af en toe een berichtje. We gaan er wel eens langs. Meer om sociaal te zijn dan dat we er echt iets te zoeken hebben. Isabel helpt soms mee bij een verjaardagfeestje. Rui werkt als filiaalhouder bij een grote verf-winkel. We krijgen een flinke korting als we begin dit jaar bij hem heel veel verf kopen voor ons nieuwe huis. Hij is ondertussen vader geworden (van Martin) en woont samen met zijn Mozambikaanse vriendin. Van zijn salaris moet hij ook zijn ouders en zijn broer onderhouden. Dat wordt steeds moeilijker. En hij staat jaarlijks garant voor zijn ouders en broer als de verblijfsvergunningen weer moeten verlengd worden. Een flinke kosten-post.

En dan wordt ook André vader. Zijn jonge, Mozambikaanse vriendin trekt ook in bij de familie F. Twee monden meer om te voeden. Pampers. Flessenvoeding. En alles wordt veel duurder door de crisis. Rui kan het niet meer bolwerken. Hij adviseert zijn ouders om terug te keren naar Portugal. Zij hebben daar nog een huis en de uitkeringen en pensioenen zijn daar iets gunstiger. De details ken ik niet. Aanvankelijk willen ze niet terug. Isabel wordt ingeschakeld om mee na te denken over hun toekomst. En dan hoort ze niets meer tot vorige week Rui haar belde dat het vertrek aanstaande is.

Vandaag is het zover. Vanmiddag vliegen ze terug naar Lissabon. Het Afrikaanse avontuur is ten einde. André is vorige week hals-over-kop getrouwd met zijn vriendin anders kan zij niet mee naar Portugal. Visa, verblijfsvergunning … ik weet het niet. Rui en zijn gezinnetje blijven in Maputo. Net zoals zijn zus en haar gezin. Isabel neemt een halve dag vrij en gaat bij ze langs. Het huis is bijna leeg. Ze houdt me telefonisch op de hoogte. We overleggen even en dan nodigen we ze uit om bij ons te komen eten. Een afscheid-etentje.

En daar begint het verhaal over cycloon Martin. Ik heb in no time eten klaar gemaakt voor zes extra gasten, twee kinderen, Isabels moeder die werd opgetrommeld om ook afscheid te nemen en voor onszelf. Gelukkig kon ik deels terugvallen op restanten van het tante-diner van een paar dagen geleden. De tafel gedekt op de veranda en daar komt het gezelschap aanwaaien. “Of ze alvast iets willen drinken?” Ja, dat willen ze wel. Een eerste fles rode wijn gaat open. Een fles nep-champagne volgt al spoedig en voor de laatste zijn glas heeft ontvangen, vraagt André zijn tweede blikje 2 M (bier). De twintig chamusa’s die Dona Isabel heeft meegebracht zijn verorberd voordat ik ook maar de kans kreeg ernaar te kijken. Laat staan te proeven.

Martin en zijn jongere neefje zijn na vijf minuten ontdooid en gaan op verkenning. Het eerste houten beeld wordt omver getrokken. Een Afrikaanse trommel wordt vakkundig (niet dus) verplaatst. Binnen in huis krijgt Martin de gitaar van Isabel te pakken en sleept het instrument over de vloer naar buiten. Een chamusu wordt op de vloer vertrappeld door vier kindervoetjes. Een bakje met schelpen en bijzondere stenen geeft veel plezier, vooral als je ermee naar elkaar kunt gooien. Hun ouders (en grootouders) treden nauwelijks op. Ik ben te druk in de keuken maar weet donders goed hoe Isabel zich voelt.

Martin en Rui F.

Martin en Rui F.

Ik zet alles op tafel en loop op en neer tussen keuken en veranda. Martin weet steeds mee naar binnen te glippen. Hij ontdekt alle lades in de keuken. En de knopjes op het fornuis. Hij maakt zich boos omdat hij de ijskast niet open krijgt. Zijn vader spreekt hem vermanend toe. Veel te soft in mijn ogen. Twee minuten later vind ik Martin in mijn kantoor. Zo’n bureaustoel op wieltjes is geweldig speelgoed voor een bijna driejarige. Ik trek de deur dicht en spreek hem enigszins streng toe. “Je mag alleen op de veranda spelen, niet binnen in huis. Begrepen?” Het maakt even indruk op hem. De familie is nog meer verbaasd dan ik. Zijn neefje is jonger en graait met zijn vingertjes in het eten en smeert dat even later af aan de kussens op de bank. Een paar koekjes kunnen hen nauwelijks afleiden. André is al weer toe aan zijn volgend biertje. Nummer zes of zeven, denk ik. Niet verwonderlijk dat hij elke tien minuten de wc opzoekt. Een volgende fles wijn gaat open. Een glazen wijnkaraf sneuvelt. Dat is even schrikken vooral van de scherven op de grond. Even niet rondkruipen maar blijven zitten op je stoel. Dat lukt nauwelijks vijf minuten.

Ondertussen is een industrieel lasapparaat van vader F. naar ons schuurtje verhuisd. Dat ding weegt als lood en kan niet mee naar Portugal. Ik spreek af met Isabel dat het bier op is. Genoeg is genoeg. Er wordt nog wat nagepraat. André komt nog wel zeuren om meer bier maar hij gelooft uiteindelijk dat het op is. Ik wens ze allemaal een goede reis en een betere, gezonde toekomst in Portugal. De bedoeling is dat de hele familie achterin de laadbak van Rui’s auto klimt. Dat lukt niet. André is gevaarlijk dronken en zijn moeder kan zo hoog niet klimmen. Isabel brengt een deel van hen terug naar het bijna lege huis in Matola Cidade. Een uur later is ze terug. Ik heb ondertussen samen met Todinho de schade min of meer hersteld. Opgeruimd. Schoonmaken kan morgen.

Om half twaalf liggen we in bed. Klaar wakker. De storm is gaan liggen. De adrenaline raast nog rond. Ik hoop dat het niet de voorbode was van meer tropische orkanen …

Reisfotochallenge (10)

Tags

, , , , , , , , ,

Het zal ondertussen wel een bekend gegeven zijn. Lijkt me. Een willekeurige foto uit het archief opduiken en daar wat tekst bij schrijven. Laat ik met de foto beginnen.

2006 - Cēsis (Letland)

2006 – Cēsis (Letland)

En nu kan ik jullie ook aan het werk zetten. Fantaseren wat ik over deze foto zal vertellen.

Goed. Ik doe het zelf wel. Op de foto zie je een rivier. Ik denk de Gauja maar het zou ook een zijrivier daarvan kunnen zijn. Dat doet er ook niet toe. Verder zie je een bosrijke omgeving. Een zanderige oever. Een handdoek. Een boek. Een zwart-gele tas, wasgoed op een struik en een kano.

Zomer 2006. Ik ben vier weken onderweg. Mijn rondtrip door de Baltische staten. Dit is ergens in het begin van de derde week. Ik verliet Riga die ochtend. En na drie dagen stad was ik toe aan natuur. Ik vond een hele rustige camping een paar kilometer  buiten Cēsis. Ik kreeg een bussel hout cadeau van de camping. Vuurtje stoken, naar de maan kijken, lezen – Philip Roth – De Menselijke Smet. Ik ben een Roth-liefhebber. Een wandeling maken. En zie een paar kano’s liggen naast het toiletgebouw. Laat ik actief zijn. En een oude vakantie-gewoonte herhalen. Kanoën. Ik maak een afspraak voor de volgende dag. Het is een individuele bezigheid. Geen groep-activiteit. Er zijn nauwelijks andere kampeerders.

Na een ontbijt bij mijn tentje maak ik een lunchpakket en haal ik de kano op. Ik krijg een waterdichte tas mee en een kaart. Ik word ’s middags weer opgehaald op een afgesproken plaats ongeveer twintig kilometer stroom-afwaarts. Het is een rustig stromende rivier. Iets wilder op het tweede stuk wordt me verteld. Lekker peddelen en zo nu en dan een stroomversnelling. Ik heb in Frankrijk wel voor hetere vuren gestaan – als je dat kunt zeggen over woeste bergriviertjes. Na een uurtje leg ik even aan. De benen strekken. Plassen en even in het zonnetje liggen. Wat lezen en dan weer verder. De foto hierboven heb ik op deze stop gemaakt.

En dan gebeurt het onverwachte. De rivier maakt een flinke bocht naar links, ik heb even geen zicht op wat er zal komen en voor ik het weet schiet mijn kano vooruit – een stroomversnelling in. Ik probeer te corrigeren maar maak precies de verkeerde beweging. Blup. Ik sla om. Volleerde kanoërs rollen zich dan weer recht. Die gave bezit ik niet. Helaas. Ik spartel en wrik me los. Ik klim uit de boot. Ik voel dat ik met de stroom mee drijf. En dan zijn er plots een paar helpende handen. Op het gras zitten een aantal mensen uit te blazen. Later hoorde ik dat een van hen hetzelfde is overkomen. Vandaar dat zij op de oever zitten en toekijken. Een man trekt mijn kano naar de oever. Ik trek mijn hemd uit. Ik bedank ze voor de hulp. In het bovenzakje zit mijn digitale camera. Superhandig, dacht ik. Dan kan ik ook op rustige momenten wat natuurfoto’s maken van midden op het water. Zeiknat is het ding. Een handig pocket-formaat. Ik leg hem meteen op het gras te drogen. Ik ben benieuwd wat daar van overblijft. Gelukkig had ik de vorige avond alle foto’s overgeschreven naar mijn laptop. De spullen in de tas zijn niet helemaal droog gebleven. Even later vertrekt het groepje. Zij vertellen dat ik nog een flink half uurtje door moet tot het eindpunt.

Een tijdje later lijkt mijn camera weer droog. Hij start op. Zover niets aan de hand. Het scherm is wazig en mistig. Ik zal geduld moeten hebben en of al het water er ooit uit zal verdampen, blijft de vraag. Ik ben op tijd op de rendez-vous plaats. Samen met een vijftal andere roeiers rijden we terug naar de camping. ’s Avonds zit ik met enkelen van hen bij een kampvuur. We proberen verstaanbaar voor elkaar te zijn in een mengelmoes van Duits, Frans en Engels. Ik herinner me vooral hoe ze afgeven op hun Russisch sprekende landgenoten. Wel een Lets paspoort maar het blijven Russen. En dat roept veel ergernis op. Na een tijdje trek ik me terug in mijn tentje en lees nog een paar bladzijden Philip Roth bij het licht van een petroleumlamp.

Aan mijn foto-archief zie ik dat ik na het kapseizen ruim twee dagen geen foto’s heb gemaakt. Daarna werkte alles weer als vanouds. Ik heb de camera weer opnieuw moeten instellen naar de fabrieksinstellingen. Dat zie ik omdat de nummering opnieuw is begonnen.

Het was mijn tweede water-ongeluk met mijn fototoestel. De eerste keer met een spiegelreflex in het zwembad gekukeld en nu dus omgeslagen tijdens een kano-tochtje. En jullie? Ook wel eens problemen gehad op vakantie met je fototoestel / telefoontoestel?

Met dank aan Thomas Pannenkoek. Het is zijn challenge-idee 2016. Ik ben benieuwd wat hij voor 2017 in gedachten heeft. Mijn andere stukjes lezen in deze reeks? Klik HIER.

1000 vragen aan mezelf (7)

Tags

, , , , , ,

En drie weken na mijn vorige antwoorden duik ik vandaag in de volgende veertien vragen / antwoorden.

85. Hoe geduldig ben je?

Ik denk dat ik gemiddeld een zeven min scoor. Daarbij staat 0 voor absoluut heel ongeduldig en 10 voor engelengeduld. In de loop der jaren heb ik veel van mijn ongeduld bij het oud vuil gezet. Ik blijf het standaard te laat komen op een afspraak in Mozambique nog steeds een beproeving. Daardoor kan ik mezelf geen zeven plus geven.

86. Wie is jouw gevallen held?

Lastig omdat ik niet zo van de ‘helden’ ben. Moet ik het bij de sport zoeken? Wielrenners die betrapt zijn op doping? Nee, geen helden. Hun prestaties zijn soms heldhaftig maar dat maakt ze nog geen helden. En politici? Vrijheid-strijders? Ik denk dat ik heel lang geleden wel enige sympathie voelde voor Mugabe toen hij het opnam tegen het racistische bewind van Ian Smith. Maar dezelfde Mugabe heeft het al heel lang geleden verpest. Zijn land naar de afgrond geleid. En zijn bankrekeningen waarschijnlijk in de tegenovergestelde richting. Een verwerpelijk figuur.

87. Staan er foto’s op je telefoon waarmee je chantabel bent?

[Foto]

             [Deze foto is verwijderd op verzoek van de betrokkenen.]

Ach ja, wat maakt een mens chantabel? Foto’s die ik wel eens van vrienden krijg? Grapjes. En ja, die zijn met regelmaat seksistisch te noemen. Ik verwijder ze bijna onmiddellijk. Meestal omdat ik die grapjes niet leuk vind. En eigen foto’s die ik graag privé houdt? Ja, die staan soms op mijn telefoon. Als iemand daar iets zonder mijn (ons) medeweten mee wil doen dan is dat diefstal denk ik. Ben ik daarmee chantabel? Nee hoor.

88. Wie van je vrienden ken je het langst?

Werner W. Eén van de vrienden waar ik het wel vaker over heb in mijn stukjes. Hij is twee jaar jonger dus we zaten niet bij elkaar in de klas. Hij is een leeftijdsgenoot van mijn broer (zaliger). Op de lagere school is twee jaar verschil veel. Snotjong. Dat wordt al gauw minder als je op de middelbare school zit. En elkaar tegenkomt in jeugdclubs, volksdans-avonden, fuiven, redactie-raden, bonte avonden. Als ik het heb over ‘de mannen’ dan is Werner een van hen. De andere zijn Gie en Eric maar hen ken ik iets minder lang.

89. Mediteer je graag?

Ik doe dat niet in de letterlijke zin, zittend of liggend op een kleedje. Met wierook, klankschalen en repeterende, Boeddhistische soetra’s prevelen.

2009 - Bij een Boeddhistische tempel (Mongolië)

2009 – Bij een Boeddhistische tempel (Mongolië)

Nee, mijn mediteren gebeurt tijdens het koken of afwassen en als ik alleen in de auto zit. Mediteren in de vorm van nadenken over dingen. Ik maak vaak het grapje dat het dagelijks klaarmaken van de lunch van Isabel en het avondeten mijn dagelijkse meditatie-yoga-momenten zijn. En mijn stukjes schrijven is ook een vorm van meditatie.

90. Hoe pep je jezelf op na een rotdag?

Het liefst door me te omringen met mijn geliefden. Isabel. Mijn kinderen of kleinkinderen. Of even mijn gal spuwen bij een neutrale toehoorder. Maar soms is het beter ze niet te betrekken bij (mijn) ergernissen. En vaak zijn ze niet in de buurt. Een borrel (jonge jenever) wil nog wel eens helpen. Of ik spring in de auto en ga naar de film of ik koop een laatste moment kaartje voor een theatervoorstelling. Of gewoon in bed kruipen, een beetje lezen en hopen op een betere dag tomorrow.

91. Wat is je favoriete boek?

Daarvoor verwijs ik graag naar mijn onvolledige lijst van favoriete boeken, elders op deze site.

92. Met wie whatsapp je het meest?

Met mijn kinderen en schoondochter in onze familie-App.

93. Zeg je vaker ja of nee?

Ik ben een JA-zegger. Al heel lang geleden heb ik me dat voorgenomen en dat is nog steeds mijn uitgangspunt. Ja-zeggen en dan zien wat er volgt. Een ongevraagd advies aan jullie allemaal. Doe dat ook. Zeg JA.

94. Ben je weleens het onderwerp geweest van een roddel?

Vast wel. Ik weet het wel zeker. Ja, ook over mij wordt geroddeld. En er wordt in deze vraag 94 niet gevraagd ‘Waarover wordt er dan geroddeld?’, daar geef ik dus geen antwoord op. Lol.

95. Wat zou je doen als je niet meer hoefde te werken?

Niet heel veel anders dan wat ik nu doe. Lezen, op reis gaan, naar musea gaan. Natuurlijk komt dan meteen de vraag op: ‘Waar komt het geld vandaan om zaken te doen als: uit eten gaan, naar theatervoorstellingen gaan, af en toe op en neer vliegen tussen Nederland en Afrika, op vakantie gaan naar verre oorden?’

96. Kun je goed autorijden?

Ja. Ik rij goed en veilig. Ik heb mijn rijbewijs gehaald toen ik achttien was. Ik rij 42 jaar schade-vrij. Ik was nooit de veroorzaker (schuldige) van een ongeval. Een paar keer was ik wel betrokken bij een ongeval. Tweemaal knalde een andere auto boven op mijn ‘achterkant‘. Een keer in Antwerpen door een dronken chauffeur en een keer in een tunnel in Kristiansand in Noorwegen. Zonder lijfelijk ongemak. Ik heb wel tweemaal een paaltje geschampt bij het achteruit inparkeren. Dom, dom, dom.

97. Wil je dat mensen je aardig vinden?

Ja, in algemene zin wil ik graag aardig gevonden worden. Ik zeg nochtans met enige regelmaat dat het me niet kan schelen wat mensen van me vinden. Maar dat is meer ‘stoere praat’ dan wat ik het liefste heb.

98. Wat had je anders moeten doen in je liefdesleven?

Jeetje, wat een vraag. Ik heb niet 1 2 3 een antwoord. Ik ga d’r eens over nadenken en of ik dat dan wil delen met mijn volgers / lezers is maar helemaal de vraag. Ik ben best gelukkig … ook in de liefde.

Eerdere stukjes in deze serie ‘1000 vragen aan mezelf’.

Crazy Mozambique

Tags

, , , , , , , , , , ,

Een paar foto’s vandaag. Ga zitten en huiver …

Explosie in Tete

Dodelijke explosie in Tete (*)

Een afschuwelijk bericht. Het televisiejournaal en de kranten spraken gisteren van 43 doden. Vanochtend is het dodental al opgelopen tot 73. En ook nog 110 mensen met ernstige brandwonden.

De tragedie vond plaats in Caphiridzange toen een menigte probeerden om brandstof te stelen uit een truck vol benzine. Het is zomers heet in Tete – provincie in het noorden die grenst aan Malawi. Temperaturen boven de 40c zijn meer regel dan uitzondering. De brandstof vloog in brand door de ontstane hitte – met een verwoestende explosie als gevolg. De truck was van een onderneming uit Malawi en vervoerde 80.000 liter benzine uit de haven van Beira (aan de Indische oceaan in Mozambique) naar Malawi. Caphiridzange ligt niet op de logische route naar Malawi en het is nog onbekend waarom de Malawische bestuurder is afgeweken van de reguliere route. De poging tot diefstal vond plaats net nadat hij de vrachtauto had geparkeerd.

De dieven pompten benzine over van de grote truck naar een kleinere vrachtwagen. In combinatie met de hitte eindigde deze diefstal in een afschuwelijke ramp. Er zijn nog geen berichten over de chauffeur maar het zou me niets verbazen dat hij een onderdeel is van deze diefstal.

Dit is wat er rest van de truck.

Dit is wat er rest van de truck.

En dan ga ik boodschappen doen. We hebben vanmiddag een ‘Vier-tantes-van-Isabel etentje’ bij ons. Deze tantes komen voor het eerst ons nieuwe huis bewonderen.

Als er gekken in het noorden zo’n zwaar ongeluk kunnen veroorzaken dan zal het niet verwonderen dat Mozambique een heel hoog sterfte-cijfer heeft. En dan heb ik het niet eens over armoede. Ik den aan de grote hoeveelheid verkeersongevallen. Dronken chauffeurs. Inhalen op alle mogelijke plaatsen. Rijden zonder licht, op het verkeerde baanvak en overdreven snelheden. Goed, ik ga boodschappen doen …

Ook deze familie is op weg naar een tante of oma. Voor een feestje? Voor een lunch? Ik hoop dat ze veilig zijn aangekomen.

In Matola (Mozambique)

In Matola (Mozambique)

Een foto om te lachen … ja en nee. Een trotse vader op zijn brommer, zijn vrouw (denk ik) achterop en zijn zes kinderen. En tegelijkertijd zo gods-gruwelijk onverantwoord. Zucht. Crazy Mozambique.

(*) Deze foto is niet van de Tete-explosie maar geeft wel een idee wat er is gebeurd.

Dia do Rei

Tags

, , , , , , ,

Heb je ooit een officiële uitnodiging gehad voor ‘Koningsdag’? Waarschijnlijk knikken een paar Nederlandse vrienden (lezers) nu ja. Alhoewel het woord ‘Koningsdag’ nog steeds een beetje wennen is na een eeuw ‘Koninginnedag’ te hebben gezegd. Maar ik richt me tot de Vlaamse (Belgische) lezers. Het gaat over onze Philip. Een Belgische ‘Koningsdag’? Nooit van gehoord. Wel van ‘Het feest van de Dynastie’. 15 november. Dat is/was de naamdag van Leopold. En zo hebben de Belgen er wel drie gehad. I, II en III.

uitnodiging

De uitnodiging

Goed, terug naar mijn uitnodiging. Ik twijfelde of we zouden gaan. Ik ken nauwelijks Belgen in Maputo. De paar Vlamingen die ik hier heb ontmoet zijn alweer lang in een ander ver-weg-land aan het werk. Afgelopen maandag belde de consul me met de vraag of we kwamen. Na kort overleg met Isabel bevestigde ik onze komst. Nog geen uur later kreeg ik nog een telefoontje of ik misschien voor muzikanten kon zorgen. Dat deed ik ook eerder in 2014 voor de nationale feestdag. Ik schreef er toen een stukje over. Ik heb wat telefoonnummers doorgegeven.

Ik trek een pak aan. Isabel verkleedt zich op het werk. Een chique receptie in een van de duurdere hotels van Maputo. Handen schudden met de ambassadeur en de delegatie-leider. Drie formele zoenen voor mevrouw de consul. Er is best veel volk. Ik hoor alleen maar Portugees en Frans. Een grote Belgische handelsdelegatie bezoekt deze dagen Tanzania en Mozambique. Een tafel vol met info-materiaal. Pennen. Post It blokjes. Twee kleurrijke brochures in het Portugees over Brussel. En een mooi Engelstalig boekwerkje over Wallonië. Geen letter Nederlands (Vlaams) te ontdekken. In de lijst van aanwezigen zie ik wel een delegatie van de Antwerpse haven. En nog een paar Vlaamse bedrijven die ik niet (her)ken. De Vlaamse vertegenwoordiger ‘Economic and Commercial Representation in Mozambique – Trade & Investment Counselor – Flanders’ is gevestigd in … Johannesburg. Sic. Veel succes met uw werk mijnheer Marc Schiltz.

En dan volgen de volksliederen en de speeches. Gaap. Isabel staat te praten met een paar studie-genoten van de universiteit. Ik scharrel wat rond en heb wat social talk met Madame Katja Low. De Waalse project manager van Awex – Wallonië Export Investment Agency. Zij is hier met vier collega’s. We praten Frans, Vlaams zat er niet in. We komen er (alweer) achter dat IK niets weet over Wallonië en dat ZIJ niets weet over Vlaanderen. Ik ga weer op zoek naar Isabel. Twee mannen staan duidelijk uit te kijken naar een praatje. Het is tenslotte lobby-tijd. Ik krijg een hand en hoor ‘Koen’ zeggen. Even ben ik verbaasd maar dat is gauw voorbij. De man stelt zich voor als Koen Hutsebaut, Business Development Mangager van Jan de Nul (Bagger en Offshore). Yes, een Vlaming. Hij stelt mij voor aan zijn collega Mick. Yes, twee Vlamingen. Mick werkt ook voor Jan de Nul. Hij komt uit Brugge en woont in Maputo. Hij spreekt vlot Portugees/Braziliaans. Zijn bagger-maatschappij houdt de toegang tot de haven van Maputo open. De open (Indische) oceaan ligt ongeveer tien kilometer uit de kust. Twee gezellige kerels. Koen woont in Kaapstad. En toen werd het toch nog even gewoon doen, niet dat opgeprikte gedoe. Een ongemakkelijk gevoel. We spreken gauw iets af. Iets drinken. Iets eten.

En het is ook de maandelijkse Nederlandse (borrel)avond. Een kilometer verderop. We gaan er nog even langs. Een wereld van verschil. Hier ken ik heel wat mensen. Ontspannen bijkletsen. Lachen. Nieuwtjes uitwisselen. Alvast Sinterklaas-voorpret want de goed heilig man heeft beloofd om ook dit jaar langs te komen in Maputo.

En dan begint het – alweer – te bliksemen boven de oceaan. De wind steekt op. We rijden naar huis – een rit van ruim een half uur. In de spits heb je daar anderhalf uur voor nodig. In bed lig ik later – niet voor het eerst – te denken. “Wat ben ik nu eigenlijk? Belg of Nederlander?'” Mijn paspoort is Belgisch maar al de rest is veel meer Nederlands. Behalve tijdens sportevenementen … lol. Liever de Rode Duivels dan Oranje. Liever Greg van Avermaet dan Nicky Terpstra. Alhoewel … ook dat maakt me nauwelijks nog iets uit.

Ik stond vandaag namelijk zachtjes mee te zingen … “Moçambique nossa terra gloriosa. Pedra a pedra construindo um novo dia. Milhões de braços, uma só forma. Oh pátria amada, vamos vencer”. Het refrein van het Mozambikaanse volkslied. Vertaling op aanvraag. Geloof je het zelf Koen? “Moçambique, nossa terra gloriosa.”

Zomaar wat dingen

Tags

, , , , , , , , ,

Een soort beeldverslag met een woordje uitleg van wat me opvalt en bezighoudt. Niet een echte plog met foto’s. Kijk en lees zelf maar.

1. De regen in Maputo

Regen bij de Junta-rotonde (Maputo)

Regen bij de Junta-rotonde (Maputo)

Het regent veel en vaak de laatste weken. Niet erg ongewoon deze tijd van het jaar maar ik was het bijna vergeten omdat het vorig jaar uitzonderlijk droog was. De Audi TT van Isabel staat stil bij ons op het erf. Te gevaarlijk om daarmee de straat op te gaan. Eerst en vooral is het zandpad blubberpad tot aan de grote weg niet te doen met zo’n laag-liggende carrosserie. Met de X-Trail gaat het wel goed. Het is vooral uitkijken voor alle diepe kuilen die onzichtbaar zijn geworden door de plassen.

2. Nepnieuws

Foto bron © René van Maarsseveen

Foto bron © René van Maarsseveen

Al een paar dagen zingt de term ‘nepnieuws’ rond. Ik weet niet of ik dit woord al eerder bewust heb gehoord. Ja, natuurlijk ken ik ‘De Speld’ en de filmpjes van Lucky TV. Grappen. Satire. Humor. In de berichtgeving na de Amerikaanse president-verkiezingen komt deze term dagelijks en meer prominent in beeld. Google en Facebook worden gebruikt door campagne-strategen om nepnieuws te verspreiden. Misleiding. Manipulatie. Vast een oude methode in een nieuw jasje. Op mijn weblog zal nepnieuws altijd terug te vinden zijn onder de categorie ‘fictie‘. Slechts subtiel vermeld, dat geef ik toe.

3. Lavar o carro

Car wash in de straten van Maputo

Car wash in de straten van Maputo

Ik schreef al eerder over de vele honderden jongens die je helpen parkeren in de hoofdstad van Mozambique. Daarna volgt altijd de vraag of ze je auto mogen wassen. Mijn  standaard antwoord is ‘nee’, alleen een oogje in het zeil houden. Bij terugkomst geef je de opzichter een kleine fooi. Er wordt deze dagen gewaarschuwd voor andere praktijken dan alleen maar poetsen … Zie je het?

4. The Knick

The Knick

The Knick

We keken gisteren naar de tiende en laatste aflevering van het eerste seizoen van ‘The Knick’. New York 1900. De gebeurtenissen spelen zich af in en rond het ‘Knickerbocker Hospital’ waar de dokters en het verplegend personeel in een tijdperk met uitzonderlijk hoge sterftecijfers en zonder toegang tot enige vorm van antibiotica voortdurend de grenzen van de medische wetenschap verleggen. We kunnen niet wachten om aan de tweede reeks te beginnen. Een top-serie. Wetenschap, romantiek, verslaving, macht, geweld, racisme, seks, corruptie … het zit er allemaal in. Een aanrader als je niet al te gevoelig bent voor bloed en primitieve operaties, uitgevoerd in een theatrale ok-omgeving.

5. Tekst bij foto

Bill en Barack

Bill en Barack

Je kunt er niet naast kijken de afgelopen dagen. De grote hoeveelheid foto-grappen over Trump. En Obama en Joe Biden. En Hillary. Met deze hierboven moet ik erg lachen …

Maputo streetview (3)

Tags

, , , , , , , , ,

Een wandeling door de ‘Socialistische Heilstaat’. Een ouderwetse term, vind je niet? Na een tijdje ben je het gewoon maar voor een toerist – met enige historische kennis – die maar een paar dagen in de Mozambikaanse hoofdstad verblijft, moet een wandeling door het stadscentrum van Maputo toch een beetje vreemd zijn. Nou ja, vreemd klinken. De grote straten hebben nog steeds namen van de grote socialistische en communistische leiders van de vorige eeuw. Ik illustreer het met een paar foto’s. Uitleg overbodig – denk ik … 😉 (*)

Maputo - Avenida Karl Marx

Maputo – Avenida Karl Marx

Maputo - Avenida Vladimir Lenine

Maputo – Avenida Vladimir Lenine

Maputo - Kruispunt Avenida Ho Ch Min - Avenida Karl Marx

Maputo – Kruispunt Avenida Ho Chi Min – Avenida Karl Marx

Maputo - Kruispunt Avenida Mao Tse Tung - Avenida Kim Il Sung

Maputo – Kruispunt Avenida Mao Tse Tung – Avenida Kim Il Sung

Maputo - Kruispunt Avenida Mao Tse Tung - Avenida Salvador Allende

Maputo – Kruispunt Avenida Mao Tse Tung – Avenida Salvador Allende

Maputo - Avenida Olof Palme

Maputo – Avenida Olof Palme

Avenida Julius Nyerere. Avenida Patrice Lumumba. Avenida Ahmed Sekou Touré. Avenida Kenneth Kaunda. En de Mozambikanen zelf natuurlijk. Avenida Samora Machel. Avenida Eduardo Mondlane. Avenida Josina Machel. Avenida Joaquin Chissano. Ik kan er nog wel even mee doorgaan. Misschien iets voor een volgende keer.

(*) Begrijp je de knipoog bij het woordje ‘denk’? Waarschijnlijk wel als ik er een hoofdletter van maak. Denk en de Straatnamen. Daarom vandaag dit straatnamen-plogje.

Een tag over vliegen

Tags

, , , , , , , , , , ,

Ik zag een reis#tag bij GoYvon en bij ‘Op reis met Co’. Leuk om deels over te nemen en deels om er mijn eigen vragen bij te bedenken.

Wanneer maakte jij je allereerste vliegreis?

Op deze vraag moet ik twee antwoorden geven. Mijn luchtdoop en mijn eerste vliegreis. Toen ik elf of twaalf jaar was werd ik de gelukkige winnaar van een ballonwedstrijd. Mijn ballon was vanuit Boechout helemaal naar Duitsland gevlogen. Het kaartje werd terug gestuurd en ik won een helikoptervlucht. Vertrek en aankomst in Sint Katelijne Waver. Een klein half uurtje zat ik naast de piloot. Achter me zaten nog twee mensen. We vlogen van Mechelen over Duffel, Hove, Boechout, Lier en weer terug naar het vertrekpunt. Een ontzettend mooie ervaring. Geweldig. Volgens mij heeft mijn vader een super 8 filmpje gemaakt van vertrek en aankomst. Mijn eerste vliegreis was vele jaren later. Brussel – Athene in de zomer 1977. Ik was toen twintig.

Vanaf welke luchthaven vertrok je?

Zaventem. De luchthaven van Brussel.

Met welke maatschappij vloog je?

Sobelair. Een dochter-onderneming van Sabena. Allebei al lang op de fles.

Vloog je alleen of met iemand anders?

Met Werner W. Een vriend uit Boechout. Hij had al een paar keer eerder gevlogen. Ik was het groentje. Zijn ouders brachten ons naar het vliegveld. Ik kwam daar voor het eerst. Werner en zijn ouders waren daar regelmatig te vinden. Ik denk dat we hen vandaag ‘vliegtuig-spotters’ zouden noemen.

Wat herinner je je nog van die vlucht?

Tommy Cooper. De Britse komiek. Niet de man met de rode fez maar een dubbelganger. We hadden hem al gauw in de smiezen en lachten om de opvallende gelijkenis. Zeker toen hij het hele zakje zout over zijn salade knoeide en een glas tomatensap omstootte. We schreven over hem in ons reisdagboek. En we zagen door het mooie weer de Schlern, een berg met berghut in de Dolomieten, waar we een week eerder hadden gewandeld en overnacht.

Op welke luchthaven kwam je aan?

Athene. Ik weet niet meer of deze luchthaven een naam had in die tijd.

Wat deed je op je (vakantie)bestemming?

Van de luchthaven met een taxi naar het stadscentrum van Athene. Een goedkoop hotel op Plaka en daarna de stad in. Later naar Kreta, Santorini en nog een paar andere eilanden. Drie weken later vertrokken we huiswaarts. Athene – Brussel.

Wanneer maakte je je tweede vlucht?

Een paar maanden later. Opnieuw met Werner. De vlucht London Heathrow – Belfast. Eerst met de trein naar Oostende. De boot naar Dover. De trein naar Londen. De metro naar Heathrow. En daar werden we naar een zwaar bewaakt gedeelte gebracht. Voor het eerst in mijn leven werd ik gefouilleerd. Het IRA was nog erg actief in die dagen. Er werden geen risico’s genomen. Voor deze vlucht kon je toen geen ticket op voorhand kopen. Dat deed je bij de terminal op het vliegveld. Elke twee uur vertrok er een nieuwe vlucht naar Belfast (Noord Ierland). Het voelde als een ‘busverbinding-door-de-lucht’.

Hoeveel keren heb je tot nu toe gevlogen?

Ik weet het niet. Dat zeg ik niet om op te scheppen. Ik ben de tel al jaren kwijt. Tot 2002 denk ik dat ik ongeveer zestig keer heb gevlogen. Misschien iets vaker. Altijd om op vakantie te gaan. Korte vakanties of City-trips. Canarische eilanden, naar de Balearen, Griekenland. Met de vrienden naar Spanje, Portugal, Turkije en Italië. Naar de Verenigde Staten. En vanaf najaar 2002 werd mijn werk internationaler. Ik vloog dus vaak naar werkafspraken. Eerst naar Scandinavië en vanaf 2003 ook naar Afrika.

Op het vliegveld van Kopenhagen (eind 2002)

Op het vliegveld van Kopenhagen (eind 2002)

Ik herinner me bovenstaand vliegtuig nog goed. Kopenhagen (Denemarken). Een lange wandeling van de internationale terminal van Kastrup naar de terminal voor binnenlandse vluchten. Ik vond dat een bijzondere ervaring. Ik vloog naar Århus met SAS. Ik herinner me dat je bij het naar buiten lopen een papieren zak kon meegraaien met daarin een muffin, een broodje en een mars. Op het vliegtuig kreeg ik een beker koffie en een flesje water. Van begin 2003 tot eind 2014 vloog ik jaarlijks tussen de tachtig en de honderd keer. Bijna altijd voor het werk. Sindsdien vlieg ik veel minder vaak. Soms op vakantie. En op en neer tussen mijn twee thuizen – zo’n driemaal per jaar. Dat zijn dan gemiddeld tien, twaalf vluchten per jaar.

Wat was je beste vlucht ooit?

Oei. Moeilijk om te kiezen. Onze eerste keer Schiphol Amsterdam – JFK New York was bijzonder. Voor het eerst naar de VS. Met Singapore Airlines. Zij werden toen als beste airline ter wereld beschouwd. De ongevraagde en toch gekregen upgrades later naar Business Class mogen er natuurlijk ook wezen. Met KLM en Emirates vlieg ik graag. LAM, Ryanair of Ethiopian Airways zijn een heel ander verhaal. Niet mijn favorieten en dat is een understatement.

Wat was je ergste vlucht ooit?

Als ik alle vertragingen even niet meereken dan is de binnenlandse vlucht Tete – Maputo met LAM de ergste vlucht ooit geweest. Dit is een vlucht van noord naar zuid in Mozambique. Gemiddeld duurt deze vlucht 2,5 uur. Op deze bewuste dag in 2015 was er eerst een eindeloze vertraging. Bijna vijf uur later vertrok het vliegtuig – onaangekondigd – eerst naar Nampula. In het oosten van het land. Landen tijdens een apocalyptisch onweer is geen pretje voor de piloot. Ook niet voor de passagiers. Weer lang wachten en tenslotte de vlucht naar Maputo. Ik denk dat de aankomsttijd in het holst van de nacht bijna acht uur later was dan gepland.

Ben je ooit bagage verloren bij een vliegreis?

Breek me de bek niet open. Heel vaak. Echt heel vaak. Bijna altijd is de bagage uiteindelijk wel gevonden. En er was een tijd dat er altijd wel iets aan de hand was met mijn bagage als ik via Johannesburg vloog. Gemiddeld denk ik dat het drie keer goed gaat en één keer gaat het mis. Dat is dus 25% kans op gedoe en administratieve rompslomp.

Heb je ooit een vlucht gemist?

Jazeker. Verschillende keren. Een keertje een vlucht Brussel – Londen. Ik werd weggebracht met de auto. Er was een ongeluk gebeurd op de A1, ergens tussen Mechelen en Vilvoorde. Het verkeer stond bijna twee uur stil. Gevolg: te laat bij de incheck. Gelukkig gaan er veel vluchten naar Londen en haalde ik mijn vlucht Londen – Johannesburg nog wel. Op Johannesburg Airport heb ik een keer slecht opgelet en zat ik te lang te lezen. Ik miste mijn vlucht naar Dar es Salaam. Ik moest wachten tot de volgende dag. Gelukkig zonder bij te betalen.

Wat is de kortste vlucht en wat was je langste vlucht?

Mijn kortste vlucht was Zanzibar – Dar Es Salaam. Nauwelijks een kwartiertje. In een klein propeller-vliegtuig naast de piloot zitten. Achter mij nog een tiental passagiers. De langste vlucht weet ik eigenlijk niet. Beijing – Amsterdam of Frankfurt – Johannesburg of Johannesburg – Sao Paulo of Amsterdam – Atlanta of Parijs – Reunion?

Heb je nog andere vliegreizen waar je iets over wilt vertellen?

In Entebbe (Oeganda) stond ik een keer 24u te vroeg op het vliegveld. Dat was dus lang wachten maar dat was nog niet alles. De volgende dag had onze aansluitende vlucht Nairobi – Maputo een technisch mankement. Dat werd nog een extra nacht in Kenia. Dat was dus meer dan 48u later aankomen dan verwacht. Ook onze huwelijksreis in 2013 eindigde met een grote vertraging. Het internationale vliegveld van Nairobi stond in brand. Ik kwam uiteindelijk 72 uur later aan in Nederland.

En ik werd een keertje foutief overgeboekt. In plaats van een vlucht Frankfurt – Johannesburg strandde ik tijdelijk op het vliegveld van Accra in Ghana. Daar moest ik het maar uitzoeken. In Roemenië werd ooit mijn binnenlandse Tarom vlucht Boekarest – Iaşi geschrapt wegens onweer. Dat werd dus verder reizen met de trein, de volgende dag.

En de meeste bijzondere incheck was in Jimma (Ethiopië). Daar was nog geen apparatuur om de bagage te controleren. Alles, maar dan ook alles, werd met de hand betast en gecontroleerd. Gemiddeld zo’n tien minuten per koffer. De wachtruimte was een gebouw met een zinken dak, niet veel groter dan een klaslokaal. Een gedeeltelijk glazen wand die zijn beste tijd had gehad met daarin twee deuren (glas met een aluminium frame). Op de deuren had een grapjas briefjes opgehangen met de tekst “Gate 1” en “Gate 2”.

En de volgende vliegreis gaat naar …?

Als alles volgens planning verloopt, vlieg ik binnenkort van Maputo naar Doha. Waarschijnlijk met een stop-over in Johannesburg. Met Qatar Airways. Daarna doorvliegen naar Amsterdam.