Zaterdagochtend komt meneer Murphy op bezoek

Tags

, , , , , ,

Zaterdagochtend. De wekker loopt al om half zeven af. Vijftig minuten later loop ik naar de auto.

Mijn autosleutel - Toyota Auris

Mijn autosleutel – Toyota Auris

Ik druk op het knopje van de autosleutel. Niks. Ik druk nogmaals. Nog niks. De automatische sloten reageren niet. Ik haal het kleine sleuteltje eruit. Een oplossing om toch in de auto te komen. Ik stap in en druk op de startknop. Niks. Ik probeer het nogmaals. Nog minder dan niks. Enkel een boodschap in het Engels. Het is me duidelijk – de batterij van mijn sleutel is leeg.

Ik zoek de handleiding van de auto en ga terug naar binnen. Na veel bladeren vind ik een tekening hoe ik die sleutel kan ‘open wringen’. Zo gezegd zo gedaan. Ik haal het batterijtje eruit. Ik bel Ton en leg mijn probleem uit en excuseer me voor mijn te-laat-komen. Ik haal mijn fiets uit de schuur en rij naar de garage – ook Toyota-dealer. Mijn banden staan veel te plat. Niet handig fietsen op die manier. Om twintig voor acht sta ik voor een gesloten garage. Het is zaterdag. Ze gaan pas om negen uur open. Terug naar huis. Ik vrees dat een van mijn fietsbanden lek is. Ik zucht, ik puf. Ik loop naar de buren, mogelijk kunnen zij helpen. Ach ja, die zijn niet thuis. Dan maar naar de Aldi, die heeft een rek vol batterijen. Ik ben te vroeg. De winkel gaat pas om half negen open. Ik wacht. Dan gaat de winkel eindelijk open. Ik graai tussen heel vele mogelijkheden. De doorsnede van mijn batterijtje kan ik vergelijken. De dikte niet. Ik koop iets op goed geluk. Terug naar huis. Ik wissel het batterijtje. Ik sluit het huis af en loop naar de auto. Nog steeds niks. Fout batterijtje.

Ik wil mijn fietsbanden oppompen. Dat lukt niet. Mijn fiets heeft Belgische ventielen en met mijn kleine handpompje lukt het niet. Ik loop dan maar naar de garage. Het is ondertussen negen uur geweest. Daar koop ik het juiste batterijtje. Ze brengen me thuis. Heel attent van ze. Om half tien zit ik in de auto. Alles doet het weer. Ik ben twee uur te laat op mijn afspraak.

Een laatste dingetje. Een advies voor de Toyota garage. In mei heb ik een grote beurt en de verplichte APK keuring laten uitvoeren van mijn hybride Auris. Dan wordt alles nagekeken, aangevuld en mogelijk vervangen. Ze verversen de olie, de ruitenvloeistof enzovoort. Waarom steken ze geen nieuw batterijtje in de sleutel? Kleine moeite toch?

En dit alles is gebeurd nadat op wonderbaarlijke wijze mijn Tolino, mijn e-boek, het heeft opgegeven. Een vast-lopend scherm. Niet meer aan de praat te krijgen. En dan is het over en uit. Onbruikbaar. Ook alle trucjes om te herstarten helpen niets.

Om dit Murphy-verhaal te beëindigen vermeld ik maar al te graag iets positiefs … dat mijn geliefde boekhandel Quist in Bergen op Zoom mij een nieuwe Tolino heeft gegeven. Zij gaan er zelf achteraan bij de importeur. Een geweldige service. Fijn dat je als vaste klant zo goed wordt behandeld. Dank dank.

Ja hoor, de kleine lettertjes. Grrr

Tags

, , , , ,

En dan land je eindelijk op Schiphol. Blij dat de lange reis er bijna op zit. Het regent. Het is 15c. Euh … hittegolf? Dat was toch al een paar dagen aangekondigd? Goed, het is nog vroeg in de ochtend. Ik moet lang wachten op mijn koffers. Daar zijn ze eindelijk. Ik zie onmiddellijk dat er iets niet in orde is. Shit. De sloten – gekoppeld aan de ritsen – zijn opengeknipt. Balen. Koffers kapot, onbruikbaar geworden. Ik loop naar de KLM-balie. Ik word vriendelijk geholpen en ga naar huis met een schaderapport met de opdracht mijn reisverzekering op de hoogte te stellen.

ING Verzekeringen (Online)

ING Verzekeringen (Online)

Ik bel ING en meld de schade aan mijn twee samsonite-koffers. Er is duidelijk gerommeld in mijn grote koffer. Mijn toilettas is een puinhoop. Een open fles bodylotion. Ik heb nog niet ontdekt dat ik iets mis. Ik heb een ING Doorlopende Reisverzekering met Werelddekking. Ik word correct behandeld en er wordt beloofd dat een medewerker me zal terug bellen. Dat gebeurde vanmiddag. Ik vertel mijn verhaal nogmaals. Ik beschrijf de schade en dan beantwoord ik alle vragen. Over nieuwwaarde. Over de aanschafdata van de koffers. Over mijn reis naar Mozambique. Dan volgt het verzoek om aan de lijn te blijven. De telefoniste moet advies vragen aan een teamleider.

Vijf minuten later antwoordt ze dat ik niet aanmerking kom voor schadevergoeding. De maximale reistijd – volgens de beruchte kleine lettertjes – bepaalt dat er een maximale reisduur is van 45 dagen. Ik was twee maanden de deur uit. Ik baal. Ik maak verbaal zeer duidelijk dat ik het k*t-kl*te vind. Zondagmiddag zijn mijn koffers in orde. Twintig uur later zijn ze gemold. Wat vijfenveertig dagen? Ik krijg vijf minuten later de afwijzing-email.

De afwijzing

De afwijzing

Balen. Ik heb het gevoel dat het uitgangspunt van de verzekering niet is om mij te helpen maar om te onderzoeken hoe ze er onderuit kunnen. Missie geslaagd … voor ING.

Het is veertien jaar geleden dat ik de vorige keer een diefstal van mijn fototoestel heb gemeld. Toen werd de schade deels vergoed ondanks het gebrek van een politie-rapport. Ik herinner me twee eerdere afwijzingen. Niet bij de ING. Maar ja, de kleine lettertjes. Grrr. Dit is een alles-overheersend gevoel. Van mij, van velen. Je betaalt jaarlijks behoorlijke premies maar als je iets claimt … vergeet het maar. Geen uitkering.

Geld wisselen in Berlijn

Tags

, , , , , , ,

En opnieuw een herinnering uit lang vervlogen tijden. Den Bompa vertelt … Ik neem jullie mee naar het voorjaar 1981. We waren met een paar buitenlandse studenten op de Avek (*) in Leeuwarden. Ik was een van hen en Wilfried een van de anderen. Wilfried is Duits met een mooi accent in zijn zeer behoorlijk Nederlands. Wilfried was aardig, sociaal, een mooie mime-speler met een verborgen droeve clown in zich. We vormden met z’n allen – studenten en docenten – een hecht collectief. Al gauw wist ik dat Wilfried uit Berlijn komt en ik zei hem dat ik heel graag die stad eens wilde bezoeken. Hij zou wat regelen.

De wereld was nog opgedeeld in het Oostblok – de Sovjet Unie en zijn satellietstaten, verenigd in het Warschaupact en het Westen, militair verbonden in de Navo. Reagan was net aan zijn eerste periode begonnen als Amerikaans president en Leonid Brezjnev had de Kremlin-touwtjes nog steeds in handen. Ook Berlijn was nog steeds een gedeelde stad. In tweeën gedeeld door de ‘Berlijnse Muur’. West Berlijn als een enclave van West Duitsland. En Oost Berlijn, de hoofdstad van de DDR.

Wilfried heeft een kamer voor ons geregeld in een huis van vrienden in West Berlijn. Die vrienden waren drie maanden op reis in Marokko. Zij deelden het huis met een ander stel. Zij Duitse, hij Libanees. Met het adres en een telefoonnummer op zak vertrekken we met onze Renault 4 naar Berlijn. Voor het eerst in mijn leven passeer ik het IJzeren Gordijn, de grens van West Duitsland en de DDR. Stempels. Paspoortcontrole. Spiegels onder de auto. Een grondige controle. Een half uur later rijden we door Oost Duitsland. Nog een half uur later hebben we onze eerste bekeuring te pakken. Er zal er op de terugweg nog één volgen. Voor te traag rijden notabene. Maar dat is weer een ander verhaal.

Goed, we vinden ons logeeradres. Een groot huis, heel vriendelijke mensen. We krijgen een sleutel en we mogen alles gebruiken. Je zou kunnen zeggen ‘Airbnb-avant-la-lettre’ en ook nog gratis. Een grote slaapkamer, een grote badkamer. Alles groter en ruimer dan ons kleine voorhuis in Boelenslaan. Een supermarkt voor de deur, een markt om het hoekje en de U-Bahn op drie minuten loopafstand. We aten die tien dagen verschillende keren met z’n allen. Ik kook, zij koken. Ontbijten doen we altijd ‘thuis’. En we volgen veel van hun tips op.

We doorkruisen de stad. We gaan naar musea, naar (alternatieve) theatervoorstellingen, naar een nachtclub. Ine swingt een nacht lang tot ze niet meer op haar voeten kan staan, de koningin van de disco. Er hangt nog veel meer een hippie-sfeer in West Berlijn dan in Nederland. We zien West Side Story en we zien bijna dagelijks ‘De Muur” vanaf de westerse zijde.

Brandenburger Tor - met Muur (1981)

Brandenburger Tor – met Muur (1981)

Ook een bezoek aan Check Point Charlie – met bijbehorend museum – staat op het programma.

Berlijn - Check Point Charlie (1981)

Berlijn – Check Point Charlie (1981)

Ik ben zwaar onder de indruk van het museum en alle verhalen. Over vluchtende Oost-Berlijners en hoe gewone families plots in een andere, verscheurde stad wonen. Zeg maar gerust: in een andere wereld. Zo dichtbij en toch onbereikbaar.

We hebben nog een paar dagen voor de boeg voor we weer terug naar Nederland rijden. “Laten we Oost Berlijn ook bezoeken”. We hadden de nodige informatie ingewonnen tijdens ons bezoek aan (bij) Check Point Charlie. Op Paas-zaterdag staan we op tijd op. We ontbijten en we gaan een dagje naar ‘Communistisch Berlijn’. De socialistische heilstaat. Bij het al eerder genoemde Check Point Charlie passeren we eerst (lopend) de West Duitse douane en daarna lopen we zigzaggend naar het Oost Duitse deel van de grensovergang. Daar moeten we papieren invullen en we betalen elk vijfentwintig Westduitse  marken en krijgen daarvoor in de plaats een handvol Oost Mark. Ik denk dat het alles bij elkaar twintig minuten in beslag nam. We zijn in de DDR. We lopen naar Alexanderplatz en vinden een terras in een schuchter lente-zonnetje. We moeten even bekomen van dit ‘avontuur’.

Berlijn Alexanderplatz (1981)

Berlijn Alexanderplatz (1981)

We bestellen cappuccino en een gebakje en concluderen dat ‘die Oost Duitsers’ zich de mooiste delen van de stad hebben toegeëigend. Tenminste – zo lijkt het op het eerste zicht.

Berlijn - Marienkirche en Tv Toren (1981)

Berlijn – Marienkirche en Tv Toren (1981)

We betalen een kaartje en gaan met de lift naar boven in de televisie-toren. Een beeldschoon uitzicht over Berlijn. Voor ons – toeristen – is dat mooi. Voor de Oost Duitsers moet dat anders voelen. Zijn zien het ‘vrije westen’ maar kunnen er niet naar toe. Ze kijken naar de West Duitse televisie maar het is de wereld van ‘de vijand’. Ik meen me te herinneren dat we boven in de toren hebben geluncht.

We hangen wat rond en dan worden we aangesproken door een man van rond de vijfentwintig. Keurig in het pak, zonder stropdas. Zijn vriend heeft een trainingspak aan. Ze zijn beiden goed gespierd. Natuurlijk vragen ze waar we vandaan komen. Een beginnend praatje en dan vraagt hij of we geld kunnen wisselen. Ik denk dat we zoiets antwoorden als “Dat hangt ervan af”. Vijf minuten later zitten we in een rustigere straat in een kroeg. Ik aan het bier. Ine heeft een glas wijn en de heren drinken water. De man in pak voert het woord. Zij zijn worstelaars van het nationale DDR team. Eén van hen was actief op de Olympische Spelen in Moskou in 1980. Ze reizen met grote regelmaat naar het buitenland. En daar wilden ze het met ons over hebben. Ze krijgen maar een beperkt aantal dollars of Westduitse marken ter beschikking van hun worstel-federatie. Maar ze moeten wel van alles aanschaffen voor hun familie. Zeggen ze. Daarvoor hebben ze meer westerse contanten nodig. Of we wat kunnen wisselen? “Bitte schön …”

Een setje Oost Mark - DDR

Een setje Oost Mark – DDR

We kijken elkaar aan en fluisteren wat in het Nederlands. Ik denk ‘stasi’ maar zeg het natuurlijk niet. We kunnen net zo goed hier wat cadeautjes kopen dan in West Duitsland. Ja, goed idee. DDR-prularia en een cadeau voor Catelijne. We besluiten om vijftig West Duitse marken te wisselen voor hun Oost Duitse marken. Er wordt wat gefriemeld onder tafel en het geld wisselt van eigenaar. Ze bedanken ons en ze vertrekken. Wij nemen nog een drankje en ik betaal de rekening. Het is ondertussen al een uur of vier. Laten we op zoek gaan naar een Oost Duits warenhuis.

Op straat zien we al gauw dat veel winkels gesloten zijn. Het paasweekend is ook in Oost Berlijn al begonnen. Winkels die vanochtend nog open waren zijn nu dicht. We vragen waar we een warenhuis kunnen vinden. We worden de weg gewezen en even later staan we voor een mooie etalage. Chique mag je dat gerust noemen. Niet meteen wat we zochten maar deze winkel is gelukkig nog open. Als we naar binnen gaan wordt er gevraagd waar we vandaan komen. “Niederlande”. Dat is goed, we mogen naar binnen. We lopen wat rond. Het lijkt meer op een winkel op een internationaal vliegveld dan op een normaal warenhuis. We vinden een paar dingen en lopen naar een kassa. “Dreiundsechzig Marke siebzig”. Ik begin de net verkregen biljetten te ontcijferen. “Nein, Westmark bitte”. Wat blijkt? In deze winkel mogen enkel buitenlanders – en hoge partij-bonzen – iets kopen … in westerse valuta. We hebben niet meer zoveel westers geld bij ons. We kopen een paar ansichtkaarten en staan even later met lege handen op straat.

Niet echt lege handen – zakken vol met Oost-Duits geld. Alle winkels gesloten en we kunnen het niet uitgeven. We vinden een cafe. Ine bestelt een whiskey – hoe moeten anders het geld opkrijgen –  eten een broodje en druipen licht verbouwereerd af, opnieuw richting grensovergang.

Berlijn (1981)

Berlijn (1981)

En daar wordt ons heel duidelijk gemaakt dat we geen Oost Duitse marken mogen uitvoeren – lees: meenemen naar West Berlijn. We maken onze zakken leeg. Ik lever het niet gebruikte geld in. Bang dat ze ons zouden fouilleren. Toch lichtelijk geïntimideerd door de situatie en de onbekendheid. We krijgen er geen Westduitse marken voor terug.

Als we weer thuis zijn haal ik – als daad van ‘verzet’ – een briefje van ‘Fünf Mark’ uit mijn achterzak. Toch nog een souvenir gescoord. Lachen …

(*) Avek = Akademie voor Ekspressie en Kommunikatie – hbo-opleiding Docent Drama door Woord en Gebaar

In de serie: Olympische Spelen (Steden)

Een ontmoeting in Atlanta

Tags

, , , , , , , ,

Zomer 2002. We hebben heel lang getwijfeld en geaarzeld of we wel op vakantie zouden gaan. We hadden een bijzonder jaar achter de rug. Een jaar eerder was er ontdekt dat Ine borstkanker heeft. Dat verhaal ga ik hier niet uit de doeken doen. In mei was ze weer terug aan het werk en leek de toekomst weer rooskleurig. Ik kocht het laatste moment twee vliegtickets naar Atlanta. En via internet reserveerde ik een auto. De rest zoeken we wel uit als we daar zijn. We waren eerder samen in de Usa geweest.

Onze vakantie met Hilde en Jules was al weer een paar jaar geleden. Aan de westkust huurden we toen een camper. Prachtige reis maar andere mensen ontmoeten was niet zo vanzelfsprekend en eenvoudig. Ook op campings niet. Iedereen sluit zich (figuurlijk) op in zijn eigen rijdend huis. Airco aan, schotel-antenne in de juiste richting gedraaid, televisie op de favoriete zender. Niks geen ontmoetingen bij de toiletten of douches. Nauwelijks contact met anderen. Dat viel me erg tegen. Ik wilde dus geen camper meer maar een auto en slapen in ‘motels’ en eten in ‘diners’. On the road …

Atlanta

Atlanta (2002)

Deze reis door ‘Het Diepe Zuiden’ van de Usa begon en eindigde in de hoofdstad van Georgia‘Empire State of the South’. Ook wel de ‘The Peach State’ genoemd. Atlanta. Wat wist ik over deze stad? Niet zo heel veel. Ja, Coca Cola, Delta Airlines en CNN hebben hun hoofdkantoren in Atlanta. Martin Luther King kwam uit Atlanta. Net als Ted Turner en de Atlanta Braves. Maar natuurlijk is Atlanta het meest bekend als gaststad van de Olympische Spelen in 1996. Met als triest detail een bomaanslag in een park.

We gebruiken het openbaar vervoer en hebben een tour achter de schermen van CNN.

CNN (Atlanta 2002)

CNN (Atlanta 2002)

Ik presenteerde als een echte Peter Timofeeff het wereld-weerbericht. Een grappig detail van deze rondleiding. Het was natuurlijk enkel te zien in- en rondom deze toeristen-televisie-studio.

En we zouden een honkbalwedstrijd bezoeken. Een jongensdroom. Ik had het in de krant opgezocht. Atlanta Braves – San Diego Padres. We togen naar het stadion. Het was er opvallend rustig. Leeg is een betere omschrijving. Nauwelijks een auto op het grote parkeerterrein. Ik was verbaasd. Er was enkel een kassa open die kaartjes voor een rondleiding verkocht. Ik vraag waar ik kaartjes voor de wedstrijd kan kopen. “Welke wedstrijd?” “Tegen San Diego.” “Die wedstrijd is in California meneer.” “Hoezo, in de krant staat: Atlanta Braves – San Diego Padres. “Juist, in San Diego dus.” Wat blijkt? Ik ging uit van voetbal. Daar staat de thuisclub altijd als eerste vermeld. Bij honkbal staat de club die thuis speelt als laatste vermeld omdat zij de laatste inning mogen spelen. Wat een ontgoocheling. Wat suf van mij. Terug naar ons motel.

Even afkoelen

Even afkoelen

Een bijna dagelijkse activiteit. Soms ‘s morgens, soms ‘s middags. Een uurtje bij het motel-zwembad. Lezen en af en toe een verfrissende duik. Dat als compensatie van lange autoritten, musea-bezoek en stadswandelingen. Bij ons motel in Atlanta zijn er vier mensen in (of rondom) het zwembad. Ine die op een ligbed leest. Ik met mijn boek op een stoel ernaast en twee jongetjes in het zwembad. Ik schat ze een jaar of elf, twaalf. Eerst houden ze afstand en spelen in een ander hoekje. Maar na een tijdje worden ze wat baldadiger. Rennen, springen, joelen. Niks aan de hand. Kinderpret. Maar dan beginnen ze ‘bommetjes’ te springen. Steeds meer in onze richting. Uiteindelijk een flinke plons water over Ine en haar boek. Ik maak duidelijk dat we dit niet waarderen. Ik hoor iemand uit een motelkamer roepen. Eén van de jongetjes roept iets terug en vertrekt. De andere knul blijft achter. Het wordt me duidelijk dat ze niet bij elkaar horen. Gewoon een toevallige ontmoeting. Hij kijkt wat rond. Hij verveelt zich en blijft in onze richting kijken.

Ik leg mijn boek weg en vraag hoe hij heet. En waar hij woont. Zijn naam herinner ik me niet meer maar hij woont met zijn opa in dit motel. Ik ben verbaasd. Wonen in een motel? Hij is hier al een paar weken. Zijn opa wacht op een nieuwe job. Ik vraag iets over naar school gaan. Hij ontwijkt mijn vraag. Is het vakantie of niet? Waarschijnlijk wel. En dan vraagt hij wat wij doen. “Wij zijn op rondreis, op vakantie.” Maar dat bedoelde hij niet. Hij wijst naar Ine en naar mijn boek. “Lezen” antwoord ik. Ik zie grote vraagtekens op zijn gezicht. “Why?” “Omdat lezen leuk is. Het is een mooi boek. En soms lezen we een spannend boek.” Nog veel grotere vraagtekens. “Van wie moet dat?” “Van niemand” is uiteraard mijn reactie. En dan vraag ik of hij leest. “Nee”. “En je opa?” “Nee, soms een krant die hij vindt.” Ons gesprek gaat nog even door. Hij heeft nog NOOIT iemand gezien die leest als tijdverdrijf. Zelfs de gedachte dat zo iemand bestaat is hem volkomen vreemd. En dan loopt hij weg. Ik zie hem een kamer ingaan. Waarschijnlijk om zijn opa te vertellen wat voor rare wezens hij net heeft ontmoet …

In de serie: Olympische Spelen (steden)

Ps. Ook tijdens deze trip in de Usa viel het me tegen hoe moeilijk het is om anderen te spreken – echt te ontmoeten. Net als eerder toen we met een camper rondtrokken, zijn andere gasten in motels erg op zichzelf. En ook hier hetzelfde fenomeen … terugtrekken op de eigen kamer met airco en televisie. Dat zal nu (2016) niet veel anders zijn. Behalve dat wifi, internet en de smartphone zijn verschenen in ons dagelijks leven. Altijd en overal. En iedereen nog meer op zichzelf is …

Naar de tandarts in Athene

Tags

, , , , , ,

Mijn twee weken vol nostalgie. Mijn Olympische steden serie. En dat terwijl ik twee weken geleden dacht om eens lekker te schrijven over sport in het algemeen en de Olympische Spelen in het bijzonder. Het loopt anders. Zo gaat dat als je schrijft zonder echte planning of schema’s vooraf. Vandaag een herinnering uit 1977. In Athene.

Een primeur. Voor het eerst met een vliegtuig op vakantie. Sobelair vanuit Zaventem. Drie weken met de rugzak, een tentje, samen rond zwervend met vriend Werner. We beginnen onze vakantie in Athene en na een paar dagen reizen we door met een lokale bus naar Rafina. Via Marathon – om nog even een link te hebben met de Olympische Spelen. Later nemen we de boot naar Kreta en belanden ook nog op Santorini en Mykonos. We slapen meestal op het strand. Soms boven op een dak of in een park. Dat zeulen met een tentje is eens maar nooit weer. We eten voor het eerst souvlaki, bifteki en dolmadakia. We drinken ouzo, retsina  en in Georgioupoli proeven we iets ‘raars’. Klaargemaakt door onze Duitse hippie-buren op het strand. Deze schoonheid voegde knoflook, peper, zout en snippers komkommer toe aan haar yoghurt. He? Yoghurt eet je toch met suiker of honing? Ik proefde. Ik proefde nogmaals. Best wel lekker met een stukje brood. Werner bleef zijn twijfels houden.

Nu – anno 2016 – weet natuurlijk iedereen dat ik het over tzaziki heb. Toen een volslagen onbekend gerecht in Vlaanderen. De wereld was toen nog veel groter. Griekse gerechten waren totaal onbekend. In mijn jonge jaren aten we alleen seizoens-gebonden groenten. Enzovoort.

“Waar blijft die tandarts van de titel?” Goed terug naar Griekenland 1977. Op Naxos zitten we bij een strandtentje en doe ik me tegoed aan alle lekkernijen op kleine bordjes. Ook een soort koude spinazie met knoflook. Ik neem een flinke hap en … ‘knak’ … ik bijt op een kleine zwarte olijf die per ongeluk in de spinazie zit. AUW. Godskolere …. auw auw auw. Ik voel dat er een flink stuk tand afbreekt. Pijnscheuten als pijltjes-met-mes-scherpe punten ergens in mijn achterhoofd en nek. Ik kruip in mijn slaapzak. Ik neem een aspirientje. We hadden gelukkig al een kaartje voor de boot de volgende ochtend naar Athene.

Na aankomst in Piraeus gaan we op zoek naar een tandarts vlak bij een hotelletje waar we een kamer reserveren. Vanaf nu herinner ik me alles in zwart wit. We lopen een donker trappenhuis in en lopen naar de tweede of derde verdieping – aan de achterzijde. Daar is het ‘kabinet’ van een tandarts. We gaan binnen. Een bureau met een assistente en een paar houten stoelen. De wachtkamer. Ik ben gauw aan de beurt. De tandarts begroet me. Eerst in het Grieks en dan in nauwelijks verstaanbaar Engels.

οδοντίατρος

οδοντίατρος

Ik mag meegaan. Werner blijft achter. Enkel een glazen wandje – mat glas – is de afscheiding tussen ‘praktijk’ en ‘wachtruimte’. Hij vraagt wat er aan de hand is. Hij draagt een witte doktersjas en een brandende sigaar tussen zijn lippen. Ik ga in de stoel zitten. Hij kijkt en stopt wat instrumenten in mijn mond. Het zweet – angstzweet – loopt over mijn rug. Ik ben drijfnat. Hij zegt voor het eerst: “Don’t be afraid sir.” Hij zal het nog vaker herhalen. Hij zet een klem tussen boven- en onderkant van mijn gebit.

Don't be afraid sir

Don’t be afraid sir

Ik kan niets zien. Wel voelen. En fantaseren. Hij zet een tang op mijn afgebroken tand en begint te wringen en te wrikken. Ik kreun en kerm. Ik grijp me vast aan de armleuningen. Hij herhaalt zijn favoriete zin: “Don’t be afraid sir”. Door mijn oogleden vol tranen zie ik de as van zijn sigaar op mijn korte broek vallen. In mijn kruis om precies zijn. Een paar minuten later is hij klaar. De tand getrokken. Zonder enige verdoving. Mijn mond vol bloed. Ik spoel en spuug alles uit in een witte, emaille kom. Hij propt watjes in mijn mond. Ik sta op. Licht wankelend. Hij gaat me voor naar zijn assistente en schrijft een briefje voor de apotheker op de benedenverdieping. Het zijn twee witte pilletjes. Tabletten. Pijnstillers. Ik moet onmiddellijk naar bed gaan. Proberen te slapen. De apotheker herhaalt de woorden van de tandarts. Eerst een half pilletje nemen met water en dan proberen te slapen. Als je wakker wordt en je hebt nog pijn – neem dan het tweede halve tabletje. Het is eind van de middag. Van Werner begrijp ik dat hij even hard heeft gezweet dan ik. Hij hoorde mij namelijk kreunen en kermen en steeds maar die woorden … “Don’t be afraid sir”.

En zo gauw mogelijk naar bed

En zo gauw mogelijk naar bed

Ik ga onder zeil met een half pilletje en barstende koppijn. Ik word veertien uur later wakker. Ik slaap NOOIT diep en lang. En al zeker niet aan één stuk. Ik heb nog nooit zolang geslapen. Dat pilletje kon zelfs een olifant omleggen. Ik had een zeurderig gevoel maar geen pijn meer. Een ongemakkelijke mond, een holte waar voorheen een tand zat. Alsof je net bent verhuisd en nog niet bent gewend aan je nieuwe omgeving. Ik besloot dat ik geen nieuwe dosis pijn-killer nodig had. Ik spoelde de overschot door de wc. En wonderlijk genoeg liep ik twee dagen later weer fluitend door Athene.

In de serie: Olympische Spelen (Steden)

Goud in Rio

Tags

, , , , , ,

Nafissatou Thiam

Nafissatou Thiam

Goud. Ongelooflijk knap. 21 jaar. Olympisch kampioene zevenkamp. Wat een prachtprestatie. Werelds meest complete atlete.

100 meter horden in 13.56 / hoogspringen 1m98, een wereldrecord in de zevenkamp / kogelstoten 14m91 / 200 meter in 25.10 / verspringen 6m58 / speerwerpen 53m13 / 800 meter 2:16.54

Meer moet dat vandaag niet zijn. Nafi Thiam, a golden girl

In de serie: Olympische Spelen

Smokkelen in Londen

Tags

, , , , , , , , ,

Ik zet mijn Olympische spelen steden serie nog even verder. Vandaag een herinnering aan Londen. Ik neem jullie mee naar het vroege voorjaar 1985. Opnieuw een waar gebeurd verhaal, aangevuld met een heel klein beetje fantasie. Het zal gauw duidelijk worden wat ik bedoel.

Catelijne en Jules zijn bijna negen en bijna twee. We spreken met vrienden af dat onze kinderen een paar dagen bij hen mogen logeren in Hogebeintum (Friesland). Wij gaan met z’n tweeën naar Londen. Voor het eerst samen, we waren beiden er al eerder geweest. Ik koop via een reisbureau een arrangement. Treintickets Leeuwarden – Hoek van Holland. Nacht-bootticket (met hut) Hoek van Holland – Harwich. Trein Harwich – Londen. Drie nachten een hotel. En de terugreis met de dagboot. Het programma in Londen regelen we zelf wel ter plekke. Dat zou een combinatie worden van musea, musicals, toneel, film, uit eten en een beetje winkelen – Harrods.

We hebben een binnenhut op de boot. Als we in het stapelbed kruipen, vind ik een teddybeer onder het bed. Niet helemaal nieuw maar niet vies of versleten. Waarschijnlijk vergeten (verloren) bij het vertrek van eerdere passagiers in onze hut. De volgende ochtend pakken we onze spullen bij elkaar – veel is het niet en besluiten de beer mee te nemen. Als we weer thuis zijn, gooien hem een keer in de wasmachine. Jules of Catelijne is er mogelijk blij mee. En zo zijn onze kinderen er ook een beetje bij in Londen.

"Onze" beer lijkt erg op deze teddybeer.

‘Onze’ beer lijkt erg op deze teddybeer.

Wij checken in. Ons hotel vlak bij het Elephant & Castle metrostation. We gaan Londen in. Het worden mooie dagen. We gaan gauw op zoek naar kaartjes voor musicals. We bezoeken een winkel, gespecialiseerd in bord-spellen. We vergapen ons aan de grote boekwinkels. We lopen door de National Gallery, door Sint Paul Cathedral en over Piccadilly Circus. Op de eerste avond bezoeken we een musical op West End.

Pump Boys and Dinettes

Pump Boys and Dinettes

Een soort Grease-story. Stoere jongen wordt verliefd op een serveerster. James Dean achtig, ook wat enscenering betreft. Met Kiki Dee in één van de hoofdrollen. Een flinterdun verhaaltje. Entertainment. Niks mis mee. Vandaag herinner ik me enkel het sfeertje. Geen liedjes. Geen verhaaltje.

Pump Boys and Dinettes

Pump Boys and Dinettes

Na de voorstelling gaan we gauw terug naar ons hotel. De volgende ochtend eten we een uitgebreid Engels ontbijt. Weer even naar de kamer om uit te buiken. De bedden zijn al opgedekt. De kamer is schoon. Ik pak de stadsgids er weer bij. We stoppen een flesje water in een rugzakje en we zijn klaar voor een nieuwe dag Londen. Ik haal de teddybeer uit een tas en zet die tussen de twee kussens op ons hotel-bed. We zeggen hem om goed op de spullen te passen en we gaan een nieuwe Londense dag tegemoet.

We kopen wat kleine cadeautjes. Ine koopt schoenen – natuurlijk doet ze dat. We eten fish and chips aan een stalletje bij Hyde Park. We kopen matinee-kaartjes voor een andere musical: ‘Cabaret’.

Cabaret programma

Cabaret

We zien deze musical voor het eerst in het theater. De film met Liza Minnelli zagen we beiden al zeker twee keer. En we lazen de boeken van Christopher Isherwood die de inspiratiebronnen zijn van deze musical / film. We hadden kaartjes op de eerste rij. Ik herinner me nog goed dat het de eerste keer was dat ik IN een orkestbak kon kijken – tijdens de show. En dat ik me verbaasde dat muzikanten-met-weinig-werk een boekje zaten te lezen en twee anderen zaten te schaken. De musical was fantastisch. Een hoogtepunt van die reis. Daarna uit eten en ‘s avonds naar de film. ‘Duin’ of ‘Dune’ in het Engels.

Duin

Duin

Deze Amerikaanse film was een paar weken eerder in première gegaan in Amerika en Londen. Wij konden niet wachten om hem te zien. Ik leg uit waarom. Het boek ‘Duin’ van Frank Herbert stond (staat) in onze persoonlijke top 10 van meest geweldige boeken. We lazen (verslonden) het eerste deel in 1979 en de volgende twee of drie delen de jaren daarna. Veel van onze vrienden en studiegenoten aan de AVEK waren eveneens idolaat van dit boek. En dan nu de film met als extraatje … Sting, de leadzanger van The Police. En we verkneukelden ons dat WIJ de eersten waren van onze vriendenkring in Friesland die deze film zagen. Eerlijk gezegd viel de film wat tegen. Onze eigen ‘film’ bij het lezen van de boeken was duizend maal mooier. Maar dat terzijde. In de spelletjes-winkel – die ik al eerder vermeldde – kochten we het bordspel ‘Dune’.

Het bordspel: 'Duin'

Het bordspel: ‘Duin’

Ik begon de volgende morgen – nog voor we gingen ontbijten – al aan de vertaling van de spelregels. We zouden het spel daarna honderden keren spelen met onze vrienden. Afwisselend met avondjes / weekendjes ‘Majong’. Onze zoon Jules werd hierdoor zodanig beïnvloed dat hij tot op de dag van vandaag een groot liefhebber en verzamelaar is van bijzondere bordspellen.

En dan was het tijd om in te pakken. Terug naar huis. De boodschappen en cadeautjes vinden een plek in onze tassen. De vuile was in een plastic tas. En op het laatste moment herinner ik me ‘onze’ teddybeer. “Heb jij die beer al ingepakt?” “Nee, jij?” “Tiens, waar is hij?” We kijken rond. We trekken de enige kast nogmaals open, we kijken nog een keertje in het kleine badkamertje, onder het bed, tussen de lakens … nergens te vinden. Spoorloos. We moeten nu dringend naar de metro. Er wachten een trein en een boot.

We begrijpen er niets van. Waar kan die beer gebleven zijn? Gisteren heb ik hem – opvallend op bed gezet en maakten we het grapje dat hij goed moest opletten. We blijven er over piekeren. Hij was al een beetje ‘lid van de familie’ geworden. Later op de boot onderweg naar Nederland kom ik met de volgende uitleg / verklaring. “Wij hebben – ongewild – iets gesmokkeld dat in die teddybeer verstopt zat. Drugs of juwelen of …” Onze reisplannen waren bekend bij het reisbureau. Welke boot we namen, hut nummer, hotel, enzovoort. Er is zoveel TE toevallig. Onze hut was schoon. Hoe kan een schoonmaker (m/v) een teddybeer over het hoofd zien? Onmogelijk, die is daar doel-bewust achtergelaten. Bij een stel met jonge kinderen. Waarom werd precies die beer ontvreemd uit onze hotelkamer en niet een horloge, een halssnoer, een kettinkje, een jas of een trui? Een bende via-argeloze-toeristen-smokkelaars in samenwerking met het boeven-schoonmakers-gilde-van Londen. Oliver Twist heeft nieuwe methodes … Een onopgelost raadsel. Miss Marple of Hercule Poirot hadden dat vast opgelost voordat de boot afmeerde in Hoek van Holland.

In de serie: Olympische Spelen (maar in mijn geval zijn het verhaaltjes over: Olympische Steden)

 

 

 

Geïnterviewd in Barcelona

Tags

, , , , , , , , , , , , , ,

Ook vandaag een herinnering aan een Olympische stad. Barcelona. Ik ben er vaak geweest. Dit waar gebeurde verhaaltje speelt zich bijna twintig jaar geleden af. Februari 1997. Naar jaarlijks gebruik gaan we ‘met de mannen’ (Werner, Eric, Gie en Koen) naar een voetbalmatch kijken. Het ene jaar naar de Lierse (Lierse SK) en het volgende jaar ergens in Europa. Dat is dan eerder een city-trip met een middag of avondje voetballen kijken. In 1997 was onze keuze gevallen op Barcelona. In die tijd kon je nog niet via internet tickets kopen. Dat moest ter plekke. In het weekend van ons bezoek stond de derby RCD Espanyol – FC Barcelona op het programma van de Primera División. Schitterend affiche. In Sarrià, het stadion van Espanyol. Niet in het grote Camp Nou.

R.C.D. Espanyol de Barcelona

R.C.D. Espanyol de Barcelona (Foto: Eric Peeters)

Nadat we onze tassen in het hotel hebben achtergelaten, vertrekken we onmiddellijk naar het stadion. We hebben zo onze twijfels of het ons wel zal lukken om aan kaartjes te komen. Het is tenslotte dé stadsderby – in een relatief klein stadion. Een uurtje later schuif ik aan bij een loket, er zijn slechts twee wachtenden voor me. Gie houdt me gezelschap. Werner en Erik staan op een afstandje mee te kijken. Ik ben aan de beurt en in mijn beste Spaans – dat niet zo heel veel voorstelde, maar dat terzijde – vraag ik vier kaartjes. Dat kan. Ik kan zelfs nog kiezen voor welke tribune. Ik kies de hoofdtribune. De kaartjes worden geprint. Ik betaal met mijn Visa-Card. En ik sta al te juichen en te springen terwijl ik alles aan de Gie geef. Het is gelukt. Ook de anderen zijn duidelijk in hun nopjes. We lopen naar elkaar als er plots een cameraman en een interviewer op me afkomt. Ik krijg een microfoon onder mijn neus gedrukt. En de vraag waarom ik zo blij ben. Ik antwoord zo goed en zo kwaad als het kan. Ik leg uit dat we uit België komen – speciaal voor deze derby. Weten zij veel. En dat allemaal in mijn eigen brabbel-Spaans. En dan vraagt hij mij een pronostiek. Ik twijfel tussen 0 – 2 en 0 – 3. En zeg – lichtelijk overmoedig – “0 – 3, voor de grote broer … FC Barcelona”.

We vertrekken en bezoeken ‘Parc Guell’, de ‘Sagrada Familia’ en andere Gaudi bezienswaardigheden. De wedstrijd is pas zondagavond. In het hotel checken we op de televisie of we het interview ergens kunnen zien. Dat geven we gauw op want in alle euforie hebben we niet gevraagd welke omroep of televisiezender me die vragen stelde. “Het zal wel de lokale ziekenomroep zijn”, plagen mijn vrienden. De volgende dag op weg naar het stadion komen we er achter dat ik als enige supporter voor FC Barcelona. De drie anderen gaan voor Espanyol, de underdog. Dat is niet voor het eerst maar daarover een andere keer meer. We kiezen een verkeerde ingang waardoor we van de ene lange zijde naar de andere zijde moeten manoeuvreren / schuifelen. Ergens halverwege op de hoofdtribune. Ik loop voorop, de drie anderen volgen me. Een paar keer wordt er naar me geknikt en iets gemompeld. Ik denk dat dat door mijn opvallend kapsel komt. We vinden onze stoeltjes, een beetje tussen de middellijn en een van de doelen. Prima plaatsen. Het stadion is al behoorlijk gevuld. De wedstrijd begint. Ik noem een paar namen van het grote Barcelona: Vitor Baia op doel, Gheorghe Popescu, Laurent Blanc, Pep Guardiola, Luis Figo – hij krijgt rood in deze wedstrijd, Luis Enrique en Ronaldo – de Braziliaanse Ronaldo wel te verstaan. Johan Cruijf was een half jaar eerder ontslagen en Bobby Robson is de tussen-tijd coach, Louis van Gaal liep zich al warm aan de figuurlijke zijlijn.

In de veertiende minuut – om Cruijf te pesten? – verzilvert Florin Ráducioiu een penalty. Espanyol staat op 1 – 0. Tijdens de rust maak ik een praatje met mijn Spaanse buurman en vraag hem hoe het kan dat deze wedstrijd niet is uitverkocht. Ik zie aan de overkant veel lege tribune-plaatsen. Hij legt me uit dat er een grote rivaliteit (haat) is tussen de twee clubs. En dat gaat zover dat ze geen tickets willen kopen in het stadion van de ander. Ook hij gaat NOOIT naar Camp Nou als FC Barcelona thuis speelt. Rare jongens die Barcelonezen. De tweede helft begint. Al snel een tweede penalty en opnieuw scoort Florin Ráducioiu. 2 – 0. Sarrià ontploft. Het is ook de eindstand. 2 – 0 voor Espanyol.

Feest. Het grote Barcelona is verslagen. Vernederd.

Feest. Het grote Barcelona is verslagen. Vernederd. (Foto: Eric Peeters)

Het laatste fluitsignaal heeft geklonken. Supporters vallen elkaar in de armen en meteen draaien heel veel mannen zich naar me toe. Beginnen te wijzen, te lachen, te joelen: “0 – 3, hijo de puta, hahaha”. Duidelijk in mijn richting. Niet agressief, integendeel, uiterst kameraadschappelijk. Het bleek dat mijn interview prominent was gebruikt in een vooruitblik op deze wedstrijd. Wat een lol. Geweldig. En we kregen ook te horen dat deze wedstrijd de laatste derby was in het oude stadion. Vanaf het nieuwe seizoen 1997 / 1998 gaan ze in het Olympisch stadion spelen.

En zo is mijn verhaaltje weer rond. Ik ben terug bij de Olympische spelen. We bezochten Montjuïc de volgende dag. Fundació Joan Miró en het Olympisch stadion.

Olympisch stadion Barcelona (Foto: Eric Peeters)

Olympisch stadion Barcelona (Foto: Eric Peeters)

Vandaag checkte ik voor dit stukje een paar namen op internet en wat vond ik? Ongelooflijk. Op YouTube staat deze volledige wedstrijd. Vorig jaar op YouTube gezet. Voor Espanyol supporters werd dit een historische wedstrijd, een overwinning om nooit te vergeten. Ze werden vierde dat seizoen. Athlético Madrid werd kampioen van de Primera División 1996-1997

  • Último derbi en Sarrià, celebrado el 09 de febrero de 1997

In de serie: Olympische spelen

Uit eten in Beijing

Tags

, , , , , ,

In deze korte serie met verhaaltjes (herinneringen) aan Olympische steden die ik bezocht, vandaag de Chinese hoofdstad. Ik was er in 2009 aan het eind van de treinreis die in Moskou begon. Ik verbleef er vier dagen en bezocht veel toeristische hoogtepunten. Klassiek Peking. Tussendoor liep ik natuurlijk ook rond en trachtte van elke minuut te genieten. Ik liet twee hemden maken bij een lokale kleermaker, ik nam een fietstaxi, bezocht een Peking-opera-voorstelling, nam het openbaar vervoer en ging een paar keer uit eten. Steeds in een ander restaurant, steeds in een andere buurt. Soms alleen, soms met anderen. Of je zo’n buurt ook ‘hutong‘ mag noemen, weet ik niet zeker.

Beijing (2009) op zoek naar een restaurant

Beijing (2009) op zoek naar een restaurant

Ik weet niet meer hoe deze wijk heet. Het was tamelijk centraal in Beijing, minder dan een kwartier lopen van ‘Het Plein van de Hemelse Vrede’. We waren met z’n vijven of zessen op zoek naar een eettentje, liefst zo lokaal mogelijk. In deze straat werd flink gebouwd, mogelijk is ‘verbouwd’ een juister woord. Wat er op de spandoeken staat, weet ik niet. Mogelijk kan Yvon of een andere volger dit wel lezen. Ik kijk uit naar de vertaling.

Hier stapten we naar binnen.

Hier stapten we naar binnen.

Het restaurantje (hierboven op de foto) zag er nieuw en verzorgd uit. We stapten naar binnen en we kregen een plekje aan een van de vier ronde tafels. We werden vriendelijk – met de nodige buigingen en glimlachen – ontvangen door een echtpaar. En we kregen de menu-kaarten in onze handen gestopt. Alles in het Mandarijn, zonder foto’s en zonder tekeningetjes. Mijn tafel-genoten waren onthand. Ik ook hoor – maar ik vond het prima. Ik hou wel van een verrassing. Ik vroeg in het Engels of ze de kaart ook in het Engels hadden. Veel gelach en gebuig maar het was gauw duidelijk dat ze niet verstonden wat ik vroeg. Niet getreurd. Ik ben niet voor één gat gevangen.

Ik pak de menukaart en wijs op het eerste gerecht. Zij knikken ‘ja ja ja’ en ik vraag wat het is. Ook deze vraag kwam niet binnen. Geen antwoord. Ik doe een nieuwe poging en wijs naar een tweede categorie op de kaart. Ik denk dat het de hoofdgerechten zijn. Opnieuw knikken ze ‘ja ja ja‘. Ik wijs het eerste gerecht aan en imiteer het geluid – en een beetje de beweging – van een kip en trek er een groot vraagteken-gezicht bij. Nog meer gelach, niet alleen van de gastheer en zijn vrouw maar ook van mijn reisgenoten. Het was geen kip, dat kon ik opmaken uit hun lichaamstaal. Ik probeerde een varken … ‘knor knor knor‘. Gelach en nee schudden. ‘Kwak kwak kwak’, een eend misschien? Enfin, dat ging een tijdje door. Ik stal de show met mijn dier-imitaties. We kwamen d’r uiteindelijk uit. Dachten we. De bestelling was geplaatst. De drankjes wezen we aan in de koelkast.

Tien minuten later kwamen de eerste gerechten op tafel. We zouden alles delen. De gerechten en de rekening. Meneer zei telkens wat hij op tafel zette en wij gebaarden zoiets van ‘zet maar neer’. Na zes gerechten kwam er een zevende gerecht. “Tiens, dat is vreemd, we zijn met z’n zessen en we bestelden zes gerechten en er komt iets extra.” Dat zal dan wel een gift van het huis zijn. Maar algauw kwam schaaltje nummer acht, negen, tien. Verbazing en lachen en ondertussen wel proeven en raden wat het is. Ik vind heel veel lekker dus niks aan de hand. En daar kwam gerecht elf, twaalf, dertien … het begon anderen duidelijk te irriteren. Ik stond op en liep naar de balie en met gebarentaal trachtte ik uit te vinden wat er aan de hand was.

Wat bleek? Alles dat ik had aangewezen op de kaart was opgevat als bestelling. Alle voorafjes en nog veel meer. En al die zaken werden dus geserveerd. Ik vroeg enkel om uitleg met mijn gekakel, geblaat en gebleir. Met instemmend gelach van mijn tafel-genoten. Zij noteerden alles op hun blaadje. Uiteindelijk zeventien schaaltjes en kommetjes. Ik heb de boel gesust en iedereen zag er algauw de lol van in. We hebben de rekening keurig verdeeld en van alles geproefd. Of de meneer en mevrouw gewoon ‘slim’ waren en ‘uitgekookt’ of ‘naïef’ weet ik niet. Dat doet er ook niet toe. Ik heb lekker gegeten en zeven jaar later heb ik nog steeds plezier van dit uit-eten-avontuur.

Een lunch in Beijing (2009)

Een lunch in Beijing (2009)

De foto hierboven heb ik ook in een Beijing-restaurant gemaakt maar niet in dezelfde zaak die ik in deze herinnering beschrijf. Ik was toen te druk met eten, proeven, lachen. En met garnalen, inktvissen, vogeltjes, geiten, honden en koeien te imiteren …

In de serie: Olympische Spelen (in mijn geval is dit eerder: Olympische Steden)

 

Carnaval in Rio

Tags

, , , , , , , , ,

Vaste volgers van mijn blog weten dat ik al meer dan vijftien jaar betrokken ben bij het grootste bloemencorso van de wereld. In Zundert. Op de eerste zondag van september mag ik deze parade – samen met Ton – aan elkaar praten bij de hoofdtribune. De praalwagens en muziekkorpsen leggen een parcours af van ruim 5 kilometer, door de Zundertse straten. Ook de carnavals-optochten van Oeteldonk en ‘t Krabbegat heb ik vaak bezocht. En als kind de Narrenstoet in den Boshoek in Boechout. En de bezoeken van de reuzen in Antwerpen (Royal de Luxe). Ik heb dus een bepaald beeld bij dit soort parades / optochten.

In 2011 gingen we op vakantie naar Brazilië – met tweemaal een verblijf in Rio de Janeiro. Natuurlijk bezochten we de grote toeristische trekpleisters. Op de tweede dag vroeg ik een taxichauffeur om het parcours van het ‘Carnaval in Rio’ te rijden. Hij begreep mijn vraag niet. Wat blijkt … Carnaval in Rio – wat wij van de televisie kennen – rijdt niet rond door de straten van Rio maar enkel in de Sambódromo.

Panorama Sambódromo

Panorama Sambódromo

Een straat / stadion speciaal gebouwd voor de optocht en shows van de samba-scholen. Zij rijden nauwelijks 700 meter, van de ene naar de andere kant. Ik was zo teleurgesteld. Ik had geen idee. We reden er naar toe en in mijn ogen zag ik eerder de tribunes van een Formule 1 circuit dan de plaats voor zo’n wereldberoemd feest. Lege tribunes, een lege straat … zeer saaie foto’s. Een illusie armer. Natuurlijk is dit anders tijdens carnaval – dat begrijp ik ook wel. (*)

Carnaval in Rio

Carnaval in Rio

In dezelfde vakantie waren we ook in Olinda en Salvador de Bahia. Een week voor carnaval. We zagen dus veel repetities en als ik de foto’s van Olinda mag geloven is dat het mooiste en meest authentieke carnaval van Brazilië. Veel meer te vergelijken met onze optochten. Gaan jullie wel eens naar optochten of parades? Welkom in Zundert – zondag 4 september in de straten en op maandag 5 september op het tentoonstellingsterrein.

Foto’s: Wikipedia

(*) Ook de Zundertse straten  – zonder corso – zijn geen hoogtepunt en zul je dus niet terugvinden in toeristengidsen. Wel het van Goghhuis aan een van die straten.

Serie: Olympische Spelen

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 87 andere volgers